De wonderlijke leder met het uitsteeksel.                                                      Karperwereld Online
Ron Groen

Ongeveer acht jaar geleden kwam ik voor het eerst in mijn huidige woonplaats terecht. Het was eind november dat ik hier kwam en tegen de tijd dat de winter voorbij was had ik mijn werk waarvoor ik hier was dusdanig in de greep, dat ik wat meer avonden vrij kon plannen. En vrije tijd betekende toen ook al meestal vissen. En toen hier met de rivier in de buurt in de buurt was dat niet anders.

Half maart was er onverwachts een warme periode aangebroken en zaten we zo vroeg in het voorjaar al met temperaturen van 17 tot 18 graden. En de natuur om mij heen kwam niet tot bloei, nee,... de natuur om mij heen explodeerde. Binnen drie dagen tijd was er vanuit het niets van de winter plotseling overal ontluikend groen, en als je weinig auto's hoorde kon je toch soms bijna doof worden van de vogels, het leven was geweldig. Ik was twee dagen voor die tijd al begonnen met voeren op een stek. Een doodlopende zijarm met zijn monding in de rivier, en ideale stek waar ik nu nog vaak vis.

De wonderlijke leder met het uitsteeksel Twee dagen later was de eerste euforie van het mooie weer voorbij, en de temperatuur teruggezakt tot zo'n 14-15 graden en kon ik met vissen beginnen. Afspraken met collega's over diensten overnemen, s'middags al warm eten en boterhammen smeren, en om halfvier kon ik met volle bepakking het hek overklimmen en het weiland inlopen op weg naar mijn stek. En een half uur later zat ik prins heerlijk met de hengels uit op een zorgvuldig, dagenlang opgebouwde voerstek van mais en boillies. Ik zal u niet vervelen met alle superlatieven over alle mooie vangsten die ik die avond en de avonden daarna heb mogen meemaken, maar een vis sprong eruit. Een lederkarper van een pondje of zeventien, en in alle eerlijkheid ondanks het feit dat het de enigste niet schubkarper was die ik daar toen ving, vond ik hem niet eens echt bijzonder, ik was verwend. Op de Sloterplas in Amsterdam had ik tientallen van dat soort vissen gevangen. Ik heb hem niet eens gewogen, de werkelijke reden dat ik foto's van die vis heb gemaakt lag in een aantal markante vergroeiingen en uitsteeksels die deze vis kenmerkte. Ik heb er foto's van, maar verder heb ik er nooit meer bij stilgestaan, bij die lederkarper met zo'n merkwaardig uitsteeksel op z'n linkerzij.

Tot zes jaar later
In de kroeg stond ik, ergens laat in de nacht met minder biertjes te gaan dan dat ik reeds ophad, terwijl ik hem met een aantal gelijkgestemde stevig stond te raken. [Ik hoefde zeker niet te vissen de volgende ochtend.]
Plotseling werd mij het zoveelste glas bier in de hand gedrukt, waarbij mij door de gulle gever in onvervalst dialect werd toegeroepen, heij, "die brunne Kadett, die benne toch van oe". [Ik beloof dat dit tevens de laatste keer is dat ik als westerling een poging tot dialect zal doen.] Ik zei dat die bruine Kadet inderdaad van mij was, en aangezien de man die zich voorstelde als Herman vertelde dat hij die Kadet aan de rivier had zien staan kwam het gesprek al snel op vissen. Herman vertelde mij dat hij een voorkeur had voor lederkarpers, maar dat het gros van datgene wat hij in de wateren in de buurt ving toch schubkarpers waren, met een enkele verdwaalde spiegel[karper] ertussendoor.
Dit verhaal deed mij denken aan de enige leder die ik ooit op de rivier ving, die leder met dat merkwaardige uitsteeksel op zijn linkerzij, ik haalde nog twee glazen en vertelde Herman vervolgens over die vis. Toen ik op het punt stond om de vis te beschrijven onderbrak hij mij en vroeg plompverloren of deze vis toevallig een merkwaardig uitsteeksel had op zijn linkerzijde.
U begrijpt dat bij mij de klep openviel van verbazing.
Herman had hem twee jaar geleden gevangen op een gewicht van 25 a 26 pond.
Die is dan een mooi stukje gegroeid, bedacht ik want ik ving hem in voorjaar '93 op 17 pond, terwijl Herman hem op zegmaar 25 pond ving in najaar '97. Da's 7/8 pond in nog geen 4 jaar, wie zegt dat er geen voedsel in de rivier zit.

Sinds dat gesprek ben ik toch even anders over deze vis gaan denken, en als ik nu de foto's bekijk probeer ik me voor te stellen hoe hij er nu uitziet met die zeven pond [of intussen meer] extra. Als ik tegenwoordig aan de rivier ben is er altijd wel even een moment dat ik aan die ene denk, die ene leder met dat merkwaardige uitsteeksel. Ik vraag me dan af of hij nog leeft, het feit dat hij zo gegroeid was zegt dat hij geen last gehad heeft van dat uitsteeksel, maar toch? en of ik hem ooit nog mag tegenkomen. Al zou ik hem alleen maar zien zwemmen, of mischien nog wel vangen.
Er is maar een manier om daarachter te komen, en gelukkig heb ik dan gelijk weer een reden om,... te blijven vissen.

Die wonderlijke Leder met het uitsteeksel 2
De wonderlijke leder met het uitsteeksel 7 Jaar later. Toch nog even een avondje vissen. Morgen ben ik jarig en zoals de aloude traditie het vereist word ik even voor twaalf uur in de kroeg verwacht, om de felicitaties in ontvangst te nemen en om daarna in de speciaal daarvoor bestemde verjaardagspul een liter bier van de kroegbaas te krijgen waarna het de bedoeling was dat je de hele avond uit die pul blijft drinken die door vrienden en vriendinnen regelmatig word bijgevuld, en daarna zou het [morgen zeker na die pul] lastig worden om nog vrij te maken voor het vissen, nee dat zou volgende week worden.

Daarom was het des te mooier dat ik vanavond nog kon, want zoals iedere ervaren karpervisser dat kent, er was spanning, de spanning van het vangen. Soms komen de aanbeten echt honderd % uit het niets, en soms voel je de spanning van het vangen van tevoren, meestal door vorige vangsten of datgene dat je door het water word verteld dat je het gevoel geeft, dat je vangen gaat. [Als het vangen dan niet lukt kan je altijd nog claimen dat het ' wishful thinking' was] En zo zat ik vanavond ook met de spanning in het lijf dat er iets te gebeuren stond, helemaal omdat dit een van de stekken was waar ik kans maakte op,……… Zo zat ik gewoon te wachten op de aanbeet, die ene aanbeet die volgens iedere vissers-gen in mijn lijf eraan zat te komen.
En zo zat ik daar 4 uur later nog, ondertussen was het begonnen met regenen en de laatste anderhalf uur 'pleurde' het. [de frankrijkgangers begrijpen de woordspeling wel] Ik voelde me ondertussen aardig in de maling genomen, in de maling genomen door mijn eigen vissersgevoel [watersense noemde Nico de Boer het ooit] want die beet kwam niet. Ik had getwijfeld of ik in zou draaien om te controleren en 1 keer had ik tegen beter weten in toegegeven aan de twijfel en de hengels gecontroleerd, maar aan het aas of de rigs lag het niet. Voor die avond verslagen, stak ik nog een laatste peuk op, [alweer zo,n ritueel, de laatste peuk voor het inpakken] en in de wetenschap dat het nog wel weer een paar dagen zou duren voordat ik weer kon werd ik er ondanks mijn naderende verjaardag niet vrolijker van.

In de verte sloeg de torenklok 10 uur, het was mooi geweest, ik stapte uit mijn stoel en begon mijn spullen te verzamelen, de plu in te klappen, afijn in te pakken. Ik zat op mijn hurken met de rug naar de hengels, toen ik mijn hond zag reageren, [na 6 jaar vissen met de baas redelijk geconditioneerd op aanbeten] en nog voor de eerste piep klonk draaide ik me al om. Net op tijd om de zakker niet alleen te horen maar ook nog te zien, snel pakte ik de hengel van de steunen, draaide tot ik de lijn strak zag lopen, en haalde de hengel over, boenk, hangen. Gelukkig Karper, en geen Wopvoorn. [zoals wij de hybriden noemen tussen winde, kopvoorn, enz] De euforie, altijd aanwezig bij het eerste contact wat duidelijk maakt dat het karper betreft. De vis kwam ondertussen mijn kant op, en snel liep ik naar links om zoveel mogelijk afstand tussen mij en de vis te houden, ik draaide de slip wat strakker, want ik voelde er niet voor om niet alleen met de vis maar ook met het onderwaterwilgenbos 20 meter verder te moeten stoeien. De vis ging nog een paar meter door en veranderde toen zijn richting, weg van het bos aan de kant, naar het midden van het water.

Nu werd de strijd wat minder link, en stond ik in de stromende regen puur te genieten, van de vis die zich al strijdend van zijn beste kant liet zien. [ik bemerkte het ondertussen zielig verregende stompje van het 'laatste Javaantje voor het inpakken' dat nog tussen mijn lippen hing, als een klein detail dat je plotseling even vergeten was] De vis brak door het wateroppervlak op het moment dat hij mij vlakbij passeerde, een zwakgeschubde spiegel of leder, een golf van … door mij heen. Het percentage schubjes en schubben lag op dit water veel hoger dan spiegels of leders, en automatisch flitsten mijn gedachte naar de enige leder die ik hier kende en ik hier ooit gevangen had, en die eigenlijk stiekem een beetje mijn targetvis was geworden, die leder met het uitsteeksel. Het lekkere ontspannen drillen was nu wel voorbij en toen ik een hand van de hengel losliet om naar het net te reiken voelde ik de adrenaline in mijn vingertoppen. Ik legde het net met de zak in het water en de steel op de kant, stopte mijn kleine zaklantaarntje in mijn mond [de oerversie van de hoofdlamp] en liet mij op de kont voorzichtig van de hoge wallenkant afglijden tot ik met beide laarzen stevig in het ondiepe water stond. Zo drilde ik het laatste stuk, en op het moment dat de vis over de rand van het net gleed trok ik het net naar me toe, legde de hengel op de wal achter mij en liet direct mijn hand over de linkerflank van de vis in het net gaan, geen schubben, toch een leder, verder over de flank, geen schubben maar ook geen uitsteeksel, het was hem niet, het was een ander. Ik legde de hengel uit de weg, en tilde voorzichtig de vis op de kant, kroop er zelf achteraan en de volgende keer dat ik het net liet zakken was op de veilige omgeving van de mat. Het onthaken, bewonderen, wegen, meten en zakken was zo gebeurd, en een paar minuten later stond ik naast de bewaarzak de adrenaline uit mijn lijf te roken. Even een telefoontje naar de kroeg waar enkele maats al op me zaten te wachten was genoeg om een fotograaf naar de waterkant te dirigeren, en wat plaatjes later mocht ook deze leder weer zwemmen. [het mooiste afscheid dat ik ken] Ik raapte samen met de fotograaf [Manfred en Bob nog bedankt] mijn door en door natte uitrusting op, en hoorde in mijn achterhoofd al de klaagzang van mijn lief als ik de natte zooi uit zou stallen om te drogen, [ ze heeft maar twee dingen tegen mijn hobby, de stank van natte netten en zakken, en de stank van vismeelboillies]De wonderlijke leder met het uitsteeksel En even later slaat de klok twaalf en ben ik een jaar ouder en een vis rijker.
S'avonds tijdens de verjaardags-pul gaan mijn gedachten toch nog even terug, het was hem niet.

Ondanks dat dit een heel mooi verjaardagscadeau was, was het niet die ene, niet die ene die ik al zovaak in mijn hoofd had.
Ik ga het dit jaar niet meer redden, maar volgens mij heb ik er volgend jaar weer een reden bij om te blijven vissen.


Ron Groen


Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox