Een seizoen op de Nieuwkoopse plassen(1998)
Door: Marck Slaghekke
Zoals bij sommigen bekend ben ik een liefhebber van het vissen op karper met de pen.
Zozeer zelfs dat ik 2 jaar geleden besloot mijn hele boilieuitrusting te verkopen en me volledig te storten op het penvissen. Door mijn verhuizing vanuit Almelo naar Woerden was ik verplicht in wateren te vissen die mij totaal onbekend waren. Van een 'karperscene' is in Woerden nauwelijks sprake dus ik moest min of meer alles zelf ontdekken.
Aan water is hier geen gebrek en ik ving mijn eerste karpers in de Oude Rijn en in een cultuurwater. Het ging echter niet zo makkelijk als op de Almelose wateren als het Lateraalkanaal en het Twentekanaal. Een probleem is dat de polderwateren in mijn ogen te ondiep zijn om met de pen te vissen. De grote wateren gaven eigenlijk ook geen goede resultaten. Telkens had ik de indruk dat van strategie van mijn kant geen sprake was, ik beviste op goed geluk de voor de hand liggende stekken. Toen de resultaten dermate bedroevend werden dat ik zelfs even overwoog om te gaan vliegvissen("How low can you go?") besloot ik het roer radicaal om te gooien. Mijn spaargeld moest eraan geloven! Na een gevoelige investering in materiaal gloorde er aan de horizon weer hoop. In dit voorjaar kon ik weer achter een stel boiliehengels zitten en de eerst sessie met mijn neef Ruben gaf 28 runs te verwerken, zodat mijn statistieken weer een beetje bijtrokken. Het was weer leuk aantallen te vangen en ik heb heerlijk zitten vissen maar de echt grote vissen kwamen er niet uit. Op de laatste 60 vissen geen enkele twintigponder!!!
Mijn vriendin gaf me op mijn verjaardag het net uitgekomen boek van Evert Aalten getiteld "Speurtocht naar giganten". Veel bekende grote vissen en goede stekken worden hierin beschreven maar het meest interessante hoofdstuk voor mij was dat over de Nieuwkoopse plassen. Ik was natuurlijk op de hoogte van het bestaan van dit water en het Nederlands record dat hier in 1997 werd gebroken, maar bij het zien van al die andere veertigers begon ik toch echt onrustig te worden. Na een aantal keren gezocht te hebben naar een interessante stek besloot ik te gaan vissen in een wetering van ongeveer een meter of 15 breed. Op de wetering komen verschillende doorgangen uit waarachter een natuurgebied ligt. Op deze stekken hadden Engelse vissers vorig jaar 2 veertigers gevangen! Van een paar karpervissers die deze stekken bezet hadden begreep ik dat er flink gevoerd moest worden om een kans te maken. Het probleem van dit water is het nachtvisverbod. Gevist mag worden vanaf 1 uur voor zonsopkomst tot 1 uur na zonsondergang. De controle is zeer streng. Ik ben gecontroleerd door de veldwachter(die kwam tot mijn grote schrik om 0.30 uur met een boot aanleggen), de rijkspolitie(zondagochtend om 5.30 uur) en degene die de vergunningen uitgeeft(bijna elke dag). Het zou dus een visserij van de avonden en de ochtenden worden.
Mijn plan was simpel. Van dressuur is volgens mij (nog geen sprake dus een standaard systeem moest het doen. De eindmontage bestond uit een 60 grams arlesey-lood met een tube van 50cm. Aan de gevlochten onderlijn van 30cm werd een Drennan european boiliehook nummer 4 geknoopt met een hair van een halve cm. Ik besloot geen particles te voeren maar alleen boilies. Twee avonden achter elkaar voerde ik een pond 15 mm boilies per keer. Op donderdag 4 juni viste ik mijn eerste sessie. Al na een uur begon ik mij helemaal gek te krabben want in dit gebied komen zwarte vliegjes voor, zogenaamde "murzen" die je helemaal lek steken. Niets hielp tegen deze plaag! Met vismaat Guido zat ik de avond uit zonder veel vertrouwen. Om 23.30 zag ik het felblauwe licht van de Delkim flikkeren. Verrast rende ik onder de plu vandaan, sloeg aan en zonder al te veel strijd gleed een schubje van 12 pond het net in. Tevreden nam ik weer plaats, hopend op meer. Ik had Guido beloof niet al te lang door te vissen maar ik rekte de tijd. Niet voor niets! Om 00.15 kreeg ik een run op de andere hengel, een langgerekte schubkarper van 25 pond. Vrijdag en zaterdag voerde ik door volgens hetzelfde schema met de bedoeling er 's zondagsmorgens weer te gaan. Er moest echter eerst iets worden gedaan aan het vliegjes probleem. Bij een outdoor winkel kocht ik een muskietennet van fijn gaas om mijn hoofd te beschermen. Handschoenen van dunne wol sloten het laatste restje blote huid af. Ik was klaar voor de strijd.
Op zondagmorgen reed ik om 4.00 in de ochtend door het mistige landschap.
Ik kon vanwege de duisternis nauwelijks zien waar ik ingooide en de vliegjes waren weer massaal van de partij. Toen beide hengels waren ingegooid liep ik naar de auto om de boilies te pakken, want ik had nog niet gevoerd. Nog niet bij de auto aangekomen kreeg ik een harde run op de linkerhengel. Binnen 2 minuten een aanbeet. De dril moest een komisch tafereel zijn geweest. Terwijl ik met mijn linkerhand de vliegen van mijn gezicht sloeg(ik had mijn muggennet nog niet op vanwege het ingooien) zag ik mijn rechterhand waarin ik de hengel had helemaal zwart worden van de vliegjes. Hengel overpakken in de andere hand enz.
Resultaat was dat ik na veel geklungel een schub van 22 pond kon landen. Nu kon ik me tenminste aankleden. Om 5.30 zag ik door het muggengaas een tik op de rechter hengeltop. Geheel voorbereid stond ik achter de hengel en de run kwam dus niet als een verrassing. Dit keer een hooggebouwde, waarschijnlijk oude spiegel van 24 pond. Vis in de zak en doorvissen. Gek genoeg kreeg ik na deze vis geen enkele aanbeet meer.
Later bleek dat de activiteiten van de vis zich hoofdzakelijk in de hele vroege ochtend en heel late avond afspeelden. De foto van de spiegel bleek te zijn mislukt. Moet je ook maar geen bejaarde vissen in de zak stoppen. De volgende sessie (weer na 2 dagen voeren)leverde me 1 run op. Maar deze vis slingerde zich zo hopeloos vast in een leliebed, dat ik na 10 minuten lijnbreuk moest forceren.
Een paar sessies later kwam er een bekend figuur langs. Het was Evert Aalten die even naar de vangsten kwam informeren. Vlak nadat ik hem vertelde dat ik nooit vroeg in de avond een aanbeet had gekregen(het was 21.00) kreeg ik pal onder zijn neus een keiharde fluiter. Een schubje van 13 pond werd uit de obstakels gehouden en geland. Evert vertrok en ik viste door. Weer in de "verboden tijd" nl. om 00.15 ving ik een 23 ponder. De twintigponders kwamen hier wel erg gemakkelijk. Zou er nog meer in zitten?
Nu stond er weer een ochtendsessie op het programma. Omdat ik nog niet "geblanked" had was ik ook nu weer vol vertrouwen. Ten onrechte want ik ving niets. Verwend als ik was werd ik hier een beetje pissig van. Effe doordrukken dacht ik en nog diezelfde avond ging ik weer.
Wachten, wachten, wachten en toen om 00.15 uur(weer in de overtreding)1 bliep. Ik keek nar de swinger en er gebeurde 5 minuten niks. Toen kreeg ik een hele trage run op dezelfde hengel. De vis kwam rustig mee en de landing gaf geen problemen. Toen hij over het netkoord rolde zag ik een rijenpatroon op zijn flank. Na weging bleek de vis 27 pon zwaar en dat voor een rijenkarper! De ene vis was hier nog mooier dan de andere, wat een walhalla!
Een paar sessies verder waarin ik telkens wel een vis ving of verspeelde, begon ik aan een van de meest indrukwekkende avonden uit mijn sportvissersleven. Om 19.00 was ik vis-klaar en om 19.30 kwam de eerste run. Een schubje van 12 pond lag even later verteerde boilies te sproeien op de onthaakmat.
De vis was tijdens de dril dusdanig wild tekeer gegaan dat ik de andere hengel ook opnieuw moest ingooien. Vijf minuten na het ingooien kreeg ik een zakker die ik missloeg. Geergerd gooide ik opnieuw in, niet helemaal bovenop mijn voerplek. Om 20.00 gebeurde het. Op dezelfde hengel kreeg ik een trage run en ik sloeg aan. Zo vast als een huis. Het begon te bewegen. De 2 1/2-ponder trok krommer en krommer. Wat was dit? Alle andere vissen begonnen direct te stoten en te pompen maar dit was totaal anders. Dit zwom alleen maar. Trager dan traag ging de vis naar het midden. Ik begon lichtelijk in paniek te raken. De vis had 20 meter genomen van de zwaar afgestelde Shimano 4500. Ik moest iets doen. Slip dichter. Hengel krommer. Slip losser.30, 40, 50 meter en nog voelde ik niks stoten. Nog steeds door het midden en op weg naar een kruising van weteringen. De hand ging op de spoel, buigen of barsten. Ik leek succes te hebben. De vis boog af naar rechts en boorde zich in een ritekraag. Soms heb je een naar voorgevoel. Ook nu.
Ik zag kleine golfjes uit het riet komen toen de 30/00 maxima veranderde in een zweepje. Het klassieke zweepje waarover Joris Weitjens later een artikel schreef in "De Karperwereld". Mijn wereld echter lag op dat moment in stukken. Ontredderd zette ik de hengel tegen de plu aan, wetend dat ik de vis van mijn leven had verspeeld. Dit was zo massief, dit moest een gigant geweest zijn. Een uurtje later ving op dezelfde hengel een mooie 25-ponder als pleister op de wonde. De vis was nauwelijks 10 meter door de slip gezwommen. Wat moet die andere dan wel niet geweest zijn?
Twee weken na deze avond werd opnieuw het Nederlands record gebroken door de heren Van Kleef en Van Schaijk, op hetzelfde water.
Natuurlijk viste ik door, maar ik ving ze kleiner en kleiner. Voornamelijk vissen van tussen de 12 en de 16 pond, allemaal schubs. Het was een aflopende zaak. Ik begon te blanken. Op een van deze avond bleef Evert Aalten tot 2.00 uur kletsen zonder dat ik iets ving. Het werd koud. Nog een avond besloot ik te gaan. Om 21.00 hoorde ik een geluid op ongeveer 100 meter afstand. Ik zag een man boilies schieten, vlakbij mijn stek! Het dumpen duurde een half uur. Ik was er ziek van. De man kwam bij me om een praatje te maken en beweerde zelfs een vismaat van Evert te zijn. Ik had het nu wel gehad hier. Na de zomervakantie pakte ik de stek weer aan met hetzelfde voerschema. Ik ving niets. Blijkbaar en voorjaarsstek. Maar volgend jaar zal ik er weer zijn om met frisse moed te beginnen. Dan komt die gigant er uit, dat weet ik zeker.
Marck Slaghekke