Najaar 2003 Deel 2
Arjen Lans
Achter me klapt de deur van de kajuit in de wind. Ikzelf heb geen idee hoe ik in de kuip op het achterdek ben gekomen. Pikkedonker, de wind die via mijn wollen trui mijn huid afkoelt. Slaapdronken. Het oosten begint al te kleuren. Hakkelend ontwaken mijn hersens, in mijn hand een kromme hengel, de zoveelste keer deze nacht. Aan het voordek en aan de voorste palen hangen al acht zakken. De projectspiegels zijn direct na het maken van één foto terug gezet. Ik wil niet, maar het moet. De vis is gestopt na een lange run over de harde plaat en komt zwaar kopschuddend richting de boot. In het licht van mijn hoofdlamp kantelt een spiegel in de oppervlakte. Eindelijk weer een grote spiegel. Na het wegen en zakken moet de boel weer uitgevaren worden. Even twijfel ik of ik niet gewoon de hengel binnen moet laten om wat slaap te pakken. Tegelijk besef ik me dat je zo’n sessie niet dagelijks meemaakt. Doorgaan tot het gaatje dan maar. Schaapachtig lachend stap ik het bootje weer in om het zaakje uit te roeien. Alles klopt deze sessie en alles gaat goed bedenk ik me als ik binnen een half uur weer met een kromme hengel in het bijbootje zit. Een schril contrast met vorige week. Op de plaat staan her en der afgestorven struiken. Harde armpjes van dood hout. 33/00 Nylon is er niet tegen opgewassen. Die nacht verspeelde ik er 3 door lijnbreuk, of beter gezegd een slechte voorbereiding. Dit had voorkomen kunnen worden. Nu zitten de spoelen vol met dik Technicum. Het hout breekt onder zware druk gewoon af. Soms loopt de lijn kris kras over de plaat. Van struik tot struik. Als we bij het laatste struikje zijn snijdt de lijn het oppervlakte, een dunne V vormend, snel van me vandaan. Een lange schub, de zoveelste.
![]() |
Lachend schudden we de handen. Het was lang geleden. Arjans visserij is tot een minimum beperkt. Drukke baan en een paar kinderen. We waren 19, hadden net ons rijbewijs en samen stonden op een zaterdag, na 9 uur rijden, voor de Seine bij La Tombe. Nu, jaren later, is daar diezelfde herkenning. Man, was het nou één of twee jaar geleden. Beiden weten we het niet meer. Arjan wilde wel mee het schip in. Lekker bijkletsen en wat ongedwongen hengelen. Volgens het KNMI was er storm op komst. Voor de zekerheid leg ik de boot voor deze nacht wat meer in de beschutting, een eind van de plaat vandaan. De westenwind staat op de plaat en waait prachtig langs ons heen. Arjan is er stil van. Wat is het hier mooi hoor ik zo af en toe. Zonder teken van (karper)leven duiken we de kajuit in.
Het zal een uur of 1.00 geweest zijn als ik er even uit moet om te plassen. Het valt me op dat de wind gedraaid is en nu min of meer haaks op de boot staat. Langzaam zie ik hoe de hengeltoppen ten opzichte van het riet heen en weer gaan. De palen in de modder buigen mee en veren terug. Het zal wel loslopen, zeg ik tegen mezelf en duik de hut weer in. Een uur later zijn we klaarwakker. De boot rolt heftig in de golven. Als ik de deur open doe slaat deze meteen dicht. Hier is de storm. Duister, golven, angst. Bijna verstikkende angst. Dit gaat niet goed. Dit gaat helemaal fout. Door de golven zijn de voorste stokken wat los gekomen. Stokken is misschien een wat slechte woordkeus. Ik gebruik dunne naaldbomen van 5 meter, net als de meesten hier. Arjan staat naast me en ik zie de paniek in zijn ogen. De haven van de camping ligt op een kilometer varen. Tijd om na te denken is er niet. Onder een luide knal breekt een voorste steekstok. Meteen gaat de boot schuin en het bovenste stuk van de afgebroken paal slaat hard tegen de polyester ruit. Daar is die niet tegen bestand. We moeten wegduiken om het scherpe plastic niet in ons gezicht te krijgen. Als we weer opstaan kijk ik langszij en zie dat de andere paal voor los is gekomen. Die drijft schuin onder de boot, hangend aan het touw. Dan gaat het snel, er is geen houden aan. De stokken bij het achterdek houden het niet. Ook hier breekt er een af en slaat 2 hengels overboord. Met een rotgang slaat de zijkant van de boot tegen het riet. Er breekt een van de overige hengels. Dit gaat fout aflopen. De boot wordt door de golven op zijn zij het riet in geduwd. Dit vormt op haar beurt een wig waardoor de boot kantelt en water maakt. Staan is er voor Arjan en mij niet bij. De motor, vlug de motor. Nu alles tegen zit, doet de elektrische starter het niet. Ik spring het water in, klep los. De boot duwt tegen me aan. Nacht, duister, wind, golven, overal water. Gelukkig doet de handstart het in één keer, maar de schroef vind doordat de boot zo schuin hangt geen houvast. Snel via het trapje de boot weer in. Door een wonder glijdt de boot, na eerst door een enorme golf verder het riet in te zijn gedrukt, een beetje terug en komt enigszins recht terecht. Ik gooi de motor vol in de achteruit. Ze komt los. Jubelstemming, hoop.
IJdele hoop want we komen met de kont een stuk verderop weer in het riet. Motor stationair. We hebben het niet meer. Met mijn laatste beetje hoop stap ik weer het water in en probeer de boot wat weg te duwen, zodat we misschien vooruit tegen de golven in kunnen. Met veel kracht lukt het me de boot uiteindelijk 50cm van het riet vandaan te duwen, tegen de storm en de golven in. Volgas! Arjan gooit de hendel naar voren en ik laat me meeslepen achter de boot. 10 Meter van het riet is daar zijn hand. Met zijn laatste krachten trekt hij me aan boord. Een kilometer varen, schuin tegen de golven in. Volgas, meter voor meter. Golven van 2 meter hoog, donkere muren van water die snel op ons af komen. Enorme dreunen als de boot na een golf weer terug slaat. We zeggen niets, nog meer angst. Een half uur, een uur? Ik weet het niet. Ik probeer me te concentreren en geen stuurfouten te maken. Eenmaal in de luwte van het haventje zuchten we het uit. Zwijgend wordt de boot uitgepakt en de auto’s volgeladen. Dit nooit meer.
Groeten,
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox






































