Persbericht
Regeling eisen aan administratie zoetwatervis
bron: Staatscourant 7 januari 2003, nr.4 / pag. 7 2
24 december 2002/TRCJZ/2002/13067 Directie Juridische Zaken
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Gelet op artikel 10 a, eerste en tweede lid, en artikel 11 van het Reglement voor de binnenvisserij 1985;
Besluit:
Artikel 1
Als zoetwatervis wordt aangewezen vis behorende tot de vissoorten aal, snoekbaars, baars, snoek, zeelt, brasem, karper, ruisvoorn en blankvoorn.
Artikel 2
1. Degene die zoetwatervis aanvoert, degene die in de uitoefening van een beroep of bedrijf zoetwatervis afneemt en degene die bemiddeling verleent bij het veilen van zoetwatervis zijn verplicht dagelijks een administratie bij te houden van de overdracht en de opslag van zoetwatervis.
2. Degene die bemiddeling verleent bij het veilen van zoetwatervis is verplicht er voor zorg te dragen dat op of bij de op de veiling aanwezige zoetwatervis de naam van de aanvoerder is vermeld alsmede de herkomst van de zoetwatervis.
Artikel 3
1. In het geval een aanvoerder van zoetwatervis meer dan 5 kilogram zoetwatervis onder zich houdt, moet uit de administratie, bedoeld in artikel 2, blijken:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. de plaats van opslag;
d. de datum van aanvoer van de zoetwatervis en de datum van verkoop;
e. herkomst van de zoetwatervis;
f. de naam van de afnemer.
2. In het geval de zoetwatervis zonder bemiddeling van een veiling of visafslag wordt verkocht, moet uit de administratie van de afnemer blijken:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. de datum van aanvoer van de zoetwatervis en de datum van verkoop;
d. de naam van de aanvoerder en diens woonadres;
e. de herkomst van de zoetwatervis.
3. In het geval de zoetwatervis via de bemiddeling van een veiling ter verkoop wordt aangeboden, moet uit de administratie van de veiling blijken:
a. de vissoort;
b. per vissoort de hoeveelheid;
c. de naam van de aanvoerder;
d. de naam van de afnemer;
e. de datum van de aanvoer van de zoetwatervis en de datum van verkoop;
f. de herkomst van de zoetwatervis.
Artikel 4
Alle bewijsstukken of bescheiden waarin de gegevens, bedoeld artikel 3, zijn vastgelegd, dienen vanaf het tijdstip van hun opstelling of verkrijging tot het tijdstip waarop drie kalenderjaren zijn verlopen, te worden bewaard.
Artikel 5
Deze regeling is niet van toepassing op een inrichting waarvoor een vergunning ingevolge artikel 3, eerste lid, onder a of c, van de Drank- en Horecawet is vereist, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca en op de gespecialiseerde ondernemingen die bedrijfsmatig aan particulieren visproducten verkopen.
Artikel 6
1. Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
2. Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen aan administratie inzake zoetwatervis.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
’s-Gravenhage, 24 december 2002. De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, B.J. Odink.
Toelichting
Visstroperij en illegale visserij zorgen al jarenlang voor problemen in de binnenvisserij. Visstroperij leidt onder meer tot verstoring van het visstandbeheer en de beperking van de visserijmogelijkheden en raakt derhalve zowel beroepsvissers als sportvissers. Deskundigen van de Algemene Inspectiedienst en het Korps Landelijke Politie Diensten schatten het aantal personen dat zich met visstroperij en illegale visserij bezighoudt op enkele duizenden. Enkele honderden daarvan zetten de illegaal verkregen zoetwatervis af in de reguliere handel. De economische schade die deze groep, zowel direct als indirect, weet aan te richten wordt geraamd op enkele miljoenen euro op jaarbasis. De ecologische schade is minder goed in euro uit te drukken. In het Plan van aanpak voor de bestrijding van de illegale visserij (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, 30 oktober 2000, VISS.007582) is een samenhangend pakket van maatregelen tegen de visstroperij aangekondigd. De invoering van een administratieregeling is daarvan een belangrijk onderdeel. Mijn ambtsvoorganger heeft reeds aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal toegezegd om te komen met een regeling (Kamerstukken II, 2000/2001, 27 00 XIV, nr. 97). De onderhavige regeling strekt hiertoe.
Op grond van deze regeling wordt een administratieverplichting in het leven geroepen. Uit de administratie van de aanvoerders van zoetwatervis, de visafslagen en de kopers van zoetwatervis moet blijken welke zoetwatervissoort is aangevoerd, wat de datum van aanvoer is geweest, hoeveel zoetwatervis is aangevoerd, wat de herkomst is van de zoetwatervis en voor wie de zoetwatervis bestemd is. Deze verplichting geldt derhalve niet alleen voor degene die de vis daadwerkelijk heeft aangevoerd, maar voor een ieder die vis op de veiling brengt of aldaar voor handen heeft. Het begrip ‘overdracht’ uit artikel 2, eerste lid, doelt op de handel, dus de aan– en verkoop van zoetwatervis.
Om te voorkomen dat ook de sportvisser door deze regeling een administratieplicht opgelegd krijgt, geldt de verplichting slechts voor de sportvisser die meer dan 5 kg aan vis voor handen heeft. De Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties draagt in zijn beleid uit dat sportvissers slechts in zeer beperkte mate gevangen vis mogen mee nemen, waarbij de aanbevolen aantallen in ieder geval zodanig zijn dat de eerdergenoemde 5 kg niet wordt overschreden. Veel hengelsportorganisaties hanteren dit uitgangspunt in de door hun uitgegeven vergunningen.
Deze regeling sluit van de administratieplicht de detailhandel en de horeca uit. De rol van de detailhandel en de horeca in de illegale keten is te beperkt om een administratieverplichting te rechtvaardigen. Ik vind het daarnaast wel van groot belang dat de visdetailhandel en de horeca komen tot het sluiten van een convenant met afspraken om slechts zoetwatervis af te nemen van beroepsbinnenvissers. Ik zal partijen daarom oproepen om te komen tot een convenant. Voorts zal ik nauwlettend de ontwikkeling van de afzet binnen de keten monitoren om na te gaan of door deze regeling de afzetpatronen wijzigen. Indien nodig zal ik de regeling aanpassen.
Door aansluiting te zoeken bij reeds bestaande fiscale administratieve verplichtingen kunnen betrokkenen zonder extra inspanningen te doen aan deze regeling voldoen. De regeling stelt geen eisen aan de vorm van de administratie.
Deze regeling heeft gevolgen voor vissers, visafslagen, de visgroothandel, visverwerkende bedrijven en commissionairs. Nederland kent 16 visafslagen, 30 bedrijven in de tussenhandel en circa 350 visverwerkende bedrijven die zich met de verwerking van zoetwatervis bezig houden. Op de Nederlandse binnenwateren zijn 150 beroepsbinnenvissers actief. Daarnaast zijn er op het IJsselmeer 88 vissers beroepsmatig met de uitoefening van de visserij bezig. Het aantal sportvissers dat regelmatig meer dan vijf kilo vis voorhanden heeft zonder het oogmerk om deze terug te zetten wordt door de Nederlandse Vereniging van Sportvissersfederaties geraamd op 1000 tot 1500,dat is 0,1% van alle sportvissers.
De Algemene Inspectiedienst zal periodiek controleren bij vissers, visafslagen, de visgroothandel, visverwerkende bedrijven en commissionairs op de naleving van deze regeling. Het voornemen is om jaarlijks 10% van de doelgroep te gaan controleren.
Ik zal de regeling na een periode van drie jaar evalueren. Met deze evaluatie wil ik meer inzicht krijgen in de werking van deze regeling in de praktijk. Indien noodzakelijk kan dit leiden tot het aanpassen van de regeling.
De Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, B.J. Odink.
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


