Home  |  Contact  
 

Artikelen


De Karperwereld volgens Maasland, Part Three


Laurens Maasland

'Geniet u met mij mee?'
'Geniet u met mij mee?'
De tijd vliegt, net zoals de vogels, soms harder, soms zachter, soms helemaal niet. Gekeken naar deze verhalenreeks vliegt ie zeker harder dan de vogels doen richting het zuiden, want dit is alweer de derde episode van deze verhalenreeks.

Er zijn maar weinig zekerheden in het leven, vooral in dat van de karpervisser. De enige zekerheid die jullie momenteel hebben - behalve dat morgen de zon weer opkomt - is dat dit zeker niet de laatste bijdrage aan deze verhalenreeks zal zijn. Met name bij karpervissers kunnen zekerheden die van belang zijn voor een visser soms als een bonk lood in de bodem wegzakken. Jouw zekerheid wordt dan als een onvindbaar aasje diep de prutbodem ingezogen, op een plek waar geen karper durft te azen. Het enige wat boven die bagger uit zal komen is de twijfel, die vaak toch wel zal overwinnen.

Twijfel wordt door Maasland echter uitgesloten want jullie krijgen ongetwijfeld een hoop karperpraat en onzin voorgeschoteld in deze bijdrage. Ook Maasland twijfelt echter over deze bezigheden, want tijdens het schrijven ervan is hij door zijn werkgever gesnapt, op heterdaad betrapt, in de kraag gevat.

"Wat is dit voor onzin?", vroeg zijn baas. Maasland was verbijsterd, want had niet verwacht hem nog te zien die dag. Maasland stamelde, was in een gekke bui vol snode plannen, en mijmerde iets over de nutteloosheid van het werk en de luiheid van het management. Hij kreeg een stortregen van krachttermen en beschuldigingen over hem heen, maar dat scheen hem niet te deren. In gedachte zat hij namelijk al aan de oevers van karperland, verscholen tussen de rieten en de knotwilgen, starend naar een foliewakertje en nadenkend over dingen die wel van belang zijn voor een visser.

Het gaf hem in ieder geval weer reden tot een vervroegd vertrek naar huis om te gaan vissen. Daar, aan de waterkant, noteerde hij het volgende verhaal:


Karpervisserspraat


Daar, aan de waterkant, noteerde hij het volgende verhaal..
Daar, aan de waterkant, noteerde hij het volgende verhaal..
Karpervisserspraat, een taal, dé taal die alleen de karpervisser beheerst. De taal die slechts gesproken wordt door een select aantal mensen op deze aardbol. Een groep mensen die zonder twijfel dingen meemaken die een 'normaal' persoon nooit zou ervaren. Een groep mensen die kan genieten van de kleine dingen die het leven en de natuur te bieden heeft. Zoals bijvoorbeeld een plant, dier of een simpele zonsondergang. Wat ik teruglas in het werk van Alijn Danau is voor mij een ideale definitie van wat ons (karper)vissers drijft:

"Karpervissen heeft niets te maken met geduld, maar met gecontroleerd ongeduld. Dat wist Richard Walker al."

Fantastische omschrijving, dat 'gecontroleerde ongeduld'. Het is zo typerend voor het gevoel wat een gedreven visser ervaart, het gevoel terug te moeten keren naar de waterkant. De drang, de behoefte om weer te gaan vissen, gemaakte plannen uit te gaan voeren. Een echte visser moet vissen, anders wordt hij gek. Daar is hij immers visser voor. Van uitgeoefend geduld is hierbij absoluut geen sprake. De term 'geduld' heeft zelfs een negatieve bijklank. Geduld oefen je uit als je iets wilt bereiken, maar in de tussentijd opgehouden wordt. Wat een buitenstaander definieert als een nutteloze wachttijd, als een tussenstation, is voor de karpervisser juist het genot. 'The journey is better then the destination', een typerende definitie hiervoor.

Een paar jaar geleden zat ik rond de kerstdagen te penvissen naast een drukgebruikte auto- en wandelbrug. Het was een barre decemberdag, een dag om voor de haard te zitten. Ik zat echter te vissen en had het prima naar mijn zin.

Na een tijdje komt er een bekakte burgerlijke trut van middelbare leeftijd langsgelopen, met aan haar zijde een aangekleed en bovendien miserabel schoothondje. Ze zag me en wierp een blik op mij…

"Dat je DAAR nu ZIN in hebt", snauwde ze me toe. Een mengelmoes van emoties en mogelijke antwoorden schoot in een flits door mijn hoofd heen. Ik koos voor de meest gewaagde.

"Dat JOUW MAN nu ZIN in jouw heb", was mijn ironische weerwoord.

En weg was ze, zonder woorden, vol verbazing, vol ongeloof, vol vuile blikken.

Wat een heerlijkheid, bedacht ik me toch, wát een vrijheid en beleving op die middag. En wát een chagrijnig en in beperkte wereld levend mens kwam me daar toch over die brug gewaggeld, ik had het bijna te doen met haar zeg. Ze zou thuiskomen en zich bij haar man beklagen over de brutaliteit van de jeugd en een mok chocolademelk inschenken, intussen wauwelend over dingen die totaal niet van belang zijn voor een visser. Wat je allemaal ook niet meemaakt aan de waterkant. De onbegrijpende blikken van niet vissende omstanders doen mij inmiddels alleen nog maar plezier. Ik leef.

Goed, karpervisserpraat, zo luidde de subtitel van dit hoofdstuk, dit schrijfsel, deze bijdrage. Maar een bijdrage waaraan? Waaraan eigenlijk? Aan een stukje vermaak? Laten we dat tenminste hopen. Het woord 'bijdrage' schept een verplichting omdat dat woord pretendeert ergens waarde aan toe te voegen en het is ten zeerste te bediscussiëren of dat hier wel het geval is. Uit (on)zekerheid gooi ik er maar weer een sessiebeschrijving tegenaan, die verkopen goed en hebben het volledige recht om onder de noemer 'karpervisserspraat' te verschijnen.

Het goud, waar ik van houd..


Karpervisserspraat, met in de hoofdrol uiteraard zulk soort biggetjes
Karpervisserspraat, met in de hoofdrol uiteraard zulk soort biggetjes
Incorrecte spelling, maar klonk wel leuk. Iedereen beweert wel eens een 'gouden' vangst te hebben gehad, inclusief ikzelf ook. In feite is elke vangst te bestempelen met de benaming van dat kostbare goedje. Toch rolde er tot mijn vreugde en genot een tijdje geleden iets in mijn net, wat voor mij persoonlijk iets meer aan die 24 karaats beschrijving leek te voldoen. Een vis die de wachttijd doorbrak, hem nog aangenamer, meer de moeite waard maakte dan ie al was of hoorde te zijn. Een heuglijke vis die ik niemand zou willen onthouden. Niet om zijn gewicht, puur om zijn verschijningsvorm.

Het was een leuke periode. Ik had zomervakantie. Ik beleef mijn zomervakanties altijd heel intensief, vrije weken betekent doordeweeks vissen en het weekend doorgaans vrij houden. Vijf nachten in de week kan er dan meestal wel af, en de binding, het contact met het water is enorm in zulke periodes. Overdag blijven zitten is vaak niet 'my cup of tea', dus er wordt elke ochtend opgeruimd en dus verkast. De dag gebruik ik om op te frissen, aas en uitrusting voor te bereiden, wat te observeren, hopelijk te leren, de stekkeuze en te socializen. Voor een 'normaal mens' misschien een verloren dag, maar voor mij als karpervisser zijnde nuttig genoeg dus. Trouwens… is in de ogen van de gepassioneerde karpervisser c.q. natuurliefhebber niet iedere dag die een 'normaal mens' in een stoffige woonkamer doorbrengt, starend naar zo'n zielige kijkkast een vorm van onvervalste levensverarming, verspilde tijd, een nutteloos moment, een verloren dag? Doe mij dan maar een gezellige discussie (wat meestal uitloopt op oeverloos geouwehoer, maar allez we doen het ervoor…) met een biertje en liefst vrouwelijk gezelschap. Constant hersendood televisie kijken iedere dag is aan mij niet besteed, alsof je niks beters te doen heb. Een straffe bewoording, maar wel grenzend aan mijn realiteit. Voor ieder wat wils gelukkig. Als ieder mens in een karperbelagende droomnajager zou veranderen zou het al helemaal ongehoord druk worden aan 's lands karperoevers.

Vissen is meer…


De druk was al ietwat van de ketel
De druk was al ietwat van de ketel
Ik had al wat mooie karpers gevangen die zomervakantie dus de druk was ietwat van de ketel. Maar de ketel stond nog steeds op het vuur en was nog loeiheet. Het plan was opgevat om een zekere stek te bevissen, een stek die niet zomaar uitgekozen was. Ik had daar namelijk karpers zien zwemmen vanuit een bootje. De stek was vanaf de kant slecht bereikbaar. Dit zou mij in ieder geval rust beloven.

Het zou inderdaad rustig worden, te rustig naar mijn zin. Rond de duistere en spookachtige klok van middernacht had ik nog steeds geen piep gezien, laat staan gehoord. De omstandigheden waren voor de zomer zeker niet slecht te noemen, wat bewolking en een windje met een niet te warme temperatuur. Bovendien had ik al eerder succes geboekt op deze stek. Niet geboekt op bestelling, maar puur behaald door observatie en geïnvesteerde moeite.

Karpervissen is soms meer dan afwachtend je tijd uitzitten.

De twijfel begon wel toe te slaan rond middernacht zeg. Er begon een gevecht tussen de rationalist en de dromer in het hoofd van Maasland. Deze eerste kon alleen nog maar aan 'blanken' denken en ging uit van het negatieve scenario. De dromer koestert immer hoop en vertrouwen, ging er van uit dat het alsnog vangen zou gaan worden en werd hiermee bijgestaan door de romanticus.

Na een eindeloze woordenwisseling sloeg de vermoeidheid toe en er werd weer ontdekt hoe fijn het is om te luieren, te dommelen, te slapen. De uren raakten in vogelvlucht en de stilte werd steeds beklemmender, steeds meer merkbaar, steeds meer dreigend.

Tegen de ochtend lukte het de zon alweer om haar aangename stralen te projecteren op het gedeelte van de aarde waar de visser in zijn tent lag te slapen, de natuur begon te ontwaken. Hoewel sommige dieren hun dagverblijf juist op gingen zoeken, geduldig wachtend op het moment dat de zonnestralen weer op weg waren naar Amerika en omstreken.

Observeren en stalken, vissen is soms meer dan <br> afwachtend je tijd uitzitten
Observeren en stalken, vissen is meer dan wachtend je tijd uitzitten
De karpervisser stak zijn warrige hoofd buiten zijn camouflage gekleurde nachtverblijf en keurde goed wat hij zag…

Een waterspiegel met een lichte kabbel, een waterhoentje met jonkies en de mooie planten en bomen die de omgeving tot een lust voor het oog hadden gepromoveerd.

De zonnestralen, die tussen de schaarse aanwezige wolkjes doorschenen en hard hun best deden om de horizon op te vrolijken.

De fluitende vogels, die ongevraagd hun toch wel aangename fluitconcert weggaven. Het enige minpunt was het droge net, de lege bewaarzak, de onbewogen swingerposities…

Voor heel even waande ik mij in de hemel, totdat ik de afwezigheid van Petrus en enkele andere goddelijke karikaturen bemerkte. O ja, ik zat aan de waterkant, mijn eigen hemel, op aarde nota bene.

De visser gooide de flap van zijn nachtverblijf open, ging er voor zitten en genoot ondertussen van wat hij zag en wat hij at, een krentenbol met suiker. Ach ja, het is niet altijd rozegeur en maneschijn, ei met spek, slijm en vis. Het werd rond de klok van negenen en uit ervaring wist de visser dat zijn kansen met het vorderen van de tijd (r)echt evenredig afnamen. Gekeken naar het aankomende weer moest er die middag weer eens terug gegrepen worden op de struinende tactiek, stammende uit de tijd van vóór de boillie en loodsysteem (r)evolutie. Rustig overzag de visser de situatie en bekeek met een kritische blik de waterspiegel, intussen nadenkend over zijn voorlopige falen. Plots werd hij opgeschrikt.

Mijn goudklomp


Ondanks wat ver weg genomen, werd het wel een zeer fraaie plaat..
Ondanks wat ver weg genomen, werd het wel een zeer fraaie plaat..
Wat toen gebeurde zal nu omschreven worden als de meest clichématige zin der sessiebeschrijvingen: plots gebeurde het toch nog, totaal onverwachts trok de top krom en was ik in gevecht met een heuse karper! Natuurlijk gebeurde dit. Dit was immers belooft aan het begin van deze sessiebeschrijving, anders had er weinig aan geweest, nietwaar?

Vol ongeloof (uiteraard) pakte ik die hengel vanuit zijn steun, waarin ie al een hele poos stil lag te rusten, wachtend op dit 'moment suprème'. Terwijl ik de hengel omhoog hief, ging de haak definitief tot aan de weerhaak het vlees in en de vis was halverwege in de reis naar zijn voorlopig eindstation, mijn landingsnet. Eigenlijk probleemloos liet de vis zich meetrekken. Hij liep wel wat uit, maar pas voor het kantje begon het verzet, niks vergeleken met dat van de Duitsers trouwens. Hij lapte mij wel een hard schot wat weinig andere vissen na gedaan hebben. Na een keiharde run bedaarde hij echter al snel en liet zich weer meepompen. Toen volgde er een traditionele dril en voor de kant begon zich een schim tussen de wellingen te vormen.

Wat er toen voor mijn voeten verscheen was absoluut ongelofelijk. De vis waar ik al een tijdje geleden de strijd mee aangegaan was bleek warempel een heuse goudkarper te zijn. Op zich niet zo'n bijzondere gebeurtenis maar zoiets komt toch zeer onverwachts. Bovendien zou het mijn eerste zijn en ik drilde uiterst voorzichtig verder. De inspanning begon zijn tol te eisen op deze oranje rakker en de overgave volgde een momentje later. Een onwaarschijnlijk gekleurde karper verdween in het schepnet. Ik kon nauwelijks bevatten dat daar zo'n fraaie goudkarper veilig tussen de mazen lag, een onwerkelijk moment.

Behalve schitterend van kleur en uiterlijk had hij een lichaamsbouw om van te smelten, alhoewel de opkomende warmte reeds hard zijn best hier toe deed. Ik vond de vis uiterst mooi gebouwd, met een fraai hangbuikje (bij karpers wel mooi) en een ongehoord hoge aaibaarheidsfactor. Het maakte het dier tot een schattige vis. Ik kon maar niet kiezen tussen de waardering fantastisch, geweldig, ongelofelijk, super, schitterend en waanzinnig. Ik besloot het op een mengelmoes tussen deze zes benamingen te houden. Ik woog het beestje voorzichtig en hij bracht 15 pond op de schaal. Niet dat het gewicht mij ook maar iets interesseerde overigens.

En dan, de foto…


De knul maakte nu ook mooie foto's van mijn gouden geluksvis
De knul maakte nu ook mooie foto's van mijn gouden geluksvis
Maar nu kwam het dilemma. Hoe moest de vis op de foto? Ik was alleen en verspeelde (door een losschieter) mijn laatste snippertje beltegoed aan een vruchteloos telefoontje naar een maat, die niet beschikbaar was. Uit pure wanhoop maar de bewaarzak geraadpleegd om helder na te denken. Veel tijd kreeg ik niet, want mijn oplossing kwam even snel als de AID of de regiopolitie Zuidholland-zuid wanneer je met 3 stokken zit te vissen…

Mijn oplossing, mijn redding, kwam aangevaren over het water, in de vorm van een jong knulletje in een motorbootje. In eerste instantie dacht hij een gek te zien, een verwilderd persoon (wat wil je na vijf nachten vissen) die daar hevig gebaarde naar hem, want dat zag hij. Toen dacht hij dat ik gebaarde uit te kijken voor mijn vislijnen, wat ook niet waar bleek te zijn. Mijn aanhoudende gebaren deden hem in zijn vaarrichting veranderen, richting mij, de goede richting op. Handen werden geschud, namen uitgewisseld, hoewel jonge knulletjes daar nooit de waarde van in lijken te zien, jammer.

Ik gaf hem een snelcursus fotograferen en legde de werking uit van het apparaat die dit gelukkige moment zou moeten gaan vastleggen. De jongen knikte instemmend en gaf gehoor aan mijn instructies. Het deed mijn herinneringen terugreizen naar de vele keren dat ik argeloze voorbijgangers heb aangehouden, uitgebreid geïnstrueerd en bijgestuurd, dit alles in het belang van een mooi plaatje, een fraaie foto, die ultieme herinnering. Zoals die keer dat ik op een gure dag in maart in een eenzame en verlaten polder letterlijk voor een jeep op de weg gesprongen was… De man schrok zich rot, maar was de enige voorbijganger sinds anderhalf uur, dus ik had weinig keus en vond het bovendien zeer grappig. Ondanks wat ver weg genomen, werd het wel een zeer mooie plaat.

De knul maakte nu ook mooie foto's van mijn gouden geluksvis, mijn knal oranje karper die de Nederlandse traditie hoog in het vaandel had staan, wat zelfs zo ver ging als zijn eigen uiterlijk. Mijn geluksbrenger kon weer zwemmen. Ik gaf hem een kusje op zijn knal oranje kop en toen dacht mijn fotograaf waarschijnlijk dat ik helemaal gestoord was, tenzij hij wel eens Rex Hunt kijkt en misschien enig begrip kan tonen voor een persoon die werkelijk een passie heeft voor het vissen.

Ik bedankte hem uitgebreid en ging languit op de stretcher mijn innerlijke feestje vieren. Het werd een grote fuif, maar de tijd breekt dan toch aan om op te ruimen, huiswaarts te keren. Dit keer niet om weer een drukke week in te gaan, maar om de volgende visnacht voor te bereiden… wát kan het leven toch mooi zijn.

Ik pakte de spullen, gooide ze in de boot en vaarde naar huis, met een soortgelijk gevoel als dat van Lucky Luke, wanneer hij weer een avontuur heeft beleeft en aan het eind van zijn aflevering is.

Verzadigd, voldaan en op weg naar een nieuw avontuur…

Laurens Maasland

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox

 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer