De verlaten plas, deel 6
Arjen Lans
Ziek ben ik in ieder geval niet geworden van mijn natte escapade, maar van enthousiasme loop ik ook weer niet over. Mijn gemoedstoestand en de dalende temperaturen gaan hand in hand. Stijgen ze, dan ben ik optimistisch. Dalen ze, zoals de afgelopen dagen, dan is er de angst dat mijn kansen over zijn.
In ieder geval moet er een storm bedwongen worden. Windkracht 8 in de avond, 10 in de nacht. Moet dit nu echt? Ja, ik wil meemaken wat het effect van deze storm is op het gedrag van de vissen. De vorige keer kwam de spiegel ook tijdens pittig weer. Echter, was die nacht bizar, deze overtreft de vorige. De hele nacht ben ik wakker. Niet dankzij de vissen, maar vanwege de storm. De oval staat plat met de kont tegen de wind. Keer op keer is het aanzwellende geluid van een nieuwe rukwind te horen. Het water wordt opgezweept en slaat dood op de kant. Schuimkoppen komen los en vliegen weg. Daarboven de wolken. Normaal zo gemoedelijk zwevend, nu opgejaagd en bij vlagen spookachtig verlicht door een heldere maan. Dan weer dik, dicht en vol met regen. Ze duren niet lang, de buien, maar ze zijn hevig. Het striemt en slaat me om de oren.
De baleinen krijgen hulp van mijn hele gewicht. Krampachtig grijpen m’n knuisten in het metaal en in het doek om wegvliegen tegen te gaan. Een moment van doezelen was zojuist bijna fataal. Ze kwam al los. Dit is waanzin. Hier hoor ik nu niet te zijn. En toch en toch. Het water trekt zo erg. Nu stoppen en na de winter doorgaan voelt als een onderbroken vrijpartij, het is nog niet klaar. Die grote spiegel en schubs, dat waren geen schimmen. Ze waren echt, bijna tastbaar zelfs en toch ver weg.
De storm wordt bedwongen, de hengels bogen deze nacht enkel door de wind. Het wordt een zware dag op de zaak. Veel besprekingen waar de aandacht bij moet zijn. Dat gaat niet meevallen na een slapeloze nacht.
Ook een volgende blank doen me nog niet opgeven. Sterker nog. Na een opknapbeurt kan ik mijn RF15 weer gebruiken. Daardoor heb ik in een paar middagen een beter beeld van een groot gedeelte van de plas gekregen. De andere helft moet nog en sommige stekken dienen wat beter in kaart gebracht te worden, maar het geultje dat strak langs een oever loopt op 6 meter diepte, ziet er veelbelovend uit. Dat was ook de enige plek waar er signalen op het scherm verschenen. Al kan dat van alles zijn geweest, typisch is het zeker. Alle andere peilmethoden ten spijt, ik kan me geen ander hulpmiddel bedenken waardoor je zo snel een goed beeld van het bodemprofiel krijgt.
De temperatuur is nog verder gedaald. Moet de knop toch niet om? Is het niet beter om de draad komend voorjaar weer op te pakken? Ik wil niet. Het water zuigt me keer op keer naar zich toe. Ondanks dat, neem ik een radicaal besluit. Nog één nacht, volgende week donderdag. Wordt het een blank, dan stop ik. Komt er vis op de kant, dan gaan we door. Voorzichtig gaan er wat alternatieven voor de winter door mijn hoofd. Normaal valt er wel een keus te maken, maar nu staat elke optie in de schaduw van dit avontuur, mijn avontuur.
Zondagavond. Het is koud en guur. De oostenwind blaast in mijn gezicht. Het ziet er kaal en zielloos uit. De batterijen van de dieptemeter blijken op te zijn. Dan maar op goed geluk 300 gram richting geultje schieten. Op de terugweg rijd ik met drie kinderen in de auto nog even langs een putje. Het is echt piepklein, minder dan een hectare groot, maar er zwemmen een paar mooie vissen rond. Gedurende de warmere dagen wordt hier dag en nacht gevist. In de winter vist er normaal gesproken niemand. Ook hier gaat op drie plekken een handje boilies te water. Het hoeft allemaal niet veel te zijn, zeker niet ik zo laat in het jaar begin met voeren. Snel weer de auto in. Het trekt nog niet om hier aan de slag te gaan. Daar komt nog bij dat de kans groot is dat het hier dichtvriest de komende dagen. Dat is voor later zorg.
Vrijdagochtend, de mat is droog gebleven. Ik zit in de auto en kijk nog één keer naar links. Daar in de verte ligt de plas. Afgelopen nacht was het koud. De oostenwind hield aan. In de tent werd het -5. Even er uit om te plassen was niet prettig en door het moeras lopen bijna niet meer mogelijk. Het ijs is nog te dun op te staan, maar te dik om makkelijk kapot te trappen. De auto wordt langzaam warm. Ik zet haar in de versnelling en in een flauwe bocht draai ik de weg op. Volgend voorjaar nieuwe kansen. “Afscheid nemen doet pijn”, schreef ik al eerder in een ander stuk. Dat geldt nu ook. Ik wil niet, en toch is het beter, al was het om wat te relativeren en zaken op een rijtje te zetten.
![]() |
Goede wintervangsten toegewenst,
Arjen
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox








































