Rot@ry Letter
14.2 Oppervlaktevissen
Martijn Julien
vorige
Inleiding
Ik kan niet precies meer hoe ik ben begonnen met het vissen met drijvend aas, maar ik weet wel dat het verrekte moeilijk vond! Alleen al het aas in de buurt van die smakende bekken krijgen was een hele opgave. De eerste korst die ik wierp haalde amper de 2 meter, maar bij de 2e poging echter wel 20. Helaas zonder haak er in... En toen ik eenmaal wat kon werpen, bleek het nog een hele kunst om de karpers te haken. Mijn geklungel werd gezien door een voorbijganger, die ook visser was. Hij leerde me een aantal basisvaardigheden, waardoor ik wel begon te vangen. De zomers die volgden spendeerde ik bijna continu aan een bekende gracht in Purmerend. Mijn techniek werd steeds beter en dat betaalde zich uit in grote hoeveelheden karper. Maar het formaat van de karpers begon tegen te vallen. Jarenlang heeft mijn record op iets van 70 centimeter gestaan (wegen deden we toen nog niet). We wilden groter en gingen elders in de stad op zoek naar nieuwe visgronden. En die vonden we uiteindelijk. Maar de moeilijkheidsgraad van deze wateren was behoorlijk hoger, waardoor we steeds beter moesten gaan vissen om toch onze vissen te vangen. En toen heb ik het struinen pas écht geleerd.
![]() |
| Na het werk nog snel even vissen |
Observeren
Als ik één vaardigheid moet noemen die het verschil kan maken bij het korsten (zo noem ik het vissen met drijvend aas meestal), dan is het de kunst van het observeren. Een geoefende korstvisser ziet vissen, direct of indirect, die een ander nooit zal zien. Mijn filosofie is dat elke karper die je extra ziet, een extra vangkans is. Het leren observeren is wat mij betreft dan ook de makkelijkste manier om meer uit je oppervlakte visserij te halen.
Maar waar moeten we dan op letten? Het antwoord is simpel: op alle bewegingen in en op het water. En ondanks dat de karper vrij lompe beesten zijn, de bewegingen die ze maken kunnen behoorlijk subtiel zijn. Ik denk dan aan een blad van een lelie dat een millimeter wordt opgetild, een minuscule welling van het water, een trillende rietstengel, of zelfs vluchtende voorntjes. Ik kan geen hapklare les schrijven over hoe je karpers kan vinden, maar ik wil jullie wel een aantal tips meegeven:
Als je wat vaker gaat struinen, zal je een water leren kennen. Je weet dan redelijk goed te voorspellen waar en wanneer je ergens karper kan vinden. En dat kan soms behoorlijk verrassend zijn. Ik ken bijvoorbeeld een vijver waar ik eigenlijk maar hoogst zelden een karper zie, terwijl ze op een vijver een paar 100 meter verderop massaal liggen te zonnen. En die plassen zijn verbonden met een flinke sloot. De reden hiervoor is me nog steeds niet duidelijk. Overigens is op de desbetreffende vijver prima te vangen met boilies of de pen, dus de karper zit er wel degelijk.
![]() |
| Op licht materiaal een welkome bijvangst |
Over azers, zwemmers en zonners
We hebben nu een idee hoe we de karper vinden, nu moeten we gaan inschatten wat onze kansen zijn, en op welke manier we de vissen gaan benaderen. De vangkans is in te schatten door te kijken naar het gedrag van de karper. Ik onderken 3 soorten gedrag bij het struinen: azers, zwemmers en zonners. Ik zal kort toelichten hoe je deze karpers herkent, hoe groot je kansen zijn en welke tactiek je het beste kan gebruiken.
Azers
Karpers die duidelijk aan het azen zijn aan de oppervlakte noem ik azers. Je ziet ze vaak actief rondjes zwemmen en hier en daar troep van de oppervlakte afsnoepen. Soms zie je ze bladeren, papiertjes en takjes pakken, maar soms lijkt het alsof ze op niks azen. Ik vermoed dat ze dan azen op kleine insecten.
Soms liggen ze echter vrij stil op dezelfde plek, maar steken ze af en toe lippen en zelfs schouders boven water om een hap van iets te nemen. Meestal vind je deze karpers direct bij of onder begroeiing.
Beide types azers zijn uitgelezen kansen op karper. Je kan deze karpers relatief eenvoudig vangen door je aas in de zwembaan te leggen van de karper. Soms heb je een aantal pogingen nodig, omdat de weg die ze afleggen niet altijd even voorspelbaar is, maar 9 van de 10 keer krijg je op z'n minst inspectie bij je aas. Laat je niet ontmoedigen door een weigering, niet zelden komt de karper terug om het aasje opnieuw te inspecteren. Opvallend vaak wordt het aas dan trouwens zonder schroom genomen. De meer passieve azer vraagt om meer subtiliteit. Het is dan de kunst om je aas zo dicht mogelijk bij de bek te krijgen. Je kan hiervoor gebruik maken van wind en stroming, maar die willen niet altijd meewerken. Je aasje drijft dan te snel voorbij, of je krijgt een bocht in de lijn waardoor je aas uit koers wordt getrokken. Als dit niet lukt, kan je proberen je aas heel voorzichtig richting de bek van de karper te trekken. Maar dit is behoorlijk tricky en de kans is dus groot dat je de karper laat schrikken. Als er meerdere karpers aan het azen zijn, ben ik geneigd om eerst wat te voeren. Vaak trek je dan nog wat extra karper aan. En als je dan een karper vangt, is de kans groot dat er vrij snel weer karper gaat azen.
Zwemmers
Deze karpers zwemmen op het oog doelloos rondjes vlak onder de waterspiegel. Ik heb geen idee waarom ze dat doen. Wat ik wel weet is dat deze vissen heel onvoorspelbaar zijn, dus je kansen zijn moeilijk in te schatten. Ik probeer ze meestal te onderscheppen, door mijn aas in hun pad te leggen. Dit is bepaald niet makkelijk, want het pad dat ze volgen is vaak grillig. Het is behoorlijk frustrerend om keer op keer je aas buiten het pad van de karper te werpen, zeker als het om een begerenswaardig exemplaar gaat. Als je het aas wel op de goede plek krijgt, kan het alle kanten opgaan. Soms pakken ze je aas alsof ze al dagen niets te vreten hebben. Maar soms negeren ze je korst tientallen keren, terwijl ze zichtbaar geïrriteerd raken. Zelfs als je een voerplek maakt zijn deze zwemmers lastige klanten. Niet zelden zwemmen ze langs het voer, pikken een klein aantal aasjes mee, en vervolgen hun weg. Ik vraag me af of karpers zo ook reageren op bodemaas?
Zonners
Zonners liggen heel passief tegen de oppervlakte aan en genieten van het zonnetje. Op hele warme dagen liggen ze soms massaal aan de oppervlakte. Je zou denken dat het een makkie is om deze vissen te vangen, maar in de praktijk valt dat vaak vies tegen. Vaak zijn ze alleen geïnteresseerd in de warmte en niet in eten. Het zal je met deze vissen dan ook vaak overkomen dat je aas minuten lang bijna in de bek van de karper ligt, maar net niet helemaal. Frustrerend! Anderzijds moet je er niet van staan te kijken als je korst na vele minuten alsnog in de karperbek verdwijnt. Ik snap daar in ieder geval weinig van. Je kan je kansen echter aanzienlijk vergroten door wat te voeren. Zodra er 1 vis begint te azen, zal de rest vaak volgen.
![]() |
| Een natte doch warme zomerdag, ideaal korstweer. |
Hit & Run
In de loop der jaren heb ik geleerd waar en wanneer ik karper aan de oppervlakte kan vinden. Als ik ga struinen volg ik dan ook een redelijk vaste route langs die plekken. De manier waarop ik dan vis, lijkt erg op de Hit& Run strategie zoals die beschreven is door De Baets.
Ik begin te observeren op plek A. Ik schat mijn kansen in (zie ik azers, zwemmers of zonners?) en besluit aan de hand daarvan of ik direct ga vissen en/of voeren. Als ik een karper vang, begint het observeren weer opnieuw. Als ik denk dat de kans op een karper klein is, voer ik meestal wat en ga naar de volgende stek. Bij stek B aangekomen herhaal ik het bovenstaande weer en ga naar de volgende stek, enzovoorts.
Als ik al mijn vaste stekken heb bevist en voorzien van voer, ga ik weer naar stek A om te kijken of het voeren resultaat heeft gehad. En dan begint het verhaal weer van voor af aan. Niet zelden gebeurd het dat ik dan 2 of 3 stekken heb met azende karpers, die ik om en om bevis en bevoer. Deze manier van vissen is dus zeer efficiënt te noemen.
Aas
Als haakaas is brood voor mij nog altijd de onbetwiste nummer 1. Vooral de veelzijdigheid van brood zie ik als een groot voordeel bij het struinen. Zowel de vorm als het drijfvermogen is aan te passen, zodat je kan inspelen op een groot aantal situaties. In de meeste gevallen gebruik ik alleen de korsten. Het standaardformaat is voor mij de grootte van een luciferdoosje (zoals Rini Groothuis ooit schreef). Met dit formaat kan je redelijke afstanden gooien, zonder hulpmiddelen. Als je zo'n korst kort in het water doopt, zijn afstanden van een meter of 20 goed mogelijk. Het nadeel van dit formaat is dat meer mensen dit als standaard gebruiken. Je zal dan zien dat de karper je aas met de nodige argwaan benaderen en vaak zelfs negeren. Door in deze gevallen het formaat van je korst te veranderen ben je al 'dressuurdoorbrekend' bezig. Ik heb zelfs al gevist en gevangen met complete sneetjes brood. Als dat niet werkt kan je het nog altijd proberen met een drijvende of zinkende vlok. Vooral een langzaam zinkende vlok wordt vaak in een reflex gegrepen door de karper. In deze gevallen is mijn advies om heel snel aan te slaan, want 9 van de 10 keer vliegt de vlok er een fractie van een seconde later weer uit. Met een zinkende vlok kan je trouwens ook gewoon op de bodem vissen, mocht je een fanatiek bellenblazende karper spotten.
Tegenwoordig heb ik naast een paar sneden brood ook een zak Variantjes mee, de welbekende kattenbrokken. De respons op deze brokjes is echt geweldig te noemen, zelfs instant. Meestal voer ik 3 a 4 handen op een plek en dat is ruim genoeg. Het enige dat ik jammer vind, is dat deze brokken niet als haakaas gebruikt kunnen worden, als je vist zoals ik. Je hebt immers een werpgewicht nodig, zoals bijvoorbeeld een floatercontroller. Deze 'bommen' zijn veel te lomp, als je zoals ik de karper zo dicht mogelijk wil naderen. Ik gebruik deze controllers slechts wanneer ik passief op een voerstek vis. Een ander nadeel van deze brokjes, is dat ik nog geen bevredigende montage heb kunnen vinden. Het drijfvermogen is gering, dus zelfs bij lichte haken had ik minimaal 2 brokken nodig om het zaakje drijvende te houden. En dat pikken de vissen bij mij dus niet. Dus mede-rotaristen, hoe lossen jullie dat op?
Slaan?
We kunnen nu karpers vinden en vervolgens het aas op de juiste manier presenteren. De karper is overtuigd en pakt het aas. Wat nu? Veel mensen hebben moeite met het moment van aanslaan. Moet je wachten tot de lijn begint te lopen, of zelfs strak loopt? Of sla je meteen aan, zodra je de korst in de bek ziet verdwijnen? Voor mij is er geen twijfel, ik kies voor de laatste optie. Karpers die al vaker met drijvend aas zijn gevangen, zijn ware kunstenaars in het uitspugen. Soms gaat het zo snel, dat je eigenlijk niet eens meer zeker weet of die korst echt genomen was! Ik probeer dat uitspuwen te voorkomen door snel aan te slaan. De aantal keren dat ik tegenwoordig een vis mis zijn verwaarloosbaar. En in het gros van de gevallen betreft dit zo'n supersnelle spuwer.
Kan een karper je waarnemen?
Sommige struiners zijn er heilig van overtuigd dat karpers je kunnen zien staan en hullen zich dan ook in donkere (camouflage) kleding. Ik denk het onzin is. De karper ziet je toch wel staan, ongeacht de kleur van je kleding. Je steekt immers donker af tegen de lucht. En als je als achtergrond huizen of bosjes hebt, zien ze je waarschijnlijk bijna helemaal niet. Zeker niet als je in troebel water vist.
Zelf trek ik me dus niet zoveel aan van mijn kleding. Maar ik let des te meer op mijn bewegingen. Plotse bewegingen worden wel degelijk geregistreerd door karpers, hetzij door zicht, dan wel trillingen. Ik sluip dus letterlijk langs de waterkanten, langzaam en gebukt. Op deze manier kan je karper zeer dicht naderen. Soms nader ik de karpers zo dicht, dat ik bij wijze van spreken de korst handmatig in de bek kan steken. En dat "zelfs" met een gele jas aan. Maar 1 verkeerde beweging en de vis is weg.
Materiaal
In principe kan je met elke karperhengel struinen. Maar als je het maximale wil halen uit deze visserij kan je het beste een aparte set aanschaffen. Niet alleen omdat het beter en prettiger vist, maar ook om het maximale uit de sport te halen. Niet zelden ligt het gemiddelde gewicht van de vangsten wat lager dan bij de boilievisserij. Maar persoonlijk vind ik het geen straf om in een paar uurtjes tijd meerdere vissen van rond de 14 a 16 pond te vangen op licht materiaal. Dat is een kwestie van instelling. Trouwens, het is alles behalve onmogelijk om grote vis te vangen op de korst. Ik heb de nodige 20 ponders gevangen, tot tegen de 30 ponds grens (voor Purmerendse begrippen overigens een absolute topvis).
De ideale hengel voor mij is 12 tot 13 voet en heeft een testcurve van rond de 1,5 lbs. Daaronder hang je dan een middelgrote molen (denk aan het formaat van een Shimano 2500- of 4000 serie) die je opspoelt met een schuurvaste, soepele 25/00 nylon. Als haak kies ik voor een maatje 6 of 8 Drennan Super Specialist. Met deze combinatie kan je 99% van de situaties aan. Zelfs als je vist tussen dichte watervegetatie maak je goede kans, mits je met beleid drilt.
Naast wat extra haken, een landingsnet, onthaakmateriaal en een oprolbare onthaakmat heb je in principe niks meer nodig. En dat is maar goed ook, je zal maar 10 kilo extra materiaal mee moeten torsen als je een dagje gaat struinen. Dan ben je echt gebroken!
![]() |
| De uitrusting |
Ten slotte…
Het struinen zal voor mij altijd de meeste spannende manier zijn om karper te vangen. Het gevoel dat je krijgt als je een bak aan de oppervlakte ziet liggen is onbeschrijflijk. Met knikkende knieën een korst op de haak frommelen, met uiterste precisie je korst op de juiste plek leggen, het wachten… En dan de karper in slow-motion je korst zien pakken, of juist net niet. De emoties die op dat moment door je heen schieten zijn zeer verslavend, dus wees hierop voorbereid als je ook gaat struinen! Als afsluitende afsluiter wil ik iedereen er op wijzen dat ook watervogels gek zijn op drijvend aas. Ik weet dat dit zéér irritant kan zijn, maar het hoort er bij. Houd altijd je ogen open en let vooral op de meeuwen die als Stuka's uit de lucht komen duiken!
Tight lines!
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox






