Home  |  Contact  
 

Artikelen, Technieken


Kookkunst


Michiel Pilaar

Inleiding


Karpervissen is net koken… Verschillende ingrediënten kunnen samen een geweldige combinatie vormen, maar één verkeert element in het 'gerecht' en je kan het weggooien. Bij het bereiden van iets goeds zijn kleine details vaak doorslaggevend in het eindresultaat. Het is dan ook aan de kok om te zorgen dat alle ingrediënten met het oog voor detail geprepareerd worden zodat ze samen een goede combinatie vormen.

Belangrijke 'ingrediënten' in onze karpervisserij


Een bonusvis na een geweldige nacht
Een bonusvis na een geweldige nacht
Een aantal belangrijke 'ingrediënten' in onze karpervisserij zijn: Aas, rigs, mobiliteit en strategie, materiaal. Allemaal factoren die de visser zelf in de hand hebben. Het weer, de waterstand, andere vissers, enz. zijn factoren waar de individuele karpervisser weinig (tot niets) aan kan veranderen. Dus dient deze zich aan te passen d.m.v. aanpassingen aan de factoren waar hij wel iets aan kan veranderen. En bij dit aanpassen kunnen kleine details heel belangrijk zijn.
De genoemde 'ingrediënten' zijn allemaal belangrijk in de 'maaltijd' en dienen op elkaar en op de onbeïnvloedbare factoren worden afgestemd, anders smaakt het niet. Zo is het niet aan te raden om in januari op een dun bezet water (onbeïnvloedbare factor) een grote voercampagne (strategie) met eiwitrijke boilies (aas) te houden.
Binnen de ingrediënten zijn weer verschillende (onderlinge) variabelen die wanneer ze goed 'getuned' worden de sleutel tot succes kunnen zijn. Van de eerste drie genoemde ingrediënten wil ik een aantal details belichten.

Aas


M'n eerste vis op eigen gemaakte boilies: 'Lipje' op 17 pond.
M'n eerste vis op eigen gemaakte boilies: 'Lipje' op 17 pond.
Het eerste ingrediënt van de maaltijd is, heel toepasselijk, aas. Dit is misschien wel het meest bediscussieerde onderwerp in onze visserij. Maar toch is iedereen het er over eens dat kleine details in de bereiding van het aas van doorslaggevende rol kunnen zijn, en dát kan net het verschil zijn tussen blanken en die ene vis.
Je kan vele dingetjes doen om je aas net ietsje attractiever te maken. Zo laten veel karpervissers hun tijgernoten na het koken nog 2 dagen staan alvorens ze te gebruiken. In deze periode gaan de noten 'slijmen'. Dit slijm wordt veroorzaakt door het gistingsproces en het vrijkomen van o.a. zetmeel uit de noot. Na 2 dagen is het slijm/gistings proces zover gevorderd dat de buitenkant van de noot als het ware is voorverteert. Hierdoor komen er bepaalde stoffen vrij (o.a. eiwitten en aminozuren) die een positief effect hebben op de karper. Al deze uitgelekte stoffen samen maken dat de tijgernoot zeer attractief wordt wanneer men wacht, met gebruik, tot het slijmproces is ingetreden.

Ook kleine aanpassingen in boilies kunnen voor een extra aantrekkingskracht zorgen. Zo gebruik ik zelf altijd een scheut Maggi en een schepje zout door m'n vismeel boilies. Dit omdat het de smaak van de boilie ten goede komt, en om het volgende ideetje: redelijk wat karpervissers die zelf hun vismeelboilies draaien en daar mee voeren, hebben het wel eens over 'dat het lijkt alsof de karpers vaker terugkomen op de vismeel boilies dan op gewone HM-boilies'. Bijna alle karpervissers die zelf hun vismeel boilies draaien voegen een schepje zout aan hun eieren toe. Nu is het misschien wat vergezocht, maar zou dit zout niet de oorzaak kunnen zijn van het grote succes van de vismeelboilies, met name wanneer er flink gevoerd wordt? Bij mensen is een zak chips, of een zakje gezouten pinda's immers ook zo weg, door het zout blijft men ervan eten. Ach, of het waar is, is nog niet officieel bewezen maar het zorgt i.e.g. voor wat extra vertrouwen, en dat is misschien wel het belangrijkste ingrediënt in de eigenbouws.

De mooiste, én de zwaarste, van het afgelopen najaar, na een lange voercampagne.
De mooiste, én de zwaarste, van het afgelopen najaar.
Zelf vis ik redelijk veel met partikels. Een lekkere mix van mais, tijgers en hennep wordt samen met een kopje bruine suiker in de week gezet en na het koken aangevuld met een blik zachte kikkererwten en 2 blikken mais. Dit voertje is buitengewoon attractief, maar niet alleen op de karper, ook brasem laat het niet liggen, maar wanneer men een tijgernoot uit de mix als haakaas gebruikt valt het wel mee met de brasems. Op de partikels worden karpers van alle maten gevangen, maar vaak ligt het gemiddeld gewicht toch wat lager. Dit probleem is echter vrij simpel op te lossen door 1 hengel partikel te vissen en aan de ander met boilie en een stringer op dezelfde voerstek te 'parkeren'. Luc de Beats schrijft in z'n boek De Dunne Lijn… dat hij ervan overtuigd is dat karpers de op de voerstek eerst alle partikels consumeren alvorens de boilies aan te raken. Zelf ervaar ik dit absoluut anders; geregeld is de hengel die als eerste afgaat de boilie hengel. Na de sessie is het vaak wel de partikel hengel die de meeste vissen heeft opgeleverd, maar de boilie hengel pakt geregeld de betere vissen.

Rigs


Terug jij!
Terug jij!
Onderlijnen zijn in alle bladen en artikelen al ruimschoots besproken, vandaar dat ik er slechts 1 detail uit wil halen namelijk; de Line-Aligner (kortweg LA). Uiteraard kwam ook deze revolutionaire ontwikkeling overwaaien uit Engeland. Daar werd door een stukje (varieert van 1 cm tot 3 cm) silicone of krimpkous slang op de haaksteel, waar de lijn d.m.v. een gaatje in de slang in een hoek uitkwam, een verhoogd kanteleffect gecreëerd. En dit kleine detail in de onderlijn bleek op de 'harde' Engelse wateren dermate verschil uit te maken dat de LA na de hair de belangrijkste ontdekking was.
De LA zorgt dus dat de haak sneller kantelt en dus sneller prikt. En prikken is datgene wat er dient te gebeuren, en liefst zo snel mogelijk, want hoe sneller het gebeurd hoe minder tijd de karper heeft om de haak uit de bek te verwijderen.
Wanneer de karper het haakaas heeft opgenomen zal hij of wegzwemmen of blijven liggen om de haak uit de bek proberen te verwijderen. Nu zal de karper zich, meestal, na het opnemen van het aas verplaatsen. Dan gebeurd het volgende: de onderlijn loopt strak waardoor de haak over de onderkant van de bek naar de voorkant van de bek wordt getrokken. Dan moet de haakpunt dus vlees gaan pakken wil je de vis haken. En dit is de taak van de LA: de door de hoek waarin de lijn de slang uitkomt wordt de haak overheid getrokken, dus met de haakpunt in het vlees, dus prikt de haak… Zonder LA is de kans veel groter (zeker bij achteruit zwemmen van de karper) dat de haak niet prikt omdat hij plat in de bek ligt en zo er makkelijk uitgetrokken kan worden.

Zonder LA zul je zeker aanbeten blijven verzilveren, maar het aantal inhakingen 'op het randje' (van de lip) zal toenemen evenals het aantal 'losse piepen' die worden waargenomen.
De LA zorgt dus voor een snellere en betere inhaking. Door deze verbeterde inhaking zullen de runs vloeiender gaan en wordt er minder verspeeld.
Eerst viste ik zonder LA maar de laatste 3 jaar ben ik ook voor de bijl gegaan aangezien de resultaten opmerkelijk waren. Vroeger verspeelde ik nog 3 op de 10 vissen, nu bijna niets meer. Op de moeilijkere wateren is een goede onderlijn nog belangrijker dan op makkelijk water. Hierdoor is het haast dom te noemen om zonder LA te vissen. Op de moeilijkere wateren zullen de vissen sneller opmerken dat het opgenomen aasje 'fout' is. Dankzij jarenlange ervaring met zulke zaken zwemmen de meeste van deze vissen niet weg maar blijven ze stil hangen om hun bek (proberen) te legen. (Dit verklaart ook het succes van de 'anti-eject' stiff-rig op deze wateren.) Als je deze geconditioneerde vissen hun gangetje laat gaan zul je ze waarschijnlijk niet prikken, vandaar dat je het ze zo moeilijk moet maken. De LA is dus een uiterst geschikt 'wapen' in deze 'strijd'.
De LA heeft in mijn ogen dus vele voordelen en geen nadelen. Een aantal van m'n vismaten vissen soms (nog) zonder LA en zij dragen altijd aan dat dat stukje krimpkous/sillicone slang het geheel te zwaar maakt. Maar onder water weegt alles minder en dus kan ik het extra gewicht niet als een echt nadeel zien. Ook vinden zij dat de knotless knot genoeg is. Maar zelfs op niet dressuur water hebben zij aanzienlijk meer last van 'losse piepen' en lossers.
Ook op op het kanaal gebruik ik de LA, niet omdat de dressuur zo hevig is maar vanwege de betere inhaking. De runs op dit kanaal zijn zo hard, evenals de drills, dat slechte inhaking zeker tot lossers leidt.

Mobiliteit


Een nog weinig besproken onderwerp in de hedendaagse visserij is de mobiliteit van de hedendaagse karpervisser. Hoe vaak zie je karpervissers niet dagen of soms zelfs weken achter elkaar op dezelfde stek vissen. Dit kan heel productief zijn, maar uit eigen ervaringen is het beste van een stek er meestal wel af na 1 of maximaal 2 nachten. Uiteraard verschilt dit per water.
Ook iets om over na te denken is dat vissers die per sessie steeds 'maar' één nachtje gaan, na een seizoen (waarin uiteraard evenveel nachten gevist wordt) vaak succesvoller zijn dan vissers die steeds 2, 3 of nog meer nachten per sessie vissen.
De penvissers onder ons weten als geen ander hoe belangrijk is om verschillende stekken kunnen bevissen. Zelf vis ik vaak dagjes, hetgeen me zeer bevalt. Je komt aan, zoekt naar tekenen van karper (bellen, stofwolken, V-en, springen), gaat af op het 'karperinstinct' en op eerdere ervaringen op het water, en vist op de vis. En wanneer door observatie blijkt dat de karperactiviteiten zich verplaatsen stap ik op me fiets om me ergens anders opnieuw te installeren. Deze mobiliteit heeft me de laatste tijd een flink aantal bonusvissen opgeleverd, die ik anders zou hebben gemist. Verkassen is fysiek soms zwaar, maar vaak loont het zeker de moeite. Meestal is de voldoening groter wanneer er flink voor de vis gewerkt is.

Twee keer moest er worden verkast voor deze fraaie schub.
Twee keer moest er worden verkast voor deze fraaie schub.
Mobiel zijn kan niet altijd, bijv. bij vissen een betaalwater (eigen schuld dikke bult), of wanneer er geen voertuig is om de visser te verplaatsen. Wanneer het kan, is het toch aan te raden om verschillende stekken te bevissen. Hierdoor leer je het water beter kennen, eveneens als het aasgedrag van de karpers, waar je later weer profijt van zult hebben.
Het vissen waar de vis zit is toch wel het belangrijkste 'detail' van onze bezigheden. Want met de beste rig met het aantrekkelijkste aas zul je keihard blanken wanneer de vis er niet is. Inzicht ontwikkelt je toch alleen maar door veel (stekken) te (be)vissen, te observeren en door theorie in de praktijk te brengen.

Eigenlijk draait alles om zover mogelijk te komen in het persoonlijke leerproces, en de beschikbare vistijd optimaal te benutten. Maar dan dient er wel op de kleine, maar o zo belangrijke details te worden gelet. Anders is de combinatie minder en smaakt het niet!

Eet smakelijk,

Michiel Pilaar

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox

 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer