Home  |  Contact  
 

Rot@ry Letter


4.3 Rigs, voeren, popups, verkassen en dips


Bart Bouwens

vorige

Goed langzamerhand werd het toch wel eens de hoogste tijd om ook weer eens een bijdrage aan deze RL te verzorgen. Door tijd gebrek zal het voorlopig wel even de laatste blijven want er moeten de komende maanden nog de nodige (grote) sites op het web verschijnen en dit neemt nu eenmaal erg veel tijd in beslag. Bovendien moet er ook nog eens worden verhuisd naar België en aangezien dit in de buurt is van het Kempisch kanaal zal ik daar ook wel weer wat tijd gaan doorbrengen.

Gedachten over rigs
Ik wilde dit onderwerp nog even behandelen omdat ik mij hier al jaren geen zorgen meer over maak. Omdat ik een systeem heb gevonden wat in voor mijn visserij alle gevallen meer dan voldoende blijkt te werken. Niets is natuurlijk zo moeilijk als het uitleggen van de rig-/onderlijnmontage die je gebruikt maar ik wil het toch kort even proberentr verduidelijken. Ten eerste gebruik ik slechts een 2-tal haken te weten: de Kevin Nash patern 2 maatje 4 of kleiner en de Tiemco 2457. Als onderlijn gebruik ik enkel Berkley (de witte) van 12 of 15 lbs. Het maken van een onderlijn moet van mij eenvoudig en vooral zeer snel gaan. Dit heb ik mijzelf noodgedwongen op de Moselle aan moeten leren omdat ik daar door mijn extreme visserij regelmatig vele 10-tallen haken en onderlijnen per etmaal wist te verspelen of verslijten.

Ik begin daarom met een stuk onderlijn van ongeveer 30 cm. en maak daar een klein lusje aan Dit lusje dient om het aas met een stoppertje te kunnen verankeren. Vervolgens maak ik met de "knoop zonder knoop" (knotless knot) de onderlijn aan de haak vast. Hiervoor haal ik het uiteinde van de lijn vanaf de buitenkant van de haak door het oog om vervolgens rekeninghoudend met de opening van het oog de knoop op dezelfde plaats te beëindigen.

Je ziet dan dat je lijn onder een bijna haakse hoek uit het oog van de haak komt. Vervolgens schuif ik een klein stukje zacht siliconen over de haak in de knoop te fixeren. De lijn en de haak maken dan ongeveer een hoek van 60 graden. Op deze manier zal de haak zichzelf eenvoudig in het vlees van de bek zetten en zich bovendien, door de richting van de lijn, diep in het vlees boren. (Een soort hefboom werking)

Even op de juiste lengte (20 cm. of minder) aan de wartel knopen en de onderlijn is klaar voor gebruik. Dit alles duurt nog geen halve minuut dus kostbare vistijd wordt niet verspeeld.

Ik gebruik geen gevlochten lijnen omdat deze te soepel zijn voor deze montage en bovendien te veel last hebben van slijtage verschijnselen in extreme omstandigheden.

Op zeer moeilijk water wil ik nog wel eens grijpen naar zeer dunne nylon onderlijnen van 12/100 !!!! en een Tiemco 2457 maat 6. Dit in combinatie met zware 4-ponds hengels en grote molens. Opmerkelijk is het dat er nauwelijks vissen worden verspeeld door lijnbreuk terwijl ik met de laatst genoemde combinatie zelfs tegen rietbossen aan durf te vissen. Mensen verklaren me voor gek als ze de combinatie zien maar na een paar succesvolle sessies zie je anderen veelal het voorbeeld volgen.

Pop-ups en voeren
Het eerste kan ik meteen overslaan omdat ik deze nooit maar dan ook nooit gebruik. Teveel ellende tijdens het maken en bovendien moet een pop-up montage zich in mijn ogen in een soort zweef toestand bevinden. Iets wat nooit te bereiken is doordat het aas water zal opnemen waardoor deze op den duur niet meer zweeft. 99 % van de door andere vissers gebruikte pop-up montages zien er na een uur nog perfect uit in de ogen van de gebruikers terwijl dat voor het doel wat ik voor ogen heb niet haalbaar is. Mocht ik ooit een aassoort vinden wat dit wel mogelijk maakt zal dan zal ik waarschijnlijk voor een groot deel van mijn visserij overstappen op pop-ups omdat er niets beters bestaat dan een goede pop-up….. jammer dat ze niet bestaan.

Voeren is een ander verhaal, ik weet dat je door goed te voeren je vangsten sterk kan beïnvloeden, dit geldt zowel voor het aanleggen van een voerstek als voor het voeren tijdens een sessie. Zo'n 12 jaar geleden hebben we een aantal grote voerplekken op het Kempisch Kanaal onderhouden met fantastische successen. Sessies van meer dan 15 vissen per etmaal waren zelfs vrij normaal. Helaas bleek dit succes ook een zeer negatieve kant te hebben. Enkele andere "karpervissers" meenden mooi van onze inspanningen te kunnen profiteren door gewoon bovenop de voerstek te gaan vissen. Nu weet ik ook wel dat je een water niet voor jezelf kan claimen, maar de hengeldruk op dat deel van het kanaal was indertijd minimaal en er was zeker geen sprake van per ongeluk op de desbetreffende stek gaan zitten.
Na een aantal excessen zijn we tenslotte maar gestopt met het aanleggen van de zeer succesvolle voerplekken omdat wij het beu waren om veel tijd en geld te steken in andermans successen. Erg jammer, maar de mentaliteit van (enkele) karpervissers is zeer ver te zoeken en staat een juist opgebouwde voerstek hopeloos in de weg. Een paar jaar later heb ik het nogmaals geprobeerd op een zeer dun bevolkt (zowel qua vissen als vissers) deel van hetzelfde water. Door tijd gebrek kon ik geen sessies vissen maar enkel elke dag gaan voeren. Uiteindelijk had ik bijna 2 maanden dagelijks 70 kilometer gereden om de stek aan te leggen. (Ja, je leest het goed 4200 kilometer en vele honderden kilo's voer!) De eerste sessie was geheel naar verwachting een daverend succes, in totaal werden er binnen 48 uur 12 brasems en 14 (grote) karpers gevangen, op een stuk water waarvan de meeste niet eens hadden verwacht dat er 14 vissen rondzwommen. En er zijn zelfs nu nog vissers die beweren dat ze er niet zitten.
Tegenwoordig heb ik de tijd er niet meer voor om uitgebreid te gaan voeren en kom ik niet verder meer dan een 2-tal dagen van tevoren de stek zeer ruim met (uitsluitend) boilies te voorzien. Dit is echter tijdens de sessie ruimschoots te compenseren door regelmatig de stekken te voorzien van aas. Op de Moselle, voerde ik zelfs elk uur bij, zelfs 's nachts wat na een tweetal dagen voor een totale inzinking wist te zorgen maar de resultaten waren dermate goed te noemen dat ik het graag voor over had. Per etmaal afhankelijk van de hoeveelheid aanbeten werd er zo'n 10 tot 25 kg. boilies gevoerd. Achteraf is gebleken dat deze hoeveelheden zelfs veel te klein waren. Weekend sessies van 2 nachten waarbij 200 kg. met z'n tweeen werd gevoerd waren nog beter. Nu kan je je afvragen of het het allemaal wel waard is en was…. zeker!!!
In de twee etmalen waar enorm werd afgezien vingen wij keer op keer meer dan de vissers die er de gehele week bleven zitten. En dat is heel wat waard want wat is leuker om het volgende weekend terug te keren naar het water om te horen dat men al 12 vissen heeft gevangen (in de hele week) terwijl je aan het einde van het weekend weer naar huis kon met de foto's van 12 of meer zoetwaterbiggen.

Waarom doet (bijna) niemand het dan na? Inderdaad omdat men er niet lovend over schrijft. Want wat dat betreft zijn ""wij" als karpervissers net een kudde koeien. Misschien dat men na het lezen van bovenstaande eens tot inzien komt.

Het geld? Ach ja 100 kg. per weekend plus elke keer weer 900 kilometer moeten rijden dat kan iedereen voor zich zelf bepalen. Het is maar net waar je je geld aan uit wil geven. Duur materiaal of veel (grote) vissen.

Voeren in de winter
Een winterdertiger gevangen op Cassien Geen denken aan. De stofwisseling van de karper is dermate laag dat het voeren juist een averechts effect heeft op de vangsten. Mij is gebleken dat de karper zeker in de wintermaanden zeer eenvoudig is te vangen. Ik zie een aantal lezers al grote vraagtekens bij vorige opmerking plaatsen maar ik zal het verklaren. De karper heeft in de wintermaanden zeer weinig voedsel nodig om in z'n levensonderhoud te voorzien. Daarom zal hij weinig en slechts zeer af en toe wat eten. Niet bepaald iets om vrolijk van te worden en het komt ook niet overeen met de opmerking dat ze in de winter zeer eenvoudig zijn te vangen. De visserij wordt echter wel eenvoudiger als je je bedenkt dat de vis slechts zeer kleine afstanden aflegt om z'n voedsel te vinden. Iets wat juist loodrecht tegenover een voerstek staat omdat deze juist tot doel heeft de karpers welke rondtrekken op zoek naar voedsel enige tijd op de stek te houden. Wat is er nu verstandiger? De karper naar de voerstek te laten zoeken of juist naar de voerstek van de karper opzoek te gaan. Tenslotte hij zal zich te allen tijden in de directe omgeving van zijn voedsel bron begeven. Deze stekken worden op stromende wateren en wateren met regelmatige scheepvaart bijna altijd gekenmerkt doordat het juist op die plaats een metertje dieper is of het water juist een beetje breder is waardoor de stroming minder is dan op de rest van het water waardoor ook het voedsel zich eenvoudiger zal afzetten of ophouden.
Als we dit in ogen schouw houden merken we dat er maar enkele stekken in aanmerking komen voor de wintervisserij. Enig speurwerk zeker op het gebied van de waterdiepte is wel nodig. Nu we deze plaatsen hebben gelokaliseerd kunnen we ervan uitgaan dat een groot deel van de aanwezige karperpopulatie zich in de directe omgeving hiervan bevindt. Dit wetende kunnen we natuurlijk domweg gaan zitten blauwbekken. Maar daarmee wordt de wintervisserij nog niet meteen eenvoudiger als de visserij in de zomer. We moeten namelijk de vis ook nog weten te vangen. Gelukkig heeft de karper een soort biologische klok die ons de wintervisserij tot een echt plezierige visserij weet te veranderen. De karper aast namelijk maar gedurende zeer korte periodes maar deze zijn op de meeste wateren wel dagelijks op hetzelfde tijdstip en bovendien zal een groot deel van de populatie zich aan deze tijden houden. Oké om deze tijden te ontdekken heb je enig doorzettingsvermogen nodig, zeker omdat deze per water sterk verschilt. Maar eenmaal de eerste vis gevangen kan je er bijna zeker van zijn dan de volgende vis op het water op bijna dezelfde tijd zal worden gevangen.
Dit alles samenvattend weten we dus dat de vis zich op hooguit enkele plaatsen ophoudt en bovendien ook nog eens gedurende slechts enkele uren per etmaal voedt. Dus waarom nog langer veel uren gaan draaien en zitten wachten op de ene verdwaalde vis. Mijn wintervisserij bestaat dan ook enkel uit sessies van enkele uurtjes waarna er weer met een opgelucht gevoel naar huis of zelfs een ander water kan worden gegaan. Over de jaren heen heb ik zeker op de moeilijkere (dressuur) wateren in de wintermaanden veel beter gevangen als in de rest van het jaar.

Voorbeeld: 12 vissen in 16 sessies van 5 uur (16.00-21.00 uur) op een water waar je je totaal niet hoeft te schamen als je 80 uur per vis moet draaien?

Of wat dacht je van een plaatselijke vijver waar ik binnen 4 dagen (09.00-13.00 uur) bijna zestig vissen wist gevangen terwijl de totale geschatte populatie slechts 75 bedraagt. Oké, ik moet toe geven, een vis werd in de vier achter eenvolgende dagen 5 keer gevangen maar toch. Deze vissen kwam ik op het spoor doordat er net voor de eerste sessie enkele dagen een laagje ijs op de vijver had gelegen en de enorme (witte) luchtbellen onder het ijs de locatie van de vis wisten te verraden. Overigens is deze manier van lokaliseren niet altijd even betrouwbaar gebleken, want op wateren waar veel zich rottende (planten)resten op de bodem bevinden zie je vaak bellen onder het ijs op plaatsen waar zich achteraf toch geen vissen bleken te bevinden. Typisch aan bovenstaande stek was dat het uitgerekend de diepste plaats van de vijver was waar de bellen zich bevonden maar de vissen toch werden gevangen op een plaats die zich slechts enkele meters verderop bevond maar wel enkele meters minder diep was.

Tenslotte moet ik nog wel even opmerken dat niet elk water met elkaar is te vergelijken. Maar door goed na te denken ben ik ervan overtuigd dat ook daar het wintervissen niet moeilijker is dan in de rest van het jaar.

Verkassen
Met een woord stom als je het niet doet. Wachten op de vis is niets voor mij. Als ze er niet zijn ga ik ze zelf wel zoeken. Wat overigens wel positief werkt is het met enige regelmaat verkassen van het aas op een en dezelfde stek. Zit er karper op de stek maar bijten ze niet? Bevis dan het gehele gebied en voer telkens een 10-tal boilies bij. Na een uur geen aktie? Dan alle hengels een 10-tal meters verplaatsen. Je zal verbaast zijn over de resultaten. En dat is niet gek als we bedenken dat in een sessie de aanbeten vaak erg oneerlijk zijn verdeeld over de hengels. Eenmaal een hotspot gevonden?
Zoek dan met de andere hengels(s) verder. Meer dan 2 hengels op een stek is zinloos en zelfs alleen wenselijk als je twijfelt aan de presentatie. Waarmee ik doel op obstakels, vuil ed. op de haak waardoor een echte hotspot onbedoeld tijdelijk niet effectief wordt bevist terwijl je zelf in de overtuiging bent dat alles daar onder water wel in orde is.

Soaks, dips etc.
Ik gebruik er af en toe een en dat is pure Shellfish Sense Appeal of Fish Oil van Premier Baits. Ze werken en ik heb er mijn persoonlijk record op gevangen maar echt een duidelijk voordeel heb ik nooit kunnen ontdekken of ik moet minstens 15 jaar terug in de tijd kijken toen ik ooit met een injectiespuit boilies injecteerde en ze vervolgens ook nog een dipte in Tutti Frutti flavour. Het spul was zo sterk dat het kunstof van de spuit erdoor werd weggebeten. En een spontane hoestbui niet te onderdrukken was omdat het ogenblikkelijk op je longen sloeg. Bovendien klaagden vissers op 50 meter afstand over de stank maar het ving wel. Helaas toen het flesje op was was de pret afgelopen.

Het spul heb ik nooit meer ergens gezien. Gelukkig kreeg ik onlangs van een vriend nog een half flesje wat bij hem na 15 jaar tijdens een verhuizing weer te voorschijn kwam. Dus wie weet kunnen we het nog een keertje herhalen. Maar daar zal het voorlopig wel even bij blijven.

volgende


Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer