Koude karper, waar en wanneer?

Door: Richard van de Bosch

diepe plassen kunnen in november en december heel goed zijn. Twee  dikke twintigers van 10 meter water De plas ligt er volkomen uitgestorven bij. Kale boomtakken weerspiegelen in het kille wateroppervlak. In de buurt van m'n voerstek drijft een groepje koeten, verderop zitten twee eenden met hun snavel diep in hun veren gestoken. De modderpoel voor m'n tentje begint zorgwekkende vormen aan te nemen. Niets lijkt te bewegen. Ik zet de ketel nog maar eens op. Karpervissen in de wintermaanden kan een taaie bezigheid zijn, lees je vaak. Alsof karpervissen in de zomermaanden nooit taai is! Ik heb in de winter menigmaal vangsten gerealiseerd die hoogzomer absoluut onmogelijk leken. Meer dan eens heb ik me verbaasd over het gemak waarmee ik ving op wateren waar het in de zomer maar moeilijk wilde lukken. Natuurlijk, op sommige wateren lijkt het inderdaad echt op te houden als de koude eenmaal invalt, maar aan de andere kant: nog niet zo héél lang geleden dachten we dat van álle wateren…

Winterstekken
Van het eerste belang is, niet anders dan 's zomers, op het juiste moment op de juiste plaats te vissen. Van die juiste plekken zijn er echter minder dan 's zomers doordat de vissen zich terugtrekken op enkele plekken of soms zelfs maar op één plek. Wat betreft het verhaal dat ze daarvoor de diepere plekken nemen: daar geloof ik niet zo meer in. Op ondiepere wateren, zeg tot een meter of twee, heb ik ze inderdaad vaak gevonden op de diepste plek. Op dieper water, met stukken van vijftien meter of meer, lijkt de meeste vis zich vaak tussen de zeven en tien meter op te houden. Vergis je niet in het aantal vissen dat zich boven de bodem, tussen water en wind, ophoudt! Hoe die te verleiden zijn? Daar ben ik nog niet helemaal achter…
Als er al een richtlijn te geven is waaraan een overwinteringsplek voor karper moet voldoen, dan denk ik dat het belangrijk is dat zo'n plek een redelijk stabiele omgeving biedt, dus niet teveel aan invloeden van buitenaf bloot staat. Een rustige plek zeg maar. Geen kans op gierende onderstroming, niet teveel lichtschommelingen, geen grote temperatuurfluctuaties, gewoon zo min mogelijk verstoring. Concreet: inderdaad niet té ondiepe plekken (grotere temperatuurfluctuaties), begroeiing of obstakels (afscherming van het licht) en buiten de invloed van zuid- of noordwestenwinden. Storm veroorzaakt sterke onderstroom en als het gaat stormen, is dat meestal vanuit die richtingen.

Ondiep water
Een wet van Meden en Perzen is dit absoluut niet. Maar voordat je je nu het hoofd gaat breken over waar de karpers op jou water in de koude maanden samenscholen, even iets anders. Jaren geleden beviste ik een water waar in een bepaalde, wat diepere hoek 's winters altijd een enorme groep karper gekuild lag. Aanvankelijk viste ik meestal in die hoek, met een pennetje en hoewel dat pennetje geregeld in beweging was, viel het vaak niet mee een vis te haken. Ze waren gewoon nauwelijks in het aas geïnteresseerd! Ze rommelden er wat mee, pakten het eens op en spuugden het weer uit. Soms ging het best aardig hoor, maar er waren ook dagen dat ik er niet een kon vangen. Op een goede dag besloot ik mijn geluk eens op een andere plek te proberen. Een heel ondiep kantje waar een kil windje en een waterig zonnetje op stonden. Aan het eind van de middag had mijn pennetje vier keer bewogen, maar dat had wel vier karpers opgeleverd! Prima weglopers van vissen die daar duidelijk zwommen met de intentie te azen.
Karpers foerageren in de winter, zij het minder frequent dan in de zomer. Maar wanneer ze op voedseltocht zijn, schuimen ze de plekken af waar het meest te halen valt en dat zijn in grote lijnen vaak dezelfde als 's zomers! Op ondiepe plekken dringt nog altijd het meeste licht door waardoor planten en allerlei dierlijk leven er beter gedijen dan in het diepere water. Ook 's winters zijn ondiepere plekken het rijkst aan voedsel en azende karpers bezoeken dan ook beslist de ondieptes om hun honger te stillen. Vergeet trouwens op het sierwater niet de eendenvoerplaatsen! Vaak ondiepe hoekjes die 's zomers maar zeker ook 's winters geregeld door karpers bezocht worden. Vissend met een pennetje op sierwateren heb ik keer op keer bemerkt dat het absoluut de moeite loont het ook even op die voerplaatsen te proberen. Op sommige dagen leverde alleen de diepere overwinteringsplek trage, vaak moeilijk te verzilveren beetjes op, maar de keren dat ik karper op het ondiepe aantrof stonden eigenlijk altijd garant voor een of meerdere gehaakte vissen. Vergeet niet dat één azende karper op je stek beter is dan honderd apathisch liggende…

Overdag of 's nachts?
Veel wateren zijn 's winters een stuk helderder dan in de zomer. Karpers zullen daardoor op het ondiepe aanmerkelijk behoedzamer zijn en ondiepe oeverzones soms zelfs pas in het donker bezoeken. In wat troebeler water of bij donker weer en met een stevige kabbel op het water kunnen ondiepe stekken overdag heel goed vis opleveren. Op heldere, zonnige dagen daarentegen lijkt het vaak lonender overdag de diepere of meer beschutte plekken te bevissen en eventueel in het donker pas de ondiepere. Daarvoor hoef je niet persé in een tent te kruipen, het is tenslotte al vroeg donker! Een aantal jaren geleden pleegde ik in sierwateren bij mij in de buurt vaak 's avonds na het eten nog even een paar uurtjes mee te pikken. Hier en daar een handje voer en vervolgens even met een pennetje rommelen leverde me zo geregeld karper op.

Anders dan anderen? Anders dan anderen?
Met name op druk bevist water met gehaaide karpers is het vaak succesvol om af te wijken van de menigte. Pas 's winters echter op! Afwijken wat betreft systemen kan nog steeds geen kwaad maar waar het gaat om stekken en aas ligt het soms toch iets anders. Op sommige wateren wordt in de winter best veel op karper gevist maar op een heel beperkt aantal stekken. Vaak is het nog maar één stukje oever waar geregeld gevist en gevoerd wordt, met boilies. De karper ziet zich geconfronteerd met een afnemend natuurlijk voedselaanbod terwijl op dat ene beviste stukje eigenlijk altijd wel boilies liggen. Je kunt er dan ook donder op zeggen dat daar geregeld karper rondhangt op zoek naar boilies! Op zwaar bevist water moet je niet raar opkijken als 's winters de populairste stekken ook de meest succesvolle zijn!
Op veel populaire karperwateren zie je 's winters regelmatig hengelaars die er wat boilies in schieten, het een paar uurtjes of zelfs een dagje proberen maar in ieder geval tegen het eind van de middag weer vertrokken zijn. Iedere dag weer wordt de karper het vuur na aan de vinnen gelegd maar na donker is het gevaar geweken en resten slechts de voerplekjes. De karpers weten dat heel goed en maken er vaak een gewoonte van 's avonds die voerplekjes af te schuimen. Meermalen heb ik meegemaakt dat op dergelijke wateren overdag weliswaar soms een enkele karper te vangen viel maar dat de echte actie pas begon zodra met de zon de laatste hengelaar achter de bomen verdwenen was.

Ondiep water?
Het is eind februari en een fel zonnetje prikt door de kale takken. Al een paar dagen is het naderende voorjaar voelbaar en de natuur lijkt eindelijk te ontdooien. Diepere plassen en meren zou ik liever mijden nu. Hoewel sommige zandwinplassen de hele winter door goed zijn, heb ik toch heel wat keren meegemaakt dat het na januari echt helemaal stilviel. Althans, dat ík het niet meer voor elkaar kreeg. Vooral op wat ondiepere wateren, zeg tot een meter of vier diep, kun je in deze tijd goed succes hebben.
Zou de karper het ondiepe water al opzoeken? Best mogelijk, maar in deze tijd heb ik absoluut de beste vangsten gemaakt op plekken waar de vis overwinterde. Zo'n enorme groep samengeschoolde karpers die nu, geprikkeld door temperatuur of misschien wel de langere dagen, langzaamaan de machinerie weer een tandje hoger schakelt en op zoek gaat naar voedsel. Grote kans dat je nú op die overwinteringsplekken behoorlijk wat vissen aantreft die genegen zijn tot azen! Wat diepere plekken in sierwateren en havens zijn nu vaak goede plaatsen. Vergeet in dit kader niet dat veel plekken die algemeen worden beschouwd als typische voorjaarsplekken, zoals bijvoorbeeld sommige begroeide zijarmen van rivieren of kanalen, dat niet altijd zijn. Vaak trekt de vis er juist in de winter in! Een beetje beschutting, uit de reuring gelegen. "Ze lagen er al in februari!", hoor je dan zeggen. Ja, nogal wiedes, ze lagen er de hele winter! Hier kun je inderdaad in het voorjaar goed vangen mits je niet te laat bent!

Na drie dagen was ons gelijk, met zeventien vissen waaronder twee negentienponders en een twintiger, overduidelijk gebleken. Vele wegen
Tot slot nog dit. Een aantal jaren geleden viste ik met een maat op de sloterplas. Het was begin maart en we hadden gekozen voor een ondiepe stek, mijn maat viste op een meter of drie en ik zelfs nog ondieper. Voordat we aan de driedaagse sessie begonnen, kwamen we twee andere jongens tegen die precies zo lang als wij gingen vissen, maar op acht meter water. We hadden elkaar succes gewenst maar beide partijen twijfelden duidelijk aan elkaars stekkeuze. Wij waren echter vrij zeker van onze zaak want mijn maat had kort tevoren nog goed gevangen! Na drie dagen was ons gelijk, met zeventien vissen waaronder twee negentienponders en een twintiger, overduidelijk gebleken. Althans, dat dachten we. De zaken bleken echter niet zo zwart / wit te liggen, die jongens hadden namelijk exact hetzelfde resultaat geboekt als wij! Waaruit maar weer eens blijkt dat er vele wegen naar Rome leiden.

Richard



Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox