Artikelen
Het mysterie van de rivier
Is het nog toegestaan om anno 2005 ook maar een fractie van een seconde te denken aan een grote karper? De jacht op grote monsters is met de jaren langzaam veranderd in een ordinaire jacht op ponden. Tot in zulke extreme vormen zelfs, dat men tegenwoordig voorzichtig moet zijn met een uitlating in de trant van: “Ik vang ze liefst zo groot mogelijk”. Voor je het weet ben je een pondenjager, vleesaanbidder of foto-album-visser. In de tijd van Rini Groothuis deed men niets anders dan het jagen op zo groot mogelijke karpers. Neen, niet voor de foto’s, maar voor de kick natuurlijk. Iedere visser vangt ze liefst zo groot mogelijk.En daar is niets mis mee hoor. Zolang de insteek en de beweegredenen voor die specifieke jacht maar om de juiste redenen is. Helaas is dat romantische wereldje van gigantische mysterieuze monsters binnen onze tak van de hengelsport een beetje verloren gegaan, omdat deze juwelen van varkens tegenwoordig ook een andere functie te vervullen hebben: Het strelen van een ego. Welnu, ik ga me er weinig van aantrekken. Een groot deel van de romantiek zit hem bij mij nog steeds in het mystieke van enorme karpers. Hoe ik dan genoemd word maakt mij verder niet uit. Pondenjager, of romanticus? Twee compleet verschillende redenen,en ik hou het even bij het laatste.
Dag één – Op jacht naar een mysterie
Een zonnige, vooral hete vrijdagmiddag. De jacht naar een Frans riviermonster is met het nieuws van vier uur –het startsein om van mijn werk naar huis te sjeezen, zodat de hele handel bij elkaar geraapt kan worden- officieel geopend. Roger moet al een aardig eind onderweg zijn uit het Limburgse. Hij rijd graag in zijn auto, had ie ooit gezegd, dus die twee uur vanuit Limburg naar hier kan ook nog wel bovenop de gebruikelijke vijf uur naar de Franse rivier.
Een zenuwachtig gedoe rond de pinautomaat, een lange rit in de avond en een hele berg “Dire Streets” als oorverfrissende afleiding brengt ons in de nacht op een plek waar we graag zijn. Een jaagpad langs de rivier, gehuld in een dikke plak mist en duizenden konijnen. Dit keer gaan we het monster van de rivier, ofwel het “mysterie van de Seine” -zoals wij dat op bijna respectvolle manier uitspreken- temmen.
Iedere rivier heeft een mysterie. Een karper welke nog nooit eerder in aanraking is geweest met een bal deeg/stuk staalcombinatie. Een enorme karper die diep weggestopt zit tussen het immense oerwoud van takken en stukken boom, diep onder water. Een karper die zijn hele bestaan in de laatste halve kilometer rivier tot aan de stuw doorbrengt, omdat daar geen scheepvaart meer is, en omdat het daar zo lekker diep is. Het mysterie wacht op ons.
Aan al het zoeken, alle frustraties en alle wanhoopsdaden om een grote karper ergens uit het onbekende van Frankrijk te plukken is drie jaar geleden abrupt een einde gekomen toen ik voor de eerste keer aan de oevers van de rivier stond. Dit was af. Alle Franse ellende droop van mijn lichaam, het altijd stromende rivierwater in. Alles wat ik zocht in mijn karperleven heb ik in een fractie van een seconde gevonden. De eerste keer met Roger heb ik me kostelijk vermaakt. Mijn grootste Franse karper ooit al na één nacht vissen op de rivier. Tijdens een korte stop ergens op een verlaten Franse weg op de heenreis naar de rivier ben ik al overrompeld door een geweldig avontuurlijk gevoel. Een gevoel welke ik na de eerste paar keren dat ik in Frankrijk was niet meer had. Die bewuste heenreis bracht ons dieper Frankrijk in dan ik voorheen gewend was, en richting een rivierengebied. Mijn eerste mysterie van de rivier, een geweldige spiegelkarper van net geen meter volgde de tweede keer. Vuistgrote schubben schitterden in het flauwe maanlicht. Net geen meter. Wel dé karper waarvoor ik naar de rivier kom. Ik zou hier nooit meer weggaan.
Het begon allemaal tegen het eind van een zeer lange zaterdagmiddag, wanneer ik wat wezenloos rondslenter met de handen in de zakken op de inmiddels leeggelopen karperbeurs in Zwolle. De meeste karpervissers zijn al vertrokken, bijna allemaal afgeladen met koopjes en andere snuisterijen. Tijd om Laurens op te zoeken en te vertrekken. Op dat moment word ik op mijn schouder getikt. In onvervalst en onverstaanbaar Limburgs stelt een Limburger zich voor: “Roger, van de chat”… “We zouden het nog uitgebreid over karpervissen hebben, weet je nog?” Natuurlijk weet ik het nog…We zakken beiden af naar de dichtbijzijnde krukken, en al heel snel ontwikkeld er zich een interessant gesprek. Ik vertel over mijn omzwervingen in het Franse. De tientallen fiasco’s op putjes waar we ooit eens met toeval op zijn komen rijden. De enkele hoogtepunten in de vorm van “toch nog een karper in deze drie verschrikkelijke dagen”. De positieve wending van het afgelopen jaar. Het zoeken naar het onbekende heeft zijn tol geëist. Door mijn koppigheid heb ik steeds weer de bekendere wateren gelaten voor wat ze zijn. Succesverhalen of niet. Ik vertel over het dode Frankrijk-spoor waar ik inmiddels op zit. Roger is het afgelopen jaar voor het eerst in Frankrijk geweest. Naar de rivier. Hij stelt me en passant voor om eens een keer met zijn tweeën te gaan. Naar de rivier? Ik? In Frankrijk? …Daar had ik eigenlijk nog nooit bij stilgestaan…Een afspraak voor april is snel gemaakt. We schudden elkaar wederom de hand, en vertrekken beiden huiswaarts.
Hoe hij het voor elkaar kreeg weet ik tot op de dag van vandaag nog steeds niet. Exact om 17:00, volgens afspraak staat Roger na een rit van twee uur vanuit het Limburgse bij mij op de stoep. Al snel geraakt hij in gesprek met mijn ouders over het karpervissen, terwijl ik nog wat laatste spullen uit de schuur sleep. Om half zes vertrekken we richting betere oorden. Het land van stokbrood, wijn en grote karpers. Nieuwe Franse ontwikkelingen stapelen zich vervolgens in sneltreinvaart op. Ik was al verslingerd aan Frankrijk. Nu ben ik rivierjunk. Het stromende water heeft mij alles te bieden, wat ik in de voorbije jaren niet heb kunnen vinden in Frankrijk. In één woord samengevat als “goudmijntje” …Zoals we dat altijd zo graag noemen.
Inmiddels zijn er twee jaar riviervissen verstreken. Twee gouden karperjaren, met hele mooie karpers.
Ik leid Roger door het doolhof van jaagpaden, de hinderniskonijnen en de mist naar een stek, welke ik een aantal weken ervoor min of meer bij toeval had gevonden. Rogers auto word de stek op gedraaid, en heel even later staan we te genieten van de aankomst, de frisse nacht, en het dompige, eeuwig kabbelende water. Een perfecte stek. De rivier maakt hier over een honderd meter een flauwe bocht, waardoor aan onze kant een smal talud is ontstaan boordevol karpervreten. De boilies gaan erin, twee andere –voor ons inmiddels bekende- stekken worden ook voorzien. Rond twee uur in de nacht worden de stretchers ergens in het gras geploft, en vertrekken we na de koffie richting betere oorden.
![]() |
Het stadje waar Marcel
Rouviere ooit met zijn kruiwagen |
Het stadje waar Marcel Rouviere ooit met zijn kruiwagen gevuld met karper naar de plaatselijke slager liep, en waar later de laatste etappe van de Tour de France zou vertrekken, bruist van het leven de volgende morgen. Zoals gewoonlijk begroet iedere Fransman onderweg naar de bakker voor vers stokbrood elkaar. Ze kennen elkaar niet, maar toch kent in Frankrijk iedereen elkaar. Een gedeprimeerde vergunningenboer voorziet Roger van de nodige papieren, en verteld ons dat we gewoon overal kunnen nachtvissen. Overal? Van hém mag het. Het ooit met karpervissers overspoelde gebied is verlaten. De Garde de Peche heeft geen boodschap meer aan nachtvissers. De politie doet de moeite niet meer, de jaagpaden af te rijden op zoek naar die enkele buitenlander, die stiekem toch een hengel uitgooit na zonsondergang. Het paradijs is voor ons alleen. Sinds de grote verhuizing van Franse rivierkarpers naar oorden waar ze dachten een betere toekomst zouden hebben; De commerciële meertjes, is het rustig aan het stromende water. De grote karpers zijn verdwenen, de jus is er voor veel karpervissers waarschijnlijk vanaf. De plaatselijke bakker zorgt voor de nodige stokbroden en croissants. Onmisbaar in Frankrijk natuurlijk.
De visserij op de Franse rivier bestaat wat mij betreft uit met name in de nacht vissen, en overdag rondrijden op zoek naar stekken, karpers, en Franse bezienswaardigheden in de vorm van rochelende oude Fransmannen, of afzichtelijke Franse vrouwen, die door de verlaging van de normen in zo’n vierdaagse toch wel wat schoonheid hebben. Uiteindelijk blijkt deze manier van vissen, met relatief weinig visuurtjes in een sessie een stuk productiever dan het vierentwintig-uurs-stek-plak-vissen. Tegen het eind van de middag worden de stekken voor de komende nachten bevoerd. Het geheim van een goede voerstek is ook op de Franse rivier goed merkbaar. In het rivierengebied hebben we min of meer een vaste “croissantplek”. Een klein schiereiland, met uitzicht over een meer. Een aangename lunchplaats.
Als een half levende kip hang ik diezelfde middag met ontbloot bovenlichaam uit het opengedraaide raam van de auto, wanneer deze het zoveelste jaagpad langs de rivier op draait. Het is najaar, met zeer zomerse temperaturen. De “bomenstek” word aangedaan voor een voerbeurt evenals de “eindstek”. En passant moeten we noodgedwongen blussen in het koele Seine-water. Hoe ver zou ik me op dit moment hemelsbreed van een meter riviermysterie bevinden? Ik kijk naar rechts, richting de stuw vier kilometer van hier. Een ondoordringbare haag van overhangende struiken aan de overkant verdwijnt richting mysterie. Ik laat me langzaam met de stroom mee afzakken.
Frankrijk, mijn land. Land van grote karpers. Land van stokbrood en wijn. Land van jaagpaden langs idyllische rivieren, en kilometers tolweg langs monotone landschappen. Land van diep in de bossen vertier zoekende gezinnen. Land van Lance Armstrong. De eerste keren waren voldoende voor het besluit hier eeuwig rond te dwalen. In een donker appartement op de derde verdieping zit ik in mijn prille Franse jaren te bomen met een lotgenoot. Zwijgend luistert hij naar mijn verhalen over mijn eerste keer in het Franse. Het boek van Rini Groothuis ligt open op tafel. Sjef van den Hoven met zijn enorme Cassien-karper spreekt boekdelen. Ik vertel over een blauw stuwmeer in Noord-Frankrijk, met groene heuvels omzoomd. Gierende beetverklikkers op één van de allerdonkerste plekken waar ik ooit ben geweest, en bezoek tot vroeg in de ochtend van wilde zwijnen en vossen. Kogelronde spiegelkarpers. Even was het stil. …“Wanneer gaan we?” had hij mij gevraagd. In april zouden we weer gaan. Het keerpunt in mijn karpervisserij. Drie nachten om nooit meer te vergeten, en een Franse toekomst in het vooruitzicht.
![]() |
“Land van Lance Armstrong”,
genomen tijdens een |
Hoog tijd om ook eens te gaan vissen.
Tussen de konijnen. De laatste etappe brengt ons richting
de stek welke we de afgelopen nacht als eerste hebben bevoerd.
Asfalt gaat langzaam over in een karrenspoor.
Als er maar niemand zit. Zoals iedere sessie, iedere nacht,
begint het te kriebelen wanneer we de te bevissen stek naderen.
Als er in godsnaam maar niemand zit…
Een enkele keer hebben we het eerder meegemaakt, dat dat
éne andere duo de bevoerde stek hebben gekozen.
De stek welke we voor de eerste nacht hebben gekozen is
de stek waar we de meeste kans hebben dat er iemand zit.
Mijn eerste kennismaking met de stek is dan ook tegelijkertijd
het weerzien van twee Hollanders. Herman zat –ergens-
op het stuwstuk van de centrale, had ie toen gezegd. Na
een flink hobbelige rit langs enkele gekende stekken, waaronder
de stek waar ik collega-karpervisser Herman in het voorjaar
trof zijn we langs het stuk rivier af komen rijden, waarvan
ik altijd heb gedacht dat je er niet mag komen. De laatste
twee kilometer kans om Herman tegen te komen, bij te praten
onder het genot van een kronenbourg, en vanaf Herman’s
stek het begin van onze sessie te luiden. Wanneer we de
laatste bocht in draaien treffen we Herman aan, urinerend
tussen de vegetatie. Even verderop parkeren we de auto op
Herman’s kamp, en mogen we ook Leo de hand weer schudden.
Er bestaan geen betere plekken op aarde om bevriende karpervissers
de hand te schudden dan in de wildernis van een Franse rivier,
ergens pakweg vijfhonderd kilometer van huis. Ik sta me
stilletjes te verbazen over de schoonheid van dit tot op
heden verboden gewaande stuk rivier, en besluit om ook hier
in het vervolg eens een hengel of drie in te smijten
Een grote ton welke ook goed als auto
door zou kunnen gaan, laat ons even schrikken.
Het was het volgende open gat…
Nauwelijks van de schrik bekomen, draaien we de stek op,
en constateren we dat er maar liefst drie Hollanders zijn
aangekomen. Driewerf shit. Eerste nacht naar de knoppen.
Eén van de drie vrolijke Hollanders begint spontaan
in gebrekkig Frans tegen ons te praten. Ik roep hem een
halt toe door in mijn beste Nederlands te vertellen dat
ie best Nederlands tegen ons kan praten. Een gesprek begint
vrij snel op gang te komen.
Hadden we eigenlijk een plan twee? Wat gingen we doen als
we op de eerste stek niet zouden kunnen vissen?
De twee andere voerstekken zijn beslist voor later. Beide
stekken beginnen juist beter op gang te komen wanneer er
reeds enkele dagen is gestrooid. Wanhopig wacht ik af tot
Roger met een meesterlijk plan komt. Of ik? Te moe om te
denken. We weten het even niet. Na behoorlijk langdurig
spoedberaad zijn we het erover eens dat we de eerste nacht
min of meer als verloren kunnen beschouwen. Instant vissen
en lekker slapen. Misschien hebben we geluk. De meeste kansen
op een instant-monster kunnen we verwachten op de grote
plas, pal achter de rivier, pal achter de stek van de drie
Hollanders. Pal achter onze voerstek waar we zoveel vertrouwen
in hadden. Roger ziet het zitten, ik totaal niet. Roger
ziet het altijd zitten. Ik bijna nooit. Er staat een zuidwester
recht op onze kant. We kiezen beiden een stek, zomaar ergens
op de windkant. Eén hengel klem voor de kant, één
hengel een klein stukje verder. Dit heeft niets met vissen
te maken. Ik berust me met de gedachte dat deze nacht een
oplader moet worden voor de komende nachten, waarin niets
meer verkeerd gaat, en waarin we alles uit de kast gaan
halen. Lamlendig laat ik me op mijn stretcher vallen. Wat
doe ik hier?
![]() |
We kiezen beiden een stek, zomaar ergens op de windkant. |
Middenin de nacht word ik wakker van een gillende optonic, direct gevolgd door een luidkeels gekrijs van Roger’s kamp; “Heeeeeee!”. Ik vang een klein spiegeltje. Of ik dit moet ervaren als een gelukzalig gevoel voor een nacht die toch nog goed is gekomen, of als een domper van een toevalstreffer die zowaar op de juiste tijd en op de juiste plaats aanwezig was weet ik niet. Dat ik karpers liever op een andere manier vang, staat al als een paal boven water. Op het moment van drillen ben ik een blij mens. En daar gaat het uiteindelijk om. De volgende morgen, na de koffie, en na het bezoek aan onze drie Hollanders begint wat mij betreft het karpervissen en het zoeken naar een paar klompen goud.
Dag twee; De stek der stekken en het verspelen van een denkbeeldig mysterie
Het gras van de buren is altijd groener. Aan de linkerkant van de snelweg is het altijd rustiger. En de overkant van de rivier is altijd mooier. Dat is op “onze” rivier niet anders. Het probleem is meestal dat de overkant ook mooier is, wanneer we aan de overkant zitten. Je rijd je een ongeluk over al die bruggen. Aan de overkant van de rivier, ligt een grote zwaaikom voor schepen. Links hiervan zou een grote ondiepte moeten zijn, welke is ontstaan door het woelen van de scheepsschroeven. Dé plek voor karpers die even in de warme herfstzon willen genieten. Dé plek om de tweede dag met een bezoek te vereren voor uitgebreid onderzoek. Eén karper is voldoende om de plek één van de vier nachten te bevissen. Zo gezegd, zo gedaan. De complete hindernisbaan word probleemloos gereden om onze plek te bereiken. Vanaf een rotspunt op de hoek van de inham word duidelijk dat het om een enorm ondiep plateau gaat. Helemaal achterin de hoek waar het water weer overgaat in iets dieper water, staan de restanten van waterplanten. Daar liggen onze karpers. Inclusief een meter mysterie. We voelen het. Het kan haast niet anders. In ijltempo worden alle kleren –behalve de onderbroek, want zelfs in dit verlaten deel van Frankrijk komt zo af en toe nog een verdwaalde wezenloos- in de struiken gegooid, en zwemmen we richting de plaat. We hebben er plezier in. We zijn bezig met iets wat met karpervissen te maken heeft. Eenmaal aangekomen op de plek der plekken, stappen we fanatiek de plaat op, en laten ons meteen weer voorover vallen, omdat we beiden tot aan de middel zijn weggezakt in de “plaat”. Een vieze, levenloze, bijna vloeibare laag prut. Honderden gasbellen knappen aan het wateroppervlak. De twintig centimeter laag water gaat langzaam over in prut. Stilzwijgend, maar beiden ietwat lacherig schakelen we over op een flinke portie “modder-borstcrowlen”. Slechts twintig meter is de oversteek naar het iets diepere deel. Slechts twintig meter zijn we verwijderd van de stek der stekken. Modderzwemmen is vermoeiend en goor kan ik je vertellen. Het kan dagen duren voordat de lucht van stinkende drap enigszins verdwenen is van je lijf. We ploeteren ons een weg naar het diepe. Een brasem die zoiets nog nooit in haar leven heeft meegemaakt begint wat nerveus heen en weer te zwemmen over de baggerplaat, en kiest uiteindelijk eieren voor haar geld. Roger is iets sneller dan ik. Mijn korte armpjes zijn niet goed opgewassen tegen dit soort inspanning. Aangekomen achter de ondiepte laten we ons opgelucht in het schone en diepere rivierwater zakken. Heel voorzichtig, want we zijn hier uiteindelijk om karpers te spotten. Onze ogen zijn op de struikenrand tegen het eind van de baai gericht. Het ruikt daar naar karper, je voelt ze bijna. Hoe inspannend we het water ook afturen, tot onze grote teleurstelling, en geheel tegen de verwachting in, zien we niets, helemaal niets. Geen spoor van wat voor vis dan ook, geen boeggolven, geen blauwe vlekken onder het wateroppervlak. We kijken elkaar aan. We hadden het kunnen weten. Hoe vaak zijn we al niet met de allergrootste moeite op een plek gekomen, waarvan we zeker wisten dat ze er wel moesten liggen? Hoe vaak hebben we al niet naar hotspots met omgevallen bomen, plukken wier, en plompenvelden staan turen naar dat ene beetje leven? Nog nooit in mijn leven heb ik een rivierkarper zonnend kunnen spotten. Tientallen keren hebben we moeten toegeven dat zelfs op de allermooiste plekken begroeid met plompen, wier en overhangende bomen waar we zijn geweest niets te zien valt. Tientallen keren weten we echter weer zeker dat we ze zullen aantreffen. Ooit zal ik er één vinden. Rivierkarpers houden waarschijnlijk niet van liggen tussen de obstakels of in de zon. Of we kunnen gewoon niet zoeken. Melig zwemmen we terug naar de modder-oversteekplaats, en laten we ons protesterend met een plons in de prut vallen. Wie het eerst terug is. De prut spat metershoog op, twee sporen blijven waarschijnlijk de komende drie dagen nog staan, als bewijs dat er in al die jaren daadwerkelijk mensen zijn geweest die er hebben gezwommen! Melig stappen we de kant op. Wanneer we naast elkaar staan uit te druipen, bulderen we beiden in lachen uit. “Dit was ongetwijfeld het meest krankzinnige wat ik ooit heb gedaan om karpers te zoeken” …Ik knik, en lach me kapot. De stank moet tot in Parijs waarneembaar zijn. We stappen de auto in, en zijn onderweg naar ons tweede project voor vandaag.
Het is inmiddels najaar. Dit betekent dat grote plakken wier beginnen af te drijven richting de stuw, alwaar het zich voor een deel ophoopt en afzinkt. Dit jaar is het helaas wat minder met de stroming en het wier, maar de vermoedens dat er zich karpers beginnen te verzamelen bij de stuw, brengen ons tegen het eind van de middag naar “the place to be”. Een nieuw vermoeden wordt terstond bevestigd door twee springende karpers in de luwte van de halve kilometer rivier waar geen scheepvaart meer komt. Twéé springende karpers, gewoon overdag! Dat maak je op dit stuk Franse rivier dus echt nooit mee. Dit zou de plek moeten zijn voor een close-encounter met een meter riviermysterie. Waarom zouden die grote lompe spiegels zich met de groepen kleinere vissen door de vaargeul verplaatsen? In de luwte van de stuw is geen scheepvaart, amper stroming, voldoende diepte en een hele berg vreten. Bij het zien van dit stuk water zie je als het ware die enkele varkens rondzwemmen in het diepe. Enthousiast geraakt door de springende karpers, en onze bedenksels, wordt ook hier drie kilo karpervoer uitgestrooid. Dé stek waar we ook zeer zeker overdag blijven hangen, omdat de kansen hier overdag –in tegenstelling tot de rest van het stuwstuk- een behoorlijk stuk groter moeten zijn. Onderweg naar de twee andere voerstekken voor vandaag word er druk gespeculeerd over de “stuwstek”. We zijn het erover eens dat het daar gaat gebeuren. De bekroning op een leuke vierdaagse in de laatste nacht.
Een oude bekende, ook een rivierliefhebber
komt ons tegemoet lopen, wanneer we met de zakken boilies
richting de voerstek voor de één-na-laatste
nacht lopen. We hadden het al gezien. Een Nederlandse auto.
“Die kan maar van één iemand zijn”
…had Roger halverwege nog gemeld. Een gevoel van opwinding
mengt zich met teleurstelling. We kunnen er slechts om lachen
nog. Nog geen twintig meter van onze stek af, heeft onze
oude bekende zich op een plek gezet, compleet met drie karperhengels,
een matchhengel en bijbehorende witvisser; zijn vader. Een
flesje kronenburg word snel in mijn handen gedrukt. Roger
drinkt geen bier, alleen koffie. Liters tegelijk als het
even kan. De binnenkant van zijn maag zou er ongeveer hetzelfde
uit moeten zien als de binnenkant van mijn vertrouwde nooit
afgewassen koffiebeker, maar dan iets ranziger. Na de nodige
“Hallo”, “Tijd niet meer gezien”,
“Hoe was je jaar” en “Wat zie je er goed
uit” –dialogen met onze oude bekende, zitten
we al snel te bakkeleien over wat we nu in godsnaam weer
moeten gaan doen. Onze oude bekende blijft de komende dagen
nog wel even zitten, en het plan om ons laatste nachtje
met zijn drieën door te brengen op dit kleine stukje
rivier is sneller van de baan dan het ontstaan is. Now what?
De voerstek voor de laatste nacht laten we na kort overleg
liggen. Die krijgt straks nog een dosis. Deze stek is gewoon
op haar best na een aantal dagen voeren, en zeer zeker niet
na één voernacht. Feit is dat we in ieder
geval HIER niet meer gaan voeren… Onze oude bekende
denkt mee. Vader vangt zich inmiddels zijn zoveelste kopvoorn.
Ik kijk verlangend naar het koele Seine-water, waar ik vandaag
beslist nog een duik in ga nemen. En waar ik –ondanks
alle pech tot nu toe- deze keer toch echt een meterlange,
van spek druipende spiegelkarper ga vangen. De meeste monsterkarpers
komen trouwens bij iedereen sowieso in die sessies waarin
niets goed lijkt te gaan, dus eigenlijk hebben we met alle
pech tot nu toe best wel geluk gehad. De schemering zit
er langzaam aan te komen, en we moeten toch echt tot een
besluit gaan komen.
Roger zegt dat ie het weet, maar hij vermeld erbij dat ik
het waarschijnlijk niet met hem eens ben. Wat dan?
-“Waar hebben we net twee karpers zien springen?”
“Ik weet het, maar ik heb daar liever één
of twee dagen voer op liggen”
-“Ik zei toch dat je het niet met me eens bent?”
Ik probeer een beter idee te bedenken. Wat voor beter idee?
Omdat we de bomenstek zonder twijfel willen laten liggen
met extra voerdagen, wordt het weer een instant visnacht.
Waarom dan inderdaad niet op de plek waar we karpers hebben
zien springen? Zou dat in de eerste plaats al niet het beste
idee zijn geweest? Ik weet het niet meer. Ik draai de knop
op nul, en zeg tegen Roger dat we inderdaad bij de stuw
moeten vissen vannacht. Roger knikt. We nemen afscheid van
onze oude bekende, en we stappen weer de auto in, ditmaal
écht voor de laatste rit vandaag. Wie had dat karpervissen
ook al weer uitgevonden?
Wanneer de schemering eenmaal is begonnen,
wanneer de koffie net klaar is, en wanneer het zo stil word
dat we slechts het klaterende water van de stuw nog horen,
begint mijn vertrouwen in deze nacht een enorme oppepper
te krijgen. Roger had al vertrouwen. Heeft ie altijd. Ongelofelijk.
In de schemering heeft de stek iets aparts. Het gevoel van
“op enorme karpers zitten te vissen” is bij
mij nog nooit zo sterk geweest als in die avond. Een rechthoekige,
enorm diepe lange bak water ligt middenin het Franse mooie
landschap grote karpers te herbergen. We praten tot in de
nacht over die paar monsters die op het moment hier MOETEN
zitten. Wanneer de kleinere karpers in het donker massaal
de rivier afzwemmen, blijven de mysteries achter op plaatsen
waar ze in alle rust aan hun voedsel kunnen komen. We zitten
op zo’n plek.
We voelen het, we weten het en het is zo.
De lucht word paars met geel.
We beginnen te fluisteren.
In het midden van de bak water een enorme plons…
Afkomstig van een meter riviermysterie natuurlijk.
We praten elkaar de allerhoogste verwachtingen aan.
![]() |
| De lucht word paars met geel.
Wij beginnen te fluisteren. In het midden van de bak water een enorme plons… |
Een auto met daarin een groep Franse jongeren stopt even bij ons. De bestuurder vraagt of we uit Holland komen, en of we hasj willen verkopen. Zwijgend knikt Roger nee. De bestuurder kan zijn oren niet geloven. Uit Holland, en geen hasj te koop? In verwarring en helemaal van de kaart vervolgen de Fransen hun weg. We lachen. Wat een reputatie hebben wij Hollanders in Frankrijk.
Die nacht kan ik moeilijk in slaap komen. Het laatste beeld van de stek blijft door mijn gedachten gaan. Een rimpelloos wateroppervlak in het aardedonker. Geen enkele beweging van vis, zelfs geen kopvoorn. De stilte van de nacht word slechts heel sporadisch doorbroken door de klap van een karper, ergens in het midden. Nog geen stoot gehad. Onmiskenbaar de tekenen dat we op goud zitten deze nacht. Slechts één beet verwachten we. Eén beet van een klomp karpervlees, welke we met moeite de kant op kunnen sleuren. Half wakker, half in slaap speelt het scenario zich in flarden af door mijn hoofd.
De traag op gang komende beetverklikker in een decor van absolute stilte.
Absolute stilte met slechts het monotone geluid van water.
Na tien minuten een geruisloze en grote kolk aan het wateroppervlak.
Na tien minuten uit de diepte gepompt.
Twee minuten weer geen leven te zien.
Slechts het zingen van de lijn en het trage gebonk op de hengel verraad een karper.
Een laatste trage en diepe kolk.
Een enorme baal karper word met moeite de laatste meters richting het landingsnet getrokken.
De karper geeft geen krimp meer. Afgetaaid door zijn lange leven als riviernomade geeft het zich over.
De inhoud word met twee personen de kant op gedragen. We hebben er plezier in.
Dan val ik uiteindelijk in een diepe slaap. Gedachten worden dromen. Grote karpers blijven hoofdonderwerp.
Het moest gaan gebeuren. De uren verstreken
in de loop van de nacht, en het tijdsdeel tot de verwachtte
aanbeet werd steeds korter. Rond vier uur komt de beetverklikker
van mijn verste hengel heel traag op gang. De meest traag
accelerende aanbeet ooit. Van een bliep per seconde heel
traag naar een bloedstollende krijsende run. Op het moment
dat ik de hengel uit de steun pak, staat Roger al naast
me. In een fractie van een seconde komt hele scenario weer
terug in mijn gedachten. In een fractie van een seconde
hoop ik, vermoed ik, en weet ik zelfs dat dit de karper
van mijn leven is. In een fractie van een seconde realiseer
ik me dat ik een meter riviermysterie aan de andere kant
heb.
Een gevoel van voldoening mengt zich met een gevoel van
onrust.
Vijf seconden staan we zwijgend te luisteren naar het zingen
van het nylon, en het ratelen van mijn slip. Dan breekt
zomaar uit het niets de lijn…
Als aan de grond genageld kijk ik van de top van de hengel
naar de plek waar de karper er ongeveer aan heeft gezeten.
Een schamele “shit” is het enige wat ik nog
kan uitbrengen. Roger doet wat een vismaat altijd doet wanneer
zijn maat de karper van zijn leven heeft verspeeld, een
shaggie opsteken en even snel pissen.
Zelfs wanneer de hengels op exact de juiste plekken liggen, wanneer het aas en de voerstek in orde is, wanneer een grote karper even op de voerstek rolt, en wanneer het vertrouwen mijlenhoog is, omdat je voor je gevoel perfect aan het vissen bent, blijft daar altijd dat ene kleine kansje op verspelen. Als eindelijk na de nodige allerhoogste verwachtingen die ene beet komt van de superstek, dan nog kan het helemaal verkeerd gaan. Wanneer je na een hoop pijn en moeite, rondrijden, voeren, en analyseren eindelijk met een bak koffie achter de op goud liggende hengels zit, is er nog altijd die kleine gedachtegang waar je onrustig van word. Die ene aanbeet…de enige kans. Die ene aanbeet…Wanneer je die ene aanbeet verkwanseld, hoef je niet meer te hopen op een tweede aanbeet. Het kan wel, maar het positieve gevoel van “hopen” word dan immer weer verstoord. Ook die tweede aanbeet is slechts een kans op een karper. Eerst moet die tweede nog komen, en dan moet de karper ook nog eens zonder problemen het net in komen. Hoe groot is die kans rond half vijf in de morgen nog?
In ijltempo word de eerste de beste onderlijn uit de doos gegraaid, voorzien van het eerste de beste stuk lood. De hele handel gaat weer terug het rivierwater in, en moedeloos laat ik me vervolgens in de slaapzak storten. Slechts twee nachten nog. We hebben een positieve wending nodig na de afgelopen dagen en minuten. Het vertrouwen in de stuwstek is al lang verdwenen. Mijn hoop is gevestigd op de bomenstek en de laatste nacht, die nog steeds helemaal open staat. In het midden van de diepe bak water rolt een karper. Waarschijnlijk de laatste. Waarschijnlijk om te zieken.
Dag drie; De vertrouwde bomenstek
De hele volgende –zonnige en stikwarme- dag zitten we nog steeds te vissen op de stuwstek. Roger heeft er nog steeds vertrouwen in. Ik ook een heel klein beetje. De rivier is niet bepaald een dagwater, maar deze plek is wél de enige waar we ooit overdag karpers hebben zien springen. De bakken koffie volgen elkaar in rap tempo op. De boilies worden vervangen door deegballen. Om beurten lopen we eventjes richting de stuw, om te kijken of er niet een paar karpers klem tegenaan liggen, te bakken in de zon. Af en toe een duik achter de stuw zorgt voor wat afkoeling. Weer een staalblauwe lucht met overvloed aan zon. Een te verwaarlozen zuidwestenwind. Ik troost me met de gedachte dat de karper die ik vannacht verspeelde, de enige kleine schub was, tussen de handvol monsters. Een verdwaalde riviervis die eigenlijk met zijn maatjes de vaargeul op had moeten trekken. Als er al monsters hebben gezeten hier. Het daglicht maakt ons een stuk nuchterder. Of misschien is reëel wel het juiste woord…
![]() |
| Weer een staalblauwe lucht met
overvloed aan zon. Een te verwaarlozen zuidwestenwind |
Ik kan niet geloven dat ik op deze dag met Roger over vrouwen en relaties aan het praten ben. Dezelfde Roger die vorig jaar onderweg naar de rivier aan mij vertelde dat hij beslist geen vriendin zou willen hebben, omdat hij karpervisser is. Karpervisser tot in het extreme. Karpervisser tot in de kist. Om de vijf minuten in ons gesprek kan ik een schamele glimlach maar nauwelijks onderdrukken. Een vriendin! Het kan verkeren…
Karperplannen zijn er nog steeds, weliswaar een flink tijdsdeel naar voren geschoven. Ongelovig moet ik toezien hoe Roger zijn romantische sms’jes van vriendinlief nog romantischer aan het beantwoorden is. Nog ongeloviger hoor ik het lieve, bijna misselijk makende gezwijmel met vriendinlief aan de telefoon. Dat was dan twintig minuten met de mobiel uit het Franse, mag ik even vangen? Ontsteld hoor ik Rogers plannen om volgend jaar met vriendinlief samen de oevers van de Franse rivier te betreden aan. Waar is de Roger van vorig jaar? Waar is de fanatiekeling die met twee graden onder nul het water in zou springen om een karper op te halen? Hoe zit het met de plannen om een Cassien-karper te vangen? Zal ik Roger ooit nog eens ergens een halve dag vastgeroest in een boom aan de oevers van de rivier aantreffen? Het gesprek van de dag over vrouwen en geslachtsgemeenschap loopt spoedig weer over in een diepgaand gesprek over aas. Ik begin er weer vertrouwen in te krijgen, Roger is nog te redden. Vriendinlief moet maar genoegen nemen met een leven leven gevuld met schubben en vinnen. Als ie maar niet gaat trouwen en aan kinderen gaat beginnen.
Halfweg de middag gooien we de handdoek in de ring. We beloven dat we de stek absoluut niet vergeten in de toekomst. We geloven nog steeds in de goudmijn in deze stek. De bomenstek, de stek waar ik het allermeeste vertrouwen in heb, -altijd eigenlijk al- is de komende nacht aan de beurt. Een stek voor de laatste nacht moeten we nog vinden. Meestal lukt dit door gegevens welke we in de loop van de sessie hebben kunnen verzamelen. Nu hebben we nog niets, geen enkel houvast. De stuwstek laten we liggen voor de volgende keer. De strandstek, waar we de drie Nederlanders hebben getroffen zou een mogelijkheid kunnen worden, mits de Nederlanders visloos zijn vertrokken naar een andere stek. Eén nacht gratis boilies voor de karpers, even zonder lijnen, zou wonderen kunnen doen op een stek waar de afgelopen dagen voer in is gegaan. De bomenstek zou ALTIJD nog een mogelijkheid kunnen zijn voor de laatste nacht. Afhankelijk van de loop van de derde nacht. Het stadje word even kort aangedaan voor de nodige stokbroden, en het avondeten. De “Champion” supermarkt kennen we inmiddels van buiten. Het personeel kennen we, en waarschijnlijk kennen ze ons ook. Twee stinkende ongeschoren ranzige kerels met wat avondeten en soms een kilo of twaalf suiker in het mandje gaan opvallen, dat kan niet anders. De beveiliging, een scharminkel die bij de eerste stemverheffing al waarschijnlijk ter aarde stort staat ons ononderbroken in de gaten te houden. Zakkenrollers, winkeldieven en oproerkraaiers zouden vrij spel hebben in dat ene half uurtje wanneer wij ons in de supermarkt bevinden. De caissière van vandaag is gedeprimeerd, en bovendien niet echt knap. Door de verlaging van de normen echter kunnen we onze ogen niet van haar af houden, wanneer ze in het Frans de rekening presenteert. Ik ben altijd blij en opgelucht wanneer we met de boodschappen in de auto zitten, en de drukte uit rijden. Onderweg naar een hopelijk lege strandstek, en daarna naar de zo vertrouwde bomenstek.
De drie Hollanders zijn vertrokken. Dat betekent dat ze niets hebben gevangen, en dat betekent weer dat deze stek een dosis voer en een nacht rust krijgt. Die zo belangrijke nacht rust gaat onze sessie wellicht een compleet andere wending geven in de laatste visnacht. Althans, volgens onze inmiddels weer opgeklaarde positieve gedachtegangen. Zwemmend zoeken we de grindrand op, die hier MOET liggen, op zo’n twintig meter uit de kant. De rivier maakt op deze stek een flauwe bocht, waardoor alles aan onze kant moet aanspoelen. Het zwemmen word rijkelijk uitgesteld onder het mom van “nieuwe stek in kaart brengen”. De grindbank word in de volle lengte voorzien van boilies, de rest van het gereserveerde drie kilo zakje gaat de vaargeul in. We vertrouwen erop dat de drie Hollanders de afgelopen dagen hebben gezorgd voor een rijkelijk buffet, maar wel mét alle lijnen erop. De komende nacht gaan de karpers massaal aan tafel. Het laatste ritje van de dag gaat ons brengen naar een voerstek van inmiddels twee dagen, de bomenstek.
![]() |
| De vertrouwde bomenstek… |
Als ik één Frans riviermoment zou mogen uitkiezen, waarbij ik de allerbeste gevoelens heb, dan is het die steeds weer terugkomende rit naar de bomenstek. Rit naar een relaxte nacht vissen. Rit naar een stek welke bijna garant staat voor mooie en niet zelden grote rivierkarpers. Mijn allerslechtste humeur word met het aanvangen van de rit naar de bomenstek weggespoeld door alleen maar de drang naar een lekker “nachie te karperen”. De stek waar ik mijn allereerste echte leder heb gevangen is tegelijkertijd de stek waar ik mijn allergrootste schubkarper aller tijden heb gevangen. De bomenstek vol herinneringen over op suiker losgebarsten groepen karpers, een dril voor de kant van een kleine drie kwartier, en urenlang onder een sterrenhemel zitten onder het genot van koffie –veel koffie- met slap gezwets over UFO’s en paranormale ervaringen. De allerwildste karpertheorieën zijn op de bomenstek ontstaan. De allerbeste rivierstrategieën zijn eveneens op de bomenstek ontstaan. De stek waar ik een week eerder helemaal wit weggetrokken lag te kermen met een haak geheel in mijn vinger omdat ik een aanbeet kreeg tijdens het knopen van een onderlijntje. What goes around, comes around. De bomenstek, waar Roger en ik –na wild gekrijs van een Fransman- moesten toezien hoe onze boot pakweg een kilometer op het midden van de rivier verderop als een klein stipje te zien was. Meegenomen door de golf van het eerste schip die morgen. Als getraind sportman had ik het op een sprinten gezet over het jaagpad, tot tweehonderd meter voorbij de boot, en ben vervolgens zonder aarzelen de ijskoude rivier ingesprongen, om daar ergens op het midden de boot op te wachten. Roger –inmiddels- met beelden in de kop over een ernstig onderkoelde, bibberend op de kant gekropen jongen –mét boot weliswaar- die ter plaatse zou sterven had de verwarming in de auto op full-power gezet, en is me achterna komen scheuren om me op te vangen en mee terug te nemen. De Fransman kon het allemaal even niet meer bevatten. Welke idioot springt begin oktober de plomp in, om een opblaasboot terug te halen? De idioot had dat wellicht niet gedaan als de idioot de afgelopen nacht niet de nacht van zijn leven had gehad, met twee karpers beiden van het type “behoort tot de mooiere karpers ooit, in a lifetime”. Op de bomenstek, waar anders? Rogers nieuwe astra word op de bomenstek geparkeerd, en een paar tellen later snuiven we beiden opgetogen de lucht, en vooral het gevoel van een heerlijke, ouderwetse nacht op de bomenstek. “Weet je nog, die keer dat er een jager in het bos achter ons zo fanatiek aan het schieten was, dat de hagel op de paraplu en op de stek voor ons terecht kwam?” Ik wijs naar een springende kopvoorn ergens in het midden, op het voer. Er zit in ieder geval vis op de stek. Het relaxte nachtje vissen op de bomenstek is begonnen met het ondergaan van de zon. We weten dat we de komende nacht karpers gaan vangen. Twee dagen voer op de bomenstek staat garant voor een portie rivierspiegels. Misschien zit “ie” er wel tussen.
Pas wanneer we de volgende morgen beiden ontwaken –Roger altijd net even iets eerder dan ik- beginnen we langzaamaan te begrijpen dat zelfs de heilige bomenstek niet altijd garant staat voor de eindbeslissing. Wederom waren de verwachtingen hoog de avond ervoor. Ergens in het holst van de nacht kreeg ik dan toch nog een langverwachte aanbeet, van een eenzame solitair. Heel kort erna sta ik oog in oog met een klein schubkarpertje. Het beest kijkt me aan alsof het wil zeggen dat ik voor de rest van mijn leven achtervolgd zal worden met schuldgevoelens, omdat ik het dier tijdens zijn heftig asociale gescharrel tussen de rommel heb gestoord met het hele idiote circus wat wij “het moment suprème” noemen. Kortom, kort en krachtig de kant op getrokken. Deze einzelganger wil niets te maken hebben met andere karpers. Wanneer alle andere vissen van de rivier zich hebben teruggetrokken in veiliger oorden, gaat deze karperschuwe karper op scharreltocht. Hoe durft die idioot hem in het holst van de nacht te storen tijdens zijn korte nachtelijke uitstapje? Van karpervissers moet het dier al helemaal niets hebben. Ik word getrakteerd met een portie rivierwater, wanneer ik de vis zo behoedzaam mogelijk terugzet. Puur uit protest is de karper waarschijnlijk al enkele seconden hierna verder gegaan met vreten van boilies, in de hoop zijn eenzame leven nu wél zonder al te ingewikkelde complicaties zoals karpervissers voort te zetten. Roger en ik vergeven de bomenstek deze keer voor de slechte vangsten, na hoge verwachtingen. De bomenstek heeft wat dat betreft nog flink wat krediet bij ons staan. We nemen beiden nog een uitgebreid bad in het heerlijk koele rivierwater.
Dag vier; De grote beer en een aantal onverwachte wendingen
De mislukkingen, pech en visloze uren van de nacht worden in het daglicht maar al te gemakkelijk vergeten. De dagen waarop we niet vissen worden gevuld met het tot in den treure bekijken van visstekken, voeren, en zich in sneltreinvaart vermenigvuldigende hoop op een nieuwe goede karpernacht. De strategie word eindeloos herhaald, net zolang tot we bulkend van het vertrouwen op een nieuwe voorgevoerde stek aan het ingooien zijn. We hebben vertrouwen in de laatste nacht. Alweer. Niet zelden zorgt de laatste nacht voor het nodige karperamusement. De laatste nacht zitten we meestal op de langst voorgevoerde stek. De “strandstek” ditmaal, waar we eerder de drie Nederlanders troffen, en welke we gisteren nog hebben getrakteerd op een portie boilies. Aan het eind van de middag komen we aan op de stek. Eerst blussen, en en-passant de grindbank nét even uit de kant lokaliseren. Op het grind gaan we ze vangen de komende nacht.
Voor de laatste keer word alles uit de kast gehaald om uiteindelijk tot de vangst van een memorabele karper te komen. Voor de laatste keer is het zweten in de warme najaarszon. Een simpel euromuntstuk word opgeworpen om te beslissen wie deze nacht mag vangen, en wie mag assisteren. Zoals gewoonlijk hoop ik op stroomafwaarts, de rechterstek in dit geval. Zoals gewoonlijk valt de munt ongunstig. Zoals gewoonlijk berust ik me op het verleden, waaruit is gebleken dat het slechts bij tijd en wijle stroomafwaarts een stuk beter is. In het voorjaar, wanneer de karpers klem tegen de kant op komen azen, komen alle beten van stroomafwaarts. Nu is het najaar, en we hebben het voer goed verspreid gister. De linkerhengel gaat op de schelpen en het grind, de dunne strook welke zich net achter het talud heeft verzameld. De rechterhengel in de vaargeul. Waar anders? Alle hoop is gevestigd op de dunne grindrand. Het voer word verspreid op –en tussen- de hengels. Natte kleding word aan het droogrek gehangen. Als de avond valt, begint het erop te lijken dat we een goede keus hebben gemaakt met deze stek. Een eerste karper komt heel eventjes boven water kijken, en laat zich langzaam weer zakken, hopelijk richting onze boilies. We praten, lachen en drinken een hele berg koffie. Stiekem hopen we beiden op het mysterie, maar we vermoeden dat dit niet helemaal de juiste plek is voor een gigantische superkarper. Vannacht gewoon een paar hele mooie rivierkarpers, en wat het mysterie betreft, je weet het maar nooit….
![]() |
| Natte kleding word aan het droogrek gehangen… |
Roger heeft iets eigenaardigs. Of het
bijgeloof is, of simpel te verklaren weten we beiden niet.
Roger kan zich geen enkele vangst herinneren, wanneer hij
die avond of nacht het sterrenbeeld “De grote beer”
heeft gezien, het alom bekende steelpannetje. Wanneer de
grote beer aan het firmament staat, kan hij het wel schudden
zogezegd. Een merkwaardig sterrenbeeldverleden. Onder het
genot van het donker, en een vierenvijftigste bak koffie
beginnen er twee theorieën te ontstaan. Wanneer het
helder is, zie je sterrenbeelden. Wanneer je sterrenbeelden
ziet, zie je nagenoeg altijd de allesoverheersende steelpan.
Heldere nachten zijn over het algemeen een stuk minder wat
vangsten betreft. Maar geldt dat ook voor -laten we zeggen-
meer dan honderd “grote-beer-nachten?” Ook ik
heb wel eens beregoede knalheldere visnachten gehad. De
tweede theorie is wat geloofwaardiger. Als je (of Roger)
zoiets een paar keer per toeval meemaakt, en het gaat opvallen,
dan ga je er op letten. Iedere nacht waarbij je de grote
beer ziet, en vervolgens niets vangt, word opgeslagen in
het geheugen, slechts omdat het een herkenbaar fenomeen
is. Alle nachten met de grote beer en een karper of wat
worden vergeten. Deze nachten vallen niet in het kader,
en gaan in het geheugen bij de afdeling “gewoon goede
nachten”. Hoe dan ook, feit blijft dat Roger min of
meer geïrriteerd en opgelaten tegelijk terug keert
van een korte plaspauze in de struiken even verderop. Half
scheldend en mompelend komt hij terug de stek op lopen.
Roger had tijdens zijn bezoek aan het natuurlijke toilet
de grote beer gezien. Alle zeven sterren in vol ornaat.
Wat een domper voor de laatste nacht. Wat een kans voor
mij. Alle karpers zouden die nacht voorbij Roger’s
hengels af komen zwemmen, en een kort eindje stroomopwaarts
gretig beginnen te vreten aan mijn boilies. Ik heb geen
verleden met de grote beer.
Tijdens de laat-in-avond-onderonsjes komt een tweede karper
boven kijken. Het zit eraan te komen…
Na twee uur slaap begint het te leven.
Het was te verwachten. De avond was veelbelovend. De grote-beer-fobie
in hoogsteigen persoon weet een aanbeet vanaf de smalle
grindbank te verzilveren in een magnifieke lederkarper.
Een riviertonnetje zoals we ze graag zien.
Een indicatie van het type karper welk zich op de stek heeft
neergevleid.
Een bewijs dat al zijn grote beer verhalen larie zijn.
We zijn tevreden. De hoop op een goede nacht, en uiteindelijk
een goede sessie is in één klap torenhoog.
De volgende springende karper zorgt voor een slechte nachtrust.
Het is slapend afwachten op een volgende aanbeet.
Er is een groep karper gearriveerd. Vretend banen ze zich
een weg door de boilies. Een groep grote karpers.
Een zware dreun verraad een monster in het midden van de
rivier.
De tweede aanbeet een stuk later in de nacht laat lang op
zich wachten, maar het word beloond door één
van de allermooiste spiegelkarpers welke ik ooit heb gezien
voor Roger.
“Dit is een meerval” had Roger in de eerste
halve minuut van de dril van zijn leven gezegd. Zijn hengel
word met extreem grof geweld bijna recht getrokken, en met
de gang van een luipaard is de vis tegen de stroom op schuin
richting de overkant vertrokken, om ter plaatse aangekomen
vervolgens een tijdje te gaan liggen mokken. Met pijn en
moeite word de vis centimeter voor centimeter richting eigen
oever getrokken. Lange uithalen door de slip. Dit MOET een
meerval zijn. Zo sterk is zelfs op deze rivier behoorlijk
abnormaal. Ik geloof Roger. We hopen op een goede afloop,
maar we weten hoe het gaat met een meerval op karpermateriaal.
De gemoederen beginnen enigszins tot rust te komen wanneer
de vluchtpogingen van de vis korter worden, en het dier
langzaam begint te capituleren. Pas wanneer de meerval klaar
is voor een bezoek aan het landingsnet, beseffen we dat
we wel degelijk met een karper van doen hebben. De zoveelste
inschattingsfout met als oorzaak een brok geweld aan de
andere kant van de lijn, dat zijn weerga niet kent. Een
grote karper welke op de mat word gehesen laat de machtige
grote beer terugkruipen in haar stulp. Roger gelooft niet
meer in astrologie.
Bij het zien van de eerste glimp karper op de mat gaan mijn herinneringen even terug naar twee jaar geleden. De bouw van de vis, de beschubbing brengen me naar de stek, waar ik tijdens mijn tweede sessie aan de Franse rivier levenloos en met een opengevallen mond naar mijn riviermysterie van net geen meter aan het kijken ben. Net als twee jaar geleden worden vuistgrote schubben door een zwak maanlicht als gepolijste bronzen platen gereflecteerd. Heel eventjes denk ik dat Roger dezelfde vis heeft gevangen als ik twee jaar geleden. De karper waar we toen beiden lyrisch van zijn geworden. Het besef dat we nu op een ander stuwstuk zitten dan twee jaar geleden komt meteen met de constatering dat het om een andere karper gaat. Een tweede monument op één rivier, wie had dat durven dromen? Roger is zijn nopjes. Geen meter riviermysterie, wél een karper der karpers. En beslist een goede afsluiter van een mindere sessie, vol pech en quasi-karperloze stekken. Voor Roger dan toch. Het klapstuk van de sessie, de bekroning op de laatste nacht, een karper der koningkarpers moet nog komen voor mij. De nacht is niet jong meer. Toch weet ik dat er nog wat komen zal. Geholpen door alweer een springer in het midden ga ik met volle hoop terug de slaapzak in, waar ik vervolgens de slaap niet meer kan vatten. Ik denk aan karpers. Machtige rivierkarpers, decennia oud. Als keizers zwemmen de bekroningen van het karperbestand op de iets rustigere delen van de rivier. Staarten als kranten waaieren traag door de zwakke stroming net achter het talud. Laat in de nacht is de tijd gekomen voor de klapstukken, zoals in iedere goede film, of zoals in iedere goede visnacht. De mysteries hoeven niet zo nodig tussen de groep hongerige karpers een concurrentiestrijd aan te gaan. De meters nemen genoegen met de restanten welke laat in de nacht nog in overvloed te vinden zijn, alvorens ze zich met het eerste daglicht terugtrekken naar niet door ons te achterhalen verblijven tussen de immense jungle van takken en wortels in rustig water. Ik denk aan karpers. Karpers die na een beetloze nacht vroeg in de morgen alsnog voor de nodige euforie aan de waterkant kunnen zorgen. Enorme karpers die na een groep grote karpers nog voor een bekroning aller tijden zorgen. De stilte van nacht word slechts af en toe onderbroken door een zware plons van de rivier. De zwijgende beetmelders verraden de afwezigheid van kopvoorns en brasems op de plek. Karpers. De rust in mijn karperziel is ver te zoeken rond vier uur in de nacht. Alsof het ieder moment kan gaan gebeuren…
In het donker beginnen de karpers in gedachten langzaamaan altijd groter te worden. In het donker is het mysterie dichterbij dan je denkt. Zelfs de meest afzichtelijke op het eerste gezicht karperloze stek, begint in het donker gigantische karpers te herbergen. Het nachtelijke donker is dé tijd bij uitstek voor de dromers onder ons. Deze nacht word het hoogtepunt uit mijn karperbestaan.
![]() |
| Roger is zijn nopjes. Geen meter
riviermysterie... wél een karper der karpers. |
Het bewijs dat ik toch nog in slaap ben
gevallen is duidelijk, wanneer ik –voor mijn gevoel-
enkele minuten later wakker sta te worden met een kromme
hengel in de hand. Het breekt je schijnbaar af, zo’n
sessie. Ongevraagd begin ik me met het wakker worden langzaam
te herinneren hoe ik automatisch op de traag accelerende
run heb gereageerd. Half in slaap en helemaal automatisch
heb ik mijn schoenen gegrepen, ben naar de hengels gerend,
en pakte de hengel welke op de strook grind lag uit de steunen.
Met een hoop gekreun en gesteun worden de schoenen tijdens
het drillen rond de inmiddels doorweekte voeten gevouwd.
Roger staat naast me. We zwijgen. We weten het. De twee
vangsten van Roger, en de springende karpers van deze nacht
duiden erop dat ik met een grote karper te maken heb. Een
karper uit dezelfde groep. Ik hoop op de koning van de groep.
Een karper die het predikaat “mysterie” dicht
benaderd. De hengel word helemaal krom getrokken, de vis
boort zich met grof geweld in de plantenmassa net onder
het talud. Muur en muurvast. Heel even raak ik in een lichte
paniek. Luttele ogenblikken later geef ik de hengel aan
Roger, trek ik de helft van mijn kleding uit, en volg ik
zwemmend de lijn richting de plek des onheils. Waterplanten
zijn eigenlijk geen enkel probleem, als je er maar recht
boven kan komen. De plek waar de karper zich vastzwom is
verrassend ondieper en korter bij de kant dan ik aanvankelijk
dacht. Door recht boven de karper heel simpel even aan de
lijn te trekken komt de karper uit de planten, en op het
moment dat ik met mijn andere hand de lijn wil overpakken,
voel ik de flank van een karper tegen mijn arm zwemmen.
Een dikke rivierkarper, mag ik aannemen op dat moment. Wat
anders? In bloedverziekend tempo kom ik terug de kant op
kruipen, en neem de hengel weer over van Roger. Een voorspoedige
dril volgt, en een rivierkarper laat zich in het holst van
de nacht het net in glijden. Eindelijk gaat het een keer
goed.
De inhoud van het net word uitgepakt op
de mat, en na het zien van een met schubben bekleedde flank
schubkarper, betrap ik mezelf voor de allereerste keer in
mijn leven op een vleugje teleurstelling na het zien van
een karper. Een schubkarper van pakweg vierentwintig pond
ligt me kwaad aan te kijken. Een schubkarper waar ik in
ALLE andere omstandigheden en alle andere riviersessies
voor zou tekenen. Waarom die sprank teleurstelling? Tot
op de dag van vandaag weet ik het niet. Hadden we elkaar
niet al te hoge verwachtingen aangepraat? En heb ik in de
afgelopen nachten, liggend op mijn stretcher niet al te
veel een droom realiteit proberen te maken? Ongeveer vier
jaar geleden ving ik in het Franse water precies zo’n
zelfde soort schubkarper. Mijn grootste van die sessie.
Als een kind, zo blij was ik toen. Een échte Franse
twintiger! Het hele moment van drillen en scheppen ben ik
in de waan geweest dat het meest voor de hand liggende zou
gebeuren. Ik zou een karper uit dezelfde groep vis vangen.
Ik hoopte stiekem dat ik de koning van de groep zou vangen.
Vorig jaar verspeelde ik een kogelronde en enorme spiegelkarper
vlak voor het schepnet. De rest van de tijd aan de rivier
heb ik met veel plezier doorgebracht, tot deze sessie, waarin
ik de drive en het lef weer had gevonden om serieus te denken
aan een riviermonster. Roger kan een kleine glimlach niet
verbergen, wanneer mijn tronie zowel ontsteldheid en geluk
uitstraalt. Zelfspot maakt me aan het lachen. Bijna laconiek
word de schubkarper terug naar het water getild, en met
een historisch afscheid van de karper, neem ik meteen afscheid
van een meter mysterie. Ik heb met veel plezier gevist deze
vier nachten. De allerlaatste sprank hoop die ik eigenlijk
niet meer had verdwijnt met het opkomen van de zon. Het
einde van tegelijkertijd één van de slechtste
sessies qua vangsten op de rivier en één van
de leukste, met name wanneer ik er op terug kijk. De volgende
week kom ik terug naar het rivierengebied, waarschijnlijk
voor de laatste keer voorlopig. Nieuwe Franse viswateren
staan hoog op de lijst. Nieuwe ontdekkingen moeten worden
gedaan. Ik ben aan het vastroesten op één
water. Het rivierengebied zal me echter altijd geboeid houden.
Chris Noorlander
Gerelateerde Artikelen:
| Titel | Auteur | Datum |
|---|---|---|
| KSN karperkampen weer online! | 28-12-2011 | |
| De Zuidwillemsvaart – Deel 4 | Rik van Heugten | 18-11-2011 |
| Wereldkampioenschappen karpervissen Amerika 2011 | Dennis Hooiveld | 01-11-2011 |
| De witte bergen | Rik van Heugten | 05-07-2011 |
| Het Gespuis | Kevin Diederen | 16-05-2011 |
| Wat een avond | Kevin Diederen | 21-02-2011 |
| De Zuidwillemsvaart – Deel 3 | Rik van Heugten | 11-11-2010 |
| De Zuidwillemsvaart – Deel 2 | Rik van Heugten | 03-09-2010 |
| De Zuidwillemsvaart – Deel 1 | Rik van Heugten | 11-08-2010 |
| Monsterkarper voor Pieter van de Werfhorst! | Pieter van de Werfhorst | 20-08-2009 |
| Tussen het riet | Ruud Visser | 14-05-2009 |
| Karpervissen in Canada: the real carp experience | Theo Wey | 11-09-2008 |
| Vakantiekarpers | Herwin Kwint | 07-09-2008 |
| Voorjaar 2007 | Chris Noorlander | 22-07-2008 |
| Een moment van verleiding | !Nieuw Karperboek! | 08-07-2008 |
| Visvakantie met het gezin | Remon van Dusschoten | 13-06-2008 |
| Uiterwaarden | Jethro Buter | 13-05-2008 |
| Vissen op karper of blanken | Steffen Ponte | 27-04-2008 |
| Vissen in de storm | Harry Post | 23-03-2008 |
| Najaarsvis | Alex Poot | 18-03-08 |
| Najaarssessie | Paul van de Wiel en Joery van der Beek |
09-03-08 |
| Intens(ief) genieten! | Martijn Boerema | 13-01-08 |
| Koetjes en kalfjes, deel 3 (Kersteditie) | Daniel van Dijk | 18-12-07 |
| Real-life karpervissers!? | Felix van de Marel | 06-12-07 |
| Mijn leven als een karpervisser | Mourad Aviara | 11-11-07 |
| Een megavangst | Robin de Vries | 23-07-07 |
| Nostalgie van het karpervissen | Mourad Aviara | 15-07-07 |
| Ode aan ome Jan | Mourad Aviara | 18-03-07 |
| Mijn weg naar Horton deel II | Dennis de Wilde | 30-01-07 |
| Mijn weg naar Horton | Dennis de Wilde | 23-01-07 |
| Kwajongens | Henk Kostense | 21-11-06 |
| Yes! Eindelijk! | Joery van der Beek | 12-07-06 |
| Door het lot bepaald? | Arno Spruit | 25-04-06 |
| Naeffje | Ruud Visser | 11-04-06 |
| De Tsunami sessies | Hans Brinkel en Frank Huisman |
08-04-06 |
| Zeebevende bevliegingen | Filip Mathijs | 10-01-06 |
| Het mysterie van de rivier | Chris Noorlander | 06-10-05 |
| Sterf niet voor je dood bent | Roelof Schut | 18-09-05 |
| Maasmonster | Redactie | 25-08-05 |
| Belangen Behartiging | Henk Kostense | 22-06-05 |
| Een najaarssessie op Lac du Salagou | Arno Spruit | 22-05-05 |
| Een korte sessie in Frankrijk | Rick Langeveld | 04-04-05 |
| De zon en zijn zonen | Roelof Schut | 24-03-05 |
| Het 'target-avontuur' | Jan van Glabbeek | 31-10-04 |
| Onweer.. | Chris Noorlander | 26-09-04 |
| Fantasie of werkelijkheid | Herman Smit | 25-08-04 |
| Hoe anders kan het lopen….. | Henk de Jonge | 12-07-04 |
| De Karperwereld MET Maasland, Episode 3 | Chris Noorlander | 14-06-04 |
| Is er leven na de dood? | Peter Otte | 13-06-04 |
| De Karperwereld MET Maasland, Episode 2 | Chris Noorlander | 30-05-04 |
| 50 pond op de Maas | Paul Reiter | 17-05-04 |
| Koetjes en kalfjes, deel 2 | Daniël van Dijk | 19-04-04 |
| De Karperwereld MET Maasland, Episode 1 | Chris Noorlander | 06-04-04 |
| De treurende boom... | Koen Workel | 05-04-04 |
| Nachtwerk | Jeroen Houdijk | 16-03-04 |
| Een zeer actieve winter | Mark Noorman | 09-03-04 |
| Vertrouwen | Sergio Verhey | 04-03-04 |
| Carp 2004, Zwolle, 7 en 8 februari | Sjoerd Groot en Piotr Schietekatte | 24-02-04 |
| Karpervissen kan een kwelling zijn.. | Sjors Hempenius | 16-02-04 |
| No Nonsense Karperkoorts.. | Stefan Slechten | 03-02-04 |
| Het begin... | Luuk Schenkelaars | 02-02-04 |
| Betaalwater versus openbaarwater | Arno Spruit | 06-01-04 |
| Een mistige nacht.. | Chris Noorlander | 26-12-03 |
| Pechdag?? | Jimmy Hempenius | 18-12-03 |
| Smelly Hookers, sounds a bit dirty! | Rick Warren | 05-12-03 |
| In antwoord op Ché | Darko | 19-11-03 |
| De Uitdaging | Laurens Maasland | 17-11-03 |
| De IJssel geeft zijn eerste 50'er prijs! | Darko | 16-11-03 |
| De tijd van bezinning! | Remon de Zeeuw | 05-11-03 |
| Op zoek naar Iberisch goud | Raymon Schra | 23-10-03 |
| Tussen de bladeren | Jordy op 't Hof | 17-09-03 |
| Belevenissen 2002 en 2003 | Marijn Ham | 08-09-03 |
| Het Afwateringskanaal | Chris Noorlander | 25-08-03 |
| Herinneringen aan een pispotputje | Arjen Lans | 08-07-03 |
| What it is? | Sjoerd Groot | 03-07-03 |
| Respect | Frank Avezaat | 01-07-03 |
| Een kwestie van een lange adem, Deel III | Arno Spruit | 04-06-03 |
| Het Hekseneiland: een droom voorbij. | Jeroen Neef | 18-05-03 |
| Met open ogen | Hans van Moorsel | 13-05-03 |
| Rondom de rivier | Henk Jansen | 13-04-03 |
| Een kwestie van een lange adem, Deel II | Arno Spruit | 17-03-03 |
| Een kwestie van een lange adem, Deel I | Arno Spruit | 26-02-03 |
| Over Carp2003, volschubs en nog veel meer.. | Diverse auteurs | 21-02-03 |
| Koetjes en Kalfjes | Daniël van Dijk | 29-01-03 |
| De Karperwereld volgens Maasland, deel 4 (slot) | Laurens Maasland | 26-01-03 |
| Ons Water | Stefan Slechten | 15-01-03 |
| De Volschub | Roger Feijen | 12-01-03 |
| Ongeschonden natuur.. | Jeroen Houdijk | 09-01-03 |
| Vanzelfsprekend…? | Branko Steenvoorden | 02-01-03 |
| Wondermiddel of toeval? | Mark Zelle | 26-12-02 |
| Op Karperjacht in de luilaknacht (deel 2/2) | Arno Zuijdam | 21-12-02 |
| De Onderwaterwereld | Michiel Lieverdink | 15-12-02 |
| De Karperwereld volgens Maasland, deel 3 | Laurens Maasland | 08-12-02 |
| Alle begin is moeilijk | Bart Janssen | 30-11-02 |
| Een dagje penvissen | Sjors Hempenius | 14-11-02 |
| Obstakelvissen | Willem Beijeman | 05-11-02 |
| De Karperwereld volgens Maasland, deel 2 | Laurens Maasland | 23-10-02 |
| Onder de rook van Rotterdam | Jordy op't Hof | 10-10-02 |
| On a mission | Mark van Balveren | 28-09-02 |
| De Karperwereld volgens Maasland, deel 1 | Laurens Maasland | 22-09-02 |
| De stilte doorbroken | Jeroen op't Hof | 10-07-02 |
| De Einzelgänger | Laurens Maasland | 26-05-02 |
| The Flower | Michel Kemp | 03-05-02 |
| Gone with the wind | Michel Kemp | 29-04-02 |
| Droevig verhaal | Maurits van Cleemenpoel | 27-03-02 |
| Going Nuts | Pieter de Jong | 19-03-02 |
| Karpervissen en de Zin van Zen | Henrie de Vogel | 09-03-02 |
| Mijn eerste keer.. | Mike van Zijl | 14-02-02 |
| Scherper op kerper! | Raymond Hakkert | 01-02-02 |
| Zoals de zalmen sprongen | Henrie de vogel | 22-01-02 |
| Mijn eerste Fryske karper | Rob Manenschijn | 07-01-02 |
| Vissen op boerenkarper | De Pen | 03-01-02 |
| Karpervissen in Finland, deel 2 | Hans van Moorsel | 26-12-01 |
| Karpervissen in Finland, deel 1 | Hans van Moorsel | 25-12-01 |
| De onverwachtse wending | Laurens Maasland | 13-12-01 |
| Houdini | Karel Stas | 08-12-01 |
| Mijn Levensverhaal | Chris Kroesen | 28-11-01 |
| Het Najaar | Tommy de Cleen | 25-11-01 |
| Enkele momenten | Douwe Bijlsma | 05-11-01 |
| Een vissersleven | Mark van der Made | 24-09-01 |
| Herinneringen aan een water | Steve Kinnart | 06-09-01 |
| De Linge | René van Venrooij | 23-07-01 |
| De Zelzaatse Goes East, deel 2 | Rudi Bru | 18-07-01 |
| De Zelzaatse Goes East, deel 1 | Rudi Bru | 09-07-01 |
| Herinneringen aan de polder | Laurens Maasland | 13-05-01 |
| De Rijen | Devlin van Vorselen | 05-05-01 |
| Een karpervissersleven | De Pen | 15-04-01 |
| Op Karperjacht in de luilaknacht (deel 1/2) | Arno Zuijdam | 07-04-01 |
| Back to nature | Michel Steenvoorden | 11-03-01 |
| Ome Hein, zijn tijd vooruit! | Ron Groen | 11-03-01 |
| De wondere wereld | Henk Dokter | 21-02-01 |
| Belevenissen | Niek Pellis | 21-02-01 |
| De Leder met het wonderlijke uitsteeksel | Ron Groen | 31-01-01 |
| Groot, Groter, Grootst, Record! | Alex Poot | 31-01-01 |
| Bedankt! | Richard v/d Wal | 22-12-00 |
| Kerstkarper of karperkerst | Ron Groen | 22-12-00 |
| Verslag Seizoen 2000 | Richard | 01-12-00 |
| Vissen met zijn tweeën | Rico Vielvoye | 10-11-00 |
| Fragmenten, deel 2 | Ron Groen | 26-10-00 |
| Sessie in Duitsland | Carmen Carpwoman | 09-10-00 |
| De Goudkarperwereld | Ben Dortland | 19-09-00 |
| Fragmenten, deel 1 | Ron Groen | 19-09-00 |
| De vis wordt duur betaald ! | Dennis Hoevenaar | 02-09-00 |
| De aprilvis | Lionell Jansen | 02-09-00 |
| De grootste Karper vang je thuis! | Arno Zuydam | 05-08-00 |
| Gedachtenflarden | Sander Oude Luttikhuis | 05-08-00 |
| Hoe kom ik aan het virus? | Frank Penning | 05-08-00 |
| De knik | Rudi Bru | 05-07-00 |
| Carp Headquarters | Aad van Erkel | 05-07-00 |
| Geen karperkoorts maar... | Jerry Thuis | 17-05-00 |
| Vakantie 1999 | Pim Viveen | 17-05-00 |
| Het eiland deel 2 | Menno Blok | 03-05-00 |
| 1999, wat een jaar, deel 2 | Roel Jansen | 07-04-00 |
| Mijn seizoen.. | Maurice Galot | 21-03-00 |
| 1999, wat een jaar. | Roel Jansen | 07-03-00 |
| Het Eiland, deel 1 | Menno Blok | 07-03-00 |
| De Knoert van Sjoert | Ton van de Bruggen | 02-02-00 |
| Seizoen 1999 deel 3 | Raymond v. Keerbergen | 02-02-00 |
| 60 schapen en 4 karpers | Paul Groefsema | 17-01-00 |
| Seizoen 1999 deel 2 | Raymond v. Keerbergen | 03-01-00 |
| Noem het maar een afwijking... | Richard Schmid | 17-12-99 |
| Een Seizoen op de Nieuwkoopse plassen | Marck Slaghekke | 17-12-99 |
| Bliksemsessie | Iwan Nijkamp | 08-12-99 |
| Even Voorstellen | Klaas v. d. Herik | 25-11-99 |
| Seizoen 1999 deel 1 | Raymond v. Keerbergen | 25-11-99 |
| Over slapen en wakker worden | Henk Dokter | 10-11-99 |
| Succes aan het kanaal | Ed Kruif | 10-11-99 |
| De Veertiger, | Martijn Koers | 12-10-99 |
| De Gigant | Gerrit Ritmeester | 12-10-99 |
| On a mission | Mark v. Balveren | 12-10-99 |
| De stormsessie | Pascal de Bie | 12-10-99 |
| Een ervaring... | Bert Hoogendoorn | 26-10-99 |










