Rot@ry Letter
12.3 Stekkeuze en Aanpak
Peter Otte
vorige
Goed dat het winter is, het maakt nu niet uit of je een uurtje meer of minder tegen dit scherm aan zit te turen. Net de rot@ry betaalwater achter de rug, ligt er al weer een E-mail van onze kapitein op het rotaryschip klaar. "Nee zeggen is moeilijk hé Bart".Waarom een bijdrage leveren als het op stekkeuze aankomt. Het antwoord is vrij eenvoudig, stekkeuze bepaalt in belangrijke maten mijn vangst resultaten. Niet in het aquarium waar ik nu op kijk. Want waar ik mijn voer ook gooi in die bak, de snelle groeiers van spiegels weten de pellets toch wel te vinden. Nee, op de plas waar ik het met jullie als eerste over wilt hebben, komen voor mij veel plekken voor waar in een bepaalde periode weinig tot geen karper zich ophoudt. Kan je die plekken wegstrepen scheelt dat al een heel stuk in uren dat je er voor Jan met de korte achternaam zit. Ben je zoals ik een natuur gek compenseert dat veel, de nachten dat ik mijn hengels links liet liggen en in het pik donker de betovering van de sterren over me heen liet komen dat wil je niet weten. Zitten aan de waterkant van het betreffende water maakte een waterkaart van de HSV mij veel duidelijk. De oppervlakte van het water is een kleine 20 ha en een zandafgraving, de aanwezige taluuds lopen er vrijsnel af met een paar ha waar maar een meter water stond. Dat taluud naar het ondiepe moest zeker in het voorjaar vis opleveren. De rede dat ik er ging vissen was het bestand, via een bestuurslid van het water die ons op het plaatselijke kanaal (waar ik straks op terugkom) vertelde dat er in die stad zoveel 20 kilo vissen rond zwommen. Een ieder hoort wel eens van die berichten, maar ja, foto's zijn een stuk zeldzamer dan de verhalen die je hoort. Het water had nog een opvallendheid, een stukmuur van gestorte bakstenen moest zeker vis op leveren. Een bezwaar was er wel, die kanten waren met de auto niet te bereiken en er liepen wat vleeskoeien rond, de rede dat vele voor de makkelijkste weg kozen. Toch vreemd, die gemakzucht, wel graag grote vis willen vangen maar geen visspullen op je nek willen nemen. Bij hondenbezitters die langs kwamen viel mijn aanwezigheid op. Ik kreeg een keer de vraag of ik van de politie was, die de omgeving in de gaten hield. Een begrijpelijke vraag, mijn hengels stonden uit het zicht en criminaliteit kom je vandaag de dag als je om je heen kijkt overal wel tegen.
![]() |
De voorjaarstek
Met de boot kon ik de voorjaarsstek goed uitpeilen. Een flat die aan de overkant was een richtpunt, onder mijn eigenkant een boom die pal achter mijn stond. Het taluud waar ik evenwijdig opstond en de verbinding was naar het ondiepere gedeelte werd op een punt wat onderbroken, dit punt moest me mijn stek worden.Hoe dit punt te fixeren was de volgende opgaven. Een lijnclip is leuk, maar er goed mee te werken is iets anders zeker als een karper gehaakt is geeft het de nodige problemen. De oplossing werd me in het verleden door een goede vriend aan de hand gedaan. Eenmaal op het juiste punt door mijn rig uit te varen, ging mijn lijn achter de clip, na hem binnen gedraaid te hebben liep ik mijn lijn uit tot de clip, het uiteinde markeerde ik net als het punt op mijn molen met een stok in de grond. De keren dat ik er visten kwamen er telkens vis uit, tot op een keer de stokken in het gras verdwenen waren. Die nacht werd het op de gok vissen, wel evenwijdig met het taluud maar vissen kwamen er niet uit. Het leuke van de stek was dat de keren dat ik er dat voorjaar gevist had mijn andere hengel zowel op het ondiepe als links ervan geen vis opleverde. De rede voor mij dat de juiste stekkeuze zo belangrijk is. Zo vond ik voor het eerst vissend op een nieuw water tussen het wier een open plekje, het was aanleiding om de vraag bij me te stellen: "waarom is die plek van een vierkante meter open? Voedsel"! Die stek leverde me gelijk die nacht een vis van 36 pond op, toeval?
De zomerstek
De stenenmuur aanpakken was de volgende uitdaging die me te wachten stond, de grootste vissen van de plas hadden mijn landingsnet nog niet gevoeld. Ook hier was een taluud aanwezig. Ik ging net langs de gestorte stenen zitten, op een diepte van 4 voor de ene en 6 meter voor de andere hengel. Hier koos ik wel voor een stek opbouw, drie avonden tegen het donker ging er 1kg boilies en 1 kg tijgernoten in. De tweede avond kwam er al letterlijk karper uit, een koe en riet versperde mijn uitzicht maar met een harde klap werd ik er bij mijn aankomst begroet. Het vertrouwen dat de stek vis op zou leveren was hier mee geschapen. Waarom hier wel kiezen voor een stekopbouw ten opzichten van mijn voorjaarsstek. De glooiing in het taluud van mijn voorjaarstek was die rede, een natuurlijke of een andere oorzaak was dat de rede dat die glooiing daar aanwezig was. Voor vissen een logische overgang naar ondieper water, waar op de zomerstek geen sprake van is. Het bestand aan grote vissen wat de plas bevolkte kwam er die zomer uit. De jongens die langs de weg visten vingen ook vis, alleen toen ik er was waren het wel de kleinere vissen. Toeval? Voor in dit geval voor mij niet. Wel kostte die stek me veel onderlijnen en haken, de aanwezige stenen zijn hier debet aan. Een veronachtzaming die ik regelmatig aantref als ik andere karpervissers bezig zie. Vlees pakken in de bek vooral bij grotere vissen is er dan niet bij, die bekken veelal oranje, bruin verkleurd voelen aan als kraakbeen. Opvallend dat dergelijke grote vissen ondanks dat zij in de loop der jaren regelmatig het net gezien hebben, weinig last van papegaaibekken hebben is mijn ervaring althans. Nu ik er toch over heb, dit onderwerp komt op de voorjaarsmeeting van de KSN uitgebreid aanbod in een forum discussie.
Kanaal
In eerste instantie kwam het kanaal waar ik het hier over heb als een bakwater waar weinig variatie in zit, het pijlwerk in de winter bracht toch wat leuke zaken aan het licht. Koos ik in eerste instantie om te pijlen aan de kant voor een gewone werphengel met lijn en een stuk lood, naderhand koos ik voor een vaste hengel waarmee ik met een stukjes gekleurd plakband al de gemiddelde diepte aangegeven had op ongeveer een meter uit de kant.Door te prikken in de gaten die ik er tegen kwam kon je voelen of er zich slip en takjes in die kuilen bevond. Was dat aanwezig een rede om er niet te gaan vissen, door het opzuigen van voedsel delen en zand zal je er een schone bodem aantreffen. Naderhand ging ik het anders doen, een net met een lange steel stelde me instaat nog beter er achter te komen of zich er bladeren en takjes in de kuilen aanwezig waren. Hierdoor ben ik instaat duidelijke keuzes te maken, die kennis geeft me meer macht en daardoor een voorsprong op andere vissers.Het ontstaan van dergelijke kuilen houd me ook bezig, toeval daar geloof in niet in. De waterverplaatsing die er plaats vind als een beetje karper draait zal een rol spelen is mijn gedachten.
Op een ander stuk kanaal koos ik als stek die van gestorte stenen die daar aangebracht waren om afslag van de kanten tegen te gaan. Door net achter de overgang van de stenen en de vaargeul te vissen bracht in de eerste jaren regelmatig vis op de mat. De echte doorbraak in mijn vangsten kwam toen ik op de plek ging vissen waar in het verleden een sluis had gelegen. De bodemstructuur was hier anders en die kennis speelde een duidelijke rol in mijn vangsten. De gunstige tijd om aan je vissen te komen is er erg wisselvallig, wel speelt de scheepvaart er een rol. Valt die stil zaterdag in de vooravond, dan lopen je vangsten er beduidend terug. In de havens die er liggen is hier weer minder sprake van. De slechte bereikbaarheid maakt dat de vissen zich hier minder schuw gedragen. Krijg je een kans dergelijke stekken te bevissen maak er dan gebruik van. Wat het voeren aangaat, veel en regelmatig brengt zeker meer vis in je net. Lokalen hebben op kanalen zeker een voorsprong op jongens die er instant vissen.
![]() |
Vragen?
Het vissen over stenen en een taluud zoals hier boven roept bij mij wel vragen op, lijnen lopen dan immers niet over de grond. Algemeen wordt aangenomen dat karper dergelijke plekken mijden als zij met strakke lijnen in aanraking zijn geweest. Mijn ervaring anders, de rede dat ik het met het bekende korreltje zout neem. Vissen begeven zich van nature heel vaak tussen takken en andere obstakels om te schuilen of te eten. De vraag komt bij me op, zijn vissen in staat de combinatie en verschil te maken tussen strak door het water lopende lijnen en andere obstakels. Die plekken gaan mijden, of bij aanraking er vandoor gaan. Nu neemt iedereen het klakkeloos aan, echt gedegen onderzoek is er bij mijn weten nog nooit gebeurd.
Zomaar andere na apen of klakkeloos iets doen, levert vis op. Kennis ontwikkelen en op de juiste manier toepassen geeft behalve de lol als zaken voor je gevoel bevestigd worden, meer vis op is mijn overtuiging.
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox




