Jim
Arjen Lans
Stel je eens voor. Je zit in een gigantisch hotel in Hong Kong. Er vind een bespreking met een belangrijke klant die week plaats, dus hebben we een suite gehuurd. Bij het huren van deze ruime kamer hoorde het voorrecht om in een klein VIP restaurant te ontbijten met uitzicht over de haven. Kilometers ver kunnen we kijken, terwijl honderd meter onder ons de bootjes voorbij varen. Prachtig allemaal.
Terwijl ik mezelf nog maar eens bedien van een verse bak koffie hoor ik iemand de deur binnen komen. Een bekende stem met Scandinavisch accent praat tegen een collega. Ik draai me om en sta oog in oog met Kim Spaaten. We kennen elkaar vanuit de tijd dat ik bij een Amerikaans bedrijf werkte. En nu, jaren later, staan we in deze uithoek van de wereld, op deze bijzondere plek, oog in oog. Op dat soort momenten besef je dat de wereld soms erg klein is.
Een zelfde moment maakte ik een paar jaar geleden mee. Dit keer niet in een luxe hotel maar aan een verlaten rivier, ergens in Frankrijk.
Dennis en ik hebben het druk. Overdag bevissen we een put in de regio en ’s nachts bevissen we diverse stekken op de rivier. Tussendoor moet er telkens gevoerd worden en boodschappen gedaan. Die bewuste dag liep het op het putje als een trein. Er zijn tekenen van vermoeidheid. Wat zeker niet meewerkt is het restaurant aan de rand van de put. De combinatie van weinig slaap, regelmatig een biertje en een lekker zonnetje, zorgen er voor dat we vermoeid aan het begin van de avond op een nieuwe stek aan de rivier arriveren. De hengels staan verstopt tussen de struiken en de tenten worden pas in het donker opgezet. Niet dat we hier niet mogen nachtvissen. We willen simpelweg geen aandacht trekken en ons voordoen als dagjesmensen die lekker langs de rivier een plekje hebben gevonden.
| “Helaas is hij niet getuige van een mooie vis ik mijn mat nat maakte” |
Het is een heerlijke najaarsavond en nog redelijk warm voor de tijd van het jaar. We genieten van de rust en blijven tegen elkaar zeggen dat het heerlijk is om geen andere karpervissers aan het water te zien. Net als ik een biertje wil pakken kijk ik over het water naar rechts. In de verte vaart een klein bootje, midden op het water. Ik attendeer Dennis. Niets aan de hand besluiten we en we proosten op de komende nacht. Even later, nu hoor ik de motor van het bootje, kijk ik nog eens. Dan pas valt me de berg groene spullen op. Nee hè, toch een karpervisser. Als kleine jongens die verstoppertje spelen, duiken we achter de struiken. Zodra het bootje ter hoogte van onze “schuilplek” vaart, moet ik even met mijn ogen knipperen. Midden op het water vaart een jongen die Dennis en ik vorig jaar leerden kennen op een put bij ons in de buurt. Toen was er direct een klik. En nu, aan een “verlaten” rivier, midden in Frankrijk, vaart hij zomaar op “ons” stuk.
Ik ga staan en roep hard: “JIM”! Nu is het zijn beurt om zich te verbazen. Jim waande zich van de bewoonde wereld verlaten. Hij geniet van de rust op het water en de prachtige omgeving als plots, uit het niets, zijn naam geroepen wordt door een kerel die uit de struiken springt. Jim stuurt zijn boot onze kant op en even later worden er handen geschud. Ik duw hem een biertje in de hand en warm een pan soep voor ons op.
Na een klein uurtje nemen we afscheid. Jim bevist de rivier op dezelfde wijze als wij; stek aanvoeren, afromen en wegwezen. Hij heeft echter het voordeel dat hij met zijn boot op stekken kan komen die voor anderen niet toegankelijk zijn. Via de gsm houden we elkaar op de hoogte. Na een paar dagen gaat midden in de nacht mijn telefoon. Hakkelend hoor ik hem praten. “Enorme vis”, “mat helemaal gevuld”, “nog een grote horen springen”, “foto’s maken”?. De volgende ochtend zoeken we hem op en trekken we een paar platen. Jim vertrekt eerder dan wij. Helaas is hij niet getuige van een mooie vis ik mijn mat later die week nat maakte, maar tijdens de winter die volgt zien we elkaar regelmatig en sparren we over loopbanen en persoonlijke doelstellingen. Nog steeds hebben we geregeld contact en geniet ik van zijn verhalen over het pionieren op grote reservoirs en rivieren. Jim is een gedreven visser in hart en nieren. Maar wat hem voor mij een mooi mens maakt, is zijn bescheidenheid en het feit dat hij niet met zijn vangsten te koop loopt.
| "De mat helemaal gevuld" |
Jim, naast het vangen van nog meer dikke vissen, wens ik je samen met je vrouw al het goede toe. Deze winter nog maar eens serieus werk maken van een aantal thee-avonden?
Groeten,
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox





































