Persbericht
Samenvatting van de KSN visie Karperbeheer binnen Visstand Beheer Commissies
KSN
Medio januari 2002 heeft de Karperstudiegroep Nederland (KSN) hun visie Karperbeheer binnen Visstand Beheer Commissies (VBC's) uitgegeven. Deze visie is op diverse websites geplaatst. Desalniettemin wil de KSN de visie nogmaals onder de aandacht brengen middels deze samenvatting.In de visie biedt de Karperstudiegroep Nederland handvaten en concrete richtlijnen voor verantwoord karperbeheer. De visie is primair bedoeld voor deelnemers aan VBC's. De bedoeling is dat deze deelnemers, zowel beroeps- als sportvissers, samen met de waterbeheerder vorm geven aan visstandbeheer.
De KSN hoopt uiteraard dat hun visie wordt meegenomen bij het opstellen van visplannen en visstandbeheerplannen en bijvoorbeeld het opzetten van Spiegelkarperprojecten.
Het is geen toeval dat nou juist de KSN als eerste specialistengroep met zo'n visie komt, want karperpopulaties zijn extra gevoelig voor het gevoerde beheer. Dat hangt samen met het gegeven dat de natuurlijke aanwas van karper in Nederland ongewis is en het gegeven dat door karpervissers gewaardeerde spiegelkarpers zonder beheer langzaamaan zullen verdwijnen. Komt de karper wel tot succesvolle voortplanting dan slaat de situatie soms om naar de andere kant en zwemmen er zoveel karpers rond dat de nakomelingen een zwakke groei vertonen. Daarmee kunnen ook gewenste verbeteringen van het watermilieu in het gedrang komen. Ook dan kan ingrijpen gewenst zijn.
Kernpunt van de visie en de KSN definitie van verantwoord karperbeheer luidt als volgt:
Het ten gunste van de groei van karper en de variatie van karperbestanden benutten van de ecologische ruimte dat een water biedt, zonder dat kwetsbare en gewaardeerde ecosystemen en visgemeenschappen worden aangetast.
Onder meer de groei en het gemiddelde gewicht van de karper binnen een karperbestand zijn door ons gebruikt als leidraad om vast te stellen of er ruimte is voor uit te zetten karper of niet. In de tabel in hoofdstuk 4 van de visie is samengevat hoe dat werkt. In het kort komt het er op neer dat snel groeiende karpers en een hoog gemiddeld gewicht een indicatie vormen voor ruimschoots beschikbare leefruimte, terwijl een slechte karpergroei en lage gemiddelde gewichten aangeven dat de ruimte voor karper beperkt of zelfs te krap is. De gegevens van hengelvangstregistratie (met name in het kader van Spiegelkarperprojecten) geven een bruikbare groei-indicatie van karper.
In gevallen waar de beroepsvisserij op schubvis mag vissen geeft de KSN twee aanbevelingen mee:
1. Grote karpers en spiegelkarpers dienen nimmer beroepsmatig benut te worden. Deze vissen hebben voor de sportvisserij zeer hoge en moeilijk vervangbare waarden.
2. In geval van ongewenst hoge dichtheden aan karper (door natuurlijke aanwas) kunnen uitdunningsbevissingen toegepast worden. Alleen kleine schubkarpers worden verwijderd om zodoende meer ruimte te bieden aan andere vissoorten en een betere groei te waarborgen voor de achtergebleven karpers.
Ingrepen in de visstand dienen altijd planmatig te zijn, dat wil zeggen op basis van een streefbeeld uit een integraal visstandbeheerplan.
Het bestuur van de Karperstudiegroep Nederland
namens deze,
de Commissie Belangen Behartiging
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


