Home  |  Contact  
 

Artikelen, Wetenschap


De onderwaterwereld


Michiel Lieverdink

Michiel Lieverdink Introductie,
Laat ik mij eerst even voorstellen, ik ben Michiel Lieverdink. Ik ben bijna 30 jaar oud en ik vis op dit moment 14 jaar gericht op karper. Ik vis de laatste jaren vrijwel alleen in de avonduurtjes van gemiddeld 21:00 u tot 01:00 u (Dit was vroeger wel anders!). Mede hierdoor kom ik aan een gemiddelde van ongeveer “maar” 200 visuren per jaar. Niet echt een verslaving dus, maar ik heb meer hobby’s(waaronder duiken, maar dit komt verderop) en het moet voor mij geen obsessie worden, want er zijn meer dingen in het leven dan karpervissen. Ga maar eens op een vliegvakantie naar de zon (zonder hengels dus) en ik weet zeker dat een deel van de karpervissers dit nog nooit heeft gedaan, omdat dit zonde is van de kostbare vistijd, denken ze, maar goed dit is mijn mening en ieder z`n meug.

Trekroutes
Ik wil jullie proberen uit te leggen hoe de onderwaterwereld van de karper in mijn ogen in elkaar steekt en ik trek hierbij enkele conclusies die niet perse de waarheid hoeven te zijn(ik hoop van wel). Ik ben tenslotte geen wetenschapper maar ik kan op z`n minst vertellen wat ik zie en trek hieruit mijn conclusies, waar dan weer gespreksstof uit voort kan vloeien en hopend dat we weer verder komen in een aantal mysteries die onze grote vriend nog steeds omsluieren.

eeen mooie leder gevangen op een trekroute Ik wilde beginnen met hoe een school karper eruit ziet onder water. Ik kom wel eens scholen karper tegen onder water, (helaas minder vaak dan ik zou willen) die er altijd weer anders uitzien qua grootte van de vis en aantallen karpers, wat wel over het algemeen geldt, is; “hoe groter de school des te kleiner de vis.”
Men moet zich niet voorstellen dat een school karpers dicht opeen gepakt met een tussenruimte van enkele centimeters hun rondes zwemmen. Nee ik heb gezien (in helder water, dit zeg ik er bij omdat het in troebel water anders kan zijn, maar dat denk ik niet) hoe een school karpers met tussenruimtes per vis van zo`n 3 tot 6 meter, in ongeveer 4 meter diep water zwom, waarbij de grootste vissen in het midden van de school en laag in deze school zwommen, de laagste vis zat ongeveer 1 meter van de bodem. Dit kan normaal zijn, maar ook betekenen dat ze niet aan het azen waren op deze plek.

Neem nu de Vinkeveense plassen: Op deze plassen hebben wij waargenomen (en waarschijnlijk meerdere van ons, en niet alleen op de Vinkeveense plassen) tijdens het vissen, dat karpers vaste trekroutes hebben en elke nacht op dezelfde tijd en plaats weer opduiken. (je kunt de klok erop gelijk zetten.)
Gaan we nu op een doorgang tussen 2 eilanden zitten, dan kunnen we er op wachten tot we beet krijgen, echter dit zijn niet de aas-plekken en er zijn waarschijnlijk slechts enkele karpers die een paar boilies graaien en hierna weer doorzwemmen. Let op, deze doorgangen waren alleen productief als het water ongeveer 20 graden of meer was. Was dit echter niet het geval, dan kregen we geen tot weinig runs en dan gingen we tegen de kop van een veen-eilandje (dus geen zandeiland) vissen waar ook gold, ga maar klaar zitten op die bepaalde tijd waar je de dag ervoor ook op die tijd een run kreeg. (deze tijden en plekken zijn natuurlijk afhankelijk van het jaargetijde, de invloed van de zon overdag, hoeveelheid voedsel en rust)
een mooie rijen op grote afstand gevangen op een natuurlijke aasplek Ik nam behalve m`n visspullen ook m`n duikspullen (incl. flessen enz.) mee, belachelijke hobby zullen veel mensen gedacht hebben, ach ik kon nog net in m`n auto (alleen natuurlijk) en voor de rest was deze opgevuld met visspul, duikspul veel eten, een buitenboordmotor enz. enz.
Afijn, ik ging dus ook overdag duiken. Vooral op de plekken waar de runs kwamen en ik zwom rond om te kijken waar de vissen evt. vandaan konden komen en wat bleek: vaak was er een oneffenheid te vinden in de bodem, hetzij een steile kant, een onderwaterrug of een geul, die door het water kronkelde en ik in enkele gevallen deze route`s honderden meters kon volgen. Af en toe werd de route onderbroken door een groot gat (±1-2m in doorsnede) waar dan schijnbaar geaasd werd (was). Dit kon ik zien aan vele kleinere “hap”gaten van ±20 cm in omtrek, in de bodem waar de karpers dus happen zand hadden opgenomen om eventuele voedseldeeltjes eruit te filteren.
Deze “aasgaten” (lees geen hapgaten) kwam ik ook op andere plekken tegen waar ik geen trekroutes in deze omtrek hiervan kon ontdekken maar waar dus wel geaasd werd.
Deze aas-plekken, met of zonder aasgaten, kunnen heel groot zijn in omtrek, wel 10m2, of zelfs nog groter, waar dus letterlijk overal “hapgaten” te zien zijn en ik zie deze plekken dus als de echte aas-plekken waar de trektocht van de karpers `s nachts dus heenleidt. Dit in tegenstelling tot de kleine aasgaten die zich soms in de trek –routes bevonden, en deze dus waarschijnlijk dienen als tussenstop om even snel wat naar binnen te werken.
Het kan echter wel zijn dat niet iedere nacht op dezelfde plek wordt geaasd en dat af en toe een andere plek wordt bezocht. Dit weet ik echter niet omdat ik `s nachts nog nooit een karper ben tegen gekomen. En bovendien kan ik (nog) niet zien hoe oud een hapgat is.

Bijna altijd waren deze aas-plekken te vinden op 4 - 6 meter diepte. Dit is echter waar ik ze gezien heb dus ze kunnen ook wel dieper of ondieper te vinden zijn, maar ik heb ze daar zelden aangetroffen. (een enkele keer tot ± 10 meter, dus in het koude water)
Ook kwam ik een keer in een gebied terecht waar de hele bodem begroeid was met waterplanten en tot mijn stomme verbazing ging de trekroute gewoon verder. En het mooiste was dat ik deze nog steeds kon volgen, omdat door de waterplanten heen een mooi "kronkelpad" was ontstaan door alle vis die hier doorheen zwom (vergelijk dit maar met een autoweg waar ook geen gras groeit omdat er continue auto`s overheen rijden) en de waterplanten kregen dus ook niet de kans om daar te groeien, omdat deze wegen steeds werden gebruikt door vis en ik denk niet alleen karper. (ook zeelt en snoek gebruiken deze routes waarschijnlijk wel)
Af en toe werden ook deze wegen door de waterplanten onderbroken door een groot gat, wat echter ook ontstaan kan zijn door een boot die even flink gas heeft gegeven. Maar ook in deze gaten wordt geaasd, wel of niet door een boot veroorzaakt.
Men moet nu echter niet denken dat deze kale route evt. door de kiel van een boot of zo is gemaakt, want dit kan niet omdat er ook diepteverschil in de route zat, behalve dat deze al kronkelend door de waterplanten ging. Bovendien bevonden zich ook in deze paden hapgaten. (Deze route kon natuurlijk wel bijvoorbeeld door een voortgesleept anker zijn veroorzaakt, maar werd hoe dan ook, wel als trekroute gebruikt)

Voorzichtige conclusie:
mijn bijna vrouw met een mooie twintiger uit een aas-gat Ik denk dat karpers niet of nauwelijks van hun trekroute(s) afwijken en dit is volgens mij instinctief bepaald. Toen ze enkele centimeters groot waren hadden ze vele vijanden en ik denk hoe groot ze ook zijn, dat ze niet beseffen dat dit nu niet meer het geval is en daardoor dus instinctief zo vasthouden aan hun vaste trekroutes. (dit verklaart dan ook, dat als je op een goede stek zit te vissen en je gooit een paar meter te ver of te dichtbij, dat je dan geen beet krijgt. Niet altijd natuurlijk, en ook niet op alle wateren.)

Springende karpers,
Gevaarlijk onderwerp. Je kan jezelf met een conclusie/mening tegenwoordig zo voor gek zetten en sommige lieden schijnen hier veel plezier aan te beleven. Misschien denken ze, behalve door het tonen van veel grote vissen op foto`s(Wat ook lang niet altijd iets zegt over de kwaliteiten als karpervisser) dat ze ook hierdoor hun aanzien kunnen vergroten (ik praat nu dus niet over eerlijke kritiek en/ of een andere mening (dit geldt natuurlijk ook voor alle artikelen) maar als er nooit gediscussieerd werd, waar waren we dan?
Laten we eerst het parasieten-verhaal maar eens “elimineren”. Vissen springen (volgens mij dus) niet omdat ze last zouden hebben van beestjes. Dit om de eenvoudige reden dat ALLE vissen gebruik maken van een z.g. “schuurstok” ofwel “veegstok”. Dit is een stok, meestal een vrij rechte, die op de bodem ligt op het zand en waaronder een gat is ontstaan doordat de vissen met heftige zwembewegingen hier tegenaan schuren om hun huid (schubben) zo van eventuele parasieten te ontdoen. Deze stokken zijn ook altijd mooi schoon zonder wier en andere zaken, zoals mosseltjes en schelpjes. (Ook worden deze plekken wel eens door een snoek gebruikt als perfecte hinderlaag.) (voor wie dit niet gelooft, er zijn foto`s van, of vraag eens aan een andere ervaren duiker of hij dit wel eens heeft gezien, ik heb hier zelf ook een foto van maar ik heb helaas geen scanner)
Ook een manier voor de vissen om van parasieten af te komen is gewoonweg tegen de bodem aan te zwemmen met hun zijkant, wat het bekende flitsende effect geeft. Maar dit kan ook een andere betekenis hebben.

Waarom springen ze dan wel? Ik denk, en velen met mij dat het een vorm van communicatie is.
Een vis heeft weinig andere manieren dan springen om een andere vis ergens attent op te maken. Ze kunnen elkaar n.l. niet op de rug kloppen en zeggen; “hè, daar ligt wat te vreten” o.i.d.
Deze opmerking past dan weer samen in het verhaal in het begin van dit artikel over de tussenruimtes in een school karpers, vooral `s nachts. Ik weet natuurlijk niet wat een karper `s nachts allemaal kan zien, maar als dit niet zoveel is en ze komen een plek tegen waar 1 of enkele van de karpers voer ziet/ruikt (b.v. onze boilies) hebben ze volgens mij maar 1 manier om de groep hierop attent te maken en dat is springen, om hun collega`s te attenderen dat ze moeten wachten, omdat ze als scholen-vis niet alleen willen achterblijven. o.i.d.
Jaja, ik weet al wat jullie willen vragen; en als het nou 20 meter diep is ter plekke?
Ook op half water kunnen ze azen! Wie zegt n.l. dat ze alleen op de bodem hun voedsel kunnen vinden!!! Maar ook hier kan gelden dat het een signaal is naar andere karpers wat niet alleen met voedsel te maken hoeft te hebben. (ja, maar dat willen we zo graag)

Verraden door zijn eigen gespring. (Wat voor een karpervissers zijn dat die hun vissen merken (rugvin))

Rollende karpers
Waarschijnlijk bijna hetzelfde als springen, maar nu zijn ze allemaal op de plek en evt. aan het azen, (of slechts enkele karpers) en om toch een vorm van contact te houden wordt er dan gerold.(er kan natuurlijk ook nog steeds gesprongen worden)

Watertemperatuur(de lagen in het water)
Als ik ga duiken in de zomer ( bijvoorbeeld in dit geval, een zand-afgegraven meer) en ik ga het water in van een graad of 22 en ik daal langzaam af via de bodem, wordt het natuurlijk langzaam steeds kouder, tot ik op ongeveer een meter of zes in de z.g. “spronglaag” terecht kom, waar dan het grootste temperatuurverschil plaatsvindt. Het water was al langzaam afgekoeld tot, zeg een graad of 18, maar nu wordt het binnen ongeveer een meter, dus onder de spronglaag in 1 keer een graad of 11. Deze spronglaag is dus ongeveer een meter dik en meestal is het zicht plotseling heel slecht. Onder de spronglaag kan het zicht weer heel goed zijn. Soms zelfs nog beter dan boven de spronglaag, hetzij het wel donkerder is. (logisch)
De meeste vis kom je als duiker zomers dus tegen op 1 tot 6 meter, omdat het hier het warmst is en ook omdat de meeste plantengroei zich hier bevindt. Tot hoe diep de planten groei zich bevind is afhankelijk van tot hoe ver de zon de bodem kan bereiken. Dit alles wil echter niet zeggen dat zich onder de 6 meter geen vissen zouden bevinden. Ik kom er wel eens vis tegen al zijn het er bar weinig.

Ik heb wel eens gehoord dat vissen zich in de zomer niet in het koude en plantenloze gebied zouden ophouden, ook omdat hier weinig zuurstof aanwezig zou zijn. Nou ik heb het nooit opgemeten maar ik denk dat er misschien zelfs nog wel meer zuurstof kan zijn dan boven de spronglaag aangezien koud water meer zuurstof kan opnemen dan warm water (dit alles is echter afhankelijk van een heleboel factoren, bijvoorbeeld algen enz.) en bovendien nemen de planten `s nachts ook nog eens zuurstof op (welke zich dus over het algemeen boven de spronglaag bevinden) dus als je `s nachts al eens een karper op 12 meter diepte vangt, sta ik niet gek te kijken. Alhoewel ik wel denk dat dit dus hoofdzakelijk `s nachts zal gebeuren. Bovendien, als er veel hengeldruk is heeft de vis een extra impuls om het rustige diepe op te zoeken. Wat wel over het algemeen geldt is dat onder de spronglaag weinig leven is omdat de zuurstofuitwisseling met de lucht door de spronglaag wordt verhinderd en ook de vele algen en andere micro-organismen die wel in de diepte leven ook heel veel zuurstof verbruiken. Mijn advies voor `s nachts vissen in de diepte is: zoek een plek waar de bodem plotseling steil afloopt bijvoorbeeld onder een kam of een steile helling. Dit ook o.a. voor het naar beneden vallende en rollende voedsel.

Tot slot
Ik heb geprobeerd dit artikel zo kort mogelijk neer te zetten. Maar jullie begrijpen dat er nog heel veel meer over te vertellen valt. Ook heb ik geprobeerd het artikel zo duidelijk mogelijk te houden en dat is volgens mij aardig gelukt. Er staan in dit artikel een aantal onderwerpen en / of conclusies, die ik nog nooit ergens heb gelezen in een karperboek of in een karperartikel in een magazine of op het internet. Dus als er nu wat gespreksstof uit voortvloeit, ben ik tevreden en is dit artikel geslaagd.

Met vr. gr. Michiel Lieverdink
Mlieverdink@everyday.com

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer