Gedachtenflarden

Door: Sander Oude Luttikhuis

"Zo", alleen nog de onthakingsmat op de fiets bevestigen en ik kan wederom naar mijn geliefde kanaalstek. Alvorens ik vertrek check ik het geheel. Mijn vriendin staat in de deuropening en aanschouwt alles. "Ik sta voor gek", waarop ze antwoordt; "nee het ziet er juist zeer goed uit, trouwens die stek waar jij altijd zit is niet geschikt voor een auto". Met deze zinsnede in m' n achterhoofd hijs ik me op mijn trouwe tweewieler, al heen en weer tippend van mijn linker op rechter teen weet ik mijn zwaartepunt te vinden. "Heb ik alles"? ja toch, grinnikt ze.

Balanserend op het 60 cm brede tuinpaadje, dat bestaat uit drie hoeken van 90 graden, kom ik uiteindelijk op straat. Wanneer ik dit relatief korte stukje van circa 30 meter met goed gevolg afleg is mijn komend visavontuur grotendeels geslaagd.
Met de stretcher op het stuur, de rugzak op de rug, de foedraal snijdend in mijn schouder en de paraplu langs de stang begin ik aan de tocht. Ritmisch tipt mijn linkerknie telkens het voer emmertje schk, schk. Er is 1 heuvel vlak voor een brug het emmertje wordt steeds sneller geraakt, ja hier moet ik vaart maken anders haal ik het niet. Mezelf oppeppend met het tikken van het emmertje als maat fiets ik uit alle macht tegen die verdomde bult. Als ik op het punt sta om te vallen ben ik eindelijk boven.

Honderd meter en de zweetpareltjes voel ik langs mijn rug druppelen. Mijn versnelde ademhaling tracht ik te stabiliseren tijdens het logisch vervolg nadat men een heuvel heeft beklommen. De afdaling is een fractie van seconden. Nog 500 meter, ik zie de stek. Zit er iemand? , ja… nee… Gelukkig. Nu nog het drie meter door zwaar transport getekende asfalt over, al uitvierend glijdt ik over de laatste hobbel, met een zucht laat ik me tegen de in knopstaande beukenhaag vallen. Mijn gevoel zegt me dat ik 5 centimeter gekrompen ben door de last of is het toch een lust?

Snel mijn fiets achter de haag plaatsen en het visgerei op de stek leggend. Kijkend naar de opkomende rabarberachtige gewassen en ander ontluikend groen probeer ik vast te stellen wanneer iemand hier voor het laats heeft gezeten. Aan het gras te zien een lange tijd niet, dat geeft toch een goed gevoel. "Ze geloven niet in deze stek en dat dient zo te blijven", zeg ik hardop. Met nog dezelfde behendigheid als voor de winterstop plaats ik mijn rodpod in de gaten waar ze vorig jaar ook hadden gestaan, niet eens dicht geregend dacht ik. Vervolgens tuig ik met gepaste trots mijn spinhovens op, het kleuraccent van de blanks komt in dit vroege voorjaarszonnetje wel erg goed tot z' n recht. Nadat de laatste rig z' n weg naar het diepe van dit mysterieuze kanaal heeft afgelegd plof ik met een voldaan gevoel op m' n achterste, als een reflex kijk ik naar de tijd. Precies een uur geleden ben ik thuis vertrokken, geen slechte tijd gezet voor je eerste nachtvissessie van dit jaar.

Het loopt tegen vieren als uit het niets de linker delkim als een bezetene begint te krijsen. Beduusd schrik ik op en licht de km2. Jezus wat vliegt dat beest weg, aan de korte hevige vluchtpogingen merk ik dat het niet een al te zware is. Na enkele minuten schep ik mijn eerste 12- ponder van dit jaar. Tevreden kijk ik op de tijd, halfvijf dat belooft wat. Tegen vijven probeert een grote zoetwater big zich te bevrijden van zijn beschermde element, dit lukt hem gedeeltelijk. Met een lompe plons glijdt de karper terug. Pff dat was echt dicht bij mijn rig dacht ik Observerend, hoe het verstoorde wateroppervlak zich weer tot een spiegel omvormt verdwijnen de laatste rimpels. Weer springt de zoetwater big op dezelfde plek en nog eens, om vervolgens weer terug te glijden. "Pak hem dan, pak hem dan", fluister ik met adrenaline en een kloppend hart in mijn keel……………. Plots, nog voor dat de delkim zijn bezwaar kan uiten vliegt mijn linker hengel in een parabool. Dit is maar een fractie van een seconde. Zenuwachtig, na de winter, nog niet goed wetend welke toon hij nu aan moet slaan komt het beklach van de delkim. Opvliegend van mijn stoel, struikelend over mijn thermoskan grijp ik de blank, zwiep.., hangen. Dit is een zware, de blank trekt nog verder krom en de slip blijft lijn afgeven aan de big die evenwijdig aan de kanaalkant blijft vluchten. Ik moet hem stoppen, zover is nog nooit een karper gevlucht. Ik schat dat deze krachtpatser zich op 60 meter van mij ophield alvorens ik hem naar het midden van het kanaal kon dwingen. Nu maar blijven hangen, niet losschieten verluister ik. De blank kraakt in zijn voegen, het is geven en nemen. De vis blijft diep onder de top circuleren. Langzaam, heel heel traag komt hij omhoog. Dit is hem, mijn record, ik wist het zeker. Niet te vroeg juichen. Het landingsnet verdwijnt maas voor maas in het water, vakkundig breng ik het net naar voren en sleep de zoetwater big er boven. Hebbes, de negentig centimeter boezemde mij verkeerde verwachtingen in, nog steeds ervan overtuigd zijn dat het een 30-er was hang ik hem aan de unster, helaas, 24 pond. Desalniettemin kon mijn dag niet meer stuk. Ik had nog een nacht voor de boeg en reeds 2 exemplaren mogen begroeten.

De zoetwaterbig van drie over twaalf, 28 pond De avond vertoont geen activiteit, om elfuur passeert de laatste rijnaak. Onder de indruk kijk ik naar het rustig voorbij ronkende zwaarbeladen stuk staal. Het seizoen is weer begonnen denk ik tevreden. Enkele handjes voer worden voor de nacht op de stek gedeponeerd en de rigs worden opnieuw gepositioneerd. Met een voldaan gevoel kruip ik onder mijn slaapzak. Om precies drie over twaalf manifesteert zich een knalharde run, net in mijn eerste slaap verkerend veer ik rechtop, geen tijdnemend om laarzen aan trekken sprint ik naar wederom de linker km2 mijn sokken beginnen steeds vochtiger aan te voelen, dit is niet fijn . Na een beheerste aanslag dril ik de vis netjes uit, teneinde hem te landen. Het geheel duurt nog geen vijf minuten, maar het landingsnet voelt zeer zwaar aan. De unster kraakt en geeft het op bij 14 kilo. 28 pond. Jezus wat een dag, drie vissen in minder dan 8 uur. Drie vissen,………….. plots waan ik me weer in de wereld van bijbaantjes.

Met een bezweet voorhoofd pak ik het tropisch hardhout op en poog om verder schoon te maken, leunend op de bezem herhaal ik hardop: "drie vissen, vorige week heb ik drie vissen gevangen". Wat bazel je nou man, hoor ik achter me, "euh niets" antwoord ik, "ik denk dat ik vanavond met de pen ga vissen". Het is immers te laat om straks alles nog voor een nachtsessie op te bouwen. Moeizaam sluiten de deuren van de zagerij zich, knarsend en piepend loopt het tandwiel de schakels stuk voor stuk af. Met een doffe dreun sluiten de twee deuren, en ook de laatste zonnestralen worden buitengesloten. Gelukkig is dit een bijbaantje zeg ik tegen mijn compagnon. Ja je moet er wat voor over hebben om je centen te verdienen. Ik spring op mijn fiets, m' n gedachten dwalen af naar een penstek waar ik vanavond m' n geluk ga beproeven, een herhaling van vorige week?

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox