Rot@ry Letter
13.4 Kanaalvissen
Bart van den Hurk
vorige
Als laatste in een rij van 4 rotaristen is niet de gemakkelijkste positie om een waardevolle contributie te schrijven aan deze Rot@ry, toch zal ik hieronder proberen om nog een aantal zaken te vermelden die bij mezelf belangrijk zijn gebleken met betrekking tot de dicipline kanaalvissen. Toch is het een manier van vissen die mij geheel niet vreemd is, het kanaalvissen beoefen ik al sinds mijn twaalfde. In eerste instantie instant op een wat gemakkelijker stuk hier in de regio. Vanaf 1997 startte ik met het voorvoeren en tevens op een moeilijker sluisstuk, een stuk dat ik tot en met 2001 bevist heb en waar ik vele hoogte maar ook dieptepunten heb gekend. De jaren daarna heb ik niet heel serieus meer gevist op kanalen, ik had die visserij wel een beetje gezien. Totdat er op een ander kanaal een hele mooie vis bleek te zwemmen waar mijn aandacht op werd gevestigd, hier heb ik in het seizoen van 2004 dan ook regelmatig gevist.Kanaalvissen is niet de gemakkelijkste visserij, zeker niet als je te maken hebt met scheepvaart op diezelfde waterweg. De beroepsvaart is een belangrijke factor in je visserij op zo'n moment. Ook zijn kanaalvissen veel moeilijker te lokaliseren en veel minder voorspelbaar dan hun soortgenoten op afgesloten wateren. Toch zijn er wel een aantal aanknopingspunten waar je rekening mee kan houden in het bepalen van je stek op een kanaal, dit gerelateerd aan de periode in het jaar.
![]() |
| Bart met een kanaal verrassing |
Stekkeuze
Veel aspecten van een goede stekkeuze zijn in de voorgaande bijdrages al aan bod gekomen, om niet in herhaling te vallen verwijs ik hier dan ook naar, toch zijn er in mijn ogen twee belangrijke zaken die nog bijna niet aan bod zijn gekomen, die zeker wel belangrijk zijn voor de stekkeuze. In deze namelijk temperatuur en zonlicht.
Om met het eerste punt te beginnen, iets dat voornamelijk van belang is in het voorjaar. Bij ons op de kanalen blijkt namelijk dat de meeste vissen zich verzamelen aan de bovenzijde van de sluizen, de kant van de sluis waar het kanaalwater tegenaan stroomt. Dat de vis hier graag in het voorjaar zit is een gegeven, maar het waarom is mijn inziens het volgende. Op een sluisstuk warmt voornamelijk het oppervlakte water op wat stroomafwaarts mee wordt genomen. Dit oppervlaktewater botst als het ware tegen de sluis en je krijgt dus voor de bovenkant van de sluis een wat warmere watertemperatuur dan op de rest van het kanaal. Dat karper graag vertoeft in warmer water is iedereen wel duidelijk lijkt me. Ook is het vaak zo dat de oeverzone aan de bovenkant van de sluis ondieper is dan de rest van het sluisstuk, dit door zand wat meegenomen is door de stroom en als sediment neervalt aan de bovenkant van de sluis. Deze ondiepe zones zijn in het voorjaar echte topstekken om je hengels neer te leggen. Een andere stek is de inlaat van de constante water waterstroom die via een inlaat naast de sluis stroomt. Hier wordt namelijk het warme water weggezogen en is het dus het warmst in het voorjaar. Net voor deze inlaat vissen is vaak ook succesvol.
![]() |
| Kanalen weinig sfeer?? |
Zonlicht is een andere belangrijke factor in de kanaalvisserij, want een kanaalkarper is niet anders aan zijn soortgenoten op afgesloten water. Kanaalkarpers minnen de zonnestralen, zeker de eerste stralen in het voorjaar. Vaak worden de karpers dan gevonden aan de oppervlakte op stukken die relatief veel zonlicht genieten door de dag heen. In de omgeving van deze stekken worden diezelfde vissen vaak dan ook gevangen, over het algemeen in de nachtelijke uren.
Mijn stekkeuze in het voorjaar laat ik dan ook vaak afhangen van de begroeiing rondom het kanaal, kanaalstukken met lange rijen grote bomen zien weinig zonlicht, is daar ineens dan een onderbreking van een honderdtal meter in de bomenrij en ook nog eens lage begroeiing aan de overzijde, dan zijn dit vaak de stekken waar je de vis kan verwachten. Later op het jaar zoeken de karpers juist vaak weer beschutting en dit is vooral goed te zien bij bruggen. In het vroege voorjaar loopt vaak de kant van de brug het best die het meeste zonlicht ziet door de dag heen, dit terwijl na de maand mei juist de zijde van de brug die het minst zonlicht ziet beter is. Dit omdat de karper graag beschutting zoekt en schaduw zien zij vaak ook als een vorm van beschutting.
Voorvoeren en Bijvoeren
IIkzelf ben een echte voerder, tenminste dat ben ik geworden in de loop der jaren. Toch blijken in mijn beleving kanalen vaak de moeilijkste wateren om meerwaarde te halen uit je voorvoeren, vaak is het zelfs zo dat je een goede stek om zeep helpt door er net die paar ons te veel te voeren per dag. Hoe vaak ik wel niet de verhalen hoor dat er instant goed gevangen is door een visser op een stek en dat 4 dagen later na een aantal voerdagen (er zat toch volop vis daar!) het ineens niks meer bleek te zijn. De voercampagne wordt opgegeven en ineens blijkt er weer vis op de stek te zitten. Persoonlijk heb ik het idee dat je op kanalen vaak te veel voert, zeker in het voorjaar blijkt een kilo per dag al gauw funest voor je vangsten, tenminste hier in de regio. De periodes dat ik daadwerkelijk baat heb ondervonden van voorvoeren waren na de paaitijd tot de bouwvakantie en na de bouwvakantie tot half oktober. Tijdens de bouwvakantie, wanneer er nagenoeg geen beroepsvaart is bij ons op de kanalen, blijkt het compleet stil te vallen. Het water wordt kraakhelder en de vis lusteloos, dan zie je maar weer welke invloed de scheepvaart heeft op het al dan niet vangen op kanalen.
Wat betreft voerhoeveelheden, dit verschilt per kanaal en is afhankelijk van de bezetting en het type karper. Zitten er voornamelijk verwilderde mosseletende kamikaze-schubs, dan is die kilo per dag al gauw te veel, terwijl een zoetwaterbuffel in Belgie die ene kilo zelf al snel naar binnen werkt. Over de manier van bijvoeren wil ik wel nog wat kwijt, ik zie namelijk stiekem veel karpervissers over hun lijnen heenvoeren en dit KAN doodzonde nr.1 zijn op de kanalen. Ondanks het gebruik van toplood is een lijn die geheel op de bodem loopt nagenoeg onmogelijk door de glooiingen in de oevers. Toch moet je met je bijgevoerde boilies proberen een karper zoveel mogelijk vertrouwen te geven voordat hij over je aas komt. Zelf voer ik dan ook altijd (mits ik weet van welke zijde ik de vis kan verwachten) buiten mijn lijn, zodat wanneer een karper het aas waarneemt hij eerst de gevoerde boilies eet voordat hij het haakaas pakt. Tijdens dit alles is de kans dat de vis de lijn raakt, visverschrikker nummer 1, zeer gering. Terwijl dit wel aannemelijk is bij het voeren over je hoofdlijn.
![]() |
| Voorvoeren EN bijvoeren! |
Ook voerfrequentie kan van belang zijn op kanalen, het kanaal wat ik in 2004 beviste was gesloten voor de scheepvaart, maar het trekgedrag bleek nog steeds in de aderen van de vissen te zitten. Tijdens een aantal sessies in 2003 en het voorjaar van 2004 waren de resultaten er ook naar en deze vielen erg tegen. In die periode voerde ik elke dag 1 kg boilies. Later in het voorjaar van 2004 gooide ik het over een andere boeg, ik besloot om nog maar twee maal per week te gaan voeren op dezelfde stek. De hoeveelheid schroefde ik wel omhoog, namelijk tot 5 kg per voerbeurt. Ineens bleek het wel mogelijk om de vissen beter vast te houden op de stek en ving ik regelmatig mijn vissen. De kanaalvissen daar bleken wel af te stoppen, maar daar waren grotere hoeveelheden aas voor nodig. Ik ben er wel van overtuigd dat wanneer ik dagelijks die grotere hoeveelheid had gevoerd, ik de stek volledig om zeep geholpen zou hebben (lage bezetting aan karper), heb het dan ook eerlijk gezegd niet geprobeerd.
Aas
In het bovenstaande stuk praat ik enkel over het voeren met boilies, ik doe zelf ook niet anders meer. Dit simpelweg omdat ik wanneer ik ga voorvoeren ook probeer te zorgen dat het grootste gedeelte van mijn voer in de karperbek verdwijnt en het selectief vissen met andere aassoorten is veel moeilijker. Toch blijkt, terugvallend op mijn ervaring op het stuk waar ik eind jaren negentig gevist heb, dat een kleinere diameter boilie vaak veel beter scoort dan een grotere maat. Zeker als we weer praten over de voorjaarsvisserij dan bleek dat ik het drievoudige aan aanbeten kreeg met een kleinere diameter. Gelukkig is het bestand brasem niet denderend groot daar en ook lijken deze snotlappen de boilie niet graag te eten. Heb je veel problemen met witvis, dan ben je haast wel verplicht om met een diameter gelijk of groter als 20mm uit te pakken.
Vis ik instant, dan wil ik er nog wel eens een particle bijhalen, zeker in de zomermaanden heb ik zeer goede resultaten behaalt op simpele zachte mais uit blik. De aantrekkingkracht die uitgaat van deze goudgele korreltjes is niet te onderschatten, maar het inzetten hiervan is ook enkel weer mogelijk als er geen problemen zijn met een witvisstand die het voorzien heeft op ons karpervoer.
Wat betreft de samenstelling en smaak van de boilie heb ik nooit veel verschillen kunnen ontdekken, zowel vismelen als ook zoete smaken deden het goed op de kanalen in onze omgeving. Toch bleek dat tijdens de instant voorjaarsvisserij een zoete boilie het vaak beter deed dan een vismeelbal, zeker op de stukken waar de vissen voornamelijk natuurlijk voedsel eten als hoofdmenu.
![]() |
| Hij moet er wel zitten.. |
Rigs
Tot slot wil ik nog een aantal puntjes kwijt wat betreft de onderlijnen, ik zie veel vissers de meest ingenieuze rigs knopen, onderlijnen die vaak bestemd zijn voor het vissen op afgesloten stilstaand water. Op kanalen kan je ervan uitgaan dat je onderlijn altijd gestekt ligt door de stroming, hierdoor zal het niet veel uitmaken of je nu met een gevlochten onderlijn vist of met nylon, aangezien de vis de gestrekte onderlijn vaak van voren zal benaderen. Om het aas te vinden moet de karper het ook kunnen waarnemen en dit kan door de stroming enkel stroomafwaarts. Na het waarnemen zal deze stroomopwaarts gaan zoeken en de boilie dus ook benaderen aan de meest stroomafwaartse kant, tenminste deze beredenering lijkt mijzelf de meest logische. Dit verklaard wellicht toch de kracht van het monteren van een kurken balletje op de onderlijn of het aanbrengen van elastiek, zodat de karper net die ene centimeter meer heeft om het aas binnen te zuigen en zich op deze manier ook te prikken. Zo heb ik op onze kanalen ook hele goede resultaten gehad met schuivend lood en een dunne hoofdlijn/lichte wakers. Volgens mij hebben ze zo toch net wat meer speling dan bij een normaal vast lood systeem (ondanks de druk van de stroming op de hoofdlijn) en is de kans dat het aas met haak naar binnen gaat net wat gemakkelijker.
Rekening houdend met bovenstaand gegeven zijn er nog een aantal onderlijnen meer die toch meerwaarde hebben op kanalen mijn inziens. Zo is een stiff-D-rig zeker een topper, mede ook omdat de afstand tussen haak en aas gering is. Ook blijken hele lange onderlijnen (vanaf 50cm) het goed te doen op de kanalen bij ons in de omgeving, juist bij die lange onderlijnen heeft een karper toch net wat meer bewegingruimte tijdens het opzuigen. Maar uiteindelijk is die rig maar een klein onderdeel in de vangst van een kanaalkarper en blijft stekkeuze vaak de meest belangrijke!
Hij moet er zitten, anders kan je hem ook niet vangen…
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox






