Bijdrage Alijn Danau en Stef Michiels

Rotary Letter, VBK deel 2

Door: Alijn Danau, Stef Michiels, John Van Eck, Phil Cottenier

Wij zijn heel blij dat wij met medewerking van het VBK deze rotary letter mogen plaatsen. Dit is een van de beste schrijfels die er is in de verschillende karperbladen. En wij hopen dat het u motiveert om lid te worden van het VBK, in deze rotary letter vindt u de bijdragen van John Van Eck en Phil Cottenier. (redactie)

De onderwerpen

1. Communicatie van karpers
2. Hoe komt het dat bepaalde karpers elk jaar weer rond vrijwel exact dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?
3. Waarom lopen de najaars/wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Bijdrage John van Eck

Inleiding

Het is eind december en zoals gewoonlijk komt alles weer tegelijk, de Rotary letter voor de Nederlandse Karper Studiegroep, VBK diashow, Broeckxie die maar constant zit te zeuren, nog wat andere zaken en ook weer het verzoek van Alijn om mijn bijdrage voor de VBK Rotary letter te schrijven. Het is dus even doorwerken geblazen. Het zijn voorwaar deze keer ook niet de makkelijkste onderwerpen. Veel fenomenen binnen het karpervissen zijn bekend en vele zullen deze ook weleens hebben meegemaakt. Deze te verklaren is echter andere koek. Neem nou alleen al het fenomeen van de springende karpers, zoals Stef al aanhaalt (overigens van harte welkom Stef en niet te bescheiden hoor), over de verklaring van dit fenomeen zijn we het namelijk binnen karpervisserskringen nog steeds niet eens. Dit gevoel heb ik ook heel sterk bij de onderwerpen van deze keer, met name de eerste twee. Ik zal toch mijn best doen om ieder geval mijn mening op papier te krijgen, maar verwacht van mij absoluut geen sluitende theoretische verklaring.

1) Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers? Zijn er orden aanwezig?

Alijn gaat nogal tekeer tegen mensen die dit idee onzin vinden en terecht. Ik ben er namelijk ook van overtuigd dat karpers met elkaar communiceren, weliswaar, zoals Alijn ook al zegt op ander wijze dan dat wij mensen dat doen, maar sprake van communicatie is er zeker. Ik heb ook de indruk dat de communicatie bij karpers met name door gedrag gebeurt en niet zoals bij de mens d.m.v. geluid. Hoewel als je leest wat Alijn schrijft over de giraffen, is dat in het geheel niet zeker. Tot mijn spijt moet ik ook bekennen dat ik niet weet of over de wijze van communiceren tussen karperachtigen al wetenschappelijk onderzoek is gedaan. Dit zou ons in staat stellen om over communicatie tussen karpers wat explicieter te zijn i.p.v. alleen af te moeten gaan op onze waarnemingen. Met Alijn verzucht ik mij ook over onze toch over het algemeen beperkte mogelijkheid om karpers te observeren t.o.v. Engeland. Ik denk dan ook dat dit de voornaamste reden is waarom jongens als o.a. Terry Hearn en Dave Lane zo goed scoren in England, omdat zij optimaal gebruik maken van de observatie mogelijkheden van de karpers waar zij op jagen, waardoor zij in ieder geval in de buurt van karpers vissen, wat naar mijn mening nog altijd een van de belangrijkste aspecten van het karpervissen is, maar zij houden niet alleen in de gaten waar de karpers zich vertonen en welk gedrag ze tentoonspreiden. Zij zijn ook op zoek naar de hotspots, oftewel de plekken, en vaak zijn ze maar heel klein, waar de karpers komen om te vreten. Presenteer je jouw aas op zo'n plek dan ben je al een heel eind op weg naar een karper in jouw net.

John van Eck Terug naar de communicatie tussen karpers, zelf heb ik ook meerdere voorbeelden mogen mee maken waar er sprake was van communicatie tussen karpers. Wat ik bijv. meerdere malen heb waargenomen is dat op een gegeven moment een eenzame karper jouw voerplek ontdekt, hij zwemt er wat overheen, neemt soms wat boilies, soms ook niet en vertrekt weer van de voerplek om vervolgens even later met wat andere soortgenoten terug te keren. Ik ben er van overtuigd dat in deze gevallen de betreffende vis zijn 'maatjes' haalt om mee te delen in de maaltijd. Misschien ligt er in bepaalde gevallen ook wel een zekere angstfactor aan dit gedrag ten grondslag. In de zin dat de betreffende karper zich met zijn maatjes veiliger voelt dan alleen. We moeten vind ik namelijk erg voorzichtig zijn met het direct trekken van allerlei conclusies uit bepaald gedrag, zeker als we dat bijvoorbeeld maar een keer hebben waargenomen. Er kan namelijk weleens een heel andere oorzaak aan het getoonde gedrag ten grondslag liggen dan degene die we in eerste instantie dachten. Verder reageren absoluut niet alle karpers hetzelfde (denk daarbij ook aan de orden die Alijn al te berde bracht).
Een ander voorbeeld wat ik meermaals heb mogen meemaken is dat van een aantal karpers die bezig zijn om jouw voerplek met boilies leeg te vreten. Plotseling zuigt een van de karpers jouw haakaas naar binnen, maar de karper blaast het zaakje weer even snel naar buiten, zonder dat de karper geprikt wordt. De karper had door dat niet alles is zoals dat zou moeten zijn. Na dit incident zal in veel gevallen ook geen van de andere karpers deze specifieke boilie meer opnemen, terwijl de rest van de boilies tot en met de laatste allemaal netjes opgevreten worden. Hoezo een zekere communicatie?
Ik ben het dan ook helemaal met Alijn eens als hij zegt dat je zeker niet alle karpers op een bepaalde methode hoeft te vangen, voordat deze methode zijn effectiviteit al verliest. Het nerveuze afwijkende gedrag van een karper zal zeker dat van andere beinvloeden. Kijk bijvoorbeeld naar KK 7-8 waar op een gegeven moment een groot aantal kleine schubjes uitgezet waren. Natuurlijk worden deze visjes in het begin relatief veel gevangen, maar zeker niet zo veel en zo langdurig als je in eerste instantie zou verwachten. Deze vissen 'kijken' het gedrag van de ouwe rotten al snel af.
Toevallig heb ik net het boek van Dave Lane 'An obsession with Carp' gelezen en met name de hoofdstukken over Wraysbury vind ik niet te versmaden. Hierin zijn ook verschillende voorbeelden van communicatie tussen karpers te vinden. Hetgeen mij toch wel aan het denken zette was dat er toch een aantal vissen in Wraysbury rondzwemmen die niet of nauwelijks gevangen worden. Wat me opviel hieraan is dat een aantal van deze vissen rondzwemmen in groepjes waar dan weer karpers tussen zwemmen die veel vaker gevangen worden. Hiermee kom ik weer terug op de orden die Alijn aangeeft. Zou het zo kunnen zijn dat bepaalde vissen uit zo'n groepje de 'proefkonijnen' (en dus de 'mugs') zijn? Als dit zo is dan kan ik mij heel goed voorstellen dat bepaalde vissen nagenoeg onvangbaar zijn. Hoewel hier nog meer factoren een rol spelen zoals o.a. het ontwijken van rigs (lees het boek van Dave maar eens) en het meer vreten van natuurlijk voedsel dan hetgeen wij te water laten, maar ik vond het toch uitermate interessant om te lezen.

2) Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar gevangen worden?

Dit is wel een heel goed voorbeeld van een fenomeen waarvan we weten dat het absoluut gebeurt, de voorbeelden zijn namelijk legio en de 'bigfish hunters' maken hier dankbaar gebruik van. Het verklaren van dit fenomeen vind ik een stuk moeilijker. Verwacht van mij dus, zoals eerder gezegd, geen sluitende verklaring voor dit fenomeen. Wel zal ik wat gedachten en suggesties van mijn kant proberen te geven. Een karper is over het algemeen naar mijn mening ook een beestje 'met gewoontes', neem bij voorbeeld het paaigedrag, dezelfde vissen zullen normaal gesproken ieder jaar op dezelfde plekken paaien. Of neem de specifieke voorkeur van bepaalde vissen voor een specifiek gebied van hun water, daar voelen zich blijkbaar thuis en vinden ze alles wat hun hartje begeert. Nog een ander voorbeeld, een karper weet donders goed wanneer natuurlijke voedselbronnen tot hun volle bloei zijn gekomen om zich er eens uitzinnig aan te goed te doen. Met bovenstaande gedragingen bevinden deze karpers zich op bepaalde momenten op specifieke plaatsen in een water. Juist om die reden en omdat bepaalde zaken een cyclus doormaken kan ik mij zo voorstellen dat bepaalde karpers op specifieke momenten gevangen worden. 1k heb het dan wel veel meer over perioden, dan bijvoorbeeld een aantal jaar achterelkaar op precies dezelfde dag. Het weer, temperatuur, enz. zijn namelijk nooit voorspelbaar, Alijn meldde dit al. Stel je bijvoorbeeld een karper voor die zich normaal gesproken ophoudt in een deel van een water wat niet bevisbaar is, maar met de paaitijd zich wel begeeft in een gebied wat wel bevisbaar is. Deze vis zal dan globaal gesproken rond mei wel een keer gevangen worden. Bovenstaande komt denk ik redelijk overeen met wat Stef beweert.
Nog een ander punt wat ik mij voor kan stellen is dat vissen op bepaalde momenten 'kwetsbaarder' zijn voor hengelaars dan andere momenten, bijvoorbeeld op momenten dat het natuurlijke voedselaanbod laag is of dat de vissen een enorme aandrang hebben tot azen. Nog iets anders wat er volgens mij mee te maken kan hebben is het vertrouwen wat vissen op een gegeven moment weer terug krijgen op de zwaarder beviste wateren. Laat me dit uitleggen. Er bestaan slimmere en dommere karpers, de ene wordt nu eenmaal vaker gevangen dan de andere, maar alle karpers hebben over het algemeen een periode nodig om weer voldoende vertrouwen te krijgen om weer in de fout te gaan. Bij de slimmere zal dit misschien ook nog wat langer zijn dan bij de dommere of zij zijn sowieso wat voorzichtiger. Ik zei trouwens, 'over het algemeen een zekere periode nodig hebben'. Ik bedoel hiermee dat er ook voorbeelden zijn van vissen die maar heel weinig gevangen worden en dan bijvoorbeeld opeens binnen een week er twee keer uitkomen. Was het gedrag in die week van die karper anders of was die vis zo in de war van zijn eerste vangst dat hij 'makkelijk' een tweede keer gevangen werd. De ene vraag roept de andere op, zeker Alijn. Ook van mij mag dat overigens zo blijven. Hoewel bovenstaande gedachten en suggesties misschien enigszins verklaren waarom bepaalde karpers in zekere perioden teruggevangen worden is hiermee naar mijn mening nog steeds niet verklaart waarom sommige vissen zo specifiek ieder jaar in dezelfde korte periode (tot op de dag nauwkeurig) worden gevangen. Alijn denkt dat het iets met de maan te maken kan hebben en ik kan hem daar geen ongelijk in geven. Dat de vrouwelijk cyclus evenlang duurt dan de maancylus kan toch geen toeval zijn! Er is meer tussen hemel en aarde dan op het eerste gezicht, dat durf ik best te zeggen. Hoewel ik mijzelf een realist en rationalist vind, want zo gek als Johan wordt ik toch niet. Alleen de vissen maar gaan voeren...., heel nobel hoor maar verwacht daarvoor van mijn kant geen steun.
Phil met wijlen Skup Nick Helleur had het in de Big Carp Rotary letter over de 'harvest full moon' (eind september/begin oktober), hij zei daarover dat hij een aantal spectaculaire vangsten gedaan heeft in deze periode. Toevallig weet ik van Hutch dat ook de twee weken aan beide kanten van deze volle maan een zeer productieve periode vindt. Als ik naar mijn eige vangsten kijk kan ik dat beamen. Je kan natuurlijk ook gewoon zeggen dat dit sowieso een goede periode is.
Het is wel iets om over na te denken, er zijn ook specifieke kalenders, die afhankelijk van de maandstand aangegeven, hoe groot de vangstkansen zijn. Naar het schijnt is zo'n kalender verschillend voor iedere plek op aarde wat op zich wel logisch is omdat de stand van de maan t.o.v. iedere plek op aarde niet hetzelfde is.
Misschien zit er best iets in, maar wat ik mij deze dingen wel afvraag is in hoeverre zoiets voor het karpervissen is toe te passen? Gaan we alleen nog maar vissen bij de juiste maanstand? Volgens mij zijn daarvoor alle meespelende factoren toch te onvoorspelbaar en tevens zal het moeilijk te bewijzen zijn dat bijvoorbeeld een bepaalde maanstand beter is en houd dat eigenlijk maar zo.

3) Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Is dit zo? Zelf kan ik dit bevestigen nog ontkennen. Mijn wintervisserij blijft de laatste jaren beperkt tot het bevissen van wateren waar er invloed is van lozing van warmwater. Een situatie naar mijn mening die niet te vergelijken valt met de 'koud water' wintervisserij. Wel lees en hoor ik dat deze trend in Engeland te bespeuren valt. Toevallig had ik het er pas nog met Hutch over die Woldview (een van Rod's eigen wateren) bevist had met een aantal andere van zijn syndicaatleden' en die in de periode van de eerste week van november tot kerstmis welgeteld een vis wisten te vangen. Woldview is zo'n 4 hectare groot en heeft een goede bezetting van karper, daarbij komt nog eens dat een redelijk deel van het water relatief ondiep is en daardoor waargenomen kan worden of de karper zich hier bevindt of niet. Je kan dus zeggen dat ze nooit echt ver van de karper vandaan hebben zitten vissen en toch maar een vis! Eerlijkheidshalve moet ik wel opmerken dat Woldview nooit een echt winterwater is geweest. Zelf kan ik niet echt een verklaring voor dit fenomeen verzinnen, anders dan anderen na te gaan zitten praten. Het enigste wat ik nog wil toevoegen is, dat Rod ook nauwelijks een verklaring voor dit fenomeen kon geven, behalve dan dat hij de indruk had dat naarmate de vorst vroeger invalt, de winterresultaten ook slechter zullen zijn. Zijn dit ook de ervaringen van de personen met 'koud water' ervaringen? Alijn zijn verklaring kan zeker een deel van het probleem zijn, maar dan is mijn vraag aan hem hoe het dan komt dat ook op bijvoorbeeld Savay deze trend waar te nemen is, waar naar mijn mening toch niet meer of minder gevoerd wordt dan een drie of viertal jaar geleden. Of heb ik het mis?

Bijdrage Phil Cottenier:

1) Bestaat er zoiets als onderlinge communicatie tussen karpers en zijn er orden aanwezig?

Ook ik ben van mening dat er een vorm van communicatie bestaat en eveneens een vorm van hiėrarchie, de wet van de sterkste, grootste en zwaarste. Dat er orden aanwezig zijn staat vast, denk maar aan de 'baiting piramide' of de afroom - techniek. Meestal komen de grootste vissen eerst op de kant, wat zeker geen toeval is. Communicatie echter, is heel water moeilijker om te bewijzen, doch die is er bij elke diersoort, dus waarom zou het bij karpers anders zijn? Bij communicatie denk ik meer aan bepaald gedrag, veroorzaakt door primaire behoefte zoals voortplanting, vreten, gevaar enz. Bij een slechte ervaring of in ons geval, hengeldruk kan ik best aannemen dat die door de groep mee ervaren en ook doorgegeven wordt.

Phil met De Nieuwe 2) Hoe komt het dat sommige karpers elk jaar weer rond dezelfde tijd van het jaar worden gevangen?

Meestal gaat het niet alleen om hetzelfde tijdstip, maar ook nog vaak om dezelfde stek(ken). Het paai- en overwinteringsgedrag wil ik even buiten beschouwing laten, dat lijkt me voor iedereen evident genoeg. De stand van de maan? Op Alijns beide vragen moet ik ontkennend reageren. Nooit iets van gemerkt, 'k zal in de toekomst maar een tabelletje op zak steken. Wat me opvalt is dat deze zogenaamde residente vissen dikwijls de grotere of zwaardere en misschien ook wel oudere exemplaren zijn. (Zelfs Alijn lijkt naarmate hij ouder wordt honkvaster te worden). Misschien hebben deze vissen nu en dan nood aan een rustig en bekend stekje in tegenstelling tot hun jongere en of lichtere soortgenoten? Of moeten we aannemen dat sommige van nature uit, trekkers zijn en andere een rustigere aard hebben en ook behoefte hebben aan een eigen territorium? Even een KK 7/8 praktijkvoorbeeld; er zijn (of in de meeste gevallen spijtig genoeg 'waren') gekende topvissen die acht keer op tien op dezelfde stek werden gevangen. Toch kan ik niet geloven dat ze altijd op die stek rondhangen. Volgens mij maken ze heus wel de nodige escapades. Maar waarom worden ze dan zo weinig op andere stekken gevangen? Ik vermoed dat vertrouwen en natuurlijk voedselaanbod er voor iets tussen zit. Misschien azen ze op andere stekken veel argwanender en zijn ze daardoor heel moeilijk te verschalken, terwijl ze daarentegen op hun vertrouwde stekken, (lees territorium) plus een hoger voedselaanbod gemakkelijker te vangen zijn. Is dat natuurlijk aanbod tijdsgebonden dan zou dit een goeie verklaring kunnen zijn. Ik weet het mensen, veel misschiens, gelukkig zijn er niet altijd feiten en zekerheden anders werd karpervissen wel een heel saaie bezigheid.

3) Waarom lopen de wintervangsten van jaar tot jaar achteruit?

Ook ik sluit me bij Alijn en Stef's mening aan. Er wordt in het late najaar, en zeker op de Big Fish-waters gewoon te veel gedumpt. Reeds in september en oktober bereiken ze nagenoeg hun topgewicht en daarmee stopt dan ook hun activiteit. Ik ken zelfs waters waar ze in het najaar zwaarder zijn dan in het voorjaar wanneer ze barstensvol kuit zitten! Iedereen moet in dit geval zichzelf op de borst kloppen en bij dalende watertemperaturen zijn voeraanbod afbouwen. Ook komt er ieder jaar meer en meer hengeldruk en dus worden bijna alle vissen gehaakt in het najaar en zullen ze zich tweemaal bedenken alvorens ze nog maar eens een misstap begaan. Gewoonlijk komt er voor de echte koude nog een laatste opflakkering van activiteit of beter gezegd een vreetorgie, daarna valt alles stil. Uit ervaring weet ik dat deze stille periode ongeveer twee weken duurt. Wie dan volhoud zou best wel eens beloond kunnen worden voor zijn moeite. Maar twee weken of meer blanken in slechte omstandigheden zonder zekerheid op vangen is voor de meeste, ook voor mezelf soms teveel van het goeie. Meestal worden de stokken opgeborgen of zoekt men een ander alternatief, hetzij gemakkelijker of verwarmd water.

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox