De verlaten plas, deel 2
Arjen Lans
Het volgende stuk beschrijft een periode van 2 weken waarin ik in totaal 5 nachten en een avond heb gevist. De liefhebbers van karperporno raad ik aan om weg te surfen. Voor de trouwe volgers van mijn blog: Veel (gevangen) vis komt er niet voor in deze update. Het valt vies tegen om op deze uitgestrekte watermassa mijn draai te vinden. Toch zijn naast de vreetkuilen die ik in het vorige gedeelte beschreef, de eerste vissen gespot. En die logen er niet om.
Het gebeurde tijdens een voeravond. Zomaar zo’n avond waarbij je met je hoop, verpakt in bruin vismeel, onder je armen langs het water zeult. Als je niet naar iets op zoek bent vindt je het, zeggen ze wel eens. Zo ook nu. In het verlengde van waar mijn boilies het water raken zie ik, op een ondiepe plaat aan de overkant, een golf zich tegen de windkabbel in verplaatsen. Dat vraagt om nader onderzoek. Omzichtig sluip ik langs struiken. De laatste meters gaan op handen en knieën. Bij de verhoogde oever aangekomen, kijk ik voorzichtig over het randje. Daar voor me zwemmen drie vissen die de komende weken voor de nodige onrust in mijn kop zullen zorgen. Drie machtige oerkarpers liggen op het ondiep, ten aanschouwen voor een ieder die op dat moment hier aanwezig is. Aan de ene kant is er het geluk iets ontdekt te hebben wat voor een ieder verborgen was. Anderzijds voelt het water aan als ware het het mijne. Mijn geheim. En dat geheim laat nu een deel van haar schatten zien als een exhibitionist, zonder schaamte.
Gebiologeerd zie ik hoe ze zich langzaam over de plaat verplaatsen. Ik durf me niet te bewegen. Na een klein kwartier zakken ze het talud af en maak ik mijn plan. Deze plaat kan, tegelijk met de stek die al aangevoerd wordt, bevist worden. Het vergt wel de nodige aanpassingen op de wijze van vissen. Diverse handen vismeel landen op de plaat. Wie zaait zal oogsten. De verwachting heeft, na het zien van deze vissen, een behoorlijke boost gehad.
De maan maakt een korte bocht deze nacht. Pas laat op de avond laat ze haar weerschijn zien. Het wordt een korte tocht voor haar. Halverwege de nacht zal ze achter de horizon kantelen. Het is helder en fris. De optrekkende mist doet alles klam aanvoelen. Ik ben al vroeg de slaapzak ingedoken, maar kan de slaap niet vatten. Nog even de benen strekken. Als ik een eindje van mijn stretcher af ben, zie ik in de laag staande maan 3 vogels vliegen, een meter of tien van me vandaan. Het zijn drie forse uilen. Zonder ook maar enig geluid te maken vliegen ze vlak langs me heen, keren en doen nog een rondje. Het blijven fascinerende beesten. Nog niet eerder zag ik er drie tegelijk vliegen.
De volgende nachten blijven fris. ’s Ochtends is de slaapzak doorweekt van de dauw. Zelf merk ik er gelukkig niet veel van. Ook al is het een oudje, het blijft een warm, stinkend nest met een eigen geur. Een geur ontstaan door intensief gebruik gedurende 15 jaar, vanaf het moment dat ik hem van Flip kreeg. Hoe zou het trouwens met hém zijn? Ik kwam hem nog tegen in het boek van Tony Davies Patrick. Samen hadden ze in Amerika een wedstrijd gevist en gewonnen. Anyway, Flip, ik heb hem nog steeds en hij is nog ontzettend warm, ondanks dat de rits al jaren stuk is.
De geziene vissen bieden kortstondig vertrouwen. Het doet wat met een mens als keer op keer de verwachting een knauw krijgt. Urenlang tuur ik over het water, op zoek naar een teken. Niets, noppes, nada. Tot een doordeweekse nacht waarin ik lig te doezelen onder te sterren. Door de klap schiet ik overeind. In het vege licht zie ik duidelijk de rimpels uitdijen. Dit is het. Ze zijn er nog en heel dichtbij. De komende uren tel ik 4 springende vissen, al kan het uiteraard ook dezelfde zijn geweest. De kantstok wordt nog maar eens ververst en een nieuw blikje maïs gaat er in. Helaas eindigt deze sessie ook in een blank, maar het vertrouwen is er weer. Hier zwemmen een aantal prachtvissen, waarschijnlijk nooit of nauwelijks bevist. Het ligt hier ook zo afgelegen. Een water dat het nodige aanpassingsvermogen vereist. Een water met zijn eigen flora en fauna, een parel in een stuk ongerepte natuur. Totaal verwilderd en overgeleverd aan de elementen. Zo moet het zijn, zo is het bedoeld.
Vroeg of laat zal er één van haar bewoners op mijn mat komen. En zo niet, dan blijft er nog genoeg om van te genieten over.
Vangze,
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox







































