Het roer om
Arjen Lans
Alhoewel ik me prima vermaak op het kanaal begint er iets te knagen. Het gaat allemaal te makkelijk. Elke nacht 5 runs, prachtige vissen van diverse rassen. Oude spiegels, schitterende rijenkarpers. Nee, ik heb niets te klagen. Waarom dan toch die onrust? Misschien omdat het een beetje voorspelbaar wordt. Er zijn tijdstippen tijdens een sessie waarop ik de run op 10 minuten nauwkeurig kan voorspellen. En dan is daar nog een forse spiegel die me bijna elke nacht met een bezoek vereert. Een hele mooie vis, dat zeker, maar het is niet goed als je gaat balen van zo’n vis als ze weer op de mat ligt. Daarnaast zie ik zo af en toe anderen voeren en vissen. Al is dat een paar honderd meter van mij vandaan, het voelt toch veel te close.
| Jammer dat zulke vissen “mugfish” worden. Eén keer vangen is in feite genoeg. |
Tijdens een avond aan het kanaal belt Elles. “C. heeft gebeld, hij klonk bezorgd. Misschien moet je hem even terug bellen”. Ik kan wel door de grond zakken. Elles weet nog niet van de röntgenfoto die vanmiddag van mijn borstkas is gemaakt. C. wel. Geen reden om thuis ongerustheid te zaaien als er misschien niets aan de hand is. Direct krijg ik hem aan de lijn en merk ik de bezorgdheid in zijn stem. Het is goed om elkaar weer te spreken. Het trekt me uit de dip waar ik op dat moment in zit. Al snel keuvelen we over C.’s visserij. Hij bevist wateren waar niemand komt en waar er soms maar 2 karpers op 10 hectare zwemmen. Hij verteld over de ongereptheid. Vissen die zomaar nooit eerder gevangen kunnen zijn. Geen enkele concurrentie naast zijn goede vismaat. Het werkt aanstekelijk. Na een uurtje verbreken we de verbinding omdat de batterij van de gsm op is. Ik moet plechtig beloven C. de week er op terug te bellen. Staat genoteerd.
Tijdens ons gesprek werden mijn gedachten getrokken naar een ruig gebied in de Betuwe. Een plek waar voor zover ik weet bijna niemand komt en waar, als er karper zwemt, er niet veel over bekend is. Het telefoongesprek betekent dan ook een abrupt einde van mijn visserij op het kanaal dit seizoen. Zondagmiddag loop ik al met mijn oudste dochter een rondje om de plas. Het is groter dan ik dacht. Een paar kilometer lopen. Voor Eva valt het niet mee. Regelmatig moet ik haar dragen.
Het is een bizarre plek. Moerasachtige gedeeltes, grote kale vlaktes, kleine rietkragen. Een plek ver van de bewoonde wereld. Als ik hier aan de gang wil gaan moet ik serieus na gaan denken over het vervoer naar de stek. Een kar is niet te doen met al dat moeras of ruige struikgewas. Een paadje kappen voor de kar is ook geen optie. Het zou teveel wijzen op aanwezigheid. Het water vraagt om een low profile benadering. Dit temeer omdat voor het hele gebied de “Toegang streng verboden” is.
Grote libellen vliegen om ons heen, de zon brandt fel. Een extra fles water zou welkom zijn. “Pap, er zit weer een prikkel in mijn schoen”. Voor de zoveelste keer gaat het schoentje uit en moet ik op zoek naar de stekel. Al die distels langs dit gedeelte van de plas zorgen er voor dat stevig doorlopen niet van toepassing is. “Wil je me tillen?”, vraagt ze even later.
Op het moment dat ik langs een braamstruik loop, met Eva op de nek, zie ik iets waar ik blij van word. In het ondiepe water zijn duidelijk “eetkuilen” te zien en ze zijn niet zo klein ook. Een leek zou het bestaan niet kunnen verklaren, maar ik weet direct dat er naast meerval maar één vis is die zulke grote gaten in de bodem kan maken. Het grootste gat is ruim een meter in doorsnede.
| “Eetkuilen” |
Een paar honderd meter verder houden we halt. Ik kijk wat over het water en een soort rust overvalt me. Wat is het hier schitterend, groots. Op dat moment neem ik een definitief besluit; het roer gaat om.
Maandagavond koop ik via marktplaats punt nl een skibox. De volgende avond wordt deze samen met mijn tent, onthaakmat, stretcher en ander materiaal verstopt in het moeras. Onvindbaar en onbereikbaar zonder waadpak. Zodoende hoef ik, als ik ga vissen, slechts wat spulletjes, water en mijn slaapzak mee te nemen. Die avond gaan ook de eerste boilies te water. Het is een gok. Vroeger (jaren 80) was het zo dat, op water waar er nooit eerder met vismeelboilies was uitgepakt, vismeelballen een lange introductietijd nodig hadden voor ze eenmaal als voedsel herkend werden. We zullen zien. Voorlopig liggen er nog voldoende kilo’s in de vriezer en die zullen toch eens op moeten.
Vrijdagnacht vis ik er mijn eerste nacht. Omdat er nog geen binding is met het water, besluit ik om telkens de wind te volgen. Na een lange sjouwpartij kom ik aan op de stek. De wind staat op de kant. Prachtig. Op een ondiep gedeelte, links van me, zie ik beweging van grote vis. Of het daadwerkelijk karper is valt niet te zeggen. In ieder geval plaats ik hier een hengel. De andere stokken worden verspreid op verschillende dieptes en afstanden. Vol spanning en verwachting ga ik de nacht in. Zou het gaan lukken? Helaas. De ochtend wordt verstoord door een enorme giebel die aan de haak bungelt. Het is echt een fors beest voor zijn soort, maar niet waarvoor ik hier kom. Voor het echt licht is, zijn de spullen al weer in het moeras verstopt en zit ik in de auto richting huis. Teleurgesteld? Ben je gek. Ik heb heerlijk gevist. Maar of hier echt karper zit? De tijd zal het leren.
Een paar dagen later ben ik al weer ter plekke. Het water oefent een ongekende aantrekkingskracht uit. Het voordeel van dit water is dat ik niet gezien wil en mag worden. Dat betekent dus geen gehaast tijdens het eten, pas tegen schemer wordt de auto gestart. De wind staat onveranderd uit het westen, dus de stek voor deze nacht is dezelfde als die van de eerste nacht. In het donker wordt alles opgezet en duik ik mijn slaapzak in. Volgens de buienradar blijft het droog, dus de tent is in het moeras achter gebleven. Het wordt een nacht onder een weidse sterrenhemel. Als het bijna donker is komen honderden ganzen laag overvliegen. ’s Nachts dient dit water als rustplaats voor deze trekvogels. Dan komen ook de laatste eenden over en is het stil. Dit gebeuren beleef ik liggend op mijn stretcher met m’n neus richting de sterren. Af en toe valt er één. Sommige duren wel een seconde. Ik val in een lichte slaap waaruit ik gewekt wordt door geschuifel naast me. Een egel is de boosdoener.
Jammer genoeg eindigt deze nacht ook in een blank. Voor het licht is liggen de spullen al weer in hun nieuwe onderkomen en ben ik op weg naar huis. Er moet vandaag gewoon gewerkt worden. Wie weet komt er vrijdag vis op de kant. Volgens het KNMI zal de wind naar het oosten draaien. Geen goed teken, al is het niet iets waar ik me nu druk over ga maken. Belangrijker is om uit te vinden hoe ik de westoever het slimste kan bevissen. Ach, daar heb ik nog een paar dagen de tijd voor.
Tot ziens,
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox







































