Penbak
Arjen Lans
Een waterig zonnetje schijnt door de takken van de grote struik rechts van me. Het frisse blad trekt grillige schaduwen over mijn gezicht, wat het lastig maakt om geconcentreerd naar het kleine pennetje te turen. Mist in mijn kop, mist over het water. Langzaam lost ze op naarmate de zon aan kracht wint.
Onderuitgezakt doezelend, de weerspiegeling van de fijne kabbel ondergaand. Bij elk tikje op de pen is de adrenaline bijna tastbaar. Even later zakt ze af en glijd ik weer terug in een staat van gelatenheid. Geen werk om over na te denken, geen gezin, geen klussen. Gewoon onderdompelen zonder na te hoeven denken. Gedachteloos en toch scherp vissend. Geheel gefocust op die paar millimeter rood, 3 meter uit de kant.
Op de bodem ligt een stukje boilie, gebonden via 3 centimeter dun nylon aan een haakje maat 12. Anderhalve meter daarboven worstelt een pennetje in de kabbel. Je maintiendrai, ik worstel en kom boven. Het is een ritme. Golfje, kopje weg, kopje boven. Een fractie van een seconde ritmeonderbreking betekent een nieuwe stoot adrenaline. Helaas, ze komt weer boven.
De eerste uren worden enkel doorbroken door wat gemorrel van witvis. Maar dan gebeurt het. Links van het pennetje neem ik een lichte onderbreking van het golfpatroon waar. Alsof er van onder water opgestuwd wordt en het vaste patroon even verstoort. Heel licht maar toch waarneembaar. Even later lijkt het alsof het rode puntje opzij geduwd wordt. Ze veert terug en verdwijnt in een flits tussen de golven. Als een slang strekt het dyneema zich over het oppervlak en verdwijnt centimeters van waar even daarvoor het rood nog kabbelde. De aanslag volgt volgt als een automatisme.
Een tiental seconden staat het anderhalf ponds glas zo rond als een hoepel. Het gevaarte wil de struik in maar wordt geblokkeerd door het krachtige glas. Ik maak me druk over de kleine haak en relatief dunne lijn, maar moet de situatie accepteren. Het duel is begonnen al is de uitkomst niet te bepalen.
Een staart, twee handen groot, doorbreekt het oppervlak. Ze gaat over de kop en het glas gaat nog verder rond. Enkele decimeters komt ze mee, maar dan bereiken we weer dezelfde status quo als daarvoor; ik geef niet mee. De vlezige lip en het materiaal vormen het dunne evenwicht waarop we ons bevinden.
Enorme wellingen tonen aan dat ze nog steeds vertikaal in het water hangt met de staart omhoog. Eindelijk kiest ze eieren voor haar geld en scheert naar links. Waarom kies ik mijn stekken altijd om onmogelijke plekken. Links staat er ook een hoop ellende onder de kant. Afgevallen takken en bergen drijfvuil. Het duurt niet lang of de bekende patstelling is weer bereikt, nu met de hengel naar rechts wijzend, de top in een rechte lijn naar links.
Ik geloof er niet meer in, dit gaat niet goed komen. Het innerlijk gevecht begint. Een dikkere lijn betekent meer veiligheid. Maar aan de andere kant vraag je je af of deze schuwe vissen dan überhaupt wel te verleiden zijn. Waar ligt de balans tussen risico en een beetloze sessie?
Onmacht, onzekerheid, hoop. Zenuwen als de lijn toch even blijft haken. Opluchting als ze toch de andere kant op zwemt. Ik loop naar links, ter hoogte van de plek waar ze net nog zwom. Verder kan ik niet, maar zo kan ik wel de top ver onder water steken. Vlak voor de rechter struik slaat ze een gat. De kabbel valt weg en grote golven nemen haar plek in. Enig formaat valt niet in te schatten. Op dit materiaal voelt elke vis die een beetje zijn best doet zwaar aan. Maar die staart.. die was toch best fors, of… Niet denken Lans, blijven concentreren.
Zonder enkele aanwijzing overvalt me plotseling toch een euforisch gevoel. Dit zou toch zomaar goed kunnen komen. Noem het telepathie of wat dan ook. Hier staat mijn naam op. Tien meter uit de kant ligt ze even op haar zij , duikt weg en zwemt naar me toe. Dat leek toch wel even een forse vis, al belemmerde het felle tegenlicht een goed zicht op wat daar zwom. De Mitchell 300 maakt overuren als ik haar bij probeer te blijven. Het lukt. Vlak voor de kant gaat de druk er voor de laatste keer vol op. Ze stijgt en voor ze volledig aan het oppervlak ligt steek ik het net er onder. Voor de laatste keer duikt ze. Het net wordt bijkans uit mijn handen gerukt.
Wat is de waarde van de vangst van een grote vis? Er valt genoeg op te noemen: eer, gratis boilies, status, geld? Met mijn hand op haar omvangrijke lijf speel ik met deze gedachten. Mijn antwoord op deze vraag is eenvoudig: Spanning en sensatie omvat in een niet uit te wissen herinnering met een gouden randje. Soms blader ik mijn boeken door en kom ik tot de conclusie dat ik blij mag zijn met veel van dit soort gouden randjes. Daarnaast ben ik dankbaar dat de mate van geluk niet afhankelijk is het gewicht maar meer van de totaal beleving. Toch zal ik de laatste zijn die ontkent dat het vangen van een bak op zeer licht materiaal een fantastisch gevoel geeft.
Tot ziens ouwe, het was me (weer) een genoegen.
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox





































