Ome Hein, zijn tijd vooruit!

Karperwereld Online


Ron Groen

Artikelen: Verhalen

Ondanks dat ik hem nu al meer dan 12 jaar ken, weet ik nog steeds niet hoe hij van zijn achternaam heet. Sterker nog, vanwege het feit dat ik alweer 3 jaar uit Amsterdam weg ben, weet ik nog niet eens of hij nog wel leeft. Dit klinkt cru maar wel een feit, er kan van alles gebeurd zijn in de jaren dat ik hem nu niet gezien heb, per slot van rekening was hij ook de jongste niet meer. [En voor iedereen die nu denkt,'ojee, daar komt weer een nostalgisch verhaal over een vis, fout, het is inderdaad wel een nostalgisch verhaal maar dan wel over een man, nog nooit een vis met een achternaam gezien, behalve Dick, van Moby Dick, terug naar Ome Hein] Ik denk dat mensen zoals Piet Vogel en Jan van Hengelsport Solica hem wel kennen als ze verder lezen. Ome Hein viste op Karper zoals wij allemaal toen aan de Sloterplas, alleen deed hij dat effe anders dan wij. 6 Dagen per week kon hem s'morgens rond een uur of negen rond de plas zien fietsen en aan de ballast op zijn fiets kon je altijd vanuit de verte al zien wat hij ging doen fietsen, of vissen. Alleen beslommeringen aan het thuisfront met vrouw, kinderen of kleinkinderen konden hem van het water weghouden, weer en wind deerde hem niet, sterker nog het leek wel of hij bij slecht weer harder van zijn ding [karpers] genieten kon dan bij een zomerse flauwe dag, nee Hein was iemand die kon houden van de storm.

Als hij ging fietsen betekende dat een fietstocht rond de plas waarbij hij op de fiets niet zelden ook Halfweg en Spaarne aandeed, alleen liet de laatste jaren ging dat vanwege stramheid in de rug niet zo makkelijk meer. Nou moet hierbij verteld worden dat Ome Hein een man was die 'vis' of liever gezegd 'aastechnisch' leefde van 'de biets', maar niemand die het erg vond. Altijd vond hij tijdens zijn fietstochten wel iemand die hij een plezier kon doen, en die er graag een paar handen boillies of een paar haken voor over had als: Ome Hein effe foto's wilde nemen, de volgende morgen een fles drinkwater zou meenemen of uit eigen ervaring, een warm patatje van de snackbar meenemen op de terugweg.

En denk nou niet dat Ome Hein een kruipert was, oh nee, als je hem door de bril in de scherpe ogen keek, zag nog steeds de trots flikkeren, en als hij het niet wilde kreeg je niets van hem gedaan, maar soms vond hij denk ik mensen gewoon aardig, of………of hij had boillies nodig. Ook was hij dankzij zijn fietstochten langs de vissers op de plas altijd een welkome bron van info en als Ome Hein was langs geweest dan wist je altijd wat waar gevangen was. Als hij ging vissen daarentegen was het een ander verhaal, dan was het zijn grootste plezier de aanwezige vissers met de boillies of haken die zij hem zelf gegeven hadden af te troeven, en er zijn vissers geweest die dan ook gewenst hadden dat zij dat zij hem deze nooit gegeven hadden. Ome Hein viste niet met karperhengels zoals wij ze kende.

Ome Hein viste met zijn oude drie delige 'ouwe blauwe scharrestokken' zoals hij ze zelf noemde. Keiharde poken waarmee je een walvis omhoog kon tillen, en een vergelijking met de tegenwoordig veelgebruikte 3 ponds stokken was wel op zijn plaats, hij was zijn tijd vooruit. En in die tijd, en we praten nu over eind 80 begin 90 viste Ome Hein uit ik denk zuinigheid al met stukkies 34honderste nylon, zeg maar datgene wat wij nu een stiff rigg noemen, 10 jaar voor zijn tijd uit. Datzelfde 34 honderste had hij ook op de spoel,"liefst die bruine van Maxima want die was effe dikker". [En zo was Ome Hein niet alleen de Karpervissers maar ook de Kroonprins 10 jaar vooruit.] Ome Hein ving zijn visje wel.

Behalve de scharrestokken was de rest van zijn uitrusting ook minimaal en meestal liet hij in gezelschap van andere vissers zijn 80 cm netje dan ook maar ingeklapt in de wetenschap dat de anderen toch wel voor hem zouden scheppen, terwijl Hein met een brede glimlach de vis de laatste meters naar het net liet afleggen.

Ome Hein Ome Hein durfde te drillen, zonder fireline maar met alle kracht die Maxima en de scharrestokken toelieten zonder dat het ooit echt grof werd wist hij zijn vissen meestal wel van de gevreesde oude, scherpe beschoeiing van het tweede talut weg te houden, ook omdat hij meestal niet verder dan 25 meter uit de kant viste, waar de rest meestal op 40 of 50 viste, was Ome Hein alweer zijn tijd vooruit. [dat heb ik later van LdB ook nog gelezen] Ik hoor het Ome Hein nog zeggen in redelijk Amsterdams, toen ik hem vroeg, "zou u niet wat rustig aan doen, straks lost u hem nog".

"Ach jongen, as dat vissie zeluf tog ook niks doet, wat sal ik tan gaan ligge martele", en op deze manier was Ome Hein eigenlijk ook meestal de strijd vooruit. Om vervolgens zo netjes en weidelijk mogelijk met de vis om te gaan, weliswaar zonder onthaak mat maar hij nam altijd de moeite om zijn vissen altijd ter bescherming altijd even op zijn onverwoestbare regencape in het hoge gras te leggen, zoals ik al eerder schreef de oeronthakingsmat, alweer zijn tijd vooruit.

Ome Hein was een doe-het-zelver onder karpervissers, naast het aftroeven van de vissers, gaf ook het aftroeven van de lokale hengelsportwinkels op het gebied van klein materiaal hem een duivels genoegen en mocht hij dit fragment meekrijgen kan ik zeggen dat ik nog steeds gebruik maak van de weegzak die hij [of zijn vrouw] op de naaimachine zelf in elkaar heeft gezet. Koste destijds in de winkel fel.45. Totale kosten voor Ome Hein 3 gulden vijftig matriaal en een avondje werk. Ik gebruik hem nog vaak om vis terug te zetten. En hoe vaak schoot Ome Hein niet verder dan wij met zijn zelfgemaakte katapult, of,……. maakte hij gewoon handiger gebruik van de wind??? Altijd had hij een goed advies of een bemoedigend woord als hij op zijn dagelijkse tocht langskwam, en zelden bracht hij zijn advies op een manier die ik niet accepteren kon, ondanks dat ik toen een behoorlijk kritiekgevoelig ventje was. Ook een trekje waarin hij de meeste van ons ver vooruit was. Ik weet nog hoe Ome Hein waarschijnlijk door zijn gebrekkig Engels taalgevoel [zoals velen van die generatie, nietwaar pa] de door ons zo de hemel in geprezen nieuwe Engelse technieken vaak met een geweldig relativeringsvermogen wist terug te brengen tot zoals hij dat noemde een, 'nieuwe of ouwe truc in de doos'.
Zo had hij het idee met het Tube of Inline lood al snel door, en werden deze door hem al snel 'schuifloodjes op een steeltje genoemd', in een keer alle Engelse poespas wegnemend. " We sitte tog in Holland, of niet tan" klonk het op zo'n ogenblik, en u begrijpt het duurde niet lang of hij had thuis op de vliering een paar malletjes in elkaar gefrommeld en om de wand van Elektriciteitsdraad goot hij die loodjes zelf, soms sta ik wel eens in de Hengelsportwinkel en denk ik, " ik wou dat ik er nog een paar van hem krijgen kon, van die schuifloodjes op een steeltje…

Tien jaar geleden werd Ome Hein soms met een glimlach bekeken, en door te weinig mensen op vistechnisch gebied serieus genomen, maar als ik met mijn neus door de publicaties van de afgelopen 10 jaar blader denk ik maar al tevaak die Ome Hein was zo gek nog niet. Sterker nog, wat betreft veel dingen die met karpervissen te maken hebben was hij zijn tijd vooruit. Ik denk nog vaak aan hem tijdens het vissen, en ik hoop dat hij nog steeds rond de Sloterplas zijn boillies bij elkaar f[b]ietst. Het word geloof ik weer eens tijd om een keertje in Amsterdam te gaan vissen. Het idee alleen al, voor mij alweer een paar redenen om te blijven vissen…

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox