Rot@ry Letter
12.4 Stekkeuze en Aanpak
Stefan Slechten
vorige
Vooraleer ik aan de slag ga met mijn rotary over stekkeuze en aanpak van nieuw water wil ik op de eerste plaats mijn mede-rotaristen bedanken voor hun duidelijke en doordachte bijdrage. Jeroen en Peter hebben al een aantal belangrijke zaken benadrukt van stekkeuze en aanpak op nieuw water. Ik zal proberen om mijn gedachten en tactieken, theorieën en ideeën zo concreet mogelijk op te schrijven. Een uitgebreid onderwerp als dit zul je nooit op een aantal A4'tjes kunnen uitleggen, maar ik ga een poging wagen! Ik zou ervoor kunnen kiezen om in te gaan op de zaken die Jeroen en Peter hebben aangedragen, maar het is misschien nog wel interessanter voor de lezer om vier verschillende visies te lezen, om dan uiteindelijk zelf te kiezen welke manier van aanpak het beste bij hem of haar past. Laten we dan ook beginnen bij het begin..Voordat ik begin wil ik zeggen dat er eigenlijk geen handboeken te schrijven zijn voor het aanpakken van nieuwe wateren. Ieder water is uniek in zijn soort, ieder water heeft zijn eigen kenmerken en karaktertrekken, en op ieder water zwemt een ander slag vissen. Dat heeft dan vooral betrekking op variabelen, waar we er in deze karpervisserij al zoveel van hebben. Toch heb ik in mijn nog prille loopbaan als karperprutser toch wat ervaringen opgedaan bij het aanpakken van nieuwe wateren.
![]() |
| Nieuwe jachtgronden.. |
Laten we beginnen bij het begin, de keuze van een nieuw water. Bij het kiezen van een nieuw water spelen er voor mij een aantal aspecten mee. Op de eerste plaats dienen er grote vissen te zwemmen. Dat klinkt misschien wat cru, maar ik ben karpervisser, en ik vang graag zoveel en zo groot mogelijke karpers, en die zijn alleen te vangen op wateren waar ze zitten.
Daarnaast bevis ik graag een water van een wat lastigere moeilijkheidsgraad, daar ik wel van uitdagingen houdt. Ik haal er zelf veel meer voldoening uit als ik op een lastig water toch mijn vissen weet te pakken met mijn eigen tactiek. Tot slot vind ik het ook belangrijk dat ik rustig mijn ding kan doen op een water. Begrijp me niet verkeerd, wateren die grote vissen herbergen trekken ook vissers aan. Maar dit zijn dan wel vissers waarmee je serieus en op een leuke manier een concurrentiestrijd kunt aangaan. Je komt natuurlijk nog steeds een hoop rotzooi tegen, en het gaat er niet altijd even aardig en eerlijk aan toe in het karperwereldje. Toch zijn mijn ervaringen met deze wat lastigere wateren toch positief te noemen.
Als ik een water gevonden heb wat mij aantrekt dan wil ik zoveel mogelijk te weten komen over het water. Van dieptes tot bestand, van vangstplaatsen van vissen tot aasvoorkeur van de vissen. Bij mij gaat er dan ook enorm veel tijd in de voorbereiding zitten, misschien nog wel meer als dat het bij Jeroen en Peter het geval is. Een goede voorbereiding is meer dan het halve werk!
Andere vissers
De verkenning van een water begint meestal met een aantal rondjes om het water. Hierbij let ik in eerste instantie voornamelijk op aanwezigheid van karpervissers. En geloof me, hoe goed de vissers zich ook denken te verstoppen, ik weet ze altijd te vinden. Als je er getraind in bent zie je zo het verschil tussen gras wat platgetrapt is door koeien, en gras wat platgetrapt is door vissers. Als je op een zonnig weekend rond het water loopt vind je bijna altijd wel wat karpervissers, en daar probeer ik dan voorzichtig wat informatie los te peuteren. Veel karpervissers zijn lekker loslippig, maak daar dus gebruik van. Als je ze op een eerlijke en fatsoenlijke manier benaderd kan je heel veel informatie ophalen.
Naast karpervissers kun je ook veel informatie krijgen bij witvissers. Ze kunnen je bijvoorbeeld wat vertellen over de witvisstand, en zij weten vaak ook precies hoeveel karpervissers er aan het water bezig zijn. Witvissers zijn kantvissers, en je kunt er zo ook mooi achter komen of hij veel beten krijgt langs de kanten. Het zijn allemaal kleine details, maar je weet maar nooit waar je het voor kan gebruiken. De witvissers die je aan een water tegen komt zijn doorgaans wat ouder, en kunnen je ook veel vertellen over de historie van een water. Let wel op, je zult goed moeten filteren, want 9 van de 10 witvissers zijn nog veel beter in het vertellen van sterke verhalen, dan dat wij karpervissers dat zijn.
Tot slot zijn er nog snoekvissers, en deze gasten kunnen je heel vaak veel vertellen over de dieptes op een water. Ook snoekvissers zoeken graag taluuds, dieptes en ondieptes op, en weten zo dus ook precies hoe een water in elkaar steekt.
Diepteverloop
De keuze van je stekken bepaalt in sterke mate hoeveel vis je gaat vangen, en hoe succesvol je zult zijn op een water. Ik hoef het belang van de stekkeuze dus ook niet te onderschrijven, lijkt mij.
Als je praatjes hebt gemaakt met medevissers, en je hebt na de nodige rondjes een beeld van de aanwezige stekken, dan begint het echte werk pas. Al die informatie die je hebt gekregen, waarvan vaak meer dan de helft verwaarloosbaar of gelogen is, zul je moeten verwerken, en vervolgens aan de hand van je eigen ervaringen op andere wateren vertalen naar het water waar je nu bent. Simpel gezegd, logisch gaan nadenken dus.
Jeroen heeft in zijn Rot@ry al uitgebreid gesproken over de manier waarop je moet peilen, dus hier hoef ik geen uitleg meer over te geven. Wel is het interessant om te weten hoe de dieptes zijn op het water waar je gaat vissen. Het is misschien wat cliché, maar richels, taluuds, plateaus, uitlopers, grindbulten en harde platen zijn in heel veel gevallen, en op heel veel wateren, de betere stekken. Wanneer ik op een water ga peilen, dan doe ik dat ook goed, en dan laat ik geen enkel hoekje van het water ongepeild, hoe karperloos het er ook uit ziet. Ik heb té vaak meegemaakt dat je juist in zo'n hoeken veel vissen vangt. Ik kies er zelf voor om minimaal één keer met de boot en dieptemeter over het water te gaan (mits dat toegestaan is) om een globaal beeld te krijgen van het bodemverloop. Ik sla alles op in mijn koppie, en ga achteraf verder met de peilhengel en dobber. Ik ben te slordig om gegevens te noteren in een boekje, maar onthoud in de regel wel wat interessant is, en wat niet.
![]() |
| Aanwijzingen… |
Vooral wanneer de wateren niet groter zijn dan pakweg dertig hectare. Als ik alles gepeild heb met de dieptemeter en met de peilhengel met dobber, ga ik vaak nog een aantal keren gewoon met hengel en lood terug naar het water. Op die manier probeer ik de bodem een beetje te "voelen". Soms stuit je nog op een harde plek, of op juist een zachte plek. Ik blijf het maar herhalen, je kan je voorbereiding niet goed genoeg doen, het levert je écht meer karpers op!
Drukte
Nadat ik gepeild heb, en alle stekken duidelijk in mijn hoofd heb begint de puzzel alweer wat completer te worden. Een ander zeer belangrijk aspect van de keuze van een stek is de mate waarin een stek bevist wordt. Jeroen had het hier al eerder over, en hij geeft aan dat moeilijk bereikbare stekken juist niet meer rendabel zijn vanwege de intrede van rubberbootjes (en ook voerbootjes Jeroen?). Gelukkig heb ik hier (nog) geen last van, dus hier is het wel nog zo dat lastig bereikbare stekken soms extra vissen opleveren. Maar ook hier is het weer een wet van meden en perzen, en valt er nooit duidelijk een verschil op te merken. Geloof me als ik zeg dat ik al wat onmogelijke stekken bevist heb, waar een hond nog niet zou schijten, maar het levert niet altijd wat op.
Drukbeviste stekken zijn druk bevist om verschillende redenen. Meestal heeft dit te maken met bereikbaarheid. Een karpervisser is van nature een beetje lui en loopt niet echt graag veel en ver met al zijn zooi. Daarnaast trekken standaard voor de hand liggende karpervis plekken als punten en bruggen ook vissers aan als vliegen richting de stront. Als laatste kan het gewoon ook zo zijn dat er op een bepaalde drukbeviste stek 1 bepaalde dikke vis vaker gevangen wordt, of juist heel veel (relatief kleine) vis gevangen wordt. Minder druk beviste stekken zijn vaak een tegenstelling van het hierboven geschrevene. Ze zijn vaak ver lopen, moeilijk bereikbaar, of ze worden als niet interessant gezien door de aanwezige locals. Vaak heeft dit ook te maken met het aantal vangsten op een stek. Hoe moet je nu in godsnaam een stek kiezen? Ikzelf probeer af en toe de vergelijking te maken met het op stap gaan. Soms wil je gewoon scoren, en soms wil je juist niet veel scoren, en echt voor dé mooiste meid in het café gaan. Hier pas je ook je keuze op aan qua uitgaansgelegenheid. Het café waar groot geadverteerd wordt met happy hour en waar een hoog breezersletten gehalte is, is bij uitstek geschikt om even goedkoop te scoren. De wat rustigere cafés waar wat meer mensen van hoger niveau komen herbergen vaak ware schoonheden, maar hier zul je ook alles uit de kast moeten trekken om ze te "vangen". Het moge duidelijk zijn dat de kans op scoren in laatstgenoemd café stukken minder is.
Zo is het in principe ook bij het vissen. Op ieder water heb je stekken waar je makkelijk veel vissen vangt met een relatief laag gewicht, en je hebt stekken die bekend staan om de grote vissen, waarbij het wel vaak blanken en investeren geblazen is. Ikzelf probeer meestal een balans te vinden, waarbij ik in eerste instantie toch neig naar de stekken waar meer vis te vangen is. Als je veel vangt kun je ook veel leren, en op zo'n stekken valt ook heel veel uit te proberen. Je komt er vrij snel achter de aasvoorkeuren van de vissen, en je kunt een rig kiezen die past bij de hardheid of zachtheid van de bek van de karper. Zie het als een soort van voorspel op het grotere werk, zodat je in ieder geval goed voorbereid te werk gaat. Om eerlijk te zijn ben ik het vangen in seriewerk na een tijdje wel wat moe, de uitdaging is dan immers een beetje weg, en dan ga je vanzelf de lastigere stekken op het water opzoeken, om toch eens gericht achter die biggen aan te gaan. Soms vang je ze heel snel, en soms duurt het tijden voor jouw targetvis op de kant hebt (hè Bart).
![]() |
| 100+ hectare, 30 uur observeren, 2 weken voeren, 10 minuten vissen.. |
Grote vissen zijn in de regel toch wat honkvaster, en worden vaker in bepaalde sectoren van het water gevangen. Ik heb tot nu toe nog zelden meegemaakt (uit eigen ervaring en die van anderen) dat een grote vis ineens compleet aan de andere kant van de plas gevangen wordt. Ook hier kan je jouw voordeel uithalen. Het heeft natuurlijk niet veel nut om in een hoek van het water te gaan vissen waar die grote vis nog nooit gevangen is. Vaak is het wel zo dat de andere locals dit ook weten, dus hier zul je toch wat inventiever te werk moeten gaan. Maar ook hier geldt, gebruik je koppie, en doe anders als de rest! Let wel op, ik spreek hier over wateren van pakweg 30 hectare. Op kleine putjes heb ik wel juist de ervaring dat vissen soms wegtrekken van bijvoorbeeld de kant van het water waar je mag nachtvissen, en waar de hengeldruk dus ook hoger ligt.
Weersinvloeden
Ik moet eerlijk bekennen dat ik niet zoveel let op weersinvloeden, daar dit ook weer per water verschillend is. Op het ene water vang ik juist veel met volle maan, terwijl ik dan op een ander water voor Jan met de korte achternaam vis. Op het ene water is het goed om op de windkant te gaan zitten, en op het andere water is het juist goed om uit de wind te gaan zitten. Iets met variabelen, weet je nog..
Ik denk dat iedereen daarentegen wel weet dat je aan het water moet zitten als het gaat regenen na een lange warme periode, als de zuid-wester flink op de kant beukt en als de eerste warme zonnestralen op de ondiepe hoek van het water schijnen. Het zou dan ook wat overbodig zijn om deze zaken nogmaals te benoemen.
Zelf vis ik het liefst met wat regenachtig weer, waar de zon af en toe door breekt. Tot slot wil ik over dit onderwerp nog zeggen dat ik de luchtdruktheorie van Bart serieus volg, het kan geen kwaad om die gegevens te gebruiken, waar het kan.
Tactiek
Je hebt je stekken gekozen, en je bent helemaal klaar om vis te vangen. De onthaakmat is al nat gemaakt, de weegzak ligt klaar en je hebt al een steun in de grond geveegd om de vis te zakken. Maar hoe ga je in godsnaam de stekken bevissen.
Bij het kiezen van een bepaalde tactiek van een water probeer ik een combinatie van factoren te gebruiken. Natuurlijk maak je gebruik van de informatie die je hebt opgedaan uit gesprekken met andere vissers, uit observaties en uit het peilwerk, en uit je analyse van het aanbod aan stekken.
Het zou dom zijn om de aanpak van anderen compleet te kopiëren, maar het zou ook weer dom zijn om de ervaringen van anderen zomaar naast je neer te leggen. Balans is ook hier weer het juiste woord. Het onderschrift van Bertil zegt het eigenlijk al. Maak gewoon gebruik van de ervaringen van anderen, en voorzie het van jouw eigen sausje.
![]() |
| Anders doen dan anderen op een drukbeviste stek… |
Persoonlijk kies ik er toch voor om zoveel mogelijk mijn eigen weg in te slaan, noem het koppigheid, maar het heeft mij tot nu toe nog geen windeieren gelegd. Ik probeer zoveel mogelijk gebruik te maken van de informatie die er al is, en ik maak hier kleine aanpassingen in. Voert iedereen voor, dan doe ik het niet of compleet anders (1kg op 1 hectare), voert niemand, dan kies ik er juist voor om wel te voeren. Ik ben nooit iemand geweest van het storten zonder verstand, voer met beleid, en doe er je voordeel mee. Het is een misvatting dat je veel moet voeren om veel vis te vangen. Over voertactieken kan ik vrij kort zijn, ik probeer te ontdekken hoe de rest voert.. en vervolgens doe ik het helemaal anders. Dat verschilt zo enorm per situatie dat ik nog zeker 10 A4 nodig heb om die tactieken allemaal te beschrijven, en dat wil ik jullie besparen. Wil je het écht weten, spreek me dan aan op de landelijke KSN meeting, schuif me een biertje in mijn handen, en brand los.
Naargelang de situatie voer ik dus wel of niet voor, om vervolgens de eerste sessie te gaan vissen. Daar ik student ben zijn mijn weekenden vaak drukker dan mijn doordeweekse dagen, en vindt mijn visserij vooral doordeweeks plaats.
Meestal vis ik van 8 uur in de avond tot een uur of 8 in de ochtend. Ik doe dit niet alleen in verband met tijdgebrek, maar ook omdat ik zo min mogelijk mijn lijnen in het water wil hebben. Dat klinkt misschien wat vreemd, maar het komt je vangsten niet ten goede als er 72 uur aan een stuk lijnen over je voerstek gespannen liggen. Hoe langer vissen op je stek kunnen azen zonder dat ze verstoord worden, hoe meer vissen er langs zullen komen. Toch kies ik er steeds vaker bewust voor om op bepaalde wateren in de weekenden te gaan vissen, omdat daar juist weer doordeweeks veel vissers zitten. Ook hier geldt, doet iedereen A, doe ik B. Ik kies er vaak voor om zoveel mogelijk tijd te creëren waarin er voer op de stek ligt zonder lijnen, om vervolgens op korte termijn mijn vissen te vangen, en weer weg te wezen. Zo is de stek zo weinig mogelijk verstoord.
![]() |
| Behandel de bewoners van je water met respect… |
Ik heb het gehad over voeren, en de manier waarop ik vis, en het enige onderwerp met betrekking tot taktiek waar ik nog niks over gezegd heb is rigs. Dat komt misschien omdat ik hier vrij luchtig over denk. Ik moet een rig hebben die goed haakt, en waar ik vertrouwen in heb. Ik weet niet hoeveel mensen de lezingen van Bart gezien hebben, maar zonder afbreuk te doen aan Bart en zijn vangsten, je moet eens opletten hoeveel grote, schijnbaar lastig vangbare vissen, gevangen worden aan relatief simpele rigs. Mijn laatste anderhalve meter bestaat doorgaans uit 1 meter zinkende tube, een safetysysteem met wartellood, en een gevlochten rig van 20lb, met een haakmaat 8, waarbij ik de haaksteel wat verleng met krimpkous, en een lange hair. Het is mooi om te zien hoe sommige mensen hun vangsten ophangen aan een bepaalde bol, of aan een bepaalde haak. Misschien heeft dit wel te maken met promotionele gedachten, of misschien denken ze niet zo ver door. Je zou bijvoorbeeld kunnen zeggen dat de 1-3-5 mix van Kwint en Schut een écht goede mix is die écht vernieuwend is, maar voor hetzelfde geld is het gewoon een verkapte promotiecampagne voor Sensas. Zeg iemand dat je met 4 van de 10 ingrediënten superveel vis vangt, en diegene koopt alle 10 de ingrediënten om te kijken wat de juiste combinatie is. Let op, ik veroordeel niemand, het is slechts een gedachte. Ook dit is een hele discussie waard, maar laten we het daar nu maar niet over hebben, misschien een andere keer.
Tot slot
Ik heb geprobeerd om onderwerpen uit het geheel te lichten, die voor mij van waarde zijn, en die ik van belang acht bij het wel of niet succesvol zijn op een water. Hetgeen ik hierboven geschreven heb is slechts een klein fragment van de manier waarop ik mijn visserij aanpak, en de manier waarop ik tegen mijn visserij aankijk. Ik ben natuurlijk ook niet zo gek om al mijn troeven op tafel te leggen, ik wil het andere locals op mijn wateren niet al te makkelijk gaan maken :. Het belangrijkste in mijn visserij is de uitdaging, of dat nu op een putje is van 5 hectare of een groot meer of een grote rivier. Ik heb het vrij lastig gevonden om mijn gedachten op papier te zetten, maar ik hoop dat ik geslaagd ben in mijn opzet, al heb ik het gevoel dat ik nog heel veel ben vergeten op te schrijven. Zo'n rotary is toch niet zo makkelijk als het lijkt. Ik heb het eerder al gezegd, karpervissen is een geval van enorm veel variabelen, en iets wat dit jaar perfect werkt kan het volgende jaar totaal niet meer werken. Gebruik je koppie en durf om het anders te doen dan de rest. Vis met aas en rigs waar je vertrouwen in hebt en laat je niet te veel afleiden door wat die bobo's in de KW allemaal neerpennen. Trek je plan en vang je vis! Het is natuurlijk overbodig om tegen jullie te zeggen dat je de medevissers en andere bewoners van het water met respect en eerbied dient te behandelen, en dat je rotzooi meeneemt naar huis.
Om maar af te sluiten als een ware chauvinist;
"Tot geer allemaol un super seizoen maag hubbe, en vaangze !"
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox







