Rot@ry Letter
10.3 Riviervissen
Michel Hollaar
vorige
Inleiding
Van de kleine Franse rivieren van Chris neem ik jullie weer mee terug naar die Grote Plons waar Boudewijn al het een en ander over heeft losgelaten.
Die Grote Plons ?? Ja, want dat eindstuk van de Grote Rivieren waar ik zeer regelmatig mijn rig te water laat meet een lengte van ca 50 kilometer heeft een breedte van 1 tot 4,5 kilometer en een wateroppervlakte van zo'n 15.000 ha. Ik denk dat je dan wel over een Grote Plons mag spreken.
Helaas is ongeveer de helft van de oevers geannexeerd door onze " veelal gevleugelde vrienden " en derhalve tot natuurgebied en dus voor ons verboden gebied verklaard.
Verder liggen er vanuit de overige oevers enorme ondiepe platen die zich tot 500 meter uit de oever voortzetten. Op deze ondiepe platen kom ik onder de alinea Stekken terug.
Net als Chris zal ik de door Boudewijn opgezette lijn volgen in deze Rivier Rotary.
Karperbestand op de rivier
Chris heeft het over verschillende stuwstukken met totaal verschillende bestanden. Maar ook op die Grote Plons geldt dat je op de ene stek vrijwel alleen de kleinere karpers zal vangen en op de andere stek minder maar wel zwaarder je net intrekt.
Verder heb ik in de loop der jaren een opmerkelijk verschil ( 4 - 5 pond ) in gemiddeld gevangen gewicht van de ene oever t.o.v. de andere oever waargenomen. Deze waarneming is niet alleen op mijn eigen vangsten maar ook op de vangstgegevens van mijn collega's gebaseerd.
Spiegels zijn zeldzaam hier, die 2% die Boudewijn noemt zal niet ver van de werkelijkheid vandaan zijn.
![]() |
| Zeldzaam Spiegeltje |
In zijn inleiding spreekt Chris over een grotere kans op een megaverrassing van een Franse Rivier maar als ik kijk wat er de afgelopen tijd is geopenbaard ( dat is volgens mij de clou namelijk, we zijn hier nou eenmaal niet zo scheutig met onze openbaringen ) aan Nederlandse Rivierverrassingen, dan denk ik dat er hier, in onze rivieren, ook nog wel een paar hele aangename surprises rondzwemmen.
Stekken
De vaargeul is voor mij vanaf slechts enkele stukken oever bereikbaar. De in het verleden enkele tientallen keren dat ik in de vaargeul en op het talud langs de vaargeul heb gevist waren niet erg succesvol en ik heb me er de laatste jaren ook niet meer aan gewaagd.
Ik heb me gespecialiseerd op de talrijk aanwezige ondiepe platen die niet zelden starten op slechts 50 cm diepte in de kant en langzaam maar zeker aflopen tot een 2,5 meter diepte op soms wel 500 meter uit de oever.
Op die ondiepe platen zijn diverse geultjes te vinden die in het late voorjaar en gedurende de zomer als ware trekroutes gebruikt worden in de dan welig tierende wiervelden.
Regelmatig vinden we op deze ondiepe platen ook grote mosselbanken. De ware hotspots ?
Met een beetje investering in tijd voor wat peilwerk niet zo moeilijk te vinden allemaal.
Waarom nou die ondiepe platen ? Het lijkt wel of slechts een enkeling daar ook wil vissen. Lekker rustig dus en daar hou ik wel van en daarnaast is het uiteraard niet geheel onbelangrijk dat ik regelmatig een leuke karper op mijn onthaakmat mag begroeten.
Mijn stekkeuze word wel bepaald aan de hand van de weersvoorspellingen. Ik vis graag op reeds aangevoerde stekken en omdat diverse stekken bij sommige weersomstandigheden onbevisbaar zijn kijk dus wel naar de weersvoorspellingen want om ergens te gaan voeren waar ik niet kan gaan vissen is er bij mij niet bij. Het nachtvissen mag dan wel het hele jaar, alleen een tentje is veelal uit ten boze. Aan alle wildkampeerders hebben ze hier in deze toeristisch aantrekkelijke omgeving dan ook een broertje dood.
![]() |
| Welterusten, geen Tentje ! |
Trekgedrag
Over trekgedrag hebben Boudewijn en Chris wel genoeg geschreven. Wel wil ik ' Vlekkie " even terughalen. Wie weet waar dat beest allemaal naar toe zwemt, daar hebben we geen idee van natuurlijk, maar het blijft wel opmerkelijk dat deze karper de laatste 3 jaren altijd op hetzelfde stuk eruit komt en dat er dan ook altijd een flinke voercampagne aan vooraf is gegaan. Die flinke voercampagnes gebeuren vanzelfsprekend ook op andere delen maar daar is die tot op heden voor zover bij mij en een flink aantal collega's bekend nog niet gevangen.
Getij en Stroming
Getij, binnen een uur of twee een lager waterniveau van 50 cm is geen uitzondering. Gezien de breedte van gemiddeld een 2,5 kilometer is de stroming niet dusdanig dat er met extreem zware loodgewichten gevist hoeft te worden. Ik gebruik zelf tot maximaal 120 gram. Bij afgaand water blijven de aanbeten wel veelal uit.Vanaf het moment dat het water weer langzaam begint te stijgen, beginnen de aanbeten ook weer te komen.
Boudewijn en zijn Nieuwe Maan / Springtij theorie zal ik dit jaar eens nader voor hem gaan bijhouden. Wie weet kunnen we deze theorie wat kracht geven...
Niet dat ik er speciaal sessies op zal gaan plannen, integendeel zelfs, als ik kan vissen en de weersomstandigheden laten het toe, dan ga ik ook. Al teveel verschillen tussen allerlei theorieën en diverse praktijkgevallen gezien en meegemaakt...
![]() |
| De Maan en Springtij |
Aas en voeren
Chris heeft het over zo ruim mogelijk opgezette voerplekken, zelf ben ik daar ook een groot voorstander van. Voerplekken van 250 x 80 meter zijn zeker geen uitzondering. Die 80 meter heeft overigens alles met mijn werppijpkunsten te maken. Ik krijg mijn boilies simpelweg niet verder.
Waar ik in het verleden nog gewoon een driekwartier tot een uur in de auto stapte om te gaan voeren en om daarna datzelfde eind weer terug te rijden, gaan de laatste twee jaar gewoon mijn hengels mee. Op de twee voeravonden word er dus eerst gevist en als de hengels zijn binnengedraaid word er ruim gevoerd. ( meestal het restant van een 5 kilo zak ) Dan bij aankomst voor de langere weekendsessie wordt er eerst weer aangevoerd en daarna worden de hengels pas opgetuigd en op de gekozen plaats gedeponeerd.
![]() |
| Voeren op de ondiepe platen |
Ik vis en voer alleen nog maar met freezers. Mijn favoriete keuze is hierin de 25 mm scopex birdfood freezer . Met die zoete 25 mm bol heb ik gewoon het minste last van witvis. Als je met vismeelboilies aan de gang bent gegaan, kunnen met name winde's een ware plaag zijn.
Particles gebruik ik vanaf de kant niet meer.
Mosselbanken ware hotspots ? Ik voer en vis dus altijd naast die mosselbanken, ik zie het nut er niet van in om mijn boilies direkt op een natuurlijke voedselplaats te deponeren. Nu heeft de karper de keus, de moeilijkheid op de mosselbank of de relatieve makkelijke vreten op de boilievoerplek. De grotere karper zal dan veelal voor de makkelijke boilievoerplek kiezen. Bijkomend voordeel is ook nog dat je geen vissen meer verspeeld omdat je voorslag weer eens is doorgesneden op die mosselbank.
Tot slot had Boudewijn nog een opmerkelijke afsluiting over mais.
En om in zijn woordenschat te blijven ook mijn allergrootste is afkomstig van die Grote Plons en gevangen aan een paar korrels blikmais.
Michel Hollaar
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox






