Rot@ry Letter
14.4 Oppervlaktevissen
Jurgen Munten
vorige
Inleiding
Zoals voor zoveel goede dingen is zij ook voor mijn eerste ervaring met het oppervlaktevissen verantwoordelijk….. mijn vrouw! Tja, ik speelde weliswaar al een tijdje met de gedachte en had wel een zak brokjes in mijn rugzak, maar ja die drempel he. Mijn vrouw stond er echter op dat aan haar hengel een hondebrokje kwam. Zo gezegd zo gedaan. Hop hengel erin, brokjes erbij en weer terug naar de serieuze boilievisserij, dacht ik. Nadat het hondebrokje echter na 5 minuten tegen een paar lelieblaadjes was aangedreven zag een karper warempel ook nog een lekker hapje in het aangeboden brokje. Toen na nog 2 vissen eindelijk het boiliekruim uit mijn ogen was gewreven ging er een wereld voor me open.
Zoals je zult merken zal ik vooral ingaan op de oppervlaktevisserij met controllers en andere hulpmiddelen op grotere afstand. Weliswaar vis ik ook wel eens af en toe met de korst onder het kantje. Meestal vis ik echter op grotere afstand en aangezien ik hier meer in thuis ben zal ik hier in mijn bijdrage ook meer op in gaan.
Ook al is het al door mijn drie voorgangers gezegd, het kan niet vaak genoeg herhaald worden. Observeren en stil zijn aan de waterkant zijn cruciale factoren in het oppervlaktevissen. Of je nu onder het kantje vist of op grotere afstand, als je op de een of andere manier je aanwezigheid aan de vissen verraad beperkt je absoluut je kansen. Het is nou ook weer niet noodzakelijk om te tijgeren door een brandnetelveld, als je de plotselinge bewegingen maar zoveel mogelijk beperkt. Doorgaans zoek ik wat dekking in de schaduw van aanwezige struiken ed.
Bij het observeren van een vis of een groep vissen zijn er een aantal zaken die je kansen aanzienlijk kunnen doen stijgen: - Allereerst een goede zonnebril met polariserende glazen. Ikzelf heb er al een stuk of vijf uitgeprobeerd. De oversized polaroid met zijflappen die ik een keer bij een Beet-abonnement heb gekregen voldoet prima. Ook de Shimano Catana zonnebril en een bril van het merk the Flying Fisherman voldoen prima, en deze zien er tevens een stuk beter uit. Met een pet kun je zowel voorkomen dat je veel lichtinval van boven hebt, alsook dat je 's avonds de vellen van je hoofd moet krabben. Vergeet zeker in de zomer ook je zonnebrandcrème niet, anders kan een dagje geconcentreerd oppervlaktevissen nogal eens pijnlijk aflopen. - Ik sluit me helemaal aan bij Martijn zijn opmerking dat het bekijken van een plek vanuit verschillende kanten meer licht op de zaak kan werpen. Het loont altijd om eerst een rondje rond de hele vijver te maken. En voor zover mogelijk kun je ook nog gebruik maken van hoogteverschillen en aanwezige bomen (voorzichtigheid is geboden!).
Hoe te beginnen?
Kennis creëer je door proberen, proberen en nog een proberen. Na verloop van tijd herken je trajecten die de karpers afleggen, waar ze het meest geneigd zullen zijn om aan de oppervlakte te azen en wat het beste aas voor de situatie is. De wateren die ik aan de oppervlakte bevis ken ik inmiddels behoorlijk goed. Ik weet dan meestal ook waar ik kan verwachten dat er karper omhoog komt, ook al zijn ze niet direct bij aankomst te zien. Ik zal dan ook op de waarschijnlijke stekken een paar handen brokken voeren terwijl ik een rondje rond de vijver loop. Doorgaans, als ik de vijver rond ben, zijn er op een eerder aangevoerde stek wel al een aantal vissen aan het azen.
In tegenstelling tot de groep oppervlaktevissers, die echt een target uit een groep willen zoeken, maakt het mij niet zoveel uit wat ik vang. Als er de mogelijkheid is om een bepaalde grotere vis eruit te plukken, prima, maar ik ben blij met elke vis.
Nog een tip, denk niet als je een uurtje tussen de bedrijven door vrij hebt dat het zich niet loont om een hengeltje uit te gooien. Ik heb vorig jaar een setje telescopische karperhengels gekocht die, samen met mijn overige struinmateriaal, tussen april en september vrijwel continu in mijn auto liggen. Ik schroom er zelfs niet voor om in mijn lunchpauze drie kwartier te gaan vissen of zelfs alleen maar wat voeren en observeren. Verder ga ik dan na het werk een of twee uurtjes, om dan weer tegen etenstijd thuis te zijn. Op deze manier kun je een hoop leren en ook meer kansen creëren.
![]() |
| Mooie twintiger, in de middagpauze gevangen |
Doorgaans vis ik niet veel langer dan vier uurtjes, als ik zomers aan de oppervlakte vis. Gewoon omdat het erg vermoeiend is om urenlang gefocust naar een kleine broodkorst of hondebrok te staren in het water waar de zon in schittert. En een afname van de concentratie betekent onvermijdelijk dat je vissen gaat missen. En als je op het einde van een verder succesvolle dag toch nog een paar mooie vissen mist en je gaat dan met een enigszins dubbel gevoel naar huis dan kun je er beter voor kiezen om een paar uurtjes volledig gefocust te vissen en de volgende dag weer terug te komen.
Sssst!
Ook al is het al door mijn drie voorgangers gezegd, het kan niet vaak genoeg herhaald worden. Observeren en stil zijn aan de waterkant zijn cruciale factoren in het oppervlaktevissen. Of je nu onder het kantje vist of op grotere afstand, als je op de een of andere manier je aanwezigheid aan de vissen verraad beperkt je absoluut je kansen. Het is nou ook weer niet noodzakelijk om te tijgeren door een brandnetelveld, als je de plotselinge bewegingen maar zoveel mogelijk beperkt. Doorgaans zoek ik wat dekking in de schaduw van aanwezige struiken e.d..
Bij het observeren van een vis of een groep vissen zijn er een aantal zaken die je kansen aanzienlijk kunnen doen stijgen:
- Allereerst een goede zonnebril met polariserende glazen. Ikzelf heb er al een stuk of vijf uitgeprobeerd. De oversized polaroid met zijflappen die ik een keer bij een Beet-abonnement heb gekregen voldoet prima. Ook de Shimano Catana zonnebril en een bril van het merk the Flying Fisherman voldoen prima, en deze zien er tevens een stuk beter uit. Met een pet kun je zowel voorkomen dat je veel lichtinval van boven hebt, alsook dat je 's avonds de vellen van je hoofd moet krabben. Vergeet zeker in de zomer ook je zonnebrandcrème niet, anders kan een dagje geconcentreerd oppervlaktevissen nogal eens pijnlijk aflopen.
- Ik sluit me helemaal aan bij Martijn zijn opmerking dat het bekijken van een plek vanuit verschillende kanten meer licht op de zaak kan werpen. Het loont altijd om eerst een rondje rond de hele vijver te maken. En voor zover mogelijk kun je ook nog gebruik maken van hoogteverschillen en aanwezige bomen (voorzichtigheid is geboden!).
Materiaal
Aangezien je toch actief bezig bent en vrij veel verkast is het belangrijk om niet te veel onnodige zaken mee te slepen. Ik heb een aparte oppervlakte uitrusting gekocht om niet de hele tijd molens en dergelijke te moeten wisselen. Een struintasje met een keur aan controllers, onderlijnmateriaal, haken, fototoestel, verrekijker etc vormt de basis. Nadat ik het gesleep met de Cipromat beu was heb ik toch maar een compacte oprolbare mat erbij gekocht. Voor de oppervlaktevisserij heb ik twee daiwa regal baitrunners op de kop getikt. Eenvoudig, goedkoop en ze functioneren uitstekend.
Als de situatie het toelaat wil ik nog wel mijn 1,5 ponds penhengel gebruiken, maar bij obstakels komt deze toch wat te kort. Verder gebruikte ik eerder een setje 12 jaar oude 2,5 ponds Ultimate hengels, die gaandeweg meer weg hadden van slappe 2 ponders, maar wat een genot om mee te drillen! Om toch zoveel mogelijk viskansen te creëren zonder voortdurend bang te moeten zijn dat mijn auto wordt opengebroken heb ik twee telescopische karperhengels gekocht. Deze hengels hebben genoeg body om een grote controller weg te zetten en een mooie actie tijdens de dril. Eén hengel wordt gebruikt om mee te vissen en eentje om mee te voeren (kom ik onder tactiek nog op terug) of voor een alternatieve montage, als ik snel wil wisselen. Hierdoor heb ik in elke situatie waarbij ik langs een mooi watertje kom of de omstandigheden perfect lijken voor het oppervlaktevissen de kans om te gaan vissen en hopelijk een visje te vangen.
Ik heb tal van hoofdlijnen uitgeprobeerd, maar uiteindelijk blijven er maar een paar over die, voor mij in ieder geval, eruit springen voor de oppervlaktevisserij. Ik heb gevlochten lijn geprobeerd, maar dat was snel voorbij. Op langere afstand gaat het nog wel, maar voor de korte afstand vind ik het waardeloos door het ontbreken van de rek in combinatie tot de soms explosieve aanbeten en runs op een relatief korte lijn. Ik had het idee dat ik me hierdoor in mijn mogelijkheden beperkte, terwijl het bij het oppervlaktevissen juist de bedoeling is om voorbereid te zijn om elke situatie en je mogelijkheden te maximaliseren. Nylonlijnen gebruik ik doorgaans in de dikte van 0,28 mm, in redelijk obstakelvrij water vind ik dit dik zat. En hiermee heb ik ook al vissen tussen de lelies uit getrokken. Het drijvend vissen tussen lelies vergt wel een hook and hold aanpak, je mag de vis geen meter geven, want zodra ie bij de wortels komt is de strijd meestal gestreden. Tussen de bladen in kun je een vis echter doorgaans nog goed controleren. Maxima blijft toch een van mijn favorieten, maar ook over de Berkley Vanish fluorcarbon lijn ben ik zeer te spreken. Weliswaar heb ik niet het idee dat het op 3 meter van de haak veel uitmaakt of je met fluorcarbon vist, het idee is in ieder geval prettig.
Mijn schepnet is een eenvoudig inschuifbaar schepnet dat uitstekend voldoet. Uit ervaring kan ik wel zeggen, ook al verkas je vaak, zorg dat je schepnet klaar is voor je begint, want dat scheelt een hoop geklooi tijdens de dril!
Aas
Voor 95% van mijn oppervlaktevisserij maak ik gebruik van hondenbrokken. De reden hiervoor is met name de duurzaamheid van een hondenbrok op de haak. Ik week mijn brokken niet voor en daardoor kan ik ze makkelijk een kwartier op de haak houden en er meerdere keren mee uitwerpen. Mijn eerste keus hondenbrok is de Pedigree senior (aanbevolen door topfokkers, kan niet missen). Door hun vorm kan ik ze makkelijk bevestigen op de haakmontage die ik verderop zal beschrijven. Helaas zijn ze een tijdje geleden iets kleiner geworden, wat ten koste is gegaan van hun drijfvermogen. Gezien de kostprijs van deze brokken vul ik ze meestal nog aan met een willekeurige goedkope brok, die een beetje een ronde of ovale vorm heeft. Het is, in verband met dressuurdoorbreking, sowieso aan te bevelen om een beetje verschillende formaten en vormen brokken te mengen. Als haakaas gebruik ik ook vaak een grotere, ringvormige brok, die ik in Nederland nog niet heb gezien.
Heel af en toe gebruik ik wel eens een broodkorst (met name van stokbrood of zo'n Turks brood) als ik dichtbij de kant vis, maar voor de grotere afstanden waarop ik meestal vis zijn deze minder geschikt.
Ik heb ook geëxperimenteerd met de kunsthondenbrokken van Enterprise tackle, die met de loodhagel erin. Maar zoals Hans al opmerkt, de positie van de haak komt de inhaking niet ten goede. Het kunstbrood van Partridge (dat stukken realistischer overkomt dan dat van Enterprise) gebruik ik af en toe wel voor de grotere afstand maar, zoals ook reeds opgemerkt, het wordt toch niet zo overtuigend opgenomen door de karper. Bovendien moet je zorgen dat je haakmontage perfect is, want in tegenstelling tot een echte korst sla je je haak niet zomaar door deze korst heen. Pop-ups werken trouwens ook prima. Met name de fluorpop-ups doen het in mijn ervaring wel goed.
Rigs
Mijn rig is het resultaat van flink wat knutselen en noodgedwongen aanpassen aan dressuurverschijnselen. Ik heb het eerlijk gezegd niet zo met het aas op een hair bevestigen. Tenzij je kunstgrepen gaat toepassen zal je haak dan toch onder het aas gaan bungelen en een stuk onderlijn onder water trekken. Daarom maak ik gebruik van een elastiekje dat ik direct op de haaksteel bevestig. De haak is meestal een gamakatsu g-carp specialist hook, een stevige haak met een brede bocht en een vlijmscherpe punt. De tip van teflon gecoate haken, om de schittering van de haak te verminderen, vind ik trouwens erg goed en dit zal ik zeker eens gaan proberen de komende maanden.
![]() |
| Voor mij de optimale scherpe aasmontage! |
Op sommige wateren is het niet toegestaan om aan de oppervlakte te vissen. Deze regel moet dienen ter bescherming van het (water)gevogelte, maar die logica gaat voor mij niet op. Dan zou je ook het vissen op stekken met minder dan anderhalve meter water moeten verbieden, want daardoor worden talloze keren meer watervogels gehaakt. Zo gefocust als je doorgaans vist aan de oppervlakte is de kans dat een eend zich kan vergrijpen aan het haakaas (in ieder geval bij mij) nihil. Maar goed, dit heeft me ertoe gedwongen op mijn montage hierop aan te passen. In dit geval zal ik 5 cm boven de haak een kurken balletje bevestigen, de hondebrok/pellet/boilie/maden (op deze manier kun je immers eindelijk variëren met het aas dat je gebruikt) aan een hair bevestigen en deze met wat putty tot zinken brengen. Dit heeft ook als voordeel dat op het moment dat de vis het aas in de bek pakt de haak zo gunstig erboven hangt dat de vis meestal wel gehaakt wordt. En je vist technisch gesproken niet aan de oppervlakte. Frustrerend hierbij is wel dat dat het kurken balletje wel erg vaak door de vissen gepakt wordt.
Zoals Hans al aangaf heb ik ook al te vaak opmerkingen moeten aanhoren zoals "dit is toch geen vissen", "iedereen kan zo vis vangen", "dat is onsportief vissen", en zo kan ik nog wel even doorgaan. Natuurlijk zijn er mensen die nooit te overtuigen zijn, maar ik kan je wel zeggen, de mensen die hun vooroordelen aan de kant hebben gezet en het oppervlaktevissen een (fatsoenlijke) kans hebben gegeven zijn maar al te snel overtuigd! Ook het formaat van de vissen die je vangt aan de oppervlakte roept wel eens discussie op. Ik kan me er best in vinden dat karpers in de winter op hun topgewicht zitten je ze dan aan de oppervlakte niet zult vangen en dat je daarom misschien nooit de allerdikste vissen zult vangen. Maar zoals gezegd, daar geef ik weinig om en mijn persoonlijk record is toch al enkele malen aan de oppervlakte gesneuveld.
![]() |
| Hoezo alleen maar kleintjes? Een mid-dertiger van de oppervlakte. |
Terug naar de rig, daar ging dit stukje immers over. De haakmontage besproken hebbende komen we bij het volgende gedeelte van de presentatie. Doorgaans vis ik met controllers en derhalve ook met een onderlijn. Indien er vuil op het water ligt wil ik af en toe nog wel eens een gevlochten onderlijn gebruiken. Aanvankelijk gebruikte ik een standaard gevlochten lijn, echter door ervaringen met beschadigingen aan de bekken van sommige vissen, gebruik ik hiervoor alleen nog gecoate gevlochten onderlijnen. In helder water valt een gevlochten lijn te zeer op en maak ik gebruik van fluorcarbon onderlijnen. Voorbeelden van goede fluorcarbon onderlijnen, zijn Berkley vanish (dat ik ook als hoofdlijn gebruik), Korda IQ en ESP ghost. Een goede tip is ook de G-line, super Uvcut van Gamakatsu, die een zeer hoge trekkracht heeft (15lbs bij 0,24mm) en die ook erg schuurbestendig is. Mijn onderlijn is doorgaans anderhalve meter lang, aangezien dit nog net fatsoenlijk te gooien is. Staat er veel wind dan zal ik de onderlijn inkorten tot een meter, maar minder wordt het zelden. Nog een goede tip om de lange onderlijn gestrekt en drijvend te houden: eerst met een lijnstrekker (zo'n leren lapje dat bij het vliegvissen wordt gebruikt) over de lijn, en vervolgens met lijnvet (of haarvet, ja) de lijn een beetje invetten.
Volgens mij heb ik zowat elke controller op de markt geprobeerd en gekeken naar een stabiele vlucht, luchtweerstand, beetindicatie, zichtbaarheid en (het belangrijkste) de plons die wordt veroorzaakt. Hieronder is een overzicht van een aantal controllers die ik gebruik.
![]() |
| Een selectie van controllers |
Mijn voorkeur gaat uit naar de controllers van ESP (links op de foto). Deze zijn doorzichtig, redelijk zwaar (30 gram), gaan erg ver en hebben desondanks geen enorme plons tot gevolg. Recent maak ik ook veel gebruik van de Flatliners van Gardner (de 2e van links), die je zowel rechtop als liggend kunt gebruiken, en een inline doorzichtige forellendobber. De controllers van Fox slijten toch wel erg snel bij verre worpen en bij drils in de buurt van lelybedden. Bij sommige houten controllers, waarbij een wartel erin gelijmd is (bv. die van Nash) gebeurt het me bij verre worpen toch te vaak dat de wartel eruit schiet en de controller 50 meter verder ligt. Vandaar dat ik deze nu minder gebruik.
De controller bevestig ik overigens meestal aan een safetyclip of een warteltje, zodat ik snel van controller kan wisselen, al naar gelang de situatie dit vraagt.
Azers, zwemmers en zonners
Het onderscheid in azers, zwemmers en zonners is inderdaad wel opvallend. Wat mij hierbij meer dan eens is opgevallen is dat deze vissen zich toch wel enigszins in groepjes ophouden. Ook constateer ik dat in bepaalde gedeelten van het water vooral zwemmers te vinden zijn en in andere gedeeltes dan weer de azers of zonners ("potentiële azers" of "azers in ruststand" klinkt toch lekkerder). Vooral als ze in groepjes verblijven is het vaak wel mogelijk om zulke ogenschijnlijk duffe konijnen wakker te schudden met wat aas. Misschien niet meteen, maar na bijvoorbeeld een half uurtje van desinteresse, lijkt opeens toch de knop om te gaan. Tja, en waardoor? Misschien door de minuscule voedseldeeltjes die van een hondenbrok losweken en zinken? Lijkt mij in ieder geval wel een plausibele theorie. Dit zou betekenen dat je het proces zou kunnen versnellen door voorgeweekte papperige brokken te voeren of door een beetje van de kleinst mogelijke pellets door de brokken te mengen. Of door bij te voeren met een wolkend voertje met lichte bestanddelen, die goed bovenin blijven hangen. Of…..
Opvallend is ook wel dat, net als bij de bodemvisserij, bij een groep rustende vissen er meestal één vis is die zich niet kan beheersen. De andere wachten af en pas op het moment dat de "verkenner" aangeeft dat het veilig is wagen zij zich ook aan het aangeboden aas. Heb je weinig tijd dan kun je meteen proberen om snel een vis vangen. Heb je echter wat geduld om de vissen helemaal los te laten komen, met eventueel tussentijds nog wat bijvoeren, dan pluk je daar gegarandeerd de vruchten van. Zoals ook in een andere bijdrage aangehaald, de vis eerst laten gaan en van de voerstek af drillen wil hierbij ook wel helpen.
Tactiek: hoe ver kun je gaan
Met name hier zal mijn bijdrage wel wat afwijken van mijn mede-rotaristen. Als het gaat over oppervlaktevissen hoor je toch vaak de termen "korst", "korte afstand" en "subtiel". Mijn oppervlakte-aanpak ziet er iets anders uit, in die zin dat in mijn oppervlakteuitrusting ook spods, pva-zakjes en 50 grams controllers te vinden zijn. Dit is een aanpak die op sommige wateren voor mij zeer goed blijkt te werken, vooral op de wateren waar de vissen al wat sluwer zijn en meestal niet meer zo dicht bij de kant komen. Een standaard aanpak, waarbij met een korst op hooguit 20 meter uit de kant wordt gevist, werkt hier misschien in het begin wel, echter als de vissen zich op meer dan 50 meter uit de kant bevinden dan kun je het zo dus vergeten. Tja, en dan kun je inpakken, of je kunt kiezen voor een enigszins andere aanpak.
Door veel te experimenteren ben ik tot een aantal voor mij succesvolle aanpakken gekomen voor de oppervlaktevisserij op langere afstand:
- Met behulp van een voerraket/spod ben ik in staat om op grote afstand behoorlijk compact een bedje van hondebrokken neer te leggen. Dit lijkt bij de karpers wel aan te slaan en je krijgt binnen korte tijd een groter aantal karpers op je compacte plek. Het is dan eenvoudig om je aas (dat je eerst natuurlijk een eind over je voerplek heen hebt gegooid!) in de vreetorgie te trekken. Na een aantal keren gevoerd te hebben komen de karpers zelfs al op het geluid van de spod af. Nadeel is wel dat je op den duur een herkenbare situatie creëert, wat dressuur in de hand werkt.
- Je kunt geen karperblad openslaan of je wordt geconfronteerd met de mogelijkheden die funnelweb pva biedt. Dit spul heeft ook absoluut een meerwaarde in mijn oppervlaktevisserij. Vooral met wat wind is het immers een crime om je brokjes enigszins compact bij elkaar te krijgen (mocht je dit willen uiteraard). De pva-zakjes met brokken kun je stukken verder weg katapulteren, zeker als je ze ook nog verzwaard met bijvoorbeeld een steen. Hierdoor kun je ook afzien van het gebruik van een controller. Bijkomend voordeel is dat de haak en de voerbrokjes eerst een stuk zullen zinken onder het gewicht van de steen en, als het zakje is opgelost, langzaam weer omhoog zullen drijven. Onweerstaanbaar voor de karper, kan ik je vertellen! Een andere toepassingsmogelijkheid is om een zakje brokken aan de wartel bij de controller te bevestigen (dus aanvankelijk op een ruime meter van je haakaas). Zo krijg je een mooie compacte voerplek en als de vissen hierop azen trek je zo je haakaas erbij (even geen rekening houdende met de wind). De kosten zijn hier uiteraard de beperkende factor.
- Het volgende punt zal wel wat discussie oproepen, maar ik maak soms zelfs gebruik van mijn voerboot bij het oppervlaktevissen. Zo heb ik een keer, bij wijze van experiment, anderhalve kilo brokken met de microcat in het midden van een kleine plas gedumpt, met daarbij mijn haakaas. De hierop volgende vreetorgie zal ik niet snel vergeten. Toch was dit eenmalig, aangezien op de kleinere plassen die ik bevis ook andere vissers aanwezig zijn en het toch wel veel gesleep is met zo'n bootje. Ik vang ze ook zonder, dus waarom de moeite doen? Wel gebruik ik op een ander water de voerboot om mijn oppervlakte-aas uit te varen over een afstand van zo'n 120 meter. De betreffende stek is maar vanaf één kant bevisbaar en door de aanwezige bomen kun je niet uitgooien (al red je 120 meter toch al niet). Dit werkt hier zo goed dat er doorgaans toch wel twee mensen nodig zijn. Eén persoon die de boot terughaalt en de ander die de vis drilt! Op zo'n grote afstanden, maar eigenlijk voor elke situatie, is een verrekijker overigens een uitermate handig hulpmiddel. Ik snap best dat het bovenstaande bij sommige mensen weerstand oproept, maar uiteindelijk gaat het om het visplezier en regelmatig met een kromme hengel staan draagt hier voor mij in ieder geval wel aan bij. All is fair in love and fishing zullen we maar zeggen.
Dressuur
Hier krijg ik ieder jaar weer mee te maken. Waar bij de bodemvisserij dressuur een meer geleidelijk optredend fenomeen is, lijkt dit bij het oppervlaktevissen versterkt op te treden. Dit heeft mijns inziens met name te maken met het feit dat je montage aan de oppervlakte veel zichtbaarder is voor de vis (dit is ook duidelijk te zien op de dvd's uit de Korda underwater serie). Doorgaans begin ik in april aan de oppervlakte te vissen. Vanaf dat moment zijn de vissen meer geneigd om aan de oppervlakte te azen, al zal dit wellicht verschillen per water. Aangezien er verder in de buurt weinig aan de oppervlakte wordt gevist hebben de vissen toch een aanzienlijke rustperiode gehad, waarin ze niet constant aan de oppervlakte belaagd worden. Hierdoor hoef ik niet veel moeite te doen qua aasaanbieding en montage om ze op het voer te krijgen. Meestal zullen ze zichzelf haken en op grotere afstand vissend is het vaak een krijsende slip die een aanbeet aanduidt. Naarmate de tijd en de vangsten vorderen krijg je echter steeds meer voorzichtige beetjes of wilde mishappers. Op dat moment zal ik aanpassingen doen in het aas (kleiner aas gebruiken) en zal ik nog geconcentreerder vissen en proberen te anticiperen op de routes die de vissen (naar verwachting) zullen afleggen. Naar mijn idee kan ik aan mijn haakmontage weinig meer veranderen om deze nog scherper te krijgen, behalve het gebruiken van kleinere haken. Ik zoek het dan meestal ook in een dunnere onderlijn en het gebruik van kleine pva-zakjes. Ook wordt het dan tijd om echt gefocust aan te slaan op elke aanbeet. Tegen de tijd dat het Juli is zal de ratio aanbeten/inhakingen flink gezakt zijn. Dit is een gegeven waar we niet om heen kunnen en zolang ik mijn portie vis vang accepteer ik dit. Doordat je aan de oppervlakte dressuurverschijnselen eerder in de gaten hebt kun je hier ook sneller en doeltreffender op inspelen. Na augustus vis ik eigenlijk nauwelijks nog aan de oppervlakte. Ook met het in het donker vissen aan de oppervlakte heb ik nog geen ervaring, al lijkt me dat wel eens een leuke ervaring. Wat me ook echt schitterend lijkt is het oppervlaktevissen vanuit een bellyboat. Helaas heb ik hiervoor nog geen geschikt water gevonden.
![]() |
| Een mooi plaatje van een zomerse vis |
Tot slot
Nou, genoeg stof voor discussie, zou ik zo denken. Het is niet gezegd dat je nu je rodpod en piepers moet verkopen en je boilies in de container moet dumpen. Maar zorg gewoon dat je voorbereid bent op mogelijk kansen die je krijgt. Er is toch niets zo frustrerend dan een dag op de stretcher te liggen zonder een stootje te krijgen terwijl aan de andere kant van de vijver vrijwel de gehele populatie gewillig aan de oppervlakte ligt? En denk eens aan de dagen dat je naar jou idee te weinig tijd hebt om eens flink uit te pakken met je complete uitrusting… Een hengeltje, tasje met aas en materiaal, schepnet en onthaakmat volstaan om na een uurtje of twee vissen toch met een natte onthaakmat en een tevreden gevoel naar huis te gaan.
Jurgen Munten
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox







