Rot@ry Letter
11.4 Obstakelvissen
Mark Hofman
vorige
Ik heb aardig wat ervaring met het vissen bij obstakels, vandaar dat ik het leuk vind dat er de mogelijkheid is om hierover wat op te schrijven en te laten lezen. Ik wil in mijn bijdrage eerst ingaan op de algemene zaken van het obstakelvissen, hierbij zal ik punten van de andere schrijvers aanhalen en mijn visie erop weergeven. In het tweede deel van de rotary wil ik vanuit mijn ervaring jullie een stukje vertellen over extreem obstakel vissen.![]() |
| Een mysterieus eiland wat oprijst uit het water... |
Ik zal gelijk met de deur in huis vallen:
De hengelopstelling vind ik erg belangrijk in deze visserij. Veel mensen verspelen vissen door een verkeerde opstelling. Ik vis met losse steunen bij obstakels, mijn hengels wijzen direct naar mijn stek. Dit uiteraard om de directere indicatie. Wat ik bepalend vind voor obstakelvisserij in mijn set-up zijn mijn hangers en de daarmee gepaarde druk en rek op de lijn. Veel mensen denken hier niet over na. Ik mijn ogen is het belangrijk dat de vis zo min mogelijk ruimte kan nemen nadat hij gekaakt is. Dit is dus een stukje tussen inhaking en aanslag. In dit stukje kan veel verspeeld worden. Ik vind het belangrijk dat mijn lijn zo strak mogelijk gespannen is en dat mijn waker zo goed als helemaal boven aan staat. Bijna strak tegen mijn hengel. Hierdoor wordt a. de vis beter gehaakt vanwege de hogere druk en b de vis kan door de druk minder hard van start.
Het duurde een tijdje voor de eerste aanbeet, maar uiteindelijk kreeg ik 4 piepen. Mijn vismaatje attendeerde mij op een platte slijmjurk.
Wat Marijn dan opmerkt over 4 piepen, heb ik bij 1 piep. 1 piep is bij mij hangen. Bij 4 piepen ben je er te laat bij. Ik vis inmiddels met delkims, die ene piep heb je dus zo. Kan me niks heugen over misslaan of dat soort toestanden. Het is daarom van belang de hengels binnen handbereik te hebben. Overdag ben ik vaak eerder als mijn delkim. Nachts lig ik met een kromme hengel in mijn hand in de slaapzak.
Arjen en Kees haalden het slapen achter de hengels ook al aan. Ik lig dan lekker in mijn Nash ovaaltje met hengels binnen handbereik. Uit mijn ervaringen kan ik geen enkele reden halen om niet nachts bij obstakels te vissen. Het lijkt inderdaad dat de vissen nachts makkelijker van de obstakels af komen tijdens de dril. Hiervoor kan ik echt geen verklaring geven. Kees haalt even het punt aan over verwonden. Hier geloof ik in ieder geval niet in. In de kreet van arjen kan ik me wel vinden.
Persoonlijk denk ik dat een vis precies weet waar hij zich bevindt en hoe hij snel de veiligheid van een obstakel kan bereiken.
Het lijkt mij stug dat een vis het relativering vermogen heeft om in een paniek situatie de link te kunnen leggen tussen obstakel en verwonding. Hoe meer ik daarover nadenk, hoe minder ik daarin geloof. Maar het staat wel bij mij vast dat de vissen overdag er meer moeite voor over hebben om daadwerkelijk de takken in te gaan…
![]() |
| Zo hoog mogelijk bovenin die waker |
We moeten voorkomen dat de vis de takken in gaat. En we moeten voorkomen dat de vis op welke manier dan ook een beschadiging oploopt. Een onderwerp wat daar zeer gevoelig aan verbonden is, is de voorslag. Ik gebruik in geen geval voorslag. Dit gebruik ik niet zo zeer vanuit morele overwegingen, maar meer omdat ik nooit het gevoel gehad heb dat ik een voorslag nodig heb bij 'visuele' obstakels. Met visuele obstakels bedoel ik takkenbossen, bomen, lelies en andere watermonumenten.
Ik vis met 34/100 lijn van PB en was ook nog niet echt op het idee gekomen om met 50/00 uit te pakken, wat Marijn aanhaalt. Ik vind dat wel een goede vervanging van de voorslag als je zonodig iets extreem sterks wil gebruiken. De reden waarom ik geen voorslag nodig heb, heeft met de dril te maken. Een dril bij obstakels vereist heel veel feeling. Toen ik als ventje van 12 bij obstakels viste moesten ze op de weg 100 meter achter de plas brigadiers zetten zodat ik veilig achteruit kon rennen. Gelukkig nu een stuk wijzer. Een stap of twee is meestal al genoeg, je moet alleen goed kunnen aanvoelen wanneer je die stappen kan nemen. Als die vis op snelheid komt heeft het bijna geen enkele zin om te forceren, dat punt van buigen of barsten moet je voorkomen. Je kunt een vis iets meegeven als het moet. Het meegeven doe ik met m'n hengel. Ik trek de hengel hoog en vaak achter mijn hoofd zodat ik speling/ruimte heb om de 'klappen' op te vangen met m'n hengel. Ik vertrouw immers meer op de feeling in m'n hengel dan onnodig werken met de slip. Na een uitval is de beurt vaak aan jou, je voert de druk op, voelt de vis kantelen, ziet een kolk net voor de takken, draait een aantal slagen en de vis zit in veiliger gebied.
Omdat ik het punt van buigen of barsten ten alle tijden wil voorkomen heb ik mijn slip tijdens de hengelopstelling en dril nooit helemaal dicht staan.
Marijn: Mijn slip staat helemaal dicht, zodat de vis geen moment lijn van de molen kan afnemen, totdat ik aangeef dat het wel mag en mijn slip weer een beetje open zet.
Het is een spel van geven en nemen. De vis mag van mij dus best ruimte nemen. Het is absoluut niet zo dat ik bepaal wanneer ik de vis weer lijn geef. Als mijn hengels in de steunen liggen te rusten, staat de slip altijd net genoeg open om lijn af te kunnen geven. Hij staat dus wel zwaar. Als je slip helemaal dicht staat en je komt in een onverwachte situatie terecht, waarbij het allemaal iets anders verloopt als normaal dan hoeft er geen punt te komen van barsten of hengels te water. Bij dit stukje nog iets kort over de weg van de minste weerstand. Het is mij nog zelden gelukt om een vis van richting te veranderen door opeens vanaf een andere kant weerstand te geven. Dit speelt daarom bij mij in mijn obstakelvisserij geen enkele rol.
![]() |
| Ken je stek ten alle tijden goed en kom niet voor verassingen te staan... |
Rigs
Ik ben niet heel technisch van aard als het op rigs aankomt. Ik gebruik een onderlijn die voor mijn visserij uitstekend voldoet. Een omschrijving van deze onderlijn staat in het laatste artikel van Michiel Pilaar in het blad 'De Karperwereld'. Deze onderlijn pas ik in bijna alle situaties toe. Mijn gedachte gang over mijn rig staat vooral in het teken van subtiliteit en balans. Ik vis niet groter met haakmaat 8, maar hier ga ik nu verder niet op in.
De rotary's kunnen niet te lang worden. Ik kan me nog veel verder uitweiden over voeren en verschillende soorten stekken. Ik wil echter nog een stuk kwijt over een visserij die de andere nog niet aan hebben gehaald en wat ik veel toepas. Zowel statisch als met korst. Het gaat hierbij om het boven op de vis zitten en gelijk landen…
![]() |
| Terug zetten op nog geen meter vanwaar ik hem haakte... |
Het eiland
Dit is een obstakelstek die ik afgelopen twee jaar regelmatig beviste... Het gaat hier om een eilandje wat onder water staat. Het eilandje ligt ongeveer twee meter uit de kant. Vanuit dat eilandje steken dikke boomstammen en takken het water uit. Deze takken staan dus deels onder water. Het is bijna vanzelfsprekend dat deze 'spot' karper aantrekt, voornamelijk een aantal karpers die alleen hier rond zwerven( maar dat is een ander onderwerp). Ik wilde perse deze stek bevissen, omdat een targetvis van mij er vaak zou rond zwerven. Een vriend van mij had er een aantal jaren geleden tevergeefs geprobeerd karpers te vangen, het draaide uit op een drama. Laat ik het samenvatten en stellen dat hij er geen een landde maar er genoeg gehaakt had. Opmerkelijk daarbij was, hoe verder hij bij het obstakel vandaan ging vissen, hij verspeelde ze alsnog.
Ik wilde er sowieso vissen en vanuit zijn bevinden kon ik concluderen dat er een andere aanpak vereist was.Ik ging er daarom niet vanaf vissen, maar er juist helemaal tegenaan. Ik liet mijn rig tussen kant en eiland zakken onder mijn hengeltop. ( zie tekening ). Iedereen die mijn stek kende of wie ik het vertelde verklaarde me voor gek. Ik heb er twee seizoenen zo gevist, alle topvissen gevangen en er hooguit 4 verspeeld.(zie verder op). Waar ik met dit verhaal op uit kom is iets wat ik in de rest van mijn obstakelvisserij maar vooral ook korstvisserij heb toegepast. Het verrassingseffect. Bijna de helft van mijn gevangen vissen daar zat binnen twee minuten in mijn net. De vissen wisten niet wat hun overkwam, ze waanden zich volledig veilig in deze omgeving. Zodra de vis gehaakt was zat ik er gelijk boven, de vissen kwamen snel aan het oppervlakte, spartelden wat en gelijk mijn net eronder. Geloof me, ik hoefde echt niet hard te drillen.
![]() |
| Een dikke beer bij de takken weggetrokken en gaan schrammetje te zien... |
Paar puntjes op deze situatie:
Deze anekdote wil ik jullie niet onthouden!
Tijdens een dril in het licht bij het bovengenoemde onderwater eiland maakte ik wat moois mee! De schub die gehaakt was lag een meter of wat uit de kant een beetje door het water heen te ploegen. Hij kwam duidelijk niet uit de droomcategorie. Mijn net lag al te water. Opeens zie ik vanuit mijn ooghoek iets in het water zwemmen, vlak voor de kant. Als ik goed kijk zie ik mijn target onder mijn net doorzwemmen richting de takken. Ik sta zowat verstijfd te kijken. Als hij net uit het zicht is draai ik mijn slip losser, geef wat lijn zodat ik achteruit kan lopen naar mijn tent. Ik pak een hand boillies en voer deze bij de takken. Daarna dril ik trillend op mijn benen de schub binnen. Hij was gelukkig al buiten adem, maar het bleef een groot risico wat ik aan was gegaan. De daarop volgende nacht zit ik gespannen en vol verwachtingen weer aan het water. Na slecht een klein uurtje vissen krijg ik een oploper waarna ik m'n hengel de lucht in 'knal' een minuut later ligt mijn target verwart in mijn net.
![]() |
| Eens op weg naar de top, nu getekend voor het leven... |
Hierbij mijn bijdrage. Ik hoop dat we een leuke discussie op het board tegemoet gaan. Normaliter reageer ik zelden op het board. Nu houd ik het goed in de gaten en zal reactie plaatsen mocht het voor een mooie discussie volgen!
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox








