Home  |  Contact  
 

Artikelen, Vistechnieken


Karpervissen in de Winter


Wim Deenik

Introductie
Nevelige zondagmiddag, diepte 6-8 meter, vissend op plateau van 6 meter diep Allereerst zal ik mezelf even voorstellen.

Mijn naam is Wim Deenik en woon in het noorden van Noord Brabant. Vanaf ca. mijn 10e jaar (1972) vis ik met wisselend succes en wisselende zin op karper. In het begin in een wiel met de vaste stok op voornamelijk kroeskarper. Een prima sport, waarvan ik 's-nachts soms wakker lag als het weer zaterdag moest worden.

Na deze periode zijn we (ik viste meestal met een maat) met een holglas werphengel (2.7 mtr) op de "echte" karper in een andere dorpswiel gaan vissen. Meestal in de avonduren, met een aardappel, dikke vlok of een drijvende korst. De wateren waren toen qua karper nog maagdelijk. Als je eens wist hoeveel we met gebroken of rechtgebogen haken hebben gezeten!! De winkelier snapte niet wat wij aan het doen waren en kwam regelmatig zelf kijken. Dit was met stip mijn mooiste karpertijd. Mijmer, mijmer…..

In de periode daarna komen er bromfietsen, jonge dames, auto's, weer jonge dames, trouwen enzovoorts. Het vissen kwam duidelijk niet op de 1e plaats meer. Het bleef beperkt tot de zomervakanties en als er ijs was, in de wintermaanden op blankvoorn.

Bovenstaande is dan ook de reden dat ik de opkomst van de boilie niet heb meegemaakt. Toen ik weer voor de ontspanning op karper ging vissen kwam ik bij mijn favoriete wiel in m'n geboorteplaats (ik ben zo'n 10 km verhuisd) aan en wist niet wat ik zag. Volop hengels, piepende dingen, grote paraplu's, zwaar lood enzovoort.

De karper liet zich daar met de schemer helaas niet meer zien. Ik had m'n zakken al snel vol, het leek immers wel oorlog aan de waterkant. Ik liet me uitleggen wat er allemaal aan de hand was. Een ding was zeker: ik zocht een andere stek waar het wel rustig was en waar ik, met nog steeds m'n holglashengel, mijn visje probeerde te vangen. Mijn come-back in de wereld van de NIEUWE KARPERVISSERS was een grote schok. Helaas zouden er nog wel meer volgen.

Al met al ben ik in de loop der jaren ook overstag gegaan en momenteel heb ik ook van die schreeuwende piepers, zo'n grote plu en van die grote bonken lood. Alles wat ik koop moet functioneel zijn en bij voorkeur geen dure naam op de sticker hebben staan.

Ik heb echter ook nog steeds m'n holglashengeltje en met dit ding wil ik in de winter nog wel eens op pad gaan. Omdat je met 2 hengels mag vissen heb ik zo'n 8 jaar geleden ook een echte 1 3/4 ponds 'karperhengel' gekocht. Deze 2 hengels moeten het in de winter voor mij doen.

Prachtige donkere winterschub, 14 pond met de pen gevangen Waarom ga ik in de winter vissen?
In ieder geval niet omdat het zo comfortabel is. Het is gewoon afzien. Je moet jezelf een beetje warm zien te houden want vooral de handen en voeten krijgen het zwaar te verduren. Het is wel mooi. Hagelbuien, sneeuwbuien of juist een heldere dag met zelfs een zonnetje. Je ziet meestal geen kip en je hebt over het algemeen geen last of gemak van collega karperaars. Ook m'n maat laat het in de winter afweten omdat de vangkansen meestal lager dan in de andere jaargetijden.

Ik denk dat het bij mij een combinatie van ontspannen, ontdekken is.

Ontspanning omdat het leven in de winter zich voornamelijk binnenshuis afspeelt. Door te vissen ben je 100% buiten met alle voor-en nadelen vandien. Het leven in huis en met name de warmte weet je weer prima te waarderen als je terug bent.

Ontdekken omdat je in principe niet weet of je wat vangt als je niet bent geweest. Zit er vis op je uitgekozen stek? Bijten ze? Hoe groot zijn ze nu? Het geeft een behoorlijke kick als je in de winter een vis op het droge krijgt.

Waar ga ik vissen?
In de loop der jaren heb ik zelf een aantal winterstekken bij mij in de buurt ontdekt. Drie ervan zijn goed met de pen te bevissen. Twee stekken kunnen alleen met de boiliehengel bevist worden. Dit laaste vanwege de afstand tot de lokatie waar de vis zich ophoudt.

Alle stekken bevinden zich in federatie-water en liggen buiten de bebouwde kom.

Ik zal een paar stekken in willekeurige volgorde beschrijven beschrijven.

· Stek 1: in een afwateringskanaal komt een pijp van een waterzuivering uit. Deze pijp loost helder continue een beetje water dat een paar graden warmer is dan het water in het kanaal. Vooral in de winter als er ijs ligt is deze stek altijd te bevissen. De diepte is ca. 1 meter en je ziet, net voor de uitlaat, de karper en de voorn of snoek zwemmen. Het succes van deze stek hangt af van het feit of je de vis ziet zwemmen of niet. Zie je ze niet, dan kun je het wel vergeten. Zie je ze wel dan heb je een goede kans. Je moet wel heel stil zijn!!!

· Stek 2: een natuurlijk uitgestrekt water met zandbodem van gemiddeld ca. 1 meter diepte, met daarin 2 diepere delen van ca. 3 meter. De karper verzamelt zich in de winter in deze diepere delen. In het late najaar kun je op dit water de karper naar de diepere delen zien trekken. De karper is op dit water massaal aanwezig en springt zeer veel uit het water. (Vraag me niet waarom). In het late najaar kun je het springen gewoon zien verplaatsen van de ondiepere delen naar de diepere delen. In de winter zie je overigens vrijwel niets meer springen. Het succes op dit water is een kwestie van geluk. De vis aast wel of niet.

· Stek 3: ook een natuurlijk uitgestrekt water met zowel een harde bodem (zand/klei) als een modderige bodem. De diepte is over het algemeen 1,0 tot 1,8 meter, met ondiepere harde platen en 2 diepe gaten. Een van deze 2 gaten is mijn favoriete winterstek. De diepte is daar zo'n 5 meter. Deze put heeft een diameter van ca. 20 meter. Het vreemde van deze put is dat ik de vis altijd op de zelfde plek vang. Tegen het talud op ca. 2 meter diepte. Ga ik een paar meter naar links of naar rechts dan kan ik het wel vergeten.

Waarop let ik bij het zoeken naar de winterstek?
Winterzonnetje, geen winterstek(wel goed in het voorjaar) Het klinkt misschien raar maar ik let allereerst op mezelf. Op een stek waar je zelf niet lekker zit ga ik zeker in de winter niet vissen. Ik zoek dus plekken op die ietwat beschut liggen of waar ik de auto heel dichtbij kan parkeren. Een rivier of een kanaal met scheepvaart is voor mij 's winters geen optie. Ik zoek het in rustigere wateren, waar observatie nog wat kan betekenen.

Vervolgens moet er iets afwijkends zijn. Bij de boven beschreven stekken zijn dat de waterzuiveringsuitlaat en de diepe kuilen in het algemeen ondiepe water. Ik ken ook nog een water waar het over de hele lengte ondiep is en ik weet dat de karper zich in een pijp, die onder de weg loopt, ophoudt.

Bij voorkeur zoek ik plekken waar geen stroom is en waar de zon wel op kan schijnen. Een plek uit de wind heeft ook mijn voorkeur, maar waarschijnlijk meer voor mezelf dan voor de vis.

Ik denk dat het heel belangrijk is om het water goed te kennen. Bodemgesteldheid en dieptes moet je kunnen dromen. Ik ken ook wateren waar ik absoluut niet zou weten waar de vis zich in de winter ophoudt, of waar je het wel weet maar waar je nog nooit een beet hebt gehad.

Een goed moment om de vis op niet al te diep (max. 1 meter) water op te zoeken is als er net een laag ijs in het water ligt. Je moet dan rustig over het nog heldere ijs lopen en het licht van de zon gebruiken om door het ijs naar de bodem te kijken. Het is mij meerdere malen overkomen dat ik zo hele scholen karper zag op slechts 50 cm water!!!

Een andere indicatie als er ijs ligt is het zoeken naar grote luchtbellen onder het ijs. Natuurlijk lukt dit niet bij elk water, maar het is de moeite waard. Zo moet er bijvoorbeeld al geen stroming staan en moet het niet te diep zijn. De karper onder het ijs verbruikt zuurstof en ademt ook weer uit. Als er een groep karper onder het ijs zit vormt het gewoon grote luchtbellen, die onder het ijs gevangen blijven zitten. Het is moet daar dus iets dunner zijn, waardoor de lucht in de holte onder het ijs kan blijven hangen. Waarschijnlijk is het ijs daar juist iets dunner omdat de karper voor wat beweging in het water zorgt, waardoor het minder snel aanvriest. NB: een ideale manier om het water met een viszoeker/dieptemeter in kaart te brengen is gewoon over het natte ijs schuiven met de zender.

Tenslotte vis ik in de wintermaanden altijd tegen een talud aan. Stek 3 leverde mij tot op heden geen vis op als ik met 1 hengel op het diepere deel ging vissen, in de hoop op een groter formaat.

Hoe bouw ik m'n stek op?
Hierover kan ik kort zijn. Ik vis in de winter slechts een paar uur per dag, waardoor het in mijn ogen geen zin heeft om een stek op te bouwen. De kracht van het wintervissen zit hem in het feit dat jij de vis op moet zoeken en niet nadersom. De karper wil met minimale energie zijn voedsel verkrijgen, je moet je aas dus dicht in zijn of haar buurt brengen.

Hoe vis ik?
Ik ben een groot voorstander van simpel vissen. Datgene dat in het water ligt moet zo klein en licht mogelijk zijn.

Als ik met de pen om stilstaand water ga, gebruik ik een dobber van 1 tot 1,5 gram en een maatje 6 haak. De lijn is 20-24/100 mm Als voer wil ik nog wel eens gezoete mais gebruiken, vanwege de instant werking. Als haakaas meestal ook mais of een bruine boon. De werpafstand is altijd minder dan 5 meter en ik vis tegen het talud. Absolute rust aan de waterkant is een must!

Als ik met de boilie ga, vis ik met het gewicht aan lood dat nodig is om de afstand te halen en de boel op z'n plaats te houden. De lijn is meestal 24/100 mm en de boilie 10-16 mm. Een boilie op alcoholbasis is sterk aan te bevelen. Dit heb ik gemerkt op het moment dat ik vreemde collega vissers op een van mijn winterstekken zag en ze beter zag vangen dan ik gewend was. Het verschil werd waarschijnlijk veroorzaakt doordat zij boilies op alcoholbasis hadden en ik niet.

Op welk tijdstip vis ik?
Mijn favoriete visuren zijn altijd op het warmst (?) van de dag. Dit betekent dat ik meestal tussen 11.00 en 15.00 uur mijn visje probeer te vangen. Op de andere momenten vind ik het gewoon te koud en te donker.

Het gaat mij duidelijk te ver om in de wintermaanden met een tent en kachel aan de waterkant te zitten. Maar ……. ieder zijn meug.

Wat vang ik?
Zoals een ieder zal weten is het wel of niet vangen nog steeds een kwestie van veel factoren. Gelukkig hebben we de factoren ook niet allemaal in de hand. Je moet er als visser wel voor zorgen dat datgene wat je wel in de hand hebt, ook goed geregeld is. De rest doet de vis wel voor je.

Mijn ervaring is dan ook dat je gemiddeld altijd wel 1 vis kunt vangen als je je aandacht verdeeld over 2 of 3 stekken die je in 1 middag kunt bevissen.

Zo heeft stek 1 wel eens 3 vissen opgeleverd, waarvan 2 20+ vissen, stek 2 wel eens 10 vissen (10-17 p) op een middag en stek 3 heeft als maximum 3 vissen ( 3 x ca. 15 p). Natuurlijk gebeurt het ook dat je voor Jan Doedel gaat. Heel typisch was dat het geval na de vangst van 10 stuks. De keren daarna (ca. 10 keer in jan/feb 1993) heb ik helemaal niets gezien/gehoord en laat staan gevangen.

Zonsondergang in februari. Lokatie van de vissen is bekend. Luchtbellen onder het ijs, maar moeilijk vangbaar. Op dit water is al een behoorlijke dressuur. Superlicht vissen wil nog wel eens een vis opleveren. Waarom doe ik het zoals ik het doe?
Ik doe het zoals ik het doe omdat ik er vertrouwen in heb. Blind anderen nadoen heb ik nooit gedaan en zal ik ook nooit doen. Ik ben wel altijd nieuwsgierig hoe anderen het doen, maar het moet wel in mijn denkbeeld passen.

Zo zal ik nooit het moment vergeten dat ik een mandarijn aan het eten was en ik een spiegel van zo'n 16 pond ving. Een vader met zijn zoon zaten ook op karper te vissen en kwamen even kijken. Niks mis mee. Op de vraag waar ik hem mee gevangen had antwoordde ik: " stukje mandarijn".

Je mag raden waar ik de vader en zoon een week later mee zag knoeien aan de waterkant. Dat zal mij dus nooit overkomen. Ik speel mijn eigen spel met de karper, met daarbij veel oog en ontzag voor de natuur.

Ik hoop dat jullie het ook zo doen.

Succes,

Wim Deenik

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer