Home  |  Contact  
 

Artikelen, Technieken


Mijn Wintervisserij


Saron Debets

Inleiding


Saron met een mooie winterse schub.
Saron met een mooie winterse schub.
Als de eerste nachtvorsten zich melden wordt het al snel minder met onze karpervisserij, tenminste voor veel vissers wel! De kou en de afnemende activiteit van de karper spelen veel vissers parten. Zij houden het de rest van de winter voor gezien en leggen het visgerei op zolder of gaan achter de roofvis aan.
Ook onze grote vrienden onder water lijken ineens spoorloos. Het lijkt wel of ook zij het voor gezien houden en zijn vertrokken naar een zonnige overwinterplaats. Voor mij is de winter een mooie tijd. Het is meestal zeer rustig aan alle wateren en daarom liggen er diverse schitterende stekken voor het oprapen!
In dit artikeltje zal ik het een en ander vertellen over mijn eigen winterervaringen. Ik hoop dat iemand er wat in herkent of er wat aan heeft! Goed daar gaan we.

Voor mijn wintervisserij zoek ik ten eerste meestal watertjes uit die niet zo groot zijn en voldoende vis bevatten. De kans dat je actie krijgt en zo'n koude rakker vangt is dan natuurlijk veel groter. Ook zocht ik af en toe het warme water op, maar dit was voor mij toen te ver om vaker te doen. Ik had toen nog geen rijbewijs.


Diep of ondiep?


Ook zocht ik af en toe het warme water op.
Ook zocht ik af en toe het warme water op.
Vaak hoor of lees je dat als de temperaturen hard omlaag gaan de vis de diepte in gaat. Dit gaat naar mijn ervaring lang niet altijd op. Natuurlijk is het logisch dat de ondieptes het eerst afkoelen en de wat diepere plekken wat later, maar dat wil niet zeggen dat de vis automatisch de diepte op zoekt. Volgens mij heeft het ook veel te maken met beschutting. We weten allemaal dat vissen graag beschut en dus veilig liggen.
In de winter wordt het water op veel plassen vaak heel helder. Hierdoor zoeken de vissen graag beschutting op. Omgevallen bomen, takken, steigers, palen en overhangende struiken vormen dan ook prima winterstekken!
Op de plekken waar de vis beschutting heeft speelt de diepte soms nagenoeg geen rol. Zijn er helemaal geen plekken die beschutting bieden dan moet je het toch vaak wat dieper zoeken. Richels kammetjes kuilen en plateaus zijn dan vaak potentiële winterstekken.
Zo kwam ik er achter dat een stek die ik zomers beviste ook de winterstek was. Ik beviste elke winter een watertje bij mij in de buurt. Het is een putje van een kleine twee hectare. Aan de kant staat weinig water en naar het midden toe wordt het een meter of acht diep. Hier en daar een boom of een overhangende struik en een klein steigertje dat een meter of vijf het water inloopt.

De Struik


Binnen een uur had ik er 4
Binnen een uur had ik er 4.
Het begon allemaal op dat kleine putje ongeveer een jaar of zeven terug. Ik had al een aantal uren op een aangevoerde diepere stek zitten blanken toen ik toch maar een hengeltje voor de struik deponeerde. Er stond ongeveer een meter water en de temperatuur van het water was maar vijf graden! Binnen twee uur vissen ving ik zo vier vissen! Dan gaat er toch wel een lichtje branden hè?

Toch maar even onder de struik kijken! Ik de rimboe in en onder die struik gekropen tot ik bij de waterrand was. De kant was iets uitgehold en er stond daardoor al direct 50cm water Wat ik daar zag… Vlak voor me op nog geen 70cm water telde ik al vier karpers.. Ze lagen onder de dikke takken van de struik. Wat ook opviel is dat de hele bodem brandschoon was. Voor mij een teken dat de aanwezigheid van deze karpers geen toeval was. Dit schouwspel verwacht je niet in de winter. Ik snel wat voer op gehaald en voorzichtig wat pellets en boilies onder mijn voeten te water gelaten.
De karpers voelden zich blijkbaar prima op hun gemak. Ze bewogen zich heel rustig onder de takken. De vis die het dichtst bij lag scheen het voer te detecteren. Ik zag hem bijdraaien en zich rustig richting het voer begeven. Hij of zij ging met de bek naar beneden zette hem op een boilie en zoog het naar binnen. De kieuwen gingen op en neer en de karper pakte nog wat op. Ook de andere karpers hadden nu wat in de gaten en kwamen ook rustig dichterbij. Ook zij begonnen te azen. Je zag duidelijk dat ze zonder wantrouwen het aas opnamen en binnen een paar minuten was alles verdwenen. Dat herhaalde ik een aantal keer en de karpers vraten rustig door. Ze schrokken niet van het voer dat ik te water liet. Kennelijk voelden ze zich veilig.

Toppen omlaag!
Toppen omlaag!
Je kunt je voorstellen dat ik de struik regelmatig bleef bezoeken. Het voeren werd dus niet meer in het diepe gedaan maar gewoon onder de struik! Er lag altijd karper op de stek zelfs tijdens vorst! Het merendeel van het voer strooide ik verspreid onder de hele struik en iets ervan aan de rand. Dat was de plek die ik kon bevissen. Wat direct al duidelijk werd is dat ik zo dicht mogelijk bij de struik moest liggen. Lag ik een halve meter te ver dan werd het automatisch een blank! Ook als ik het voer iets verder van de struik af er ingooide lukte het me niet om ze zover te krijgen om daar te gaan azen. Kennelijk voelden ze zich overdag in dat heldere water niet veilig buiten de schuilplaats.
Vind je zo' n schuilplaats waar de karper overwintert dan zit je op goud. Het zal bijna altijd in de buurt zijn van een plek waar ze voedsel kunnen vinden. Zo hoeven ze er nooit veel voor te doen om een hapje te eten.
Jongens trek je jungle outfit aan en ga maar eens even de struiken in. Er zijn vast meer watertjes die zulke stekken hebben!

De "Sloot"


Patrick met een 'januari karper' uit het slootje.
Patrick met een 'januari karper' uit het slootje.
Een ander water waar ik in de winter ook graag mag vissen is een vrij ondiepe sloot waar meestal een aardige stroming staat. Om de zoveel kilometer zit er een sluis in met een hoogte verschil van ongeveer een meter. Elk stuk van die sloot heeft zo zijn eigen bestand. Op het ene stuk zitten wat meer vissen dan op het andere stuk. In de winter vis ik dus ook op het stuk waar het bestand het grootst is.
Doordat het er vaak flink stroomt moet de vis in beweging blijven. Door die beweging verbruiken ze wat meer energie dan op stilstaande wateren en zullen ze dus ook in de winter meer moeten eten. Hier maak ik natuurlijk weer dankbaar gebruik van. Ik moet er direct bij zeggen dat die stroming ontzettend belangrijk is. Als het niet stroomt wordt er ook bijna niets gevangen en bij een flinke stroming juist heel goed! De vissen zijn dan gewoon veel actiever en dat merk je aan het aantal beten.

Beschutting is belangrijk! zoekt en gij zult vinden!
Beschutting is belangrijk! zoekt en gij zult vinden
Het merendeel van de sloot is recht toe recht aan, maar hier en daar zit een scherpe bocht. In een bocht heb je altijd een diepe kant en een ondiepe kant. De diepe kant zit in de buitenkant van de bocht en is helemaal door de stroom uitgesleten. De ondiepe kant is dus altijd de binnenbocht en levert vaak minder vis op. Mocht het echter ontzettend hard stromen (door hevige regenval) dan kunnen de vissen hier juist weer uit de stroom liggen Dit is echter een uitzondering. Ook kuilen zijn zeer interessant. Hier kunnen de vissen ook uit de stroom liggen en er blijft altijd wel voedsel in achter.
Door met een gevlochten lijn en een stuk lood te peilen kun je de kuilen makkelijk vinden en kun je ook direct voelen hoe de bodem is. Ook de sluizen en bruggen doen het in de winter goed. Beschutting weet u nog!
Als je eenmaal een interessante stek hebt gevonden begin je te voeren. Denk eraan niet veel maar wel met regelmaat. Zorg dat er altijd wat te vinden is.

Rigs en Aas


Voor mij is de stekkeuze het belangrijkst! Ingewikkelde rigs, gecompliceerde systemen en dergelijke vind ik van ondergeschikt belang. Doe niet moeilijk maar vis gewoon daar waar ze zitten. Mijn ervaring is dat ze je aas dan echt wel vinden en pakken. Je kunt het zo ingewikkeld en zo mooi mogelijk maken als je maar wilt, maar als er geen schub zit dan maakt het geen bal uit wat je er aan knoopt! Wacht niet tot de vis jouw aas komt opzoeken, maar zoek de vis op.

Het aas dat ik gebruik houd ik zo klein mogelijk. Een miniboilie, tijger, maïs uit blik of een pellet voldoet prima.

Houd vol en je zult beloond worden.
Houd vol en je zult beloond worden.
Een goede tip: hol een tijgernoot uit (met een boortje) en vul deze met iets foam. Dit foam soak ik eerst in een flavour. Dit doe je door het foam met een pincet plat te knijpen en het dan vol te laten zuigen met flavour. Herhaal dit een aantal keer. Zo krijg je een zeer attractief aas.
Vis zo licht mogelijk. Tenminste voor zover de situatie het toelaat. Een haakje maat 8 met line aligner op een soepel onderlijntje voldoet prima. Laat het aas zinken door het gewicht van de haak. De karper hoeft er bij wijze van spreken maar aan te snuffelen en hij hangt al.
Zorg ervoor dat je lijnen over de bodem lopen! Onderschat dit niet. Vooral in de winter met helder water zal een strakke lijn rechtstreeks naar je lood de karper eerder afschrikken. Gebruik toplood waar dat kan of steek je toppen zover mogelijk onderwater zodat je lijn zo laag mogelijk loopt. Laat ook je hengel rechtstreeks naar je lood wijzen, want de beten zullen vaak zeer voorzichtig zijn. Stel wakers zo gevoelig mogelijk af zodat je op elke beetindicatie kunt reageren. Probeer dus alles te doen om de weerstand die de karper kan voelen te verminderen. Vis eens met een schuifloodje en wat aluminiumfolie als waker. Je moet het maar eens proberen met één hengel en de andere gewoon met vast lood. Je zult versteld staan van de verschillen die je ziet.

O ja, vergeet je niet warm aan te kleden en voor voldoende proviand en warme dranken te zorgen, want anders hou je het niet lang uit! Ook al verklaren anderen je voor gek, trek het je niet aan! Thuis vang je zeker niets jongens!! Houd vol en je zult worden beloond! Succes en vang ze!

Saron

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox

 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer