Home  |  Contact  
 

Artikelen, Verhalen


Een dagje penvissen


Sjors Hempenius alias De Pen

Iedereen kent Douwe toch..?
Iedereen kent Douwe toch..?
Al heel lang hadden we een afspraak. Onze vriendschap gaat terug tot in onze jeugd en toch hebben we slechts tweemaal samen gevist op karper. Beide niet echt noemenswaardige gebeurtenissen. De eerste keer gaf onze vriend carpio helemaal niet thuis en de tweede keer werd "verpest" door graskarpers. Maar zoals immer, er kwam na een lange tussenperiode ook een derde poging. Vanwege drukke werkzaamheden zakelijk en privé is het moeilijk om afspraken te maken met mij. Maar deze keer was het dan toch gelukt.

De afspraak


Mooie dingen komen snel..
Mooie dingen komen snel..
Een week voor we gingen vissen zat ik thuis bij Douwe alles door te nemen. We spraken over waar we wilden vissen, welk aas en natuurlijk welke vismethode. Nou is de laatste voor mij doorgaands niet zo moeilijk. Ik ben een fervent penvisser. Uiteraard vis ik door omstandigheden gedwongen ook wel eens met wakersysteem en of vast lood, maar het heeft niet mijn voorkeur. Mijn hart gaat uit naar karpers vangen onder eigen kant waar ik vanwege de beperking van de lengte van de hengel, als het ware boven op de vis zit. En daar komt het visuele aspect nog eens bij. Zodra een pen beweegt, al is het ook maar zo miniem, klopt het hart in mijn keel en schiet mijn lijf vol met adrenaline. Het hele lichaam wordt dan als het ware een opgespannen boog, klaar om tot actie over te gaan. Zelfs na een kleine dertig jaar vissen op karper is de sensatie die ik voel bij een aanbeet nog steeds niet verdwenen Douwe voelde ook wel wat voor penvissen, hoewel zijn voorkeur uitgaat naar vissen met waker en vastlood. We namen een heel scala van water door wat als doel kon dienen voor de vangst van karpers. En bij het dampen van een heet bak koffie en lekkere koek (dank je wel Sjoukje) werd de keuze vastgesteld op een stroomkanaal(tje) waarvan we wisten dat er behoorlijk karper zwom. We kwamen nu bij een teer punt: welk aas. Het hele scala aan mogelijkheden namen we onder de loep. De keus werd uiteindelijk toch maar weer boilies, gezien de grote hoeveelheden brasem en andere witvisachtigen in dit water. In het voorjaar van 2002 was ik in zee gegaan met een nieuw op de markt verschenen karpervoerleverancier (ik noem geen merk omdat de verbintenis van zeer korte duur was), dus was de keuze snel gemaakt. Ik zou de mix bestellen en er boilies van maken. Drie maal voeren op respectievelijk woensdag, donderdag en vrijdag moest de mogelijkheid tot vangen optimaliseren. We spraken af om de volgende woensdag samen het water te bezoeken en de man een kilo boilies per dag op de stek uit te zetten.

Zaterdagmorgen


Spannende momenten
1 van de 5 die Douwe ving
Zaterdagmorgen drie uur. Rustig rijd ik de straat in waar Douwe woont. Hij merkt mij onmiddellijk op. Eenmaal voor zijn woning gestopt help ik hem de bagage waarvan verondersteld wordt dat het allemaal nodig is voor een vissessie, in de auto laden. Na afscheid nemen van Sjoukje, die ook op was en zijn proviand had klaargemaakt (bofkont Douwe weer met zo'n eega) en die ons de beste vangsten die mogelijk zijn toewenste, vertrokken we. Heerlijk met z'n tweeën op weg naar lonkende avonturen.

Het is nog kompleet donker als we de auto het pad naar het viswater in laten draaien. Onderweg hebben we honderduit gesproken over onze kansen van vandaag. En aangezien we allebei een behoorlijke portie visserslatijn spreken, hebben we elkaar aardig zitten opfokken. We stonden dan ook helemaal op scherp. Terwijl we onze ogen langzaan aan de duisternis laten wennen, pakken we uit. Het is door de jaren heen een routinematige klus geworden zodat we met de ogen dicht de hengels nog kunnen optuigen. We wensen elkaar wat dikke karpers toe en weg zijn we, ieder naar zijn eigen stek. Voorzichtig om geen alarm te slaan in de onderwaterwereld, stel ik mijn visstoel op langs de kant van het water, maak ik mijn landingsnet in orde en leg voor de zekerheid voor als het zou gaan regenen de plu naast mijn stoel neer. Met het in de laatste restjes maanlicht houden van de haak zie ik net genoeg om een boilie aan de hair te kunnen prutsen. En dan kan het feest beginnen. Door in de dagen vooraf te peilen hoe diep het is op mijn stek, is de pen zeer precies afgesteld. Voor de kant loopt een klein stukje vlakke bodem dat na een ongeveer een meter over gaat in een talud naar iets dieper water. Mijn aas komt net op dat talud te liggen. Een paar boilies worden bijgevoerd en het wachten op de eerste aanbeet is begonnen. Die laat niet lang op zich wachten. Ongeveer een kwartier na de inworp begint de pen al de route af te leggen die ik 'm zo graag zie gaan. Beheerst sla ik aan. Mis! Maar dan ook helemaal mis. Geen enkel contact gevoelt. Binnensmonds mopper ik. Verdomme, wat is dat nou. Bij controle blijkt de boilie nog keurig aan de hair bengelen. Een centimetertje onder de haak. Moet een lijnzwemmer geweest zijn, beredeneer ik.

Nu is het raak


Wat een bak!
Voorzichtig leg ik weer in, in de hoop dat de karper niet van de stek vertrokken is. Binnen de minuut beweegt mijn pen weer. Stukje op, stukje neer, kleine draaiende beweginkjes en daar blijft het bij. Met elkaar zeker tien minuten duurt die toestand. Dan ineens is de pen verdwenen. Weer sla ik aan en nu is het raak. Mijn special heavy van Schreiner buigt onmiddellijk tot in het handvat terwijl de karper er met een rotgang vandoor gaat. Na een meter of twintig stopt de vis abrupt en snelt in een hoog tempo recht op me af. De hengel goed onder druk houdend speel ik het spel mee. Eenmaal onder de hengel blijft hij diep. Rondjes draaiend voor de kant houdt hij dat een hele tijd vol. Ik voel aan de wijze waarop hij in de hengel hangt dat het een mooie is. Na enkele minuten geeft de vis op en komt rustig aan de oppervlakte liggen, klaar om geland te worden. Zijn schitterende outfit bestaande uit honderden schubben glinsteren in het beginnende daglicht. Voorzichtig schuif ik het net om hem heen en trek de hele zaak aan wal. Door vooraf mijn camera scherp te stellen op een bepaalde plaats, kan ik middels de zelfontspanner een foto maken. De vis wordt gewogen, gemeten en snel een eindje verderop weer terug gezet in eigen element. Tevreden neem ik weer plaats op mijn visstoel. Ik monteer een nieuwe boilie en plaats daarna de pen op dezelfde plaats als daarvoor. Tijd voor koffie. Genietend van mijn eerste bakje zie ik verderop langs de kant beweging. Douwe komt met de nodige voorzichtigheid mijn kant op. En? Iets gezien, vraagt hij.

Ik vertel van de mooie vis die ik net heb teruggezet. En jij, vraag ik nieuwsgierig. Twee losschieters verdorie, mompelt en moppert hij tegelijkertijd. Balen! Bij de koffiepauze die we dan inlassen hebben we het er uitgebreid over. Hoe kan dat nou. De door hem gebruikte haken zijn uitstekend, daar kan het niet aan liggen. We bedenken dat het gewone stomme pech moet zijn.

Een uur later


Meten en wegen, vaste rituelen.
Ongeveer een uur nadat Douwe was teruggekeerd naar zijn eigen stek vertoont mijn pen weer tekenen van leven. En aangezien het om dood balsemhout gaat kan hij dat nooit uit zichzelf presteren. Iets aan de aan de andere kant van de lijn moet de veroorzaker zijn. Met de meest klassieke beet die denkbaar is: opsteken, even vasthouden en daarna in een gracieuze beweging naar de diepte vertrekken vervolgt de beet zijn gang. Aanslaan, hangen. Wederom herhaalt het spel zich van geven en nemen. Gezien de in de overkant van het water gewaaide boomtakken die onheilspellend omhoogsteken, en die de karper bij voortduring probeert te bereiken, verloopt de dril zeer spannend. Maar de vis verliest. Eenmaal voor de kant gekomen zie ik dat de vis ruim groter is dan de eerste. Met een glunderend gelaat land ik de vis. Een beste voel ik wel met het omhooghalen van het net. Snel meten, wegen en fotograferen en weer terug. Met wel een zeer goed gevoel zak ik terug in mijn stoel.

Rustig de omgeving verspiedend geniet ik van de natuur om heen. Hier en daar springen kleine visjes uitdagend boven water waarmee het lijkt dat ze geen gevaar te duchten hebben van bovenaf. Een muskusrat die al de hele morgen in de weer is met het verslepen van allerlei rietstengels, glijdt tussen de boomtakken aan de overkant door het water. Druk in de weer dezelfde overkant te ondermijnen met zijn graafwerk. Vogels van allerlei pluimage fluiten, kwekken en kwetteren dat een lieve lust is. Het meest verbaas ik me daarbij altijd over de boerenzwaluw. De natuur heeft echt alles uit de kast gehaald om zo'n prachtig schepseltje voort te brengen en de wijze waarop het dier gracieus door de lucht beweegt, is een genot voor het oog. Maar niet voor het oor. Ze maken een geluid die je eerder toeschrijft aan een of ander lelijk schepsel, maar niet aan hen. De natuur moet bij het scheppen op het laatste moment iets mis hebben laten gaan, waardoor er een vreemd gekrijs uit het diertje komt. Het kan niet anders.

"Tiid hâld gjin skoft"


Na een dagje vissen even ontspannen..
Langzaam schuiven de wijzers van de klok door. Het gaat zoals het altijd gaat. "Tiid hâld gjin skoft" zeggen de Friezen, en dat is ook zo. Maar visdagen gaan zo veel sneller voorbij als werkdagen. Te snel als je het mij vraagt. Door de dag heen heb ik nog een tweetal karpers erbij gevangen, waarvan de tweede duidelijk de grootste van de dag was voor mij. Maar door afspraken met thuis moeten we opbreken. Douwe bleek vijf karpers te hebben gevangen. Hij was van de pen af gestapt en had aan twee hengels vast lood gemonteerd met een behoorlijk resultaat bleek wel. We waren dan ook zeer tevreden. Negen karpers, waarvan de lichtste 8 kilo en de zwaarste ruim 15 kilo, geeft daar natuurlijk ook reden toe. Eenmaal ingepakt starten we de auto en rijden richting huis. Moe, loom maar zeer voldaan beloven we het water dit jaar tenminste nog één keer terug te komen.

Sjors Hempenius alias De Pen

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox

 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer