Rot@ry Letter
14.1 Oppervlaktevissen
Jeroen Houdijk
vorige
Inleiding
Tien mei 1998 was een memorabele dag, ik ving ik mijn eerste karper aan de oppervlakte. Toegegeven, memorabel is wellicht wat overdreven, ik moest mijn logboek er op na slaan voor de datum en de lengte (68cm) van de vangst. Waar het om gaat was dat het mogelijk bleek om karpers met een stuk brood te vangen terwijl ze, gebruik makend van de gangen in het wier, op zoek waren naar een geschikte paaiplaats. De daaropvolgende zomermaanden was het ineens goed mogelijk vis te vangen, terwijl andere methoden het vaak af lieten weten.
Zien…
Martijn haalt al aan hoe belangrijk het is om goed zicht te hebben in het water. Als brildrager kan ik daar over meepraten! Nog in de ontkenningsfase verkerend gebruikte ik mijn bril alleen om ver af te kunnen zien als het echt noodzakelijk was. Totdat ik mijn bril eens opzette toen ik ging korsten, niet geheel onverwachts ving ik die dag een stuk beter. Alleen wanneer de zon fel schijnt en voor schitteringen op het water zorgt blijft het behelpen. Na mislukte experimenten met oversized zonnebrillen die ik over mijn gewone bril droeg (niet lachen) en opzetglazen, ben ik overgegaan tot de aanschaf van een zonnebril op sterkte die ik nu naar tevredenheid gebruik. Aan de laatste tip die Martijn geeft over observeren, namelijk dat het soms helpt om vanuit verschillende hoeken naar het water te kijken, zou ik willen toevoegen dat je hierbij ook eens de hoogte op kunt zoeken. Het is echt opvallend hoeveel meer je onder water ziet wanneer je zelfs maar twee meter hoger staat. Helaas zijn er niet op elk water mogelijkheden om het hogerop te zoeken en een keukentrap zal ook niet snel tot mijn standaarduitrusting gaan behoren in deze actieve visserij.
…of gezien worden?
Karpers kunnen soms behoorlijk blind overkomen. Zo kan ik me nog goed voor de geest halen hoe een karper mijn korst miste en een takje opslurpte. Met dat takje verdween de vis weer de diepte in en ik dacht dat mijn kans verkeken was. Na een paar minuten (!) kwam plots het takje bovendrijven. Enkele tellen later gevolgd door een paar getuite lippen die hopeloos lang moesten zoeken voordat ze uiteindelijk mijn korst vonden. Het zal wel zijn omdat de ogen van de karper aan de zijkant zitten dat ze zo verschrikkelijk mis kunnen happen. Aan de andere kant hebben ze het meteen in de smiezen wanneer je één verkeerde beweging maakt. Wanneer je opgaat in de omgeving valt een beweging minder op en kun je jezelf wat comfortabeler verplaatsen. Wie was dat ook al weer, die met witte kleding probeerde samen te smelten met de wolken? In dat geval steek je toch altijd donker af tegen de lucht, want veel licht laat je niet door als mens. Met een schaduwrijke achtergrond heeft het wèl zin om donkere kleding te dragen. Trillingen, snelle bewegingen en felle kleuren kun je maar beter vermijden wanneer je oog in oog staat met een schooltje zonnende karpers, niets mag duiden op je aanwezigheid. Een ander verhaal wordt het wanneer de vissen gewend zijn aan dergelijke signalen vanaf de oever, maar dat is de uitzondering die de regel bevestigt.
![]() |
| In het begin was oppervlaktevissen voor mij vooral een zomerse bezigheid. |
Aas
Alles wat drijft en eetbaar is kun je in principe gebruiken om mee aan de oppervlakte te vissen. Zelfs als het in eerste instantie niet drijft is er vaak wel een oplossing voor te bedenken. Denk bijvoorbeeld aan het injecteren van wormen met lucht. Insecten zijn ook al zo lastig aan een haak te knopen, daarom houd ik het liever wat simpel en beperk me tot brood en hondenbrokken. Ik hou wel van een gezonde bruine boterham en wanneer ik snel mijn spullen pak omdat ik ergens vangbare karpers heb gezien, dan ga ik niet eerst naar de bakker om witbrood te halen. De openingstijden van de supermarkt (het was een spreekwoordelijke bakker) komen ook niet altijd overeen met de aastijden van de vissen en dan is het brood na drie uur ook nog eens vaak uitverkocht. Met bruinbrood vang ik ze net zo makkelijk. Er moeten alleen niet te veel pitjes in zitten, 'te gezond' blijft niet goed aan de haak zitten. Instant gebruik ik alleen een korst als haakaas, wellicht gaan de vissen helemaal los wanneer je met witbrood voert, maar voeren doe ik liever met brokjes. Brokjes vind ik sowieso veel prettiger om mee te vissen. Die kun je gemakkelijk met een katapult voeren. Dat moet je eens met broodkorsten proberen, die zeilen alle kanten op. Naast eetbaar aas is er ook kunstaas voorhanden in de vorm van kurken balletjes of op maat geknipte flessenkurk, je kunt ook imitatiebrood of nepbrokken gebruiken. Al deze aasjes worden gepakt door de karper, ze pakken immers ook met regelmaat de controller in hun bek. Het grote voordeel van dit kunstaas is dat het altijd op de haak of hair blijft zitten, maar het probleem is dat de vissen het meestal (ik moet me even indekken na dat verhaal over dat takje) direct weer uitspugen. Snel aanslaan is hier het devies, maar in de schemeruren of het donker wordt dit lastig en is enige zelfhakende werking van je systeem noodzakelijk. Met smaakstoffen kun je misschien de opnametijd rekken, maar het liefst vis ik waarmee ik voer en dan heb je iets meer tijd om een vis te haken. Zachte floaters kun je direct op de haak zetten, harde brokken bevestig ik aan een hair. Met het drijfvermogen heb ik geen problemen omdat ik grotere brokken dan Martijn gebruik. Al zet ik voor de zekerheid soms meerdere brokjes op de haak want op een keer weken ze er af. Door klein aas te gebruiken krijg je de vis sneller en heviger op het voer, maar de presentatie van je haakaas komt veel nauwer. Ik blijf wel met het probleem van de zichtbare haak zitten. Nepbrokjes met een loodhagel er in heb ik al geprobeerd. Hierbij steekt de haak als het ware op zijn kop boven water wat resulteert in een belabberde inhaking. De vis 'los' krijgen is toch wel een belangrijke voorwaarde voor oppervlaktesucces met brokken omdat de zichtbaarheid van de aasaanbieding gecompenseerd moet worden.
![]() |
| Oppervlaktevissen kan het hele jaar door tot de mogelijkheden behoren, zelfs in een koude winternacht. |
Tactiek
Met hondenbrokken kun je de karpers goed 'los' krijgen. Je moet alleen niet gaan vissen! Op dun bezet water is het de kunst om geen lijn in het water te hebben totdat je zeker bent van een kans. Als ik ga oppervlaktevissen blijft de hengel soms in het foedraal zitten als ik geen vissen zie die ik wil vangen. Dan is het beter om de vissen vertrouwen te geven op de stek in de hoop dat er de volgende keer een interessante vis mee gaat doen. Intussen biedt het de mogelijkheid om eens op je gemak te kijken hoe karpers zich op een voerplek gedragen, hoe ze reageren op bijvoeren en vooral, wat voor vissen zwemmen er op het water of de betreffende stek? Bij te weinig voer lijken de karpers ongeïnteresseerd, bij te veel voer kan verzadiging optreden. Het is steeds zoeken naar de juiste voerhoeveelheden en -frequenties om voedselnijd te creëren.
Over azers, zwemmers en zonners
Ik kan me wel aardig vinden in deze gedragsindeling. De onderverdeling van azers in passief en actief herken ik ook. Alleen de actieve vissen die als het ware cruisen met hun bek opengesperd vind ik heel moeilijk vangbaar, zijn ze op dat moment klein voedsel van het oppervlak aan het filteren? Het lijkt er wel op. Een enkele keer maak je het mee dat een karper tussen dicht wier of vuil vrij rustig ligt te azen, soms kun je dan een korst letterlijk in de bek laten zakken. Dat lukt je niet iedere dag! Karpers kunnen zich met allerlei redenen verplaatsen. Afhankelijk van de snelheid waarmee een vis zich verplaatst en de diepte waarop hij zwemt, bepaal ik of ik een poging waag. Met zulke zwemmers is het vaak snel duidelijk of ze geïnteresseerd zijn in eten. Even wat brokjes in het water schieten wijst dat snel uit. Zwemt de vis door, dan probeer ik hem te volgen totdat hij uit het zicht verdwijnt. Soms leidt een alleen zwemmende vis me naar een groepje zonnende karpers. En die zie ik het liefst. In eerste instantie zie je vaak een groepje passieve karpers, maar als je wat langer kijkt zit er meestal toch wel wat beweging in. Vooral in de diepere waterlagen. Als de karpers geen zin in eten hebben dan kun je alleen afwachten. Vaak verplaatst de vis zich als er een wolk voor de zon schuift. Dat is het moment om wat brokjes over de vissen te laten drijven. Het lukt niet altijd, maar een korst wordt door passieve vis vaker genegeerd of leid tot een schrikreactie.
Vissen in het donker
Een logische manier om het probleem van de zichtbare haak te vermijden is vissen in het donker. Dit houdt in bij daglicht beginnen te voeren als de vissen liggen te zonnen en naar een climax toewerken als het donker is. In de praktijk is het heel lastig om de vis tot in het donker aan de praat te houden. Vissen selecteren valt best mee, zeker met volle maan. De dikte van een rug in het vage schijnsel van de maan zegt vaak genoeg, maar vaak zijn de vissen van het ene op het andere moment vertrokken, ook als je nog niet aan vissen bent toegekomen. De keren dat het wel lukt is het extra spannend om in het donker een vis aan drijvend aas te vangen.
Materiaal
De hengel die ik voor het oppervlaktevissen gebruik is een wat zachtere stok, maar niet heel licht, wel 2,25lb geloof ik. Het zijn over het algemeen dezelfde karpers die ik anders met vastlood zou belagen, hoewel de grootste vissen vaak langer onderin blijven hangen zijn het echt niet alleen kleine karpers die aan de oppervlakte azen. Gegeven is wel dat als je wat meer actie wilt, je bij dichter bezette wateren uitkomt waar de vissen een lager gemiddeld gewicht hebben. Daar zou je het materiaal op af kunnen stemmen. Ik hoor wel positieve geluiden over drijvende gevlochten lijnen, maar vooralsnog vis ik met nylon aan de oppervlakte. Op een klein molentje (4000 serie ook) heb ik een hoofdlijn van 0,30mm nylon. Een onderlijn van 0,25mm nylon voldoet in de meeste omstandigheden. Alleen bij serieuze obstakels en krappe stekjes heb ik er liever een nog dikkere (0,40mm) lijn uit een stuk op zitten. In dat geval ligt er geen lijn op het water, maar hangt over een takje, of recht vanaf de hengeltop naar beneden. Haken met een brede bocht zijn nodig voor het beazen met een korst of brokjes. Maatje 2 of 4 voor brood, 4 of 6 voor brokjes op de haak en 6 of 8 voor brokjes op de hair. Bij een montage met een hair moet de haak vooral klein en licht zijn maar nog steeds goed kunnen draaien.
![]() |
| Van links naar rechts; Buldo, Fox, Van Eik glow in the dark, Drennan 3 gm, Shakespeare, Drennan 20 gm, Fox inline. Onder; Spro inline langzaam zinkend en drijvend. |
Floater controllers
Floater controllers kunnen een functie hebben als extra werpgewicht, beetindicator en zelfhaakweerstand. Ik zal de controllers die ik gebruik kort bespreken. De Buldo zal de bekendste dobber zijn voor het oppervlaktevissen en past bij ieder alrounduitrusting. Makkelijk omdat je hem met water kunt vullen voor extra werpgewicht, maar maakt een flinke plons wanneer het water wordt geraakt. De inline versie van Fox is wat gebruiksvriendelijker omdat je de wartel in het rubber kunt vasttrekken net als in een stuk lood. Deze twee typen worden met name vaak door de karpers in de bek genomen. Zolang ze er niet van schrikken valt daar mee te leven. De lange controller van Fox klapt als het ware om bij een aanbeet, helaas ook als er te veel wind staat. Dan een handgebouwde dobber van Van Eik, deze staat lager in het water en heeft een glow in the dark bolletje. Erg praktisch bij het vissen in het donker. Ik ben wel met breekstaafjes en tape in de weer geweest, maar dat werd geen succes. De controllers met een oogje aan de bovenkant gebruik ik het meest omdat je die aan een safetyclip kunt bevestigen. Dan de inline controllers van Spro. De drijvende variant gebruik ik niet zo vaak, omdat er een stoppertje nodig is om te voorkomen dat de wartel van je onderlijn zinkt. De langzaam zinkende variant daarentegen is heel handig als hulpmiddel om een broodvlok zachtjes boven op een wierbed te laten zakken. Een controller voor het driften heb ik nooit gebruikt. Een lege Buldo die hoog op het water ligt vangt aardig wat wind, maar met de hoofdlijn in de wind is het haakaas ook al goed te sturen. Voor extreme afstanden gebruik ik echter liever een boot.
Schuitje varen
Het zal sommigen van jullie wellicht bekend voorkomen, na een nacht vissen valt er overdag met bodemvissen niks meer te beleven. Je haalt de hengels binnen en gaat een eindje varen. In een onmogelijk hoekje vind je een school karpers aan de oppervlakte. Het is frappant hoe weinig ze zich aantrekken van een boot als je voorbij komt drijven. Wat verstoring betreft kunnen karpers heel onvoorspelbaar zijn, soms is achter je oor krabben al te veel, maar het kan ook anders. Zo had ik een keer een mooie karper gevonden die ik voorzichtig probeerde te benaderen. In mijn ooghoeken zag ik een speelgoedbootje met jengelende kinderen aan komen spetteren en ja hoor, recht over die vis. De karper liet zich even zakken, maar kwam direct nadat het bootje voorbij was weer omhoog en ik ving hem alsnog! Wat mij vooral is opgevallen bij het driftend vissen vanuit een boot is hoe de vissen een compacte voerplek benaderen. In groepjes zwemmen ze netjes langs de randen van de plek. Als een vis een paar happen neemt, maar zijn maatjes zwemmen door dan blijft de azende vis niet lang hangen. Dat hier parallellen zijn met het gedrag op de bodem staat voor mij vast. Bovenal is het gewoon leuk om vanuit een boot het hele proces van vangen te beleven. Een school karpers vinden en aan het eten krijgen om er vervolgens eentje te haken waarna je op sleeptouw genomen wordt. Na een spectaculaire dril de vis nog even in het water bekijken en dan weer laten zwemmen. Dat moet je gewoon eens meegemaakt hebben. Vanuit een bellyboat lijkt me dat helemaal te gek.
Laat ik tot slot ook een tip meegeven aan de vertokte vastloodvisser. Als je 's avonds weer eens aan het water staat om te voeren, strooi dan ook eens wat brokjes en wacht een half uurtje om te kijken wat er gebeurt. Meestal gebeurt er niks, maar die ene keer dat je geslurp hoort net als je rechtsomkeert wilt maken, kan het een leuke bonusvis opleveren. Jeroen Houdijk
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox





