De Mooie Rivier

Inleiding

's Avonds na het eten vroeg mijn vader: Bertil, Ga je mee even vissen? Mijn antwoord luidde als altijd, natuurlijk, maar waar dan? In de rivier, luidde het antwoord. We gingen alleen even kijken of de karper in het slootje lag, het was namelijk mooi weer en dan kwamen (en komen) de karpers een klein zijslootje in. Langzaam slopen we dichter naar het slootje toe, kruipend gingen we over het sluisje, omdat anders de schaduw over het water zou vallen en dan konden we net zo goed naar huis gaan. Al snel stond daarna de pen tegen wat drijfvuil aan en binnen een paar minuten liep de pen rustig weg, m'n vader zei rustig aanslaan, maar ik ramde als altijd keihard die haak in de lip. Gelukkig brak deze keer de lijn niet en de karper vocht als een bezetene, maar na een paar minuten knokken tegen 22/00 lijn en een 1,5 ponds glashengel kwam hij na een mooi gevecht in het net, het bleek een mooie schubkarper te zijn van 16 pond.

Karakteristieken van de rivier

Een schitterende riviervis

Dit was mijn eerste ervaring op de rivier, ik wist toen (1985) nog niet dat het riviertje zou uitgroeien tot een van mijn lievelings wateren. Even wat over het riviertje, het is niet zoals bij Gerrit ("Zie Mijn riviervisserij") met overhangende bomen, plompenvelden, rietkragen etc. De rivier die ik bevis is +/- 20 meter breed en slingert zich door de weilanden, de diepste stekken zijn +/- 3 meter. Er zijn dus geen duidelijke stekken als plompenvelden etc. Bochten, bruggen, verzakkingen, verbredingen, mosselbanken en kuilen zijn de stekken op zulke "kale" rivieren. Het bestand bestaat voor 95% uit schubkarpers van het type 25%. Deze vissen zijn nu +/- 20 jaar oud en de zwaarste vis is op dit moment rond de dertig pond. Verder zitten er nog een paar vissen boven de 25 pond. Deze vissen zijn nu dus minstens 20 jaar oud en het gem. gewicht ligt tussen de 15 en 22 pond. Het water is niet overbezet en het heeft gigantisch veel natuurlijk voedsel. Een 5 jaar geleden ingezette 10 ponds spiegel groeide in 5 jaar naar de 25 pond! (Dit even om aan te geven dat de OVB 25% schubs toch niet zo snel groeien en groot worden als men soms zegt!)

Plan van aanpak

Stekkeuze

Natuurlijk worden er eerst een aantal stekken gezocht. Bruggen en bochten zijn natuurlijk de hotspots, maar daar vist iedereen al. Deze stekken zijn soms nog wel produktief, maar dat is meestal van korte duur en de meeste vissen die op zulke stekken nog gevangen worden zijn wat kleiner. Een betere methode is om aan het begin van het jaar een aantal stekken te selecteren en deze dan via de Evert Aalten-methode (Zie De Voerstek) stuk voor stuk te proberen, een soort trial and error. Lukt een stek niet dan ga je het er in een ander jaargetijde pas weer proberen.

Probeer ook eens stekken die er op het eerste gezicht niet 'super' uitzien, deze stekken kunnen behoorlijk wat vis opleveren daar weinig mensen op zulke "onaantrekkelijke" stekken gaan vissen en worden de grootste vissen meestal niet op stekken gevangen waar bijna niemand vist (en er dus minder aantrekkelijk uitzien of te ver lopen zijn). Loop eens een paar honderd meter naar een stek die moeilijk bereikbaar is en je hebt er weer een stek voor jezelf bij. Zo zijn er behoorlijk wat stekken die zeer weinig bevist worden, ook al is het druk op de te bevissen rivier. En met de trial and error methode weet je binnen 1 of 2 keer vissen of je goed zit.

Het vissen gebeurd dus via de trial and error methode, in het begin van het jaar kies ik vier bekende stekken en zoek er vier nieuwe bij, die ik vind door uren met een peilhengel rond te lopen, nee niet voor de diepte maar voor de mosselbanken en verzakkingen! (Lees hoe dit peilen moet gebeuren maar eens het artikel van Wijtze Tjoelker in Karper nr. 2) De nieuw gevonden stekken worden in verschillende jaargetijden bevist om te kijken in welk jaargetijde ze het produktiefst zijn.

Voeren

Nu komt het in mijn ogen belangrijkste, tegenwoordig is het de trend dat er zeer veel kilometers gereden worden naar wateren een eind uit de buurt met natuurlijk grote vissen. De consequentie die daaruit volgt is dat er niet gevoerd kan worden. Er wordt instant gevist en men hoopt op de juiste tijd op de juiste plaats te zijn. Ikzelf hanteer deze methode ook wel eens, maar naar weer een nacht blanken bekruipt me altijd het gevoel dat ik er meer aan had kunnen doen. En dat meer is in veel gevallen voeren.

Boilievreter

Vooral op de rivier en op het kanaal is bij mij en een aantal andere fanatieke vissers gebleken dat voeren de vangsten positief beïnvloed.

Ik hanteer de regel dat er twee of drie dagen achtereen gevoerd wordt op een plek en er dan gevist wordt. Langer voeren dan twee of drie dagen heeft mij nog nooit veel extra vissen opgeleverd en waarom zou je moeilijk doen als het makkelijk kan, boilies kosten ook geld!

De voerhoeveelheid is een ander probleem, wat is nu de perfecte voerhoeveelheid? Hiervoor neem ik als richtlijn de hoeveelheden die Evert Aalten in zijn eerste boek aangeeft ("Zie De Voerstek"). Dit houdt in dat ik ook altijd de watertemperatuur opmeet als ik voer en vis. Het is niet zo dat ik de hoeveelheden precies zo neem als hij doet, maar je moet een richtlijn hebben, je kan wel altijd een kilo voeren, maar op sommige momenten is dat veel te veel en op anderen momenten zou twee kilo toch wat extra vissen hebben opgeleverd. Het is echt iets dat je zelf moet proberen, veel gegevens bijhouden en kijken wat het beste resultaat geeft.

Stekdressuur

Dressuur komt op veel riviertjes nog weinig voor, op sommige drukbeviste riviertjes is er wat meer wantrouwen bij de vissen dan op de wat minder beviste rivieren. Wat mij opvalt is dat er niet zozeer dressuur is op aas of rigs zoals op putjes en plassen, maar dat het op een wat kleinere rivier vooral stekdressuur is wat voorkomt.

Als je op een goede stek vist en je vangt er na twee voerdagen een paar en je vist er regelmatig dan zul je zien dat de vangsten achteruit vliegen. Ook op rivieren waar bijna niet gevist wordt komt dit fenomeen voor en daar hoeft nieteens zoveel voor gevist te worden, dus wees opgepast.

Om die stekdressuur te voorkomen vis ik niet meer dan vier keer een paar uur op een stek. Of als ik alleen een nachtje in het weekend ga twee nachten. Dus er wordt maximaal twee weken achtereen gevist en dan wordt de stek weer met rust gelaten en wordt er op een andere stek gevist! Pas naar zes weken ga ik weer op diezelfde stek zitten. Met deze "tactiek" kan je veel blijven vangen. Vooral de grote vissen laten zich makkelijk verjagen als er op een bepaalde stek veel gevist wordt en willen we die nou juist niet vangen? Ik weet dat het niet overal mogelijk is maar probeer zoveel mogelijk stekken te zoeken en te bevissen het zal de vangsten zeker goed doen. De stekken die ikzelf gevonden heb bevis ik op die manier en na 3 jaar vissen krijg ik altijd een aantal runs als ik gevoerd heb, maar op stekken waar ook anderen vissen is het veel moeilijker om regelmatig te blijven vangen.

Wetenswaardigheden

Hieronder een aantal dingen die mij tijdens het bevissen van kleinere rivieren is opgevallen:

* Bij veel drijfvuil en bij superharde stroom lijkt het wel of de karpers minder voorzichtig zijn. Je vangt er dan regelmatig een paar in een half uurtje, terwijl de vissen normaal wel even weg zijn als je op een smal riviertje net een zware dril achter de rug hebt. Het lijkt wel of de karpers gretiger zijn omdat ze meer energie verspillen door de harde stroom. Dus als de rivier een beetje te hard stroomt ga dan niet naar huis.

* Vorig najaar ontdekte ik iets nieuws, ik viste één hengel met mais en één met boilie. De mais wilde ik mooi als een vingertje omhoog laten staan om zo al waaiend vis aan te trekken. Na al een paar uur gevist te hebben zonder enig teken van leven controleerde ik mijn aas en bevestigde nieuwe mais met een stukje gele kurk ertussen. Zonder er bij na te denken gooi ik over nieuw in, zonder loodje om de mais op de bodem te houden, en na vijf minuten een run. Natuurlijk denk je dan meteen aan toeval, Dertig centimeter boven de bodem een sliertje mais welke karper pakt dat nou. Toch maar weer geprobeerd en na 15 minuten weer een run. Nog steeds is er de twijfel, de hengels worden omgewisseld de boilie hengel gaat op de plaats waar de mais hengel eerst lag en de andere hengel visa versa. Een uur en weer twee runs later pak ik in en heb het er thuis uitgebreid over met m'n vader, vooral omdat die laatste twee runs vissen opleverde van 24 en 26 pond! Hij geloofde er zoals altijd natuurlijk niet in, maar toen ik eens bij hem ging buurten en hij had nog niets drong ik bij hem aan toch eens een geurige boilie recht naar boven het lood te laten zweven. Zo gezegd zo gedaan en drie kwartier later, u raad het al een run met als resultaat een 28 ponder! Dat najaar heb ik bijna altijd één hengel met het pop-up systeem gevist en er echt verschrikkelijk goed op gevangen. Ik weet niet precies waardoor het komt, maar ik denk dat rivierkarper wel vaker bewegend aas pakt, zo'n presentatie zweeft natuurlijk maar wat tussen de bodem en dertig centimeter er boven (afhankelijk van de stroom snelheid) en prikkelt de karper op een of andere manier. Probeer het eens!

* Extra veel particles voeren levert geen extra vissen op. Ik heb vaak geprobeerd veel aanbeten af te dwingen door kilo's particles te voeren. Natuurlijk levert het vis op en soms aardig wat, maar nooit had ik het idee dat ik met een kilo boilies minder zou hebben gevangen. Ik gebruik wel vaak een kilootje particles om de boilie stek te ondersteunen. Ik denk dat het niet echt nodig is, maar ik ben van mening: Witvis op de stek trekt karper aan, als ik geen piepje krijg van witvis vang ik ook bijna nooit karper.

* Korte onderlijnen leveren bij een harde stroom verhoudingsgewijs veel losschieters op. Onderlijnen korter dan 18 cm gebruik ik niet met harde stroom. Het lijkt of de karpers het aas sneller moeten pakken vanwege de stroom en daarom vaak maar net gehaakt zijn. Beter is het "Floating-backstop systeem" van Dick Alberts. Met dit systeem heeft de vis altijd ruimte om de boilie op te nemen, hij wordt niet meteen uit de bek getrokken er is dus minder kans op losschieters (Zie De Dick Alberts rig).

Iedereen kan vis vangen op de rivier, instant vissers of degenen die voeren, maar wat blijkt is dat degenen die voeren bijna altijd meer vangen. Ik hoor zo vaak: Ik vis op die en die rivier en vang er zoveel per jaar en voer niet eens! Dan droom ik al wat er niet van gemaakt zou kunnen worden als er constant gevoerd zou worden en meerdere plekken afgeroomd zouden worden. Voor het riviervissen geldt net als voor andere wateren "don't imitate but innovate"!!!

Veel succes en laat me de resultaten horen,

Bertil Wielink



Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox