Rot@ry Letter
13.2 Kanaalvissen
Marijn Ham
vorige
Het is niet makkelijk om na zo'n kwalitatief goede rotary van Brecht nog enigszins wat nuttigs te vertellen (of eigenlijk schrijven) over kanaalvissen. Ik heb een paar aanknopingspunten gevonden om toch nog wat op papier te zetten en mijn kijk op het kanaalvissen te geven. Nu ik hier aan ga beginnen verwacht ik al vele hoofdbrekers omdat ik liever niet al teveel in herhaling wil vallen van wat mijn voorganger reeds heeft geschreven. Ik neem eerst een slok sterke drank om de geest even te verruimen, dat wil wel eens helpen tijdens het schrijven. De kanalen die ik heb bevist en bevis zijn misschien net weer iets anders dan de kanalen waar Brecht het over heeft gehad.Het begin
Aangezien ik vroeger als kind in een klein gehucht woonde met enkel wat slootjes waar geen noemenswaardige karpers zwommen, trok het grotere water toch aan, al moest ik er een aardig stukje voor fietsen. In het begin visten we voornamelijk struinend met een pen, in de zijtakken van het kanaal. We kwamen er snel achter dat tussen de woonboten, steigers en bruggen goed vis te vangen was. Terwijl we veel brasems vingen, pakten we tussen de bedrijven door dat eerste jaar aardig wat karpers en wisten we allebei ons record meermaals te verbeteren. Het jaar erop wilden we het nog beter gaan aanpakken en wilden we zelfs voordat we gingen vissen op de betere stekken voorvoeren. Dat jaar ging er een wereld voor mij open.. Doordat we begonnen te voeren, vingen we ineens veel minder brasem, maar veel meer karper. Dat jaar ging voor mij een wens in vervulling,… Eindelijk een vis van boven de 25 pond!
Na dat leerjaar zijn we overgestapt naar het statische vissen en hebben we ons puur gericht op dat stuk kanaal en later zijn er ook andere kanalen bijgekomen waar wij aardig wat uurtjes hebben gevist.
Stekkeuze
Het is vaak erg lastig om een goede stek te vinden, maar er zijn wel degelijk enkele hotspots waar je goed vis moet kunnen vangen.
Het voorjaar
In het voorjaar bevis ik altijd de ondiepe platen van het kanaal, veelal zijn dit de kantstekken, maar ook in bochten van kanalen kom je vaak ondiepere stekken tegen. Waar ik op let is de zon als ik zo'n stek bepaal. Een ondiepe plaat waarbij de zon zoveel mogelijk uren per dag op schijnt zijn bij mij de beste stekken gebleken. De vissen trekken er in het voorjaar graag naartoe om lekker van het zonnetje te genieten en als daar dan ook een lekkere hap ligt…
Veelal vallen 's nachts de aanbeten op de ondiepe platen een beetje stil, maar dat kan je opvangen door 1 hengel op het aflopende talud te leggen, waardoor je op 2 paarden kan gokken.
Overige stekken die productief zijn gebleken zijn jachthavens en sluizen. Het nadeel is dat deze relatief wat drukker worden bevist. Als de watertemperatuur boven de 15 graden komt dan maken de vissen zich klaar voor de paai. Ze trekken dan massaal naar de paaigronden en als je de aanzwemroutes weet naar deze stekken, kan je leuke sessies meemaken en binnen een paar sessies een groot aantal mooie en vooral zware vissen landen.
Zomer Na de paai trekken de vissen veelal weer terug naar het kanaal en kan het grote vreetfestijn beginnen, tijd om een goede stek uit te kiezen en deze maar eens flink te bevoeren.
Mijn persoonlijk voorkeur gaat uit naar aanzwemroutes naar en van de jachthaven, zo kun je de trekkende vis goed opvangen op hun weg naar en hun weg van de jachthaven.
Overige stekken waar goed vis te verwachten is zijn plateaus, schuine taluds en als je het geluk hebt om een klein geultje te vinden… Dan kan het grote incasseren beginnen.
De stek die ik jaren heb bevist was dan ook een aanzwemroute naar de jachthaven toe. Op het plateau vond ik een geultje, bijgestaan door een mosselbank. Op deze stek heb ik een hele leuke tijd gehad, waarbij er iedere nacht meer dan 10 vissen op de kant kwamen. Het mooie van het kanaal is het wisselende gewicht van de vissen. Je kan zomaar een aantal vissen van 12-15 pond vangen en een uur later kan er zomaar een 30-er op de kant komen. Afijn, terug naar de stekkeuze. Door veel uren langs de waterkant aanwezig te zijn, al dan niet met hengels, ga je bepaalde situaties herkennen en zal je ook merken dat op bepaalde stekken de vissen wel springen en op sommige stekken weer helemaal niet. De aanwezigheid van springende vissen op mijn stek geeft mij vaak het vertrouwen om er eens grondig te gaan peilen en vaak zal je dan ook afwijkende dingen in het bodemverloop zien, zoals een groot obstakel op de bodem, een plateau of een diepere kuil.
Najaar
Het mooie van het najaar is dat de vis helemaal los gaat. Op de meeste kanalen bestaat het woord 'hengeldruk' nog niet en heb je vaak grote stukken kanaal waar je nooit een karpervisser ziet. De tijd van flink doorvoeren en oogsten is aangebroken. Dezelfde stekken als de zomer kunnen worden bevist, al merkte ik wel dat vanaf oktober de aanbeten meer van het schuine talud kwamen, dan op het plateau zelf. Wel zal ik op zoek gaan naar een diepere kuil om deze vanaf oktober voorzichtig aan te voeren en zo een winterstek te creëren.
Winter
In de winter vallen de aanbeten sterk terug, maar door gericht te blijven voeren kan je de vis nog wel redelijk actief houden en zo gedurende de winter nog een vis te kunnen vangen.
Stekken waar de vis zich graag schuilhoudt zijn diepere kuilen en obstakelrijke plekken. Denk aan jachthavens, waar het wemelt van de steigers, maar ook sluizen en bruggen zijn goede stekken voor de winter.
Aas- en trekgedrag
Op kanalen is mijn ervaring dat de vissen de vissen een groter trekgedrag vertonen dan zandwinputten of kleinere plassen. Zo heb ik jaren geleden een volschub gevangen welke 2 jaar daarvoor 16 kilometer verderop werd gevangen! De vis is door 2 sluizen gezwommen om op het water terecht te komen, waar ik hem gevangen had. Ook heb ik gemerkt dat de vissen een bepaald trekgedrag vertonen en daar gewoonweg niet van af willen wijken. De stek die ik beviste (De aanzwemroute naar de jachthaven) werd alleen productief zodra het in de avond begon te schemeren tot 9.00 uur in de ochtend. In de tussenliggende tijd kon je beter je spullen gaan pakken of een boek lezen, want er kwam gewoonweg geen enkele aanbeet!
Op het moment dat de schemer in aantocht kwam, ging je achter de hengels zitten kon je je klok erop gelijkzetten dat de linkerhengel als eerste zou gaan lopen. De vis trok uit de vaargeul het grote plateau op om zo naar de jachthaven te zwemmen. Aangezien ik het plateau redelijk vaak bevoerde wist de vis dat er op het plateau altijd wel wat te vreten lag.
Ik verspreidde mijn voer wel behoorlijk om zo de school vissen uit elkaar te krijgen en dat ze als gekken gingen azen. Als de linkerhengel bij de schemering afliep kon je er ook zeker van zijn dat de vissen weer gingen springen over het plateau. Dit deden ze tot in de ochtend, als dan de linkerhengel rond een uur of 8.00-9.00 afliep wist je dat het over was en de vis weer terug was in de vaargeul.
Ik heb ook een keer een spiegel van 14 pond gevangen, precies om 22.00 uur. Een week later ving ik dezelfde spiegel, op dezelfde stek, op dezelfde boilie en om… 22.00 uur. Ik heb meerdere malen 2 nachten doorgevist en overdag nog nooit een piep gehad, terwijl ik er s'nachts gemiddeld 10 vissen per nacht ving. Door je stekken goed te voeren leer je de vissen dat er op hun route wat te eten ligt en als jouw stek niet geheel op hun trekroute ligt, dan zullen ze gaan aanleren dat ze jouw stek ook op hun route gaan meenemen. Echter: Ga je voeren op een stek waar nooit een vis komt, dan zal je ook nooit de vis op je stek krijgen.
Het is daarom ook best moeilijk om op een kanaal de vis op je stek te houden. Op zandwinputten kan je de vis echt op je stek houden, dan gooi je je aas in op je voerstek en binnen het half uur ligt de eerste vis op de kant. Op kanalen heb ik dat veel minder vaak meegemaakt, enkele keren uitgezonderd. Op de voorjaarstekken heb ik het wel meegemaakt, maar mijn verklaring daarvoor was dat de vis al op het plateau lag in het zonnetje en ze daar ook wisten dat er vaak genoeg wat te vreten op het plateau lag.
Over het algemeen trekken de vissen op kanalen in grote scholen vis. Meestal kan je dan binnen een korte tijd veel aanbeten krijgen, maar zal je niet snel vis boven de 25 pond vangen.
De grotere vissen (30+) zwemmen vaak met een enkele metgezel of een met zijn 3-en. Komen deze vissen op je stek kan je zomaar binnen een korte tijd 2 zware vissen landen. Als er een school kleinere vissen op je stek komt, kan je soms niet genoeg bijvoeren, want dan gaan ze helemaal los. Ook op het kanaal bestaat er voedselnijd en zien eten doet eten. Ik heb het gezien bij een ondiepe stek, waar ik op een rug stond en 1 korst brood te water liet gaan.
Er lagen 7 vissen aan de oppervlakte. Pas na 5 minuten werd mijn korst gevonden en daarna aasden de 7 vissen op alles wat er op het water lag, blaadjes, papier en nog meer troep wat er aan de oppervlakte lag. Ze zwommen als gekken aan de oppervlakte terwijl ze daarvoor rustig aan het zonnen waren. Dat was erg mooi en leerzaam om te zien.
Terug naar de vaargeul; Brecht vertelde in zijn rotary dat hij garag in de vaargeul vist zolang er nog scheepvaart is. Mijn ervaring met scheepvaart is dat ik overdag geen piep in de vaargeul kreeg. Op het moment dat de sluizen dichtgingen (22.00) en de scheepvaart stopte, begonnen de aanbeten in de vaargeul te komen. Terwijl er scheepvaart was ving ik juist mijn vissen buiten de vaargeul, veelal op wat ondiepere stekken.
Aas en voorvoeren
Over aas kan ik vrij kort zijn. Een goede boilie vangt gewoonweg meer vis dan een goedkope ready-made. Het liefst voer ik een aantal dagen voor, voordat ik ga vissen, 2 - 3 kilo verspreidt voeren is in veel gevallen voldoende om de trekkende vis te attenderen op jouw boilies. Mijn ervaring was dat de voorkeur op het kanaal meer uitging naar een vismeelboilie dan een zoete, of een birdfoodboilie. Partikel gebruik ik niet meer, vanwege de grotere hoeveelheid kleine vis die je op je stek krijgt en de brasems die in grote getale neerstrijken op zo'n geel mais tapijt. Mijn ervaring op de meeste kanalen is dat je geen super de luxe boilie hoeft te gebruiken om veel vis te vangen, ingrediënten als aminol en leverpoeder zou ik achterwege laten, want het trekt voornamelijk sneller kleine vis op je aas en het is niet nodig om de aas trukendoos te openen om de vis aan het azen te krijgen. Zien eten doet eten en als de kleinere vissen je voerstek hebben verlaten strijken de grotere exemplaren neer om vervolgens de restjes weg te vreten…
Door je voerstek goed te onderhouden vergroot je de kans op goede en vooral productieve sessies. Ik heb echter weinig verschil in aanbeten gezien als ik 2-3 kilo per dag voerde of dat ik grover voerde en 6-8 kilo per dag voerde. Ook het gewicht van de vissen was niet anders dan dat ik meer voerde. In mijn ogen is het gewoon het belangrijkste de trekkende vis attent te maken op het voedsel dat er ligt en uiteindelijk zullen de vissen hun trekroute aanpassen om jouw stek met grotere regelmaat te bezoeken.
Rigs
Op de meeste kanalen waar ik vis of heb gevist bestaat er weinig tot geen hengeldruk, laat staan dat we er praten over geconditioneerde vissen. Daarom gebruik ik veelal simpele onderlijnen op de kanalen. Op de hardere ondergronden gebruik ik een combi-rig van de Greenhornet, 15 cm lang. Haakmaatje 6 van de G-carp Specilist of de G-carp super haak, maatje 8. Aan de haak een stukje gebogen krimpkous en die moeten het gaan doen en dat doen ze ook. Als ik in bochten van een kanaal vis, gebruik ik meestal een rekker-rig, aangezien de bodem veelal wat zachter is vanwege het in de hoek gestuwde bodem (veelal blubber). Met een rekker-rig heb ik op die stekken eenmaal goede resultaten behaald.
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


