Home  |  Contact  
 

Artikelen, Frankrijk


Comment fou devez-vous être? (hoe gek moet je zijn)


Arno Spruit

Na een jaar afwezigheid aan het internationale karperfront, werd het dit jaar tijd om er eens stevig tegenaan te knallen.

Na eerst een heerlijke, maar helaas visloze, 14 daagse relax-sessie met mijn vriendin op mijn Franse thuiswater Lac du Salagou te hebben gemaakt, werd het tijd voor het echte werk.


Op weg naar het onbekende in het oosten


Salagou, ons thuiswater
Salagou, ons thuiswater
Begin mei reisden Wout en ik, af naar het grote onbekende in het oosten. Het doel van deze trip, een meer in het zuiden van Tsjechië. Uit info via het internet, leek ons het een uitdaging om het hier eens te proberen. Volgens onze informant, een Tsjechische karpervisser, was er op veel water in Tsjechië een goed bestand aanwezig. Ook via een Nederlandse karpervisser, die regelmatig op het bedoelde meer vist, hadden we informatie gekregen.
Via een relaxte reis over de Duitse Autobahn en een stukje Oostenrijk, kwamen in de ochtend aan bij de grens.
Na de, opvallende soepele, douane formaliteiten mochten we verder rijden. Na een kleine 25 kilometer doemde het meer voor ons op. Links en rechts van de weg lag een grote plas water. Aan de linkerzijde zat het helemaal stampers vol met "karpervissers". Rechts zag er leuk uit met een hoop struiken in en om het water.

Verbaasd keken we elkaar aan. Bij een plaatselijk herberg maar even gestopt en polshoogte genomen. Het bleken allemaal Tsjechische "karpervissers" te zijn. Tijdens onze info ronde werd er door een van hen een run verzilvert. Een iniminie schubje van ongeveer 30 cm vond het net. Dat er in Tsjechië zeer veel kleine vis op de meeste wateren zitten wisten we al dus daar keken we niet van op, echter de staat waarin het visje verkeerde was verschrikkelijk.
Wat een lelijk mormel. Hij werd overigens wel correct behandeld door de vanger want hij ging netjes op een nat gemaakte mat.

Wout en ik keken elkaar steeds vaker verontrustend aan. We hadden beiden een blik in onze ogen zo van; moeten we hier gaan vissen. Na nog een ronde om het water te hebben gereden kwamen we beiden tot de conclusie dat dit het niet was. We kregen gewoon niet het gevoel bij het water. Wat nu te doen?

Wout stelde voor om naar het Lipnomeer, een kleine 350 kilometer terug, te rijden. Omdat er geen ander alternatief was stemde ik hier gretig mee in. Via de lokale wegen deden we er de rest van de dag over om vanaf Mikulov naar Lipno te rijden. Na al een nacht rijden achter de rug viel het niet mee. In Horni Plana wist Wout nog een hengelsport zaak te zitten dus, nadat we wat rond hadden gekeken en nergens anders goede info konden krijgen, daar naartoe. Gelukkig was de zaak, ondanks het late uur in de middag, nog open. De eigenaar was druk in gesprek met een, wat later bleek zeer sympathieke, Oostenrijker. Nadat we in ons beste Duits uit hadden gelegd waarvoor we kwamen, werd ons al snel duidelijk dat het vissen op karper zoals wij dat gewend zijn niet te doen was. Het opzetten van een tent mocht wel maar voor middernacht moest hij weg zijn en er werd streng op gecontroleerd. Door de Oostenrijker werden we vervolgens op sleeptouw genomen naar een pension om daar eventueel onze vergunningen te kopen.
Volgens die Oostenrijker was de plaatselijke politie makkelijk om te kopen. Ik wilde daar als Hollandse diender maar niet aan beginnen. Je zal net de verkeerde treffen dan zijn de rapen nog niet gaar. Omdat we ondertussen al 36 uur op onze benen stonden wilden we eigenlijk eerst maar eens wat eten en dan slapen voordat we een beslissing zouden nemen om wel of niet te vissen op het Lipnomeer. Slapen konden we gelukkig in het pension, voor een habbekrats waar we ook aan onze vergunningen konden komen. Eten kon bij een ander pension een stukje verder op. Na het reserveren van de kamer, werd het tijd voor de maaltijd.

Hoe moe we waren werd tijdens de maaltijd wel duidelijk. Nadat het tweede glas bier werd geserveerd, schonk ik het bodempje uit mijn eerst glas bij het tweede. Het bier begon te schuimen dat het een lieve lust was en rees vlot naar de rand van het glas. Normaal gesproken zet je dan vlotjes je lippen aan het glas en lurk je de schuimlaag weg. Nu dus niet. Als een wezenloze junk die net z'n roes had, zat ik naar het overstromende glas bier te kijken terwijl Wout bijna in zijn broek zeek van de lach.

Tijd voor overleg


Na de maaltijd naar de kamer, douchen en tijd voor overleg. Wat gaan we doen. De beste stekken lagen aan de overkant van het meer. Iedere dag een half uur varen met je elektromotor hou je 3 misschien 4 dagen vol maar daarna is het afgelopen. Ook qua eten stonden we voor een probleem, hoe zouden we dat gaan regelen. We kwamen eigenlijk al snel tot de conclusie dat dit niet te doen was. Wat nu? Naar huis gaan?

Naar huis gaan was geen optie vonden we beiden dus moest er wat anders verzonnen worden.
Frankrijk was een optie maar lag toch ook nog wel een bloedeind weg. Oostenrijk was nog te koud en Duitsland leek ons geen goed idee in verband met de daar geldende regels(catch & kill, leve de groenen). Na een kaart studie en een helder moment, ik had in het boekje (editie 2000) van Aart Lokhorst nog een interessante passage gezien, besloten we om toch maar naar Frankrijk af te reizen de volgende morgen. Na een telefoontje met het thuisfront werd de passage opgezocht en het doel bekent, Montmerle sur Saone. De volgende ochtend na een goed ontbijt en een verbijsterde pensioneigenaar achter ons latend gingen we vol goede moed op weg naar la douce France. Volgens mij dacht die man echt dat we knettergek waren.

Op weg naar Frankrijk


De reis richting Frankrijk werd gekenmerkt door tweemaal enorm veel geluk. Aan de kant gezet met 120 km/u terwijl je maar 80 mag met een trailer. Nadat ik de polizei ambtenaar verteld had dat ik een collega van hem was en dat we eigenlijk niet wisten hoe hard je in Duitsland met een trailer mocht rijden, werd ons de maximumsnelheid verteld, een goede reis gewenst en mochten we verder. De eerste 50 kilometer netjes aan de snelheid gehouden, nou ja bijna dan, maar daarna het gas er weer op want anders schiet het niet op.

Vervolgens vond er zo'n arslog het nodig om met 70 km/u van de invoegstrook gelijk door te rijden naar de middelste baan. Laten wij daar nu net, met gelukkig een niet al te hoge snelheid, toevallig rijden. Ik kan je een ding vertellen dat een noodstop met een trailer achter je auto en een volle autobahn, zeer slecht voor je hart is vooral als je boot je ook nog eens probeert in te halen.. Nadat de auto weer onder controle is gebracht en de letterlijke rookwolken van rubber zijn opgetrokken zien we dat het gelukkig allemaal goed is gegaan en de vakantie niet in rook is opgegaan. Ik moet zeggen dat ik er tijdens de rest van de vakantie nog regelmatig aan heb moeten terug denken. Gelukkig was de enige schade een paar voorbanden, die ik net voor de vakantie had vervangen.

Na voor de rest een saaie reis over een net zo saaie autobahn, kwamen we dan eindelijk in Frankrijk aan. Vanuit de auto belde ik met mijn Limburgse maatje John, die, samen met Wim, zat te vissen nabij Lyon. Vol verbazing en bewondering luisterde hij naar onze plannen en wensten ons veel geluk. De verbazing werd nog veel groter toen wij een klein uurtje later achter hen stonden.

De Saone, die we als doel hadden gesteld, bleek te zo hard te stromen dat vissen niet te doen was. Omdat we toen toch nog maar 400 kilometer bij ons franse thuiswater afzaten, besloten we om die nacht maar door te rijden naar Salagou.

Omdat we wel eerst even goed wilden rusten, besloten we om John en Wim met een bezoek te vereren. Jongens nog bedankt voor de koffie en de knakworsten, dat hadden we echt nodig.

Eindelijk vissen


Verkassen, kost je tijd, maar levert vaak vis op
Verkassen, kost je tijd, maar levert vaak vis op
De volgende ochtend stonden we rond 5 uur aan het water in de stromende regen. Omdat het nog donker was, konden we nog niet echt op zoek naar een stek. We hadden al wel gezien dat onze favoriete stek waarschijnlijk bezet was. Nadat het licht was geworden, zagen we dat het meer bomvol met vissers zat. Ongelooflijk wat zaten er een boel te "vissen". De stek waarvan we dachten dat die nog vrij was bleek toch wel bezet te zijn dus werd er in de boot voor een alternatief gekozen. Dit was een punt op de hoek van een baai en het centrale gedeelte.
Nadat we een groot deel van de spullen hadden opgezet in de stromende regen en alles redelijk stond, werd het natuurlijk droog. Eindelijk na 3300 kilometer kon er gevist worden. Na drie dagen hadden we nog steeds geen aanbeet gehad terwijl er volop vis aanwezig was. Het werd tijd om te verkassen. De "topstek" op de berg was vrij dus dat werd het volgende doel. In de vroege ochtend, na de noodzakelijke koffie, werd er afgebroken en de boten geladen. Ik zou de boten overvaren en Wout zou met de auto omrijden. Terwijl Wout naar de auto liep werd hij aangesproken door een franse karpervisser. Op de vraag waar wij heen gingen verkassen, zei Wout dat we naar de tegenover gelegen berg zouden gaan.
Het gezicht van de Fransman betrok gelijk. Ook hij wilde daarheen(hadden we dat al niet eens eerder meegemaakt). Helaas, vroeger op staan mon ami.

De "topstek" bleek niet zo top. Ondanks het opwarmende water en de stevige wind, zaten we na twee dagen nog steeds zonder vis. Die morgen stelde ik voor om te gaan verkassen.
Wout zag het eigenlijk niet zo zitten maar na enig aandringen ging hij toch overstag.
De wind stond al enige tijd in de richting van de kerkstek wat dat stuk van het meer interessant maakte. Volg je op Salagou de wind dan ga je kansen om te vangen aanzienlijk vergroten. De kerkstek, onze favoriet, was ondertussen ook al weer twee dagen vrij en dus beschikbaar.

Nog maar eens verkassen, de wind achterna


10 min na het verkassen...
10 min na het verkassen..
Om de rolverdeling niet teveel te veranderen, vaarde ik(ik heb betere zeebenen dan Wout) weer over en kwam Wout met de auto weer naar de overkant. Nadat ik op de stek was aangekomen, zag ik de ene na de andere vis uit het water komen. Eigenlijk wilde ik wachten op Wout om te overleggen waar we precies zouden gaan zitten, maar omdat er zoveel vis sprong wilde ik toch dat we zo snel mogelijk aan het vissen konden beginnen. Ik besliste, zonder overleg, waar we gingen zitten en begon de boot, in zeer heet weer, uit te laden.
Wat een zooi heb je toch altijd bij je. Ondertussen was Wout ook aangekomen en konden we beginnen met opbouwen. Omdat mijn tent al stond en ik het gevoel had dat er eigenlijk zo snel mogelijk een hengel in moest, besloot ik om eerst de rodpot te plaatsen en een paar hengels in te gooien.

Een hengel werd met twee tijgernoten op een ondiep plateautje neergelegd en de tweede hengel iets dieper. Na tien minuten was het raak, op de hengel met tijgernoten, en kon er na een eigenlijk tegenvallende dril een schub van 26 pond worden geland. Het kan toch vreemd lopen, zo zie je vijf dagen geen stoot en dan bam binnen 10 minuten vis. De rest van de dag bleef de vis maar komen. Gemiddeld kwam er om de 2 uur een aanbeet. Helaas zaten er nogal veel losschieters bij. Door het warme weer groeide het wier sneller dan een l.. in een vrouwenhand en die grote zware plukken komen de grip van je haken niet ten goede. Overdag weten we toch een aantal vissen te vangen. Wat opviel was dat er veel vissen bijzaten van 16 tot 18 pond. 'S-avonds vangt Wout een schitterende Spiegel(the mirrormen* does it again) van 23 pond. De volgende ochtend is de vis in onze sector aan het paaien geslagen. Het waterpeil is zo laag dat de gebruikelijke paaiplaats, de baai nabij Octon, niet meer dominant is. De vis kan daar niet het riet in omdat er geen waterstaat in de rietvelden en paait nu op het gehele meer.

Diezelfde ochtend krijgt Wout een aanbeet die, door het ongelooflijk veel wier, zich niet kan ontwikkelen tot een goede run. De hengel gaat terug op de pot en maar afwachten wat er gaat gebeuren. Na een paar uur gebeurde er niets meer en gingen we er vanuit dat de vis de haak gelost had. Ik stelde Wout voor om met de boot zijn lijnen binnen te halen en dan op de kant de lijnen van het wier te ontdoen. Het binnendraaien werd met het uur onmogelijker. Tijdens het binnenwerken van een van zijn lijnen stuit ik op wat weerstand. Na enig trekken, verschijnt er een enorme schubkarper uit het wier. De vis is keurig gehaat en zit aan de lijn die ik aan het binnen hijsen ben. Wat een ongelooflijke grote vis. We zijn ongeveer 2 meter bij elkaar vandaan. Ik schatte hem tussen de 18 en 22 kilo en minstens een meter lang.
Wat een monster. Ik schreeuwde Wout toe dat er een enorme vis aan zijn lijn zat en dat hij als de sodemieter, met een net, naar me toe moest komen. Na wat gehannes en acrobatische bewegingen, die net zo goed op in de Kama Sutra hadden kunnen staan, wurmde Wout zich in de andere boot met een net. De vis lag ondertussen niet stil en trachtte te ontkomen. Diverse uitvallen kon ik met de hand pareren maar op een gegeven moment, toen Wout net in de boot zat, brak de lijn. Dag vis. Gelukkig was het lood vrijgekomen en brak de lijn vlak boven de onderlijn af. Ziek van het verliezen van zo'n grote vis roeide ik met de rest van de lijnen naar de kant. Nadat Wout zijn lijnen weer schoon waren, werden ze opnieuw ingegooid over het wier heen. De wind blies echter de lijnen snel weer vast in het wier. Nadat 's-avonds Wout een uur bezig was geweest met het schoonmaken van de lijnen, besloten we om nog een keertje te gaan verkassen. Ditmaal slechts een 100 meter naar links waar het wier minder massaal aanwezig was. Ondanks dat we vol op de vis zaten, vonden we het niet meer verantwoord om ze op die stek te belagen. Het werd gewoon onmogelijk om nog een vis te landen met al dat wier aan je lijn. Vanaf de nieuwe stek kon ik gewoon mijn stek blijven bevissen alleen Wout moest een andere kant op vissen.

De volgende morgen is het tijdens de schemer raak. Een striemende fluiter op mijn hengel. Vlot de tent uit en drillen maar. Na korte dril weet ik een spiegel te vangen. Nadat de vis op de mat lag, daagde het me dat deze vis eigenlijk niet voor mij was maar voor Wout. Ik had dat ook kunnen weten toen ik zag dat het een spiegel was. We vissen als het mogelijk is aanbeet om aanbeet alleen was dat ik nu met m'n slaperige hoofd even vergeten. De hegemonie van de Mirrorman doorbroken maar dan wel door een, niet opzettelijk, slippertje van mijn kant. Sorry hoor Wout. Ik kon in ieder geval wel een spiegel van ruim 26 pond aan mijn palmares toevoegen.

Genietend van een bak koffie tijdens de dageraad, schoot Wout z'n hengel er, figuurlijk, vandoor. Na een korte maar stevige dril verscheen er een mooie schub aan de wateroppervlakte. 24 pond voor Wout. In de middag wordt er nog een vis verspeeld omdat de lijn afsnijdt op een scherpe steen.

Het blijft vervolgens exact 48 uur stil, terwijl de vis geregeld aan het paaien is. Wat daarbij opvalt is dat het steeds hele kleine groepjes vissen zijn die elkaar het hof maken. In elk pluk wier is wel een orgie aan de gang. Het zijn vooral de kleinere vissen, zo lijkt het wel, die zich uitleven.

De laatste van deze toch nog geslaagde sessie
De laatste van deze toch nog geslaagde sessie
Na 48 uur weten we twee vissen binnen een uur te vangen op het midden van de dag in de brandende zon. Een 24 ponds schub voor Wout en een 24.4 ponds schub voor mij. Dit blijken ook de laatste vissen van de sessie te zijn, want de volgende 48 uur blijft het weer muisstil.

Ondanks dat Salagou helemaal niet op de agenda stond, zijn we toch blij dat we deze keus hebben gemaakt. We kennen het water en dat maakt het er, na toch een teleurstelling in Tsjechië, wat makkelijker op. Na wat zoeken en verkassen hebben we dan toch een paar leuke vissen weten te vangen. Wat daarbij opvallen was, was dat het allemaal hommers waren.

Het zijn natuurlijk geen echte giganten, maar daarvoor moet je ook niet echt op Salagou zijn. Salagou is geen biggenwater als Orient, Du Der of Cassien. Natuurlijk zwemmen er op Salagou ook enorme grote vissen rond echter de spoeling is er een stuk dunner dan op vele andere wateren. Salagou is echter een water wat in je bloed gaat zitten en je weet het bloed kruipt waar het eigenlijk niet gaan kan. Wat ons erg op en gelijk ook tegen viel was dat er zeer veel fransen aan het vissen waren.
Nu is dat op zich niet erg maar tering wat maken die gasten er een puinzooi van. De lokale uitbaters van de diverse watersportbedrijfjes klagen steen en been over de rotzooi die op de kant en in het water(markers) worden achter gelaten. Je merkt dit vooral in de benadering door de uitbaters. Tegen ons waren ze zeer vriendelijk, op het moment dat ze door hadden dat we geen fransen waren, maar van de franse vissers hebben ze nu al de buikvol. Ik hoop maar dat dit in de toekomst niet voor al te grote problemen gaat zorgen maar ik houd een beetje mijn hart vast.

Weer thuis


Na een kleine 4800 kilometer parkeren we de auto laat in de avond. De trip, die niet geheel onbewogen was, zit er weer op. In de auto hebben we, uiteraard, zitten bomen over de afgelopen sessie. Een "beetje" gek moet je wel zijn om dit aantal kilometers te maken voor je hobby(is dat het nog wel?), echter het geeft wel een hele nieuwe dimensie aan het begrip lange afstandsvissen. En dat terwijl we gewoon op werpafstand visten en vingen.
In oktober staat er weer een sessie op stapel alleen rijd ik dan direct naar het zuiden.

Bonne peche
* Wout weet altijd en overal spiegels te vangen terwijl ze er nauwelijks zwemmen. Dit is nu al zo vaak gebeurd dat het geen toeval meer kan zijn. Vandaar de bijnaam Mirrorman
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox

 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer