Persbericht
Voorjaarssterfte van karpers en hoe te handelen bij constatering
KSN
Voor het derde achtereenvolgend jaar heeft Nederland te maken met (massale) karpersterfte. De sterfte heeft zich inmiddels uitgestrekt over het gehele land. Met name (kleine) afgesloten wateren blijken extra gevoelig. Het feit dat de sterfte zich weer in het voorjaar (bij het opwarmen van het water) manifesteert, kan er op duiden dat er sprake is van zogenaamde voorjaarsviraemie. Een mutatie van diverse andere ziekteverwekkers is niet uitgesloten.
Voorjaarsviraemie is een besmettelijke virusinfectie. Het virus wordt in het vroege voorjaar actief bij een watertemperatuur van circa 6 graden. Bij een watertemperatuur tussen 15 en 17 graden wordt het virus echt acuut. De eerste symptomen zijn dat de karpers zich verzamelen in de buurt van een waterinlaat of op plaatsen waar er sprake is van enige stroming in het water. Er is sprake van overtollige slijmproductie, dit ziet er in het water een beetje witachtig uit. Vervolgens beginnen de vissen ongecoördineerd te zwemmen en lijden aan evenwichtsstoornissen. Wanneer u het kieuwdeksel opheft, ziet u dat de kieuwen bleek zijn. In het eindstadium kunnen de vissen uitstaande schubben en uitpuilende ogen krijgen. Een week na de eerste symptomen kunnen de vissen al sterven.
Het virus slaat toe als het immuunsysteem van de vis is verzwakt. Het is wetenschappelijk aangetoond dat stress het immuunsysteem van de vissen aantast. Bij aantasting van het immuunsysteem hebben virussen vrij spel om zich te vermeerderen.
Het is aan te bevelen om niet te vissen in wateren waar sterfte is vastgesteld om verdere verspreiding (via b.v. het nog vochtige schepnet, onthaakmat of bewaarzak) van de ziekteveroorzaker te voorkomen. Een goede voorzorgsmaatregel is, waar je ook vist, het schepnet, de onthaakmat en bewaarzak na iedere vissessie goed te reinigen en daarna eerst goed te laten drogen. Dit omdat je als karpervisser vaak niet weet waar die sterfte precies is of geweest is.
Indien u karpers ziet zwemmen die vreemd gedrag vertonen verzoeken wij u dringend om uw hengelsportvereniging hiervan op de hoogte te brengen. Dode vissen dienen door de gemeente of het waterschap te worden verwijderd.
Verder heeft de OVB behoefte aan goed proefmateriaal, dat wil zeggen een zieke, nog levende vis, om de ziekteverwekker met zekerheid te kunnen vaststellen. De KSN raadt dan ook aan om bij het vaststellen van zieke karpers dit direct door te geven aan de OVB (tel. 030-6058411 of e-mail: binvis@ovb.nl) opdat medewerkers van de OVB een nog levende karper kunnen komen vangen (met zegens en electro-visapparatuur) die op kosten van de OVB onderzocht zullen worden op het SVC en KHV virus bij het CIDC in Lelystad.
De OVB heeft een speciaal calamiteitenteam samengesteld dat zich bezighoudt met het in kaart brengen en het achterhalen van het virus. Aangezien de OVB en de diverse betrokken onderzoeksinstituten nog in het duister tasten omtrent de ziekteverwekker, kunnen zij geen gerichte adviezen en of oplossingen aan dragen. Ook bij het recente onderzoek van zieke karpers uit een water in Brabant (zoals in twee afleveringen van Vis-tv te volgen was), kon geen virus of bacteriologische infectie worden vastgesteld.
Het bestuur van de Karperstudiegroep Nederland


