Artikelen, Frankrijk
Visvakantie
De eerste week van onze vakantie op de camping verliep zoals de meeste vakanties van ons.
In de vroege ochtenduren ga ik eerst even vissen van half zes tot een uur of negen, want vrouw en kinderen slapen nog wel een paar uurtjes.
Tegen negenen komen Renske en Marije, onze beide dochters, mij halen om samen een paar stokbroodjes te gaan kopen voor het ontbijt
Tijdens het ontbijt worden de plannen voor de rest van de dag doorgenomen, en afhankelijk van het weer komt dit meestal neer op, fietsen, speeltuin, dierentuin, of met de waterfietsen het meer op, in ieder geval wat anders dan vissen, want dat komt ,s avonds weer aan bod wanneer de kleinste van de kinderen weer in bed ligt.
In deze eerste week werden we ook al een paar keer bezocht door Hubert en Martine.
Hubert kennen we nu sinds een jaar of zes, en wanneer wij weer in Frankrijk zijn komt hij ons regelmatig een paar uurtjes opzoeken.
Wij kletsen dan uren over karpervissen en alles wat er bij hoort, bovendien toont Hubert zich een echte Fransman, want eenmaal op de praatstoel, dan ratelt hij gelijk een machinegeweer.
Maar dan wel een geweer met verstand van karperzaken.
Naast een verwoed karpervisser is Hubert ook nog auteur en heeft hij in December 1997 zijn eerste karperboek uitgegeven, bovendien schrijft hij ook nog artikelen voor Carpmagazine.
Een ”karpergoeroe” dus, waarvan ik veel heb opgestoken de laatste jaren.
Bij een van zijn bezoekjes werden we uitgenodigd om bij hem en zijn moeder te komen eten.
Op donderdag werd hieraan gehoor gegeven, en bij aankomst werden we door “Mamma” op de “ Franse “ manier begroet en ontvangen.
Gelukkig was binnen de kachel aan, want het was buiten met 16 graden wel erg koud voor de vakantiemaand juli, en bovendien regende het ook de hele dag al.
De behaaglijkheid binnen deed het oktober weer al snel vergeten, en Mamma vermaakte zich al met Willie en de kinderen.
Hierdoor waren Hubert en ik wel weer genoodzaakt het onderwerp karper aan te snijden.
Het karpersucces had zich deze eerste week echter beperkt tot het vangen van een paar knolletjes van een pond of 10.
De oorzaak werd gezocht in het koude weer, en de daardoor dalende watertemperatuur, deze was namelijk gezakt van 22 terug naar 18 graden in vier dagen tijd.
Het uitwisselen van onze karper ervaringen werd nu ruw verstoord door een voortreffelijk diner van Mamma, en volgens haar konden we onze tijd ook beter besteden met eten, dan met vissen, want wat vangen deden we toch nooit.
Het diner werd afgesloten met een stevig glas wijn, en het was de hoogste tijd om op te stappen, want de kinderen moeten toch een keer naar bed, nietwaar?.
Tijdens het afscheid voeg Hubert,: hoe een zware karper ga je nog vangen in de laatste week.
En omdat ik wist dat Hubert zijn PR op 19 kilo stond antwoordde ik : 20+ kilo, Hubert.
Na enig ‘gespeeld ‘ onduidelijk gegrom en gemompel, en toen hij het doorhad volgde een brede grijns en de welgemeende woorden : Het is je van harte gegund jongen en veel succes.
Hij was bang ( zo bleek later ) dat ik hem dit kunstje nog zou flikken ook, mede omdat ik hem tijdens het diner uitgebreid had verteld over de “Aalten theorie “ en dat ik vanaf woensdag
al bezig was volgens de “Aalten methode “ een stek voor te bereiden.
De uitleg van deze theorie deed hem al het ergste vrezen voor zij visrecord van 19 kilo.
Eenmaal terug op de camping werd eerst nog even gevoerd, ik vond het al te laat om nu nog te gaan vissen en bovendien was het nog steeds hondenweer.
Bovendien was het in de caravan iets aangenamer en ik zou nog een paar boilie recepten voor Hubert maken, want hij zou over twee weken naar Cassien afreizen voor 2 weken vakantie.
Het karperverhaal
De volgende morgen werd er weer lekker gefeederd op de witvis, en weer leuk vangen met twintig stuks per uur.
In de avonduren werd er naast het feederen ook nog met drie hengels op karper gevist.
Deze drie hengels liggen in een waaiervorm vanaf de punt van een bootsteiger 15 meter links en 20 meter uit de kant tot midden voor me 30 meter uit de kant.
Hier ligt een mossselbank evenwijdig aan de oever over een lengte van30 meter , ongeveer 25 meter uit de kant met breedte variërend van 3 tot 7 meter opeen talud dalend van 3 naar 4 meter, en rechts aan het eind hiervan werd nu voor de vierde keer gevoerd.
De “ Aalten methode “stek lag aan het eind van deze mosselbank, 4meter diep, 30 meter weg.
Meestal voerde ik rond 6 uur ‘s avonds, zo ook op zaterdag 18 juli, ongeveer 1200 gr boilies.
De stek ‘Aalten methode’ zou vanavond voor het eerst ook bevist worden, en met meer haast dan gewoonlijk sleepte ik tegen 8 uur de hengeluitrusting naar het water.
Ik was zeer benieuwd naar het eventuele resultaat van deze aanpak, bovendien had het de hele dag stevig gewaaid met de wind recht op de kant, maar nu tegen de avond viel de wind helemaal weg en werd het water spiegelglad.
De luchttemperatuur was met 21 graden ook veel aangenamer dan de voorgaande dagen.
Nadat de montages van een trouvit pop up boilie waren voorzien, en de voerveren waren volgedrukt met een trouvit+broodmeel voer lagen ze tegen half negen op de stekken, behalve de ’Aalten stek want daar was het nog even te druk met jeugdige surfertjes en zeil bootjes.
Rond kwart over negen hield de jeugd het echter voor gezien en spoedig lag ook de ‘Aalten’ montage op de beoogde plaats.
Het was nu kwart over negen, en ik was zeer benieuwd hoe lang de eerste aanbeet op zich zou laten wachten.
Het was al aan de late kant, maar ja “beter laat dan nooit” nietwaar.
Vanaf nu werd er weer gefeederd op de witten, dwars aan het water zittend met de drie karperstokken onder handbereik vlak achter me.
Al doende werd er weer menig witje verschalkt, tot zich op een gegeven moment achter mij een bescheiden piepje zich meldde.
Ik keek om naar de toppen van de karperstokken en zag de top van de rechter hengel even tikken, krom gaan, en jawel, een hevig gekrijs van de beetverklikker volgde.
Nu werd er overgeschakeld van feederen op witvis naar feederen op de grovere karper.
Snel werd de witvis feeder uitgedraaid, en vanuit de oude tuinstoel naar achteren gereikt, de karperstok gepakt en stevig de haak gezet.
Op hetzelfde moment bleek echter dat feederen vanuit een overjarige tuinstoel totaal iets anders is dan schuin naar achteren een lokomotief aanhaken in dezelfde nu vervaarlijk krakende zetel.
Nu dreigde ik echter met stoel en al omver getrokken te worden door een niet aflatende brute kracht die mij in alles wilde beletten om op de been te komen, hetgeen echter ten kostte van de inhoud van de feedervoerbak en enige moeite toch lukte.
Op het moment dat ik de beetrunner uitschakelde was mij al opgevallen dat de slip even stokte maar onmiddellijk in het voorgaande tempo weer doorliep, alleen nu kromde de hengel zich tot in het handvat.
Eenmaal op de been gekomen verbaasde ik me over de massieve kracht van deze vis, want ik kon niets anders doen dan schuin naar achteren, hangend in de hengel, afwachten wat er gebeuren ging.
Dit was hangen, maar dan wel hangen in de hengel.
De slip liep gestaag en in een tempo door, ondanks de 7 kg weerstand .
Een groot geluk bij dit alles was dat de karper recht uit de kant weg zwom,
immers 15 meter naar links ligt de bootsteiger van 20 meter lang en aan de rechterzijde bevind zich een boei om de bootjes uit de kant te houden ongeveer 30 meter uit de kant.
De eerste run duurde wel erg lang maar de meeste indruk maakte wel het zeer gestaag nemen van de lijn, nog steeds zuiver rechtuit en haaks op de oever waarop ik stond.
Ik kon door het spiegelgladde wateroppervlak goed zien waar de lijn door het oppervlak kerfde.
Nog steeds rechtdoor en zonder hapering, en ik voelde nu toch twijfels opkomen, want dit duurde nu al wel erg lang zonder dat ik maar iets kon doen.
Het moment moest toch een keer komen dat de snelheid minder werd of dat er een hapering kwam in dat gestage nemen van de lijn, want tot nu toe bleef de molenspoel onder zwaar verzet van de slip gewoon zijn meters lijn afgeven meter voor meter.
De snelheid werd maar niet minder, maar wat ik op een gegeven moment toch zag gaf me weer een beetje moed.
Het punt waar de lijn het water raakte begon nu toch een slingering te vertonen.
Ha, eindelijk begon hij het moeilijk te krijgen, en niet zo verwonderlijk ook want ik schat dat hij al wel een 80 meter lijn genomen had, en dat bij een kilo of 7 weerstand.
Eindelijk naderde het moment dat ik mogelijk wat zou kunnen gaan doen.
De slingering in de lijn was er nu duidelijk en gaf me weer iets meer hoop.
De lijn begon nu eindelijk iets naar links te neigen, en dit was het moment waarop ik gewacht had.
Ik gooide nu de hengel naar links en stak hem gedeeltelijk onder water, onderwijl stopte ik met rechterhand de molenspoel en gaf alle druk naar links.
Nu heb ik op deze manier al meerdere karpers uit balans getrokken en dat werd dan meestal gevolgd door een paar flinke klappen of bokken van deze vissen.
Het doel van deze actie was om de karper om te trekken en gelijk mijn vertwijfeling van voorheen nu maar eens even een poosje bij de karper neer te leggen.
En vertwijfeld raakte hij zeker, en dat liet hij mij merken ook.
Nog nooit te voren heb ik een karper met zulke machtige halen voelen bokken tegen zijn onzichtbare tegenstander.
Normaal krijg je een paar flinke klappen die dan door de hengel wel goed opgevangen worden,
ditmaal waren het zulke machtige halen dat je van klappen of bokken al niet meer kan spreken.
Het materiaal werd nu eens echt op zijn deugdelijkheid getest, en ik had het nooit voor mogelijk gehouden dat een karperstok zo onnoemelijk krom kon zonder te breken.
Door dit alles realiseerde ik me wel dat deze vis wel erg groot en sterk moest zijn.
De karper bevond zich nu tussen 100 en 120 meter uit de kant en begon nu langzaam naar links te zwemmen.
Hierop begon ik flink druk naar links te geven en kon al doende ook al wat lijn terug winnen, maar de karper bleef naar links zwemmen zodat de bootsteiger nu toch wel een obstakel begon te vormen.
Omdat het mij niet lukte om de karper naar rechts te laten zwemmen besloot ik om met de hengel boven mijn hoofd over de kant mee te lopen om zodoende de lijn in ieder geval hoog over de steiger naar links te leiden.
Mede omdat de vis zich erg ver uit de kant bevond kon ik de lijn vrij gemakkelijk over de bootjes naar de linker kant van de steiger krijgen.
Het volgende probleem is dat er na deze vrij lange steiger nog eens drie kleinere steigertjes volgen met aan de laatste een zeilboot met een mast van wel 5 meter hoog, dus verder kon niet.
Wat ik ook probeerde om de vis naar rechts te sturen, hij deed het dus zeer beslist niet.
Onderwijl liet hij zich onder log verzet toch naar de kant pompen, zodat na een poosje de steigertjes met de bootjes toch wel begonnen te dreigen.
Bovendien wist ik uit voorgaande jaren en van een plaatselijke visser dat zich op dit punt nog een oude beschoeiing onder water bevond op 2,5 meter diepte en ongeveer vijf meter buiten de steigertjes.
De karper liet zich nu vrij gemakkelijk naar de kant pompen en het zou nu niet lang meer duren voordat hij zich in de gevarenzone zou bevinden.
De problemen dreigden nu met de seconde toe te nemen.
Toen de vis zich een meter of tien buiten de steigers bevond had hij er schijnbaar genoeg van en plotseling scheurde hij er weer vandoor, weer een dertigtal meters lijn van de spoel sleurend.
Ongelooflijk, alsof het niets koste en zeker geen moeite.
Inmiddels had ik al een twintigtal toeschouwers van de camping achter me, waaronder enkele vissers zo te horen.
Ik merkte deze mensen pas nu op, omdat de karper dertig meter lijn nam en ik daarom toch niets kon uitrichten.
Een oudere man was ook een visser en ik schatte hem 65 jaar oud.
Deze oudere man dacht dat de vis wel een kilo of 12 tot 13 kon wegen, maar ik wist wel beter.
Hetzelfde moment dacht ik weer aan Hubert.
Wat had ik hem beloofd ; een vis van 20+ kilo’s... en ik wist het nu zeker...dit is ‘m Hubert...of ik moest mij nu sterk vergissen....
Ik wist het, ik had ‘m d’r aan..zeker na deze laatste run.
Het schoot door me heen ;20+ kg Hubert.. hij zit er in ieder geval aan.
Nu echter nam de angst om deze vis te verspelen allen nog maar toe.
De run was weer over en opnieuw liet hij zich onder log verzet naar de kant pompen.
Tot hij zich bij de oude beschoeiing bevond, en plotseling stokte het pompen, en geen beweging meer niets meer.
Ik kreeg hem er niet over heen, hij lag vast achter de oude beschoeiing, midden voor me.
Plotseling liep de lijn iets naar links, even maar naar links, en toen bleef de lijn naar een punt aflopen.
Onmiddellijk de beetrunner erop en nu naar de steiger rechts van me en snel de steiger op zover ik kon.
De karper zwom nog steeds want hij nam nog lijn, deze liep echter naar een vast punt het water in, en moest daarom wel ergens achter hangen, waarop ik besloot, omdat ik op de steiger de karper voorbij stak om de hengel zover mogelijk onder water te steken,. De beetrunner uit te schakelen en om van deze kant flink druk te geven.
Zo gezegd zo gedaan en met een misselijk makend geknoerk nam de vis nog steeds lijn.
Plotseling schoot de lijn met een schok toch los en liep de kant weer uit, opnieuw een 30 tal meters de kant uit en weer naar het midden van het meer.
Omdat de vis zich nu weer zo’n 50 meter uit de kant bevond heb ik hier vanaf de steiger nogmaals geprobeerd om hem naar rechts te dwingen.
Echter hij liet zich niet dwingen of sturen, en omdat ik toch druk op de lijn moest houden kwam hij even later weer zo’n 15 meter voor me langs weer richting oude beschoeiing en steigertjes.
“Daar “ moest het pleit beslecht worden volgens het lokomotiefje .
Nu wist ik dat ik het anders moest aanpakken dan voorheen.
Ik heb vanaf de steiger waarop ik nog steeds stond met de hengel ver onder water veel druk gegeven tot ik plotseling een enorme kolk zag opwellen tussen het 2 de en 3 de steigertje.
Onmiddellijk besefte ik dat hij over de oude beschoeiing heen was.
Zo snel ik kon was ik van de steiger af en terug bij de steigertjes waartussen de vis zich bevond, ondertussen steeds spanning op de lijn houdend.
Even later was ik terug op de plek waar hij zich eerst had vast gezwommen, maar nu was hij aan mijn kant van de oude beschoeiing zo wist ik.
Vanaf nu werd het wel erg heftig drillen met aan weerszijden een meter of vier ruimte tussen de steigertjes.
Ik voelde wel dat hij de meeste krachten al kwijt was en kon hem met veel moeite beletten de steigers te bereiken.
En als het hier toch moest gebeuren dan zou het hier gebeuren ook.
Soms met de hengel onder water, dan weer hard omhoog trekkend, de ene keer naar links, de
andere keer naar rechts maar continu alles uit de hengel halend wat er in zat.
Verschrikkelijk wat een massieve oerkrachten deze vis had.
Na enkele angstige minuten was het gebeuk en kolken rammen plotseling over en draaide hij nog een paar rondes onder de hengeltop alvorens hij zijn enorme flanken voor het eerst toonde.
Wat een lichaam,.. wat een beest,.. een enorme karper hapte naar lucht.
Nu werd het tijd voor de oudere man om in actie te komen, want hij was vanaf het eerste moment, met het schepnet in de handen geklemd geen meter van mijn zijde geweken.
De karper lag daar, nog immer lucht happend en mokkend onder ons, want we stonden hier wel op kade muur van 1.80 meter hoog, met ongeveer 0,50 meter water onder voor de kant.
Maar nu mocht de oudere man het net zo diep mogelijk onder water steken en zo houden, niets meer en niets minder, zo had ik gezegd.
Hij keek me met een paar jongensogen aan, knikte begrijpend, en wachtte zoals afgesproken op de woorden,; net hoog ;.
Het net lag amper diep genoeg, maar toch liet de karper zich vrij gemakkelijk erboven trekken.
Het commando; net hoog ; werd snel en perfect uitgevoerd.
Eindelijk lag hij dan in het net, en ik wist niet wat ik zag.
Wat een reus, wat een bak, ongelooflijk wat een beest.
Ik heb niet gejuicht, ook niet geschreeuwd, domweg omdat ik niets wist uit te brengen,
ik was echt met stomheid geslagen.
Helemaal leeg en ‘knetter van de wereld ‘.
Ik schrok pas wakker toen de oudere man poogde het net met de karper erin omhoog te tillen op een manier waarop ik met een riek de aardappels bij mijn schoonouders pleeg te rooien.
Bij deze actie sloeg hij bijna over de kop het water in, en geschrokken staakte hij deze drieste poging.
Het lukte hem echter niet om de karper over de muur te tillen.
Nu al voelde ik me geroepen om ook eens een handje toe te steken en gaf de hengel af aan iemand aan mijn rechterzijde, die daar toch min of meer toevallig stond, en ik pakte met beide handen de spreidarmen van het net beet.
De oudere man verontschuldigde zich voor zijn ongeduld en hij gaf mij de eer om het net over de muur te hijsen.
Het lukte ook mij niet om het net recht omhoog over de muur te tillen het was gewoon te zwaar, en ik moest hem weer laten zakken.
Nu grepen twee oude pezige handen ook het net beet en samen tilden we toen de karper over de muur en legden we hem ook gezamenlijk op het gras, het was gelukt, eindelijk.
De reacties van de omstanders logen er ook niet om, van: wat een monster, wat een dier, een klein varken, een groot klein varken, tot: was fur ein riesigen fisch..
Maar volgens de oude man was het gewoon, een klein groot varken.
Op het moment toen de karper geschept werd was ‘ Wolfgang ‘ onze camping buurman als de brandweer naar de caravan gerend om Willie te roepen en te melden dat haar man een enorme grote karper gevangen had.
Willie had van deze wereld dril helemaal niets vernomen, omdat ze een paar minuten voor de aanbeet kwam Renske onze oudste dochter naar bed ging brengen.
Samen met de oude man hadden we de karper in het net naar de stek gebracht waar de rest van de uitrusting stond en waar het allemaal begonnen was.
Hier werd de karper weer voorzichtig op het gras gelegd en ik ging alvast de weegzak nat maken.
Op dit moment hoorde ik Willie zeggen ; wat een varken, wat een vet varken,’verschrikkelijk’.
Dit horende, met de weegzak al in de handen kwam ik pas terug op de wereld, en pas nu drong het tot me door dat ik inderdaad wel iets bijzonders gevangen had.
Nu pas begon ik ervan te genieten.
Er werd gevraagd om eerst het gewicht te schatten, alvorens tot wegen over te gaan.
Ik kon zowaar weer wat zeggen, want ik riep: 20 tot 22 kg.
Het verraste mijzelf want het laatste wat ik gezegd had was, net hoog.
Ik had dus al die tijd toch niet gedroomd, want ik hoorde Willie en Renske van alles roepen en ik zei zelf ook al weer wat.
Ontelbare malen schoot het al door mijn hoofd : 20+ Hubert.
Twee en twintig kilo was nog voorzichtig en bescheiden, maar de unster zou wel een eind maken aan de onzekerheid.
De karper ging nu in de natte weegzak, de koorden aan de haak van de salter, de salter werd omhoog bewogen, waarop de koorden de zak sloten en het wegen kon beginnen.
Al trillend en bevend bracht ik de unster omhoog en zag dat het streepje de kilo,s aangeven: 17, 18, 19, 20 kilo en pats het streepje zat vast onderin.
Allemachtig ik trok 20 kilo en zo te zien kwam alleen de staart van de vis nog maar van de grond.
Hoe zwaar was hij nu, ik kon hem niet wegen, opnieuw 20 kg trekken en kijken, weer alleen de staart kwam van de grond,...meer niet!
Ik besloot om door te tillen tot de vis vrij kwam van de grond, en dan te schatten wat ik aan extra kilo,s moest tillen om de vis van de grond te krijgen.
Om me heen ontstond nogal wat rumoer toen de unster te licht bleek te zijn, maar hoeveel te licht?.
Ik schatte hardop : 5 kilo!. Maar stilletjes dacht ik : 6 kg zeker, en ik hoopte op : 7 kg!.. wat het totaal op,: 27 kilo ,geschat zou brengen.
In stilte dacht ik, hij weegt wel 27 kilo, als het niet nog meer is.
Omdat deze vraag een vraag zou blijven werd de karper gezakt en weg gehangen op twee meter diep water achter aan de bootsteiger.
De vis lag nu bij te komen, en dat leek me voor mij ook geen slecht idee.
Ik kon echter onmogelijk rustig bij Willie en de anderen blijven zitten.
Het was inmiddels over tienen en omdat het vissen er nu echt wel opzat voor vandaag begon ik de andere hengels plus het overige materiaal ook maar op te ruimen.
Hierna werd de hele gebeurtenis nog eens doorgenomen met en door Willie, Renske, Wolfgang, Hanny en niet in het minst door de oude man die mij zo professioneel geholpen had.
Bij deze gelegenheid werd de oude man met algemene stemmen benoemd tot ‘ assistent karper visser’, doch hij vond deze ‘titel’ veel te hoog, want hij had,’ niet meer en niet minder’ gedaan
dan van hem verlangd was.
Dus toch een groot assistent, waarop hij met schitterende ogen toestemde.
Ineens schoot het door me heen dat ik Hubert moest bellen, zodat hij of iemand anders naar hier zou komen om de karper te komen wegen.
Gelukkig had Wolfgang een GSM telefoon en kon ik Hubert tijdens zijn sessie bereiken, dacht ik.
Na twee keer bellen, werd er nog immer niet opgenomen, dus even later nog eens geprobeerd, en nu kon ik een boodschap inspreken op zijn voice - mail. Het bericht was maar kort :..
Hallo Hubert,: met Henk vanaf de camping, ik heb een karper gevangen van dik boven de twintig kilo en ik kan hem niet wegen, mijn salter gaat maar tot 20 kg en ik ben bang dat hij ook nog zwaarder is dan 25 kilo, kom snel naar hier om foto’s te maken en,...om te wegen.!
Na nog een uurtje napraten en een glas drinken met de buren en de assistent heb ik de visspullen terug gesleept naar caravan.
Eindelijk waren we weer alleen en kwam de boel een beetje tot rust.
Vanaf ongeveer 1 uur heb ik geprobeerd om wat te slapen, maar dit lukte niet echt met al die beelden voor ogen van de laatste uren.
Je zult toch maar zo’n grote karper vangen dat je hem niet eens kunt wegen.
Het niet kunnen slapen werd ook wel veroorzaakt door het feit dat gisteren bij Wolfgang een karper was gestolen op klaarlichte dag tijdens de koffie bij de caravan.
Door deze wetenschap ben ik nog zeker een keer vier gaan kijken of mijn karper er nog wel was, maar elke keer lag hij daar rustig en stil op de bodem van het meer.
Tegen half drie ben ik toch ingedut, maar om vier uur werd ik met een schok wakker, eerst kijken, maar gelukkig hij was er nog steeds.
Omdat de lucht in de verte alweer begon te kleuren, en ik toch niet meer kon slapen, besloot ik om de hengelspullen maar te halen om maar een poosje te zitten feederen, en karperen.
Vanaf 7 uur mocht ik me alweer verheugen op de warme belangstelling van Wolfgang .
Onderwijl werd er weer lekker witten gevangen, tot weer Renske en Marije mij kwamen halen om samen een stokbroodje te halen.
En omdat het al half negen was en tijd voor een stevig ontbijt, leek me dat niet zo’n gek idee.
0mdat ik nog steeds niets van Hubert vernomen had, nam ik me tijdens het ontbijt voor om mijn beste vriend en vismaat Jan in Holland op te bellen, want hij zou vast wel een paar telefoonnummers hebben van bevriende plaatselijke karpervissers.
Wanneer Hubert dan niet kwam opdagen, dan zouden Jannick of Cristoff met een weegschaal kunnen komen om mijn karper te wegen.
Wanneer ze tenminste een weegschaal hadden die boven de 25 kg kon wegen.
Half tien, en nog steeds geen Hubert.
Dus om kwart voor tien Jan gebeld.
Jan lag dus nog in bed, wat me van een natuurliefhebber als Jan niet bevreemde, toen bleek dat zijn vrouw niet hoefde te werken.
Na enige aanmoedigingen, aangaande natuurlijk gedrag, over en weer zei ik dat ik gisteravond een karper had gevangen van meer dan 20 kilo, en dat ik hem niet kon wegen.
Jan: je hebt toch een unster...
Ik: jawel, maar die gaat maar tot 20 kilo.
Jan:. Ha, ha, ha, je wilt me toch wijsmaken dat je een “veertiger” gevangen hebt.
Ik: Jawel Jan, en ik ben bang dat een weegschaal van onder de 25 kilo ook nog te klein zal zijn.
Jan : Sodemieters, je meent het toch niet, je hebt gisteravond zeker teveel cognac gehad... ?
Ik : neen Jan, ik heb er echt een, en ik laat hem echt niet los, voor ik hem gewogen heb.
Jan : je meent toch niet serieus dat, je een veertiger,...geweldig,...fantastisch,...sodemieters,...fantastisch, enz, enz,.
Ik : Jan ik kan hem dus niet wegen en ik dacht dat jij misschien wel telefoonnummers had van Jannick, of Cristoff, want dan kunnen die toch komen om te wegen.
Jan : ik begrijp het, blijf rustig, blijf kalm, doe geen gekke dingen, want ik ga nu vanuit Holland het een en ander voor je regelen, en bel tegen 12 uur even terug als je wilt,...fantastisch, geweldig en Henk,: gefeliciteerd jonge van harte.
Later bleek dat Jannick uit zijn bed was gebeld en Cristoff onder de douche vandaan door een zeer vasthoudende karpervisser uit Holland.
Jan had de heren dringend verzocht, om onmiddellijk naar de camping te gaan met een 25+ kg weegschaal, en aldaar een gigantische karper te wegen die Henk daar gevangen had, zo groot zelfs dat een unster van 20 kg te klein was.
Jannick en Cristoff moeten wel spoorslags vertrokken zijn, want tegen elven waren ze er al.
Doch voordat Jannick en Cristoff arriveerden kwam Martine zich melden met de felicitaties van haarzelf en Hubert.
Hubert was ook door Jan gebeld, en hij had op zijn beurt weer Martine gebeld met het verzoek om naar de camping te gaan, en om aldaar mij gerust te stellen.
Ze moest me op verzoek van Hubert vragen, om de karper niet los te laten voordat Hubert er een fotoreportage van gemaakt had.
Nu ging de GSM van Martine, het was Hubert, : ik mocht de karper niet laten gaan, want hij was aan het opruimen, en hij kwam er aan.
Het kon nog wel even duren voor Hubert arriveerde, want hij zat in een verboden natuurgebied te vissen en moest bovendien nog anderhalf uur roeien voordat hij bij de auto was ,dus even geduld, alstublieft.
Geduld had ik wel, want toevallig was ik hier op vakantie en bovendien nog lang niet van plan om weg te gaan.
Inmiddels waren Jannick en Cristoff gearriveerd, en onder het genot van een beste mok koffie kon een zeer trotse karpervisser zijn verhaal kwijt aan een paar vakbroeders.
Na de nodige koffie konden Jannick en Cristoff zich niet langer beheersen en begonnen ze de weegklok alvast maar aan een boomtak vast te maken.
Al doende werd mij verzocht, om alvast de bewaarzak op te halen, want ze werden nu toch echt wel erg nieuwsgierig.
Nu werd het dus tijd om vast te gaan stellen wat de gigant zou wegen.
Even later werd de bewaarzak om de karper weggehaald en bij het aanzien van dit monster, konden Jannick en Cristoff in een eerste reactie alleen maar : modieux en merde en uitdrukkingen van soortgelijke strekking uitbrengen.
Nadat de karper voorzichtig op de van tevoren nat gemaakte weegmat was gelegd werd deze goed dicht gemaakt en aan de weegklok gehangen.
Met ogen vol ontzag, verbazing en bewondering, werd er geroepen : 26,2 kilo!..
enorm wat een gewicht.!
Gevolgd door de felicitaties vanJannick en Cristoff, deze Franse karpervissers hadden ook nog nooit zo,n grote vis gezien, wat geweldig en leuk vonden ze het voor mij.
Ikzelf was ook wel behoorlijk onder de indruk en ook wel een beetje beduusd, maar mag het even wanneer je persoonlijk record eraan gaat met 23 pond.
Later werden nog veel foto,s gemaakt door Hubert, Jannick en Cristoff.
Bovendien werd het hele fotografiegebeuren nog eens door Willie op film vastgelegd.
De karper was volgens de heren karpervissers wel minstens 1 kilo afgevallen, omdat hij wel erg lang in een bewaarzak had gezeten.
Zeker gezien de mosselscherven en de vingerlange kreeftenpoten die in de zak waren achtergebleven, was het gewichtsverlies van 1 kilo niet geheel ondenkbaar.
De heren beweerden hierdoor dat de vis wel eens 27,5 kilo gewogen zou kunnen wanneer ik hem meteen na de vangst gewogen zou hebben.
Dat kon dus niet en daarom stelde ik voor om over een vis te verhalen van : 53 pond.
Hiermee gingen de vakbroeders akkoord.
Voor ik de vis terug gaf aan zijn element moest ik eerst nog volgens Franse traditie een naam geven.
Ik doopte deze vis “ Kuschel “ omdat deze zich tijdens het wegen en fotograferen lekker liet strelen en aaien of op zijn Duits Kuschelen.
Vaarwel met een kus en weg was de droomvis, en hopelijk ooit tot ziens.
En mijn assistent bleek de volgende dagen op de camping ook nog eens een geweldig verteller te zijn.
Een artiest in het uitbeelden, hoe ik in de hengel had gehangen, met als toegift de hele dril in geuren en kleuren voor iedere toehoorder.
En ik , ik roemde op mijn assistent, op zijn doortastend optreden aan het eind van de dril, want ik had het nooit gered in mijn eentje.
Hij zwaaide echter alle lof weg, het was niets geweest wat hij deed.
Maar stiekem was hij trots op wat hij deed voor mij, want dat straalde er gewoon af.
En Wolfgang bleef gewoon lachen, 1 week later bleek waarom.
We waren nog maar net thuis toen ik 60 foto,s van mijn droomkarper in de brievenbus kreeg,
Met de groeten van Wolfgang en Hanny, voor Henk, Willie, Renske en marije.


