Onze riviervisserij
Kick Gereke en Jan den Hartog
Inleiding
De titel van dit hoofdstuk verraadt al direct naar welke plaats en vorm van de karpervisserij wij U mee willen nemen. Er zijn misschien lezers die zich af zullen vragen: "Is het karpervissen in rivieren zo wezenlijk anders dan het vissen op een fortgracht of zandplas". Op deze vraag proberen wij U in dit hoofdstuk in ieder geval een antwoord te geven. Wij willen dit doen door U te vertellen over onze ervaringen en door U af en toe eens mee te nemen naar de waterkant om "sfeer" te proeven. Misschien kunnen we een aantal lezers daardoor bekeren tot het karpervissen op de rivieren, wij denken dat deze vorm van visserij samen met de kanaalvisserij voor Nederlandse begrippen het summum van de karpervisserij is. Wie echter denkt dat het karpervissen op de verschillende rivieren overal het zelfde is, die komt bedrogen uit en moet dus vooral doorlezen. Wie ook bedrogen uit komen zijn de mensen die denken dat wij in dit hoofdstuk een kant en klare, voor alle omstandigheden aangepaste, altijd opgaande en vangstverzekerende riviervis methode aandragen. Om het even kort en duidelijk te zeggen: Wij hebben niet de pretentie om "de" riviervis methode te beschrijven. Wel kunnen wij met U een schat aan ervaringen delen, hier en daar opgesierd met een waar gebeurd visverhaal. Wij denken dat de oplettende lezer er hier en daar toch iets van kan leren, en als dat gebeurt hebben wij er nog meer voldoening van dit hoofdstuk geschreven te hebben.
Rivieren
Het eerste probleem waar we al meteen mee te maken krijgen, is over wat voor soort (grootte) rivier praten we nu. En als we spreken over meerdere soorten: Hoe kunnen we deze vervolgens in verschillende categorieën indelen?
Nederland en met name Midden-Nederland krijgt in sommige boeken wel eens de bijnaam Rivierenland. Wie op de kaart kijkt ziet direct dat deze naam niet voor niets wordt gebruikt, er open nogal wat rivieren met name door het midden van ons land. Om te beginnen willen we voor de duidelijkheid de rivieren onderverdelen in grote, middelgrote en kleinere rivieren. Het waarom moge duidelijk zijn, het vissen op de Maas is nogal behoorlijk afwijkend ten opzichte van het vissen op b.v. de Vecht. Grote rivieren vragen om een geheel andere voorbereiding, aanpak, mentaliteit etc., dan de kleinere meer intiemere riviertjes. Om te beginnen is het lokaliseren van karper op een grote rivier meestal een stuk moeilijker bij gebrek aan specifieke voor karper aantrekkelijke plaatsen, zoals b.v. lelievelden. Verder wordt door de altijd aanwezige stroming en grote scheepvaart het aanleggen van voerplekken ook nogal problematisch. Het aanleggen van een voerplek in een grote rivier, waar met de regelmaat van de klok grote duwbakcombinaties of andere waterverplaatsers langs komen, vraagt al gauw om een andere aanpak dan het voeren op een riviertje waar alleen maar plezier(nou ja!)bootjes varen. Er zit zeker karper op onze grote en middelgrote rivieren, kijk maar eens tijdens de paai op de ondergelopen weilanden. Dit is dan ook, volgens de kenners, de periode om karper te vangen op de grotere rivieren, alhoewel "grotere rivieren", je zit eigenlijk gewoon in een weiland te vissen. Je boilie of aardappeltje liggen misschien een halve tot één meter diep op of net naast zo'n smeuïge koeienvlaai, maar vangen dat lukt dan zeker, op het ongelofelijke af. Alleen wel oppassen met de obstakels in de vorm van prikkeldraad en afscheidingspaaltjes. Echter het vangen van karper op de grote rivier is behoudens de zojuist genoemde periodes met warm weer en ondergelopen uiterwaarden een zaak van doorzetten en niet kijken op enkele vangstloze weken. Het is dus een vorm van karpervisserij voor de echte die-hards, mensen die het op kunnen brengen om langere tijd niets te vangen en dan ineens door de vangst van een mooie karper alle visloze uren/weken vergeten en nog meer gemotiveerd worden om door te gaan.
Deze vorm van karpervisserij was voor ons toch te extreem, wij wilden toch met enige regelmaat een karper drillen om daaruit die extra motivatie te putten. Voor ons gaat er dan ook niets boven de kleinere tot middelgrote rivieren, die door ons land stromen. Deze hebben behalve het voordeel dat ze overzichtelijker zijn een aantal belangrijke voordelen boven de grotere broers. Ten eerste maakt de aanwezigheid van de vele markante en potentiële stekken de visserij op zich makkelijker en meestal komen de eerste resultaten relatief snel. Aangezien wij aan zo'n middelgrote rivier wonen was voor ons, een groot aantal jaren geleden, de overstap van cultuurwater naar de rivier in no time gemaakt.
In dit hoofdstuk beperken wij ons daarom dan ook tot het karpervissen op de middelgrote rivieren daar hebben wij immers zoveel uren doorgebracht dat wij denken dat onze ervaringen de moeite van het opschrijven en het lezer zonder meer waard zijn.
M'n eerste karper heb ik dan ook op eer rivier gevangen. Het is in 1977 geweest dat ik als fanatiek witvisser met de vaste hengel op voorn en brasem zat te vissen. Na een voorzichtige aanbeet en een rustige aanslag stond ik perplex van de kracht van deze kleine karper, waar hij heen wilde door trok hij de hengel ook heen. De reden dat ik hem wel ving was het toeval dat hij recht op de kant toe zwom in het door mijn broer gehanteerde schepnet. Daarmee is bij mij de karperkoorts ontstaan, gepaard gaande met een enorm respect voor de karper.
Jan den Hartog
De laatste tijd bereikt ons steeds meer informatie over het karpervissen op de grote rivieren. Deze informatie vormt samen met de voortdurend toenemende hengeldruk op "onze" rivier voor ons de aanleiding om ook eens nader kennis te maken met een van de grote rivieren.
De betere stekken en het nadeel daarvan
In principe is er op elke plek in een "kleinere tot middelgrote" rivier karper te vanger. Dat lijkt op het intrappen van een open deur, maar dat is het kennelijk niet getuige de vraag die ons in de afgelopen jaren tientallen malen is gesteld: "waar kan ik karper vangen op zo'n rivier?". Wij visten en vissen en vingen en vangen ze overal: pal onder de kant, aan de kant, iets uit de kant, in het midden, in havens, in jachthavens, bij sluizen, bij of onder bruggen, in het plompeveld, onder overhangende bomen, tussen het riet, bij de ingang van en in sloten die met de rivier in verbinding staan, in kommetjes, op kaarsrechte stukken met onnatuurlijke beschoeiing, op hele ondiepe stukken, op hele diepe stukken, op stille stukken, op drukke stukken, etc. etc. Ze leverden stuk voor stuk karper op. De rivier is in dat opzicht een schitterend karperwater.
Maar, en dat spreekt voor zich, de ene stek is de andere niet en de verschillen kunnen groot zijn. Maar als je bereid bent om er werk van te maken kan je overal op de rivier karper vangen, want de karper legt binnen bepaalde grenzen behoorlijke stukken af, waardoor hij dus met voer op vele plaatsen te onderscheppen is. Maar waarom zou je niet op de "hetere" stekken gaan zitten. Plaatsen waar de karper om wat voor reden dan ook in grotere getale voorkomt of waar hij vaker langs komt. De kansen op vangsten nemen daardoor toe en dus ook op de vangst van een twintig ponder of zelfs een dertig ponder. Ze moeten uiteraard dan wel in de betreffende rivier voorkomen.
En dan zijn bruggen, sluizen, kommetjes, plompevelden en uitwateringen etc. de hetere stekken. We hoeven U niet uit te leggen waarom. Deze stekken leverden vroeger vaak spontaan karper op en na een voercampagne meerdere karpers per sessie. Al weer heel wat jaartjes geleden visten we daar 's avonds en 's ochtends met aardappel. Een karpervisser was toen nog een zonderling, hiermee bedoelen wij: Je kwam ze maar sporadisch tegen. Later voerden we maïs en boilies en brachten we de nacht aan de waterkant door, maar na verloop van tijd wij niet meer alleen! Het werd druk, soms wel heel druk.
En dat is dan ook de reden dat wij soms genoegen nemen met "mindere" stekken, zodat we rustig kunnen vissen. Tot onze grote ergernis wordt het de laatste jaren steeds maar drukker op ons viswater. Nu kunnen we geen hele rivier claimen, maar misschien wel een heel klein stukje. Maar helaas zelfs dat wordt ons niet altijd gegund. Ieder seizoen raken we weer een aantal stekken kwijt, ondanks het alleen maar tijdens de nachtelijke uren voeren en vissen worden ze één voor één door anderen ontdekt. Zolang men de stekken geheel op eigen kracht ontdekt hebben wij er nog niet eens zoveel moeite mee, als er echter sprake is van stekkenpezerij wordt het uiteraard een stuk vervelender.
Door de komst van de vele karpervissers worden de betere stekken, waaronder een aantal zeer voor de hand liggende stekken, vaak bevist. Om elkaar en de locals voor te zijn komen sommigen al op door-de-weekse dagen. Wij bleven er overigens niet voor weg, integendeel, maar soms werd het ons wel eens teveel en waren we geneigd om ons te verstoppen op een ogenschijnlijk minder goeie stek. Ook de boot bracht van tijd tot tijd uitkomst. En soms leverde dat hele verrassende resultaten op en dan hadden we dubbele pret.
Hetere stekken hebben overigens gemeenlijk nog een nadeel: obstakels en hindernissen. Bij bruggen verkiezen we de stekken pal tegen de peilers. Een op de loer liggend probleem is vanzelfsprekend de kans dat de karper tijdens de dril voorbij de peiler weg sprint en de lijn langs de peiler al dan niet voorzien van mosselbanken kapot schuurt. Het gaat echter wonderbaarlijk vaak goed, maar het gaat ook wel eens verkeerd. Maar dat is "all in the game".
Bij sluizen heb je vaak het probleem van de dukdalven. Hier zijn de risico's groter en het loopt dan ook helaas vaker verkeerd af. Maar als het je lukt om zo'n dikke jongen uit alle macht tussen de dukdalven door te pompen, dan is de voldoening groot. Kommetjes in en aan een rivier zijn meestal ondiep en riet en plompen tieren hier welig. Meestal ligt er ook het nodige aan drijfvuil en takken. Beheerst afdrillen, de karper laten vastzwemmen en de karper zich ook weer los laten zwemmen is hier het credo. Sjorren leidt onherroepelijk tot lijnbreuk of het muurvast komen te zitten van de karper in het vuil. De kanten van weteringen, sloten en afwateringen die op de rivier uitkomen zijn meestal voorzien van de bomen en struiken waarvan de takken over en in het water hangen. Je moet tijdens de dril daarom soms halsbrekende toeren uithalen. Dit zijn overigens typische voorjaarsstekken, waar je soms in korte tijd je slag kan slaan. Regelmatig observeren is dan wel nodig, want ze zijn er ineens, maar ze zijn ook ineens weer weg.
Het was in het voorjaar. We zaten bij de peilers van de brug te vissen. Jan aan de overkant van de rivier links van de brug en ik aan deze kant rechts van de brug. We konden elkaar niet zien, maar meestal kon je de optonics en molens bij een run wel horen. Er stond echter een stevige bries ik meende een optonic te hebben gehoord. ik zet gewoontegetrouw mijn optonic voluit en loop onder de brug door om te zien of Jan inderdaad beet had. Ik zie hem nog de overkant op zijn knieën zitten met de hengel in zijn ene hand en het landingsnet in zijn andere. De landing valt hem moeilijk, maar als de karper na de nodige capriolen op het droge is proberen we via kreten over het water te communiceren: normaal lukt dat al niet zo best, maar met zoveel wind nagenoeg onmogelijk. "Hoeveel?".. "24".. "Spiegel".. "Mooi!".. "ik nog niks!" Als Jan de vis nog het zakken is loop ik terug naar mijn hengels. Ik zet mijn optonics zachter. Ik sta nog als ik een bescheiden piep hoor, gevolgd door piepen! Het is de hengel die tegen de eerste peiler non ligt. De karper sprint naar de tweede peiler en probeert langs die peiler de brug onderdoor te zwemmen. Ik kon hem niet te ver laten gaan en stop hem dus buigen of barsten! Het lukt, zoals gek genoeg meestal het geval is. De lijn kon gelukkig heel wat hebben. Het lukt me de karper tussen de peilers heen en weer te laten zwemmen. Dat kan geen kwaad. Hij wordt rustiger.... en laat zich na verloop van tijd onder de brug vandaan dirigeren. Ik wil hem in de richting van het landingsnet manoeuvreren als de karper in één ruk recht van me afzwemt de rivier op en een run voorbij de tweede peiler neemt. Daar gaat hij links de hoek om. Het gebeurt allemaal in een no-time. Als ik de lijn langs de peiler voel schuren, dwarrelt tegelijkertijd de lijn al door de lucht. Shit, dit keer had de karper mij tuk!
Kick Gereke
Het systeem
Laten we voorop stellen dat we van oorsprong echte penvissers zijn en dat van binnen eigenlijk nog steeds zijn. We hebben dan ook veel vissen met de pen gevangen. Het liefst gebruikten we daarvoor pauwe pennetjes van de hand van Co Sielhorst. Hij maakte ze in alle maten en soorten, al dan niet voorzien van een 'betalight". Hij zei zelf altijd dat de pennetjes niks voorstelden, maar voor ons voldeden ze prima. Ze stonden goed, liepen mooi weg, handig in het vuil en ze kwamen vaak heelhuids uit de strijd. Het belangrijkste: de karper had de pen niet in de smiezen en dus leverden ze volop karper op en "dus" was het voor ons de ideale pen Een goeie karpervisser van buiten de regio zei ooit eens tegen ons dat bij het met zo'n pennetje in zijn water niet hoefde te proberen. De pen zou veel te lomp zijn. Maar volgens hem konden "wij" de pennetjes rustig gebruiken want wij hadden volgens hem nog geen last van dressuur. In die tijd had bij misschien wel een beetje gelijk, maar dat is nu anders en we vissen er nog steeds mee, zij het dat we noodgedwongen ook andere pennetjes moeten gebruiken, want we zijn in de loop der jaren door onze voorraad heen geraakt. Op de dressuur komen we later nog terug.
Direct en full contact met een vastgetikte karper maakte het op bepaalde stekken zelfs noodzakelijk om met de pen te vissen. Het was dan vaak in de eerste seconden van de strijd een kwestie van buigen of barsten! Als de karper bijvoorbeeld bij een onder water liggende boom of grote tak vandaan gesleurd moet worden. Op zo'n stek kan alleen maar met de pen gevist worden. Penvissen is dan een enorme beleving.
Maar ook gewoon lekker struinen langs de kant. Meerdere stekken maken. Het kon vroeger en het kan nu nog steeds en het levert nog steeds karper op. Soms meer dan in een hele nachtsessie. Het spreekt voor zich dat kanten, sloten, peilers, sluizen, dukdalven de geschikte penstekken zijn. Het liefst zo dicht mogelijk onder de kant. Want die schuimen ze nog steeds af op zoek naar voedsel. Wel eens een karper pal onder de kant aangetikt, die vervolgens als een afgevuurde tornado het wijd zoekt? Wat een moment!
Al weer heel wat jaartjes geleden ontdekten we een sloot die op de rivier uitkwam. We wisten niet wat we zagen. De karpers zwommen heen en weer: de sloot in en er weer uit. We keken onze ogen uit en wisten niet hoe snel we de hengels moesten pakken. De karpers bleken in eerste instantie geen interesse in ons aas te hebben, hoewel ze er wel omheen draaiden. Paairijpe karpers, zo vroegen wij ons af. Ineens schoof m'n pen weg. Pats! Hangen! ik had het gevecht van m'n leven. De karper deed uiterste pogingen de overhangende takken van een boom te bereiken. ik genoot er met volle teugen van, maar ik barste van de zenuwen. Na veel pijn (o.a. in mijn arm) en moeite gleed de karper na ettelijke minuten het landingsnet in. De teleurstelling was echter groot. De karper had zich vals gehaakt. Geen wonder dat het beest zo tekeer ging. Het gewicht viel ook tegen! We zijn meteen gestopt, want we waren bang dat we nog meer paairijpe karpers zouden haken. En één vals gehaakte paairijpe karper was al beschamend genoeg. Stom, stom, stom!!! Toen we de volgende dag een kijkje wilden nemen bij het grote paaifeest, troffen we geen paaiende karpers aan, maar karpervissers. Ja, gevangen hadden ze en hoe! "Karpers haken?" "Hoezo?" "Geen enkele" Allemaal keurig voor in de bek." "Ze azen als gekken en vreten alles wat voor de bek komt." Wij stonden erbij en zagen hoe de karpers nog steeds de sloot in en uit zwommen. De dag erna begon het paaifeest pas. Daarna waren ze in één klap weg. Onvindbaar! Het volgend jaar en de jaren erna zaten we er weer en visten door tot het paaifestijn, maar zoveel karper als dat ene jaar hebben we er helaas nooit meer aan getroffen.
Kick Gereke
Maar voor de stekken die iets verder uit de kant lagen bood het wakersysteem uitkomst. Eerst nog met aardappel en folierolletje, later met boilies en bolt-rig. Overigens hebben wij nog lange tijd met het freeline systeem doorgevist. We maakten daarbij wel gebruik van boilies. Dat leverde altijd prachtige rustige oplopers op, met zelden een misser of losschieter!!! Het voordeel van het freeline systeem was dat je meteen vanaf de aanslag sturing op de karper kon uitoefenen. We willen niet nos-
talgisch doen, maar wie beleefd er nog van die momenten, waarop het folierolletje met een schokje omhoog gaat, vergezeld van een PieP....om vervolgens ritmisch omhoog te schokken en dito piepjes veroorzakend. Vissen we nog steeds wel met de pen, freeline vissen behoort bij ons echter helaas tot het verleden. We zeggen wel eens tegen elkaar "moeten we weer eens doen", maar het komt er niet echt van. Eigenlijk gek als je bedenkt hoe verschrikkelijk mooi als dat in zijn werk ging. Wie weet!
We hadden er in het najaar met succes met boilies gevist: we visten toen nog met het freeline-systeem. Het is inmiddels voorjaar en hadden een weekje gevoerd. Het had die nacht gevroren toen we 's ochtends aan de waterkant kwamen. De hengels lagen op de steunen, schuin naar voren en we gebruikten plastic wakertjes in plaats van aluminiumfolie. We zaten geconcentreerd achter de hengels klaar om aan te slaan bij een aanbeet. Heel af en toe bewoog de waker als gevolg van brasem die aan het aas zat te sabbelen. Het was verder niets die ochtend. Het was koud en dood. Na zo'n twee uur koulijden begon het zonnetje de temperatuur op te krikken. Maar het water bleef dood. We hadden er geen geloof meer in en we besloten om even verderop een kijkje te nemen op een veelbelovende stek, waar we mogelijk een voercampagne wilde starten. Toen we na een tijdje terugkwamen had Jan een beet gehad. Was het een karper of een brasem geweest die zijn lijn een tiental meter had meegenomen. We zouden naar huis gaan, want Jan had een afspraak. De beet - wat het dan ook geweest mocht zijn - bracht me echter op een andere gedachte. Zouden ze nu actief worden? Zaten ze nu pas op de stek? Nog maar een uurtje pakken, zo dacht ik. En niet voor niets. Na een halfuurtje schokt de waker in een rustig ritme omhoog. En ouderwetse aanbeet. De optonic piept in het zelfde ritme mee. ik sta al over de hengel gebogen met de handen boven de handgreep en wacht gedwee tot de waker een centimeter of 10 onder de hengel is. Dan zet ik de haak door de hengel beheerst een soepele zwaai achterwaarts te geven. Hangen!... roep ik. Maar ik ben de enige die het hoort. De kar per gaat er als een stoomboot vandoor. Mijn Shakespeare doet zijn werk perfect en de slip geeft in een hoog tempo een mooi tikkend geluid. Omdat er een flink eind verderop een boom in het water ligt, moet ik de snelheid temperen. Als ik de druk opvoer komt de karper omhoog. En ontstaat een forse boeggolf in het gladde wateroppervlak. Hoog zwemt de karper naar rechts in de richting van het vuil. ik voel dat hij erin zwemt. ik geef nu fors wat tegendruk. Al zigzaggend zwemt de karper het vuil uit. Als hij op het ondiepe gedeelte komt draait hij zich om, om vervolgens met een paar krachtige slagen weg te spurten. ik verminder de druk van mijn vingers op de spoel, zodat de karper rustig zijn gang kan gaan. Het terug pompen kan beginnen! De karper geeft zich gewonnen. ik sta tot de rand van mijn laarzen in het water als ik de karper land. Een prachtige schubkarper van 26 pond is mijn deel. Wat een fantastisch resultaat zeg ik tegen mezelf en ga met een trots en voldaan gevoel huiswaarts.
Kick Gereke
Later dan in de rest van Nederland breekt ook bij ons het bivvy tijdperk aan. De boilies hadden bun kracht bewezen. De visavonden werden langer, wij wilden meer uren maken, anderen beweerden in de nachtelijke uren veel meer te vangen, verhalen over nachtelijke sessies werkten aanstekelijk, dia-reportages nog meer, zodat we besloten ons een bivvy aan te schaffen. We begonnen aan een nieuwe fase in onze karpervisserij. Bivakkeren! De eerste nachtelijke sessies vergeet je nooit meer. Je kan de slaap niet vatten, je hart bonkt in het lichaam bij elke piep die je hoort, en er breekt compleet paniek uit wanneer je optonic vervolgens begint te gillen. Je hebt alles vele malen in gedachten gerepeteerd: eerst dit doen, dan dat doen!
Maar als het dan zover is probeer je als een bezetene met je slaapzak en al naar buiten te stieren. Het kan je op dat moment niet bommen. je grijpt je hengel. Pas als de lijn zich strekt en de hengel begint te buigen, neem je even de tijd om de slaapzak uit te trappen en zo'n beetje richting bivvy te schoppen. je staat op je sokken in de modder, maar wat deert het je eerste bivvy-sessie-karper "hangt". Als de karper uiteindelijk goed en wel geland, gewogen en gezakt is, de hengel weer op de steunen ligt, je weer op de stretcher Ligt, dan..., dan begin je te twijfelen of de beugel wel open staat! Hup... de kou in beugel nakijken. Die stond natuurlijk open, zoals in 99 van de 100 keer. Het hoort er allemaal bij. Maar het loonde. En hoe! Ook op de rivier lieten de karpers zich dus 's nachts makkelijk verleiden. In het begin met wisselend succes.
Soms kwam het succes snel, soms pas in de ochtenduren. Door met zwaar lood en strakke lijnen te vissen kon er ook met sterke stroming prima 's nachts gevist worden.
In dit Bivvy-tijdperk liep de penvisserij wel drastisch terug. Alles concentreerde zich op de vrijdagnacht. Weer of geen weer we gingen! Zeven graden onder nul was de koudste nacht met drie runs en als bonus een recordvis voor Jan: 34 pond.
De voorbereiding
Visten we in het begin van onze riviervisserij vaak op de bonnefooi met een aardappeltje of blikmais - overigens niet zelden met succes -, de jaren erna ging het klaar maken van een stek er serieus aan toe. We wilden zo min mogelijk aan het toeval overlaten: we wilden het geluk afdwingen. Stekverkenning, observeren, het spreekt voor zich. Waar liggen de obstakels, wat moet je doen als de karper dit doet, of dat doet. Hoe zit het met de stroming, met de scheepvaart, wordt er op die stek ook wel eens aangemeerd door jachtjes, zitten er geen andere karpervissers in de buurt, zit je niet op de plek van een witvisser, etc. Wij nemen aan dat u ook wel eens niet zo prettige ervaringen heeft opgedaan, omdat u zich niet goed had voorbereid. Heel pijnlijk, want er gaat een kostbare sessie verloren. Overigens, ooit wel eens wakker geworden van kakelende wedstrijdvissers die 's morgens 5.00 uur je bivvy staan te bewonderen omdat deze op het wedstrijdparcours staat?
Hoe langer je op een water vist hoe heter je het water leert kennen, des te kleiner is de kans dat je voor verrassingen komt te staan.
Een van de volgens ons beste methoden om een stek te leren kennen is om er gewoon een of meerdere avonden te gaan penvissen. Gewoon een paar uurtjes tot in het donker. Onze ervaring is dat als er karper aanwezig is bij zich wel laat zien of horen door het springen. Door het penvissen kom je ook gelijk e.e.a. over het bodemverloop te weten. Iets anders waar wij bij potentiële stekken opletten zijn de oevers. Grondig inspecteren, niet om te onderzoeken of een collega visser er soms zijn sporen heeft achtergelaten, maar om te kijken naar zwanenmossels. Vind je ze dan wordt het zaak om op te letten waar de meerkoeten (indien aanwezig) met de regelmaat van de klok op bepaalde plaatsen duiken. Een volgende stap kan zijn om vanuit de boot op deze plaatsen de bodem te onderzoeken met een lange stok, de harde mosselbanken zijn niet te missen.
Net kan nog simpeler, maar alleen in de zomermaanden aan te raden, gewoon uit de kleren en naar de bodem duiken of met je tenen de bodem aftasten. Als de stek er na deze inspecties veelbelovend uitziet dan pas gaat het voer erin, en dan kijken we niet op een kilo voer meer of minder.
De stek trekt ons al jaren aan. Steeds als we er voorbij komen zeggen we tegen elkaar:
Hier moeten we het toch eens gaan proberen. Het is een schitterende kom, die voor het grootste deel bedekt is met een massief plompeveld. De stek die we bedoelen is een fraaie strook open water in het plompeveld. Uiteindelijk maken we dan toch onze woorden waar, we gaan het proberen. Ter observatie besluiten we er een keer te gaan vissen. In die tijd begonnen we meestal 's morgens vroeg. Om 06:00 uur zitten we achter onze hengels heerlijk te genieten van de ontluikende natuur om ons heen. Er hangt een prachtige nevel, als een deken op het water, die langzaam optrekt. Of we het aanvoelen kijken we beiden naar de open plek, onze stek. In deze mystieke sfeer komt er opeens een karper volledig het water uit boven op de stek. We vangen niets die ochtend, maar weten zeker waar onze volgende voercampagne gaat starten. Aan dat specifieke moment moeten we, ook al is het al jaren geleden, beiden nog vaak terug denken.
Jan den Hartog
Voeren
Een stek wordt meestal meerdere keren bevist, om hem vervolgens daarna weer enige tijd met rust te laten. Regelmatig voeren vinden we belangrijker dan de hoeveelheid. Als we terug gaan naar onze eerste voercampagnes dan hebben we het over 50 boilies (l4mm) per keer. We voerden minimaal één week, meestal langer. Het resultaat, maar nu met een pond of een kilo per keer is niet beter. Het verschil met nu is dat we korter voeren en een stek langer benutten. Gooiden we enkele jaren geleden ook nog kilo's maïs in het water, nu voeren we alleen nog maar met boilies. We gebruiken de grotere boilies vanwege de vermeende brasem bestendigheid. Het geeft ons meer vertrouwen. En we zijn het eens met de opvatting dat "vertrouwen" de beste boilie-ingrediënt is. Wij geloven niet in de HP-theorie, noch in de Koolhydraten-theorie. Het aas moet goed stinken, prima draaien, lekker hard worden en goedkoop zijn. Maar voor de freaken onder u hebben we onze samenstelling uitgerekend (volgens procenten energie voorziening, Aalten & jongens): Eiwit 22.5 %, Vet 19.0 %, Koolhydraten 58.5 % en verder bevat het 13.0 % vezels.
Voeren doen we 's avonds laat en dat niet alleen om niet gezien te worden, maar ook om de scheepvaart te ontlopen. We weten niet precies wat er met het voer gebeurt als er een zware schuit over heen schuift. Maar zo geconcentreerd als het erin gegooid wordt kan het naar onze mening niet meer op de bodem liggen met zoveel waterverplaatsing op het toch relatief ondiepe water van een kleinere rivier. We kiezen dus voor safe.
Het voer wordt er afhankelijk van de omstandigheden en de visstek met een onderhands worpje ingegooid, met een flinke worp, met de katapult of werpstick of het voer wordt met de boot naar de stek toe gevaren. Als je dit laatste doet wees ervan verzekerd dat je voldoende brandstof in je tank hebt zitten, want op een door-de weekse dag tegen middernacht zonder brandstof komen te zitten is geen lolletje en helemaal niet als je nog zo'n uur moet terug roeien.
We hebben het al even gehad over het voerschema, zoals we dat in onze beginperiode hanteerde. Op de keeper beschouwd kunnen we stellen dat we eigenlijk geen slechte voerschema's hebben gehanteerd. We hebben één week gevoerd, ook wel twee weken. Later voerden we steeds korter. tegenwoordig is dat niet langer dan drie dagen. We begonnen met 50 boilies. We hebben ook gigantisch veel gevoerd. Later gingen we steeds minder voeren. Het voortschrijdend inzicht heeft ons op het simpele doch prima werkende voerschema gebracht van 3 dagen en een pond per keer.
Tegen elf uur 's avonds was ik op de stek met maïs en boilies om te voeren. Plons...deed een karper. Bingo, dacht ik. Ik bleef wachten, want ik was benieuwd of ik er nog één zou horen springen. Nog geen vijf minuten later, maar nu veel verder weg weer "plons". Dat zit goed morgen sprak ik in mezelf. Ik gooide de maïs en boilies het water in en reed hoopvol naar huis. ik kon slecht slapen en dacht alleen maar aan de volgende dag. ik zag continu karpers springen. Stel je voor dat iemand je heeft zien voeren of nog gekker dat bij de karpers heeft horen springen en dat ze al op je stek zitten, hoewel er in die tijd nog niet.
Vissen
Het leukste onderdeel uit onze hobby is toch wel het vissen zelf. Gewoon lekker naar je pen turen, struinen of lekker lui achter je hengels zitten of liggen. Wachten tot het moment waarop zo'n blauwrug zich verraadt en er met je aas vandoor gaat. Vissen met verkleumde vingers en ijskoude voeten, of zwetend op een zwoele zomeravond in luchtige kleding, ingesmeerd om de muggen op afstand te houden. Vissen: helemaal alleen in je uppie of in gezelschap van je vismaat. Zomaar een avondje pakken of een lange sessie maken na een goede voorbereiding. Dicht bij huis in een singel met een hoop herrie en hondenpoep om je heen of juist een eind weg ergens in een weiland tussen de koeievlaaien, genietend van de rust om je heen. Met of zonder verwachting. Met of zonder resultaat. Met of zonder pech. Met of zonder geluk. Met of zonder hengel, als je je vismaat aan de waterkant opzoekt en "samen" een mooie vis vangen. Vissen in al zijn verscheidenheid. Mooi toch als een mens zo zijn passie kan beleven.
Het was al weer zo'n twee weken geleden dat ik vader was geworden van een prachtige
dochter en wilde wel weer eens iets meer weten van het karperfront. Jan wist ik snel te vinden. Hij had gigantisch zitten vangen op de "nieuwe" stek. Ik zat met rode oortjes naar zijn verhaal te luisteren, toen zijn waker omhoog gleed. Een Lucky Luke-reactie: knal, hangen! Oh wat ging dat beest te keer. hij boorde zich in het grote plompeveld. hij wist een zeer gevaarlijk obstakel (roestige ijzeren paal) in het water te bereiken, de stengels van het plompeveld voorkwamen dat de lijn ermee in aanraking kwam en zodoende door zou schuren. Jan trok uit alle macht. De lijn zong, om betere controle te krijgen over de karper liep hij achterwaarts en tegelijk een flink stuk naar rechts de dijk op. Hierdoor kwam de lijn in een andere hoek te staan, ook kwam de lijn een flink stuk boven het water uit. Uiteindelijk kwam de karper wonderbaarlijk vrij en kon de laatste fase van de dril beginnen. De karper liet zich zien. "Hele mooie spiegel" riep ik met het net al in mijn hond. Nog een paar spannende momenten onder de kant en vervolgens gleed een dikke spiegel het net in. ik tilde het net op het droge en zei al met een enige twijfel "dertig?". De unster bracht uitkomst en het Jan een vreugdedansje maken. "Wat een mooi beest" zei ik, bijna net zo mooi als mijn dochter van twee weken oud.
Kick Gereke
Hoewel wij als penvissers een sterke solistische inslag hadden en hebben kenmerkt onze viswijze zich toch door een grote mate van samen-zijn. Penvissen deden we hoofdzakelijk op eigen houtje, al gingen we ook wel samen op pad. Maar "vissen op afstand" is iets dat we nagenoeg altijd samen deden en meestal nog pal naast elkaar, ieder met twee hengels op een voerstek. We bouwden samen een voerstek op en visten er ook samen op. Samen vissen hield in samen praten, kletsen en discussiëren over onze hobby: aas, technieken, 'watersense', artikel besprekingen, landelijke en regionale meeting, de natuur om ons heen, zo'n beetje alles bespraken we. We probeerden theorieën te doorgronden, andere karpervissers en hun denkwijze te begrijpen, van hun te leren. Daar hebben we uren met elkaar over gesproken.
Maar we gingen om te vangen. En we vingen ook. We vingen daardoor vaak samen Maar we "blankten" ook samen. Maar als we vingen, dan beloofden we samen de run de dril, het landen en het fotograferen. Elkaar de vis gunnen. Misgunnen was er niet bij. Jezelf ook een grote karper gunnen, daar is niks mis mee. En natuurlijk kan je niet altijd samen tevreden huiswaarts keren en horen teleurstellingen er ook bij. Goed vismaten begrijpen dat en weten daar op een juiste wijze mee om te gaan.
Maar het is een heerlijk moment om in het bijzijn van je vismaat een prachtige vis te vangen. Zijn aanwijzingen tijdens de dril, het landen van de karper. Het klopje op je schouder als je over een zware karper heen buigt bij het onthaken. Even een vreugde kreet uitkraaien. Alleen beleef je het absoluut anders. Natuurlijk geniet je ook als je alleen een mooie vis vangt, maar toch...
Samen dus! Onze bivvy 's staan dan ook naast elkaar. Zo we zouden snurken, dan konden we dat van elkaar horen. We proberen de bivvy 's zo dicht mogelijk bij de waterkant op te stellen. We hebben een periode extension-boxen gebruikt, maar zonder werkte ook prima, want onze optonics produceren genoeg lawaai. En zo'n gillende loudspeaker in je bivvy is ook niet alles. Bovendien stellen we de hengels zo dicht mogelijk bij de bivvy op. Wij zijn van het type dat snel wil reageren. Verhalen van mensen die alle tijd nemen begrijpen we niet zo. De hengel moet als het ware vanuit de bivvy van de steunen te graaien zijn. Wat de materialen betreft gebruikt de een (Jan) bait-runners en de ander (Kick) gewone molens met gesloten beugels in combinatie met een rod-lock. We doen niet moeilijk over hengels, onderlijnen, lood, haken, etc. Juist omdat we risico-volle plaatsen bevissen geven we voorkeur aan dikke lijnen, niet vanwege de trekkracht, maar omdat het langer duurt voordat zo'n lijn door schuurt. We gebruiken WS-haken (maatje 6) en ze bevallen ons goed. Een kwestie van vertrouwen. De ervaring leert dat het 9 van de 10 keer goed zit. Losschieters zijn uitzondering, evenals echt verspelen.
Een groot landingsnet bleek al gauw onmisbaar, zeker bij de jacht op grote jongens en zeker in het donker. Nadat het te kleine balcomb net in het donker voor enkele bloedstollende momenten tijdens de dril zorgde (weer mis) bracht Co Sielhorst uitkomst door voor ons een groot net met extra lange steel te produceren. Het enige nadeel van dit net is het feit dat een kleine karper er soms moeilijk in terug te vinden is.
Het is al ochtend als ik van Jan wakker schrik. Hij schreeuwt "Kick, Kick!" ik spring op van mijn stretcher en ren paniekerig mijn bivvy uit. ik zie Jan wat ongelukkig met een hengel in zijn hand staan. Zijn andere arm hangt er maar een beetje raar bij. Zijn slip giert het uit. ik begrijp de situatie niet zo goed, ben ook nog niet helemaal goed wakker. Heb geen optonic gehoord. "Mijn arm slaapt!" roept Jan. En reikt mij de hengel aan. De slip staat helemaal los. Jan had er 's ochtends een derde hengel bij uitgegooid en bij gebrek aan een optonic de slip open gezet in de veronderstelling wel wakker te worden van de ratelende slip bij een run. Hij werd dus te laat wakker en tot overmaat van ramp had hij op zijn arm gelegen, waardoor zijn linkerarm slap. Hij kon de slip niet meer dichtdraaien en de slinger niet bedienen. Het kwaad was al geschied. De karper had vele meters van de spoel genomen en had zich kriskras door het plompeveld een weg geboord. Ergens aan de andere kant van het plompeveld heeft hij zich van de haak weten to ontdoen. In de tussentijd heb ik een paar keer met mijn ogen geknepen en geknipperd, want ik zag het allemaal niet zo scherp. Opeens had ik door dat ik mijn bril niet op had. We hebben nog vaak aan dit lachwekkende incident moeten denken. De blinde leidt de lamme!
Kick Gereke
Dressuur
De rivier die wij bevissen wordt de laatste jaren behoorlijk intensief bevist door karpervissers uit de wel zeer wijde omgeving. De vraag of er sprake is van dressuur ligt dan ook voor de hand. Daar kunnen wij wel het een en ander over vertellen en we willen dan allereerst een terugblik werpen in de aardappel periode. Er werd toen amper gevoerd (door ons), maar de hengeldruk was vooral o bepaalde bekende en goed vangende stekken enorm. Een bekend voorbeeld hiervan is de brug die bij Leerdam de beide oevers van de rivier met elkaar verbindt. Hier werd nadat Kick er de eerste karper had gevangen, op een roggebrood deegbal, door de toenmalige lokale carp-scene alle aandacht op gericht. De stek werd van 's morgens vroeg tot 's avonds Iaat intensief bevist, men zat er soms zij aan zij en viste met aardappel of maïs. Het leverde een groot aantal aanbeten en karpers op, dit alles duurde hooguit anderhalf seizoen. Daarna was voor het vangen van karper bij de brug weer de doorzettermentaliteit nodig die wij gewoon waren op de rivier en aanverwante wateren. Wij zagen wel karper springen, maar aanbeten bleven op enkele uitzonderingen na uit. Verandering van aas, methode, enz. brachten geen verbeteringen. Na enkele jaren en na vele pogingen van lokale en niet-lokale karpervissers er een karpertje te pikken raakte de brug zijn magische naam van ideale stek kwijt. Tot een aantal jaren later er iemand op het idee kwam om er in oktober met boilies te voeren en er gewoon overdag een paar uurtjes te gaan vissen. Zijn resultaten waren verbluffend en gaven de brug weer de magie die hij na de vangstloze jaren was kwijt geraakt, het vervolg kunt U verder wel invullen, ja zeker het werd de eerste jaren weer druk. Nu anno 1994 wordt er nog zeer frequent 's nachts gevist en nog frequenter gevoerd, soms door drie man te gelijk. Er is met wisselend succes nog een leuke karper te vangen, maar de room is er weer duidelijk af.
Hoe is nu het een en ander te verklaren? Wij denken dat een en ander duidelijk te maken heeft met stekdressuur. Er werd een periode zeer intensief gevist en menige karper wordt gehaakt en nog meer raken in paniek door het gedrag van hun gehaakte soortgenoot. Dit alles mondt uit in een totaal mijden van een stek of in het niet langer op een stek naar voedsel zoeken, dit laatste verklaart het nog wel waarnemen van karper op zo'n stek. Wij hebben in de afgelopen jaren beide situaties op meerdere stekken meegemaakt, als we een stek totaal afroomden dat wil zeggen zeer intensief bleven bevissen na een voercampagne. Het voorbeeld van de brug geeft aan dat door het met rust laten van een stek de oorspronkelijk situatie weer kan terugkomen, al zal de stekdressuur wel sneller terugkeren na het bevissen door de negatieve ervaringen die versnelt naar boven komen bij de karper. Nog een leuk (nou ja?) voorbeeld hiervan zijn een aantal voorjaarsstekken (paaiplaatsen) die we al jaren hebben bevist. Ook hier kon je na de ontdekking ervan met gemak (aardappel, maïs + een pennetje) een leuke vis vangen. Als collega-vissers er echter lucht van kregen en ook eens lekker op zo'n stek tekeer wilde gaan was het binnen twee seizoenen gebeurd, de karper ging wel ergens anders paaien en bleef veel verder uit de kant en was moeilijk te benaderen.
Het is een hete dag geweest deze 28-ste mei. Het is 18.00 uur en ik weet al waar ik heenga om de altijd aanwezige honger naar karper te stillen. De stek is mooi en op de oevers van de grote kom is het rustig, de kom bestaat uit een ondiep gedeelte wat langzaam tot twee meter diepte afloopt en bedekt is met een groot plompeveld. Hier en daar steken enorme takken uit het water, ten teken dat er onder water nog veel meer enge zaken liggen. De oever is dichtbij de waterkant nogal drassig, en als je tijdens een dril dit vergeet zak je voor je het weet tot je knieën in die vieze zwarte modder. Als ik de auto boven aan de dijk neerzet kan ik de kom al overzien, en de eerste karpers worden al snel waargenomen. Behoedzaam waad ik naar de stek. Het zweet breekt me al uit als ik de karpers als donkere schaduwen vlak onder het wateroppervlak zie schuiven. Een ding valt me direct op:
Ze komen niet meer tot vlak onder de kant. De muggen wel, deze zijn er al vroeg bij al is het fanatisme nog niet zo groot als verder in het seizoen. ik probeer door wat voerplekjes aan te leggen met maïs en kikkererwten de in grote getale aanwezige karper in mijn aas geïnteresseerd te krijgen. Andere jaren leverde dit binnen een uur wel een mooie wegloper op, echter dit seizoen wordt de stek dagelijks door anderen bevist en de schrik zit er goed in bij de karperpopulatie. Na drie uur alle trucs toegepast te hebben die ik ken ga ik dan ook moedeloos huiswaarts.
N.B. Een aantal dagen later lukt het toch nog, een mooie 24-ponds spiegel komt na een titanen gevecht op de kant.
Jan den Hartog
In de afgelopen jaren hebben we nog niet echt dressuur op het veel gebruikte boltrig-systeem bemerkt (wij bleven vangen !), al horen we de laatste tijd steeds meer geluiden van collega-vissers die hier op kunnen wijzen. Met de bolt-rig geen runs, terwijl er gevist met de pen wel vissen worden gevangen. Dit is in ieder geval een ontwikkeling die ons in de toekomst dwingt tot aanpassing van onze vismethode, tenslotte willen we nog steeds met enige regelmaat een karper in ons landingsnet krijgen. Is er sprake van dressuur dan is verandering van methode, aas etc, maar vooral van stek een must, wie zich niet tijdig aanpast zal zijn vangsten beslist terug zien lopen, ook op de rivier.
Trekgedrag
Het trekgedrag van de karpers en zeker dat van de grotere exemplaren heeft ons al bezig gehouden zolang wij op de rivier vissen. Waar gaan de karpers heen en wanneer of te wel waar moeten we ze zoeken. In het voorjaar is dat meestal gemakkelijk, zeker in de tijd dat er nog een gesloten seizoen was lagen de karpers in april/mei lekker te zonnen. Deze plaatsen waren meestal ook de paaiplaatsen en de karper was er dus ook te vangen, dat moge duidelijk zijn. Maar dan, waar trekken de karpers dan heen? Hot zou natuurlijk ideaal zijn als je dat voor de verschillende periodes (lente, zomer, herfst en winter) in kaart kan brengen, ons is het helaas slechts ten dele gelukt. In de afgelopen jaren hebben we een beperkt aantal vissen gedubbeld en dit gaf op een enkele uitzondering na niet echt aan dat de karpers enorme afstanden aflegden.
Wel opvallend is het feit dat we meerdere keren grote karper een jaar later in dezelfde periode op dezelfde stek opnieuw vingen, met soms nog hetzelfde aas. We durven dan ook te stellen dat een grote karper vrij honkvast is. Wij hebben dan ook al tegen elkaar gezegd dat willen we een keer een 35+ pond karper vangen we op die stekken moeten blijven vissen waar we in het verleden reeds 30+ ponders vingen. We gaan dan uit van de theorie dat grote karper, afhankelijk van het jaargetijde, zich in een holdingarea ophoudt en dat voor meerdere jaren achter elkaar. Voorwaarde is wel dat er de nodige rust is, dus geen bovenmatig hengeldruk op de stek.
ik heb een dag vrij eind juni. Gisteravond heb ik nog 2 kilo maïs op een aantrekkelijke plaats gedeponeerd met de bedoeling er de volgende morgen al vroeg met het pennetje te gaan vissen. Vroeg werd uiteindelijk 10.00 uur, vroeg opstaan valt niet meer mee. Toch ga ik met een heerlijk gevoel vissen, als ik de maïs op de hair rijg en mijn pauwenpennetje te water laat om er eens goed voor te gaan zitten. Meestal vang ik hier behalve karper veel tot zeer veel rietvoorns, dus als mijn pen binnen een minuut al plat ligt en langzaam verdwijnt ben ik niet echt verbaasd. Dat ken ik wel als ik na de aanslag de massieve weerstand van een karper voel. Na een, vanwege de in het water liggende takken spannende dril zie ik, als hij in het landingsnet ligt, pas hoe groot hij is. Vrij snel zie ik iets bekends aan deze forse schubkarper, zo'n typische massief gebouwde karper heb ik pas ook nog gezien. Het vergelijken van de dia's bewees dat mijn vermoeden juist was. Ongeveer drie weken eerder heeft Kick hem ook al gevangen, met boilies op een enorm maïstapijt, ongeveer twee kilometer stroomafwaarts.
Jan den Hartog
Op zich lijkt het bovenstaande wel zeer summier, maar toch kunnen wij er iets mee doen. In het voorjaar weten we waar we de eerste karpers kunnen verwachten en gedurende het verdere seizoen hebben we een groot aantal stekken, waarvan we weten dat de karpers in een bepaalde seizoensperiode aanwezig zijn en op dat moment gaan wij er op vissen, meestal gaan deze stekken ons karper opleveren. Het is opvallend dat vooral op deze stekken af en toe "oude" bekenden weer in ons landingsnet terecht komen, en nu maar wachten tot een aantal van die zware twintigers of lage-dertigers uitgegroeid zijn en over de vijfendertig pond heen gaan. Wij hoeven u natuurlijk niet te vertellen wie er dan helemaal uit hun bol gaan.
Statistiek
Een van de zaken die we deden toen we, ieder op zijn eigen manier, de karpervisserij zijn ingerold is het bijhouden van een logboek. U kent dat wel (hopen we!), alles werd bijgehouden van vistijd/datum, vangtijd, gegevens van de vangst(en), aas, uitrusting, weertype, windrichting, water-en buitentemperatuur etc. Nu is het bijschrijven van de vangsten voor ons althans een ritueel wat we nog steeds graag uitvoeren, maar vraag ons a.u.b. niet om alle andere bovengenoemde zaken nu nog steeds bij te houden.
We hebben het meerdere jaren volgehouden, maar uiteindelijk vonden we het toch erg deprimerend om in het logboek te moeten lezen hoeveel keer we wel niet veer Jan met de korte achternaam hadden zitten vissen. Echt bruikbare informatie leverde het dan eek niet op, gelukkig maar, nu kunnen we gerust en hoopvol gestemd gaan vissen bij welk weertype dan eek. We zijn wat dat betreft in de afgelopen jaren nogal eens vissers tegen het lijf gelopen die beweerden: Als de wind uit die hoek komt dan blijf ik thuis. Terwijl wij zelf zoiets hebben van "als je thuis blijft, vang je zeker geen karper". Dit laatste hebben we overigens in de afgelopen jaren meerdere malen kunnen bewijzen.
Het was een koude, regenachtige dag in mei(1984) en er staat een krachtige noord-oosten wind. 's Morgens heb ik nog één van mijn toenmalige vismaten aan de telefoon gehad, zijn advies is duidelijk: Het kan nooit wat worden vandaag met dit weer, de temperatuur is in één keer vijf graden gedaald en met deze wind kan je het wel helemaal vergeten. Hij bleef dus thuis, onder deze weersomstandigheden had hij nog nooit een schub kunnen vangen. Aan de ene kant leek het idee om thuis te blijven wel aantrekkelijk, maar aangezien ik toen helemaal bezeten was van het karpervissen en ik in de afgelopen dagen redelijk tot goed gevangen had was ik niet meer te stuiten. Om 10.00 uur zit ik dan ook diep weggedoken onder de paraplu achter mijn met aardappels beaasde hengels, in de lijnen wakers van aluminiumfolie die vreselijk heen en weer slingeren in de wind. Binnen vijf minuten loopt de waker van mijn linker hengel traag omhoog. Als 's middags om 14.00 uur de thuisblijver langskomt en als eerste zegt "Niets zeker vandaag he, ik had het toch gezegd!" kan ik hem melden dat ik ondertussen drie gave schubkarper rijker ben. ik heb zelden iemand gezien die zo met stomheid geslagen was.
Jan den Hartog
Gelukkig kan je als je zoals wij alleen vangsten en zekere karperaanbeten bijhoudt toch nog wel enige statistiek bedrijven, zij het met de nodige kanttekeningen.
Voor dit hoofdstuk hebben we twee interessante items bij de kop genomen (hierbij zijn alleen de vangst gegevens van Jan gebruikt):
A. In welk jaargetijde worden de meeste karpers gevangen.
B. Welke uren springen er echt uit.
A.In welk jaargetijde worden de meeste karpers gevangen?
We hebben Jan's logboek er eens bij open geslagen en hebben de gegevens op een
rijtje gezet. Voor het gemak hebben we het jaar in zes periodes verdeeld, t.w.:
1.januari, februari en maart
2.april en mei
3.juni
4.juli
5.augustus en september
6.oktober, november en december.
Daarna hebben we de vangsten in grafiek uitgezet (afbeelding 1). Overduidelijk springen periode 2 en 5 eruit.
Er zitten aan zo'n overzicht natuurlijk nogal wat kanttekeningen, b.v. hoeveel uur word er per periode gemiddeld aan het vissen besteed? Dit wordt dus voor ons een probleem, wij houden dat niet precies bij. Wel globaal aan te geven hoe het visseizoen er normaal gesproken uitziet, met deze kanttekening dat we op die momenten dat de karpers echt los zijn zoveel mogelijk tijd investeren in de visserij. Andersom gaat dit ook op, als de vangsten sterk terug gaan lopen of er amper meer een vis to vangen is, zullen we eerder minder dan meer gaan vissen. Meestal vervallen we dan weer in het struinen langs de oevers om op deze manier andere stekken te kunnen observeren.
Jan: In de maand mei had ik in de meeste jaren een tweetal weken vrij genomen speciaal voor de karpervisserij. N.B. ik viste dan meestal overdag vrij actief met de pen! Het feit dat periode 2 er zo uitspringt spreekt voor zich, immers de "Lente-kick" zorgt voor de nodige karpers. In de maanden juni, juli, augustus werd gelijkmatig gevist, het aantal geviste uren zal geen drastische verschillen opleveren. In september zat er meestal wel een weekje vissen in. De visserij in de maanden oktober en november komt pas de laatste jaren goed op gang. In de eerste twee maanden van het jaar wordt zelden te nooit gevist, en als er gevist wordt dan meestal op de platbekkarper.
Het seizoen start voor ons meestal (afhankelijk van de zon-uren!) halverwege de maand maart, de eerste vissen op natuurlijk water worden dan vrij snel gevangen, we weten dan waar we ze kunnen verwachten. Daarna treedt er vaak een vangstloze periode in, de vissen lijken onvindbaar, die pas in de maand mei omgezet wordt in dagen van eindeloos vis(vangst)plezier (paaiplaatsen).
Gedurende de rest van de zomer is het zoeken geblazen, goed letten op jumpers, zon-aanbidders etc., na een aantal jaren weet je de "hot-spots" wel (helaas steeds meer andere karpervissers ook). De herfst maanden (vanaf september) zorgen nog vaak voor positieve uitschieters, zeker wat gewicht betreft, een van Jan's grootste karpers tot nog toe (een schubkarper van 34 pond) ving hij begin november om 24.00 uur bij een luchttemperatuur van -7 C

B.Welke uren springen er echt uit
Voor de riviervissers hebben we nog een grafiek gemaakt (Afbeelding 2). Van vier seizoenen, 87/88/89/90 hebben we de vangsttijden in grafiek uitgezet. We zijn uitgegaan van de nachtvisserij, beginnend om 20.00 uur en eindigend op 09.00 uur. We hebben een indeling gemaakt met dertien punten: Runt 1 = 20.00-21.00 uur, punt 2 = 21.00-22.00 uur etc. Het eerste, wat opvalt is dat de top van 22.00 tot 02.00 uur ligt. Ten tweede, wat ons tegenvalt is de piek van 's morgens, we zouden die hoger hebben verwacht, zeker gezien onze vroegere ervaringen. Een goede conclusie zou kunnen zijn: Als je alleen tijdens de meest produktieve uren wil vissen, dan is het voor deze rivier om 02.00 uur wel gedaan. En inderdaad toen wij nog veelal alleen 's avonds karperden vingen we ook best goed, door de nachtvisserij kunnen we wel veel meer uren maken, maar het rendement is zeker niet recht evenredig met het aantal geviste uren. Gelukkig toch maar dat die onverwachte vangsten diep in de nacht, al die uren goed maken die wakend (of is het slapend) op de stretcher worden doorgebracht.
Praktisch alle nachten is gevist op voerplekken, we hebben steeds 's avonds gevoerd.
N.B. Het is u waarschijnlijk opgevallen dat in de grafieken op de Y-as de getallen ontbreken, dat hebben we bewust gedaan. Wij achten het weinig zinvol om een ander met aantallen te confronteren, behalve dat iemand er gefrustreerd door kan raken of er een lachstuip van krijgt, heeft het geen vergelijkingswaarde als het aantal geviste uren er niet bij vermeld staat (en dat houden we dus niet zo goed bij). Het gaat ons om de verhoudingen tussen de verschillende punten op de X-as.

We hebben de afgelopen jaren van diverse mensen vragen en/of commentaar gehad op deze grafieken. Een van de vragen was b.v. stel dat je niet 's avonds om 20.00 uur, maar 's morgens om 06.00 uur de sessie zou beginnen en dan steeds tot de volgende morgen door zou vissen, zou dan de beste vangtijd misschien 's morgens vroeg liggen? Aardige vragen, maar wel moeilijk te beantwoorden. Het is natuurlijk wel aardig om over dit soort zaken te filosoferen (b.v. aan de waterkant), maar wat we hebben geprobeerd is om de resultaten te presenteren, en daar voorzichtig wat opvallende zaken uit te lichten. We wilden hierbij niet al te veel op mogelijke hypothetische dwaalsporen terecht komen, maar voor wie dit wel wenst: GA UW GANG MAAR!
Epiloog
Het schrijven van een hoofdstuk over je eigen karpervisserij is niet altijd even makkelijk. Zeker, een aantal pagina's tekst zijn zo in een tekstverwerker geramd, maar wat je wilt is dat jouw verhaal bij de toekomstige lezer goed overkomt. Dit wordt des te spannender als je een verhaal gaat schrijven met z'n tweeën. Het bespreken wie wat gaat schrijven, het schrijven zelf en het op het laatst samenvoegen van de verschillende stukken om het tot een geheel te smeden is ons prima bevallen. We moeten er wel bij zeggen dat er momenten zijn geweest waarop we dachten "waar zijn we aan begonnen?". Een van die momenten was toen Kick met de vraag kwam "ik ben mijn floppy met het artikel kwijt, die heb ik toch aan jouw meegegeven?". Gelukkig was er nog een uitdraai, want de floppy was verdwenen.
Tenslotte willen wij de KSN danken voor het feit dat we al deze vis-ervaringen hebben kunnen beleven. Het is een ontwikkeling geweest die vele jaren in beslag heeft genomen en o.a. tot stand is gekomen door het vele praten over het karpervissen aan de waterkant, maar zeker ook in de afgelopen tien jaar op de landelijke meetings van de KSN. Ook op de regio-avonden (zelf zijn we een aantal jaren met veel plezier rregiovertegenwoordigervan regio Utrecht geweest) hebben we met zeer veel bekende en ook minder bekende karpervissers van gedachten kunnen wisselen en ook vooral veel ideeën kunnen uitwisselen, die in de praktijk ons de nodige karpers opleverden.
Afgezien van het feit dat wij dit hoofdstuk met plezier hebben geschreven, blijft voor ons het belangrijkste dat u/jullie er minstens zoveel plezier aan hebben beleefd en het hopelijk nog meerdere malen gaan lezen.