On a mission... ?

Door: Mark van Balveren

Heb je hobby’s, vraagt ze ogenschijnlijk onschuldig? Niet wetend welk hekel punt ze onbewust aansnijdt. Nippend aan een glaasje goedkope huiswijn kijkt ze me afwachtend aan. Twee twinkelend blauwe ogen zijn op me gericht. Ze kan ook immers geen weet hebben vloek ik binnensmonds. Waarschijnlijk heeft ze de twee fotolijstjes op de schouw niet eens opgemerkt. Anders had ze deze vraag niet hoeven stellen. Het onderwerp hobby was dan duidelijk geweest. Half en half zou ik in deze fase van het gesprek een wat koelere blik verwachten en twee lippen welke quasi nonchalant zouden zeggen, oh vissen…

Ik vis op karpers, perste ik tussen mijn lippen door, onderwijl wijzend naar de bewuste foto’s. Het hoge woord was eruit. Ik had mijn best gedaan, ontkennen had geen zin meer. Ik vroeg me af hoe mannen met spannende hobby's als diepzeeduiken en bergbeklimmen het er nu van af hadden gebracht? Ze zou nu wel opzoek gaan naar een echte BadBoy. Een avonturier met halve stoppelbaard, gehuld in kleding met een hoog Camel gehalte. Jongens welke hun prakje klaarmaken boven een houtskoolvuurtje. Ruwe bolster, blanke pit. Vergeleken met deze "mannen" leidde ik maar een ogenschijnlijk saai bestaan. Vissen lijkt immers nog steeds te zijn weggelegd voor oude mennekes welke met een stompje sigaar in hun mondhoek voor 25 centen maden halen bij de plaatselijke vliegenvanger. Mannen turend naar een dobber welke maar niet onder wil gaan.

Hoe vaak had het die meiden niet moeite gekost om over hun lippen te kunnen krijgen, oh vissen, dat is een leuk! Doet mijn opa ook hadden ze eraan toegevoegd. Een statement van de eerste orde. Vissen is saai hoorde je ze denken. Je kon de teleurstelling haast van hun gezicht aflezen.

Nee, bewondering konden ze slechts opbrengen voor die "Camel en Malboro Boys". Jongens welke hun hele hebben en houden in een rugzak stoppen en de wereld rondreizen. Dat waren de mannen van avontuur was mij verteld. Vrouwen en karpers, yin en yang, water en vuur. Ik had me er al bij neergelegd. Het zou nooit goed komen. Soms had ik het woord hobby bewust omzeilt. Wat wil je ook wanneer er een blonde volschub naast je staat, wiens vrouwelijke rondingen je eerder doen denken aan "den Bull" in tweevoud en wiens azuurblauwe ogen spiegelden als het water van Cassiën? Even, in een ondoordacht moment verdween de karper dan uit m’n geest. Deze momenten duurden echter nooit lang. De karper in mijn hoofd laafde dan provocerend met haar flank langs ‘t pennetje, als wilde ze zeggen, nu is het wel weer mooi geweest. Gelijk een jaloerse vrouw welke concurrentie bespeurd...

Mark van Balveren

Aandachtig bekijkt ze de twee foto’s en doet een stap dichterbij. Ze kijkt me bewonderend aan. In haar ogen zijn duizend vragen leesbaar. Ik, niet gewend aan zoveel vrouwelijke aandacht voor mijn karperleven, neem pardoes een ferme slok van mijn Grolsch en pleeg een blik te doen opslaan zoals ik vaker doe wanneer het unster onverhoopt verder uitslaat dan verwacht.

Helaas komen beide momenten slechts zeer spaarzaam voor in m’n karperleven. De werkelijkheid is anders. De eeuwige vrijgezel en als het nog even doorgaat, de eeuwige student. Jaren had ik verkwanseld. Simpelweg omdat m’n hoofd te vol zat met karper. Bedenkelijk luisterde ik dan naar de preek van "zij die het beter plegen te weten". Beloofde elke keer verbetering, maar het was vechten tegen de bierkaai. Dweilen met de kraan open. Karper stond op nummer èèn. Soms ook ongewild, wanneer ik echt weer probeerde er iets van te maken. Alleen na elke winter kwam er weer een voorjaar. Onbedoeld gingen de goede beloften de kast weer in en kwamen de hengels er weer uit. Mijn leven bestond slechts uit het gehoor geven aan de roep van karper en het opboksen tegen haar tegenstanders, verweet een niet wetend wicht me eens. Zou ze daarmee toch iets van waarheid raken? Alleen op karper kon ik slecht boos worden. Al het andere welke mijn pad doorkruiste, al dan niet met de handen in de zij gestoken, moesten wèl het veld ruimen.

Ook deze keer vond ik mezelf weer terug achter een paar hengeltjes, een krachtige zuidwester in het gezicht. Golven beukten op de houten overbeschoeiing, het bootje lag aan de andere kant van het eilandje in de luwte. Hier op de plassen leek alles zo duidelijk. Alles werd weer in het enige juiste perspectief getrokken.

De laatste overgebleven voornemens, welke onmisbaar creaties waren geweest van een gekooide geest, liet ik meevoeren met de zuidwesterwind. Dat luchtte tenminste op. De toekomst had grote plannen, maar hield geen rekening met wie ik nu eigenlijk was. Ik was immers maar een vissertje en vissertjes waren nu eenmaal gemaakt om te vissen. Hoeveel gesjeesde karpervissende academici kende ik nu al? Eèn hand was te weinig om ze te tellen.

De veenplassen hadden altijd al een niet nader definieerbare uitwerking op me gehad. Hoe vaak was ik niet in de trein blijven zitten terwijl ik allang uit hoorde te stappen? Hoe vaak had ik me dan niet vergaapt aan het vrouwelijkschoon op Hoog Catherijne, onderweg naar het busstation om lijntje 140 te pakken? Op weg naar Piet. Daar waar ik m’n schooltas onder tafel schoof en waar mijn eerste bakkie koffie van die dag zonder vragen voor me werd neergezet. Z’n moeder zat achterin het visserscafeetje en groette steevast met enige stemverheffing. Een blik van herkenning in haar ogen. De jongens van De Wit, mompelde ze en richtte zich weer verder op haar breiwerk. Vaak nam ik even een roeibootje mee en roeide tussen eiland 4 en 5 de plassen op. Het bootje meerde ik aan in de luwte van 7. Herinneringen van veel visplezier kwamen daar terug. Elk stekje had z’n verhaal. Altijd wanneer ik voor een belangrijke beslissing stond vond ik mezelf hier weer terug. Het was ook nu niet anders.

De blonde volschub werd kansloos verspeeld in een obstakel. Het deerde niet, ik zat toch al lang en breed met mijn muts op aan de waterkant. Likte de wonden en bezwoer op Walton dat ik een missie had te volbrengen. De drang naar karper was deze keer groter geweest. Aan karpers weet je nooit wat je hebt. Die onvoorspelbaar-heid is vaak de grootste aantrekkingskracht . Soms is het dan maar beter om met wat minder genoegen te nemen in het aardse leven. Dan blijft er tenminste nog iets over om bij weg te zwijmelen in een waterig zonnetje achter een paar hengeltjes. En ach, alles op z’n tijd. Komt tijd, komt karper…


Mark van Balveren

Don’t care what people say

Just follow your own way

Don’t give up and use the chance

To return to innocence (Enigma)

 


 Mark van Balveren

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox