Rot@ry Letter
5.4 Reactie op RL 3.3, 4.0, 4.1, 4.3, 4.4, 5.0 en 5.1
vorige
Inleiding
Op uitnodiging van KWO reageer en roteer ik ook een keertje mee.
Al langer leek het me leuk eens aan een RL mee te doen dus op deze uitnodiging ging ik graag in. In principe had ik al een bijdrage klaar, maar ik kreeg het verzoek ook op meerdere onderwerpen te reageren. Niet helemaal eerlijk in het kader van de terugwerkende kracht en het zal daardoor wel weer een verhaal van jewelste worden, maar vooruit. Als ik er de tijd voor heb en ik mag over karpervissen lullen/schrijven dan ben ik vaak niet te stoppen. Menig collega van andere afdelingen op mijn werk worden dan ook steevast gewaarschuwd door mijn eigen collega als ze vragend naar de posters van mijn gevangen karpers op de muur wijzen. Ook voor mij geldt natuurlijk dat ik zeker niet op alle onderwerpen even uitgebreid en zinvol kan en wil reageren. Met sommige onderwerpen heb ik totaal geen ervaring en belangrijker nog, ook ik heb de wijsheid zeker niet in pacht en leer ook nog steeds bij. Ook van rotary-letters, het web en de harde praktijk.
Blijven leren (met name van je fouten) blijf ik dan ook altijd doen.
Steeds beter worden (vangen) ook trouwens.
Het moet me wel even van het hart, waar ik overigens mijn best voor doe geen "moordkuil" van te maken, dat ik het jammer vind dat de deelnemers aan de KWO-RL nog te weinig op elkaars meningen en standpunten reageren. Het is nog een beetje "ieder voor zich", maar dat kan natuurlijk ook onwennigheid zijn.
Roelof Schut daarentegen is, zoals jullie zelf al hebben kunnen lezen in zijn bijdrage 4.1, al een doorgewinterde KSN-rotarist met ervaring en handelt de gekozen onderwerpen netjes in volgorde af, hoewel hij het in deze RL ook nalaat of niet nodig gevonden heeft te refereren aan de andere rotaristen.
Juist die "feed-back" of zo je wilt dat "estafette karakter" naar de andere rotaristen zorgt dikwijls voor de broodnodige leidraad in een RL omdat die meestal aardig lang kan voortslepen.
Zelf vind ik het belangrijk om er in een RL geen typisch onderonsje van te maken, omdat je toch (hopelijk) met een lezersgroep te maken hebt.
Genoeg hints nu, laat ik me eens op de onderwerpen concentreren.
Boilies of zo
![]() |
Storten maar... |
Als ik dan weer eens omdat ik het niet laten kan een nieuw recept probeer heb ik gelukkig in de buurt de proeftuin van m'n leven. Het zit er nokkie-vol met karper en ik weet waar ze zitten. Daar probeer ik dan meestal de eerste kilootjes uit en vang ik ze er op weet ik alweer voldoende. Nu is het al zo goed als onmogelijk om m.b.v. de PC en het programma van Evert een misbaksel te creëren, dus toets ik nieuwe creaties meer op rolbaarheid, hardheid en kostprijs dan op de kwaliteit. Die "kwaliteit" haal ik toch altijd wel, want dat is het hele principe.
Over die kleurtjes wil ik nog even zeggen dat ik dat al helemaal onzin vind als het gebruik van kleurstoffen er toe moet dienen om je boilie te laten opvallen (weten jullie een andere toepassing?). Ik ben in het gelukkige bezit van duikbrevetten en weet uit de praktijk dat zeker in Nederland met zijn over het algemeen genomen beperkte doorzichtigheid van het water, een gekleurde boilie al op een diepte van zeg 50-70 cm gewoon een grijsbruine knikker is. Een spierwitte boilie kan nog enigszins op wat beter contrast rekenen op onze Hollandse prutbodems, maar ook uit ervaring weet ik dat je dan toch wel een behoorlijke hoeveelheid van dit witmakertje aan een mix moet toevoegen voor een beetje resultaat. Of de mix en de Karper daar beter van worden betwijfel ik ten zeerste.
Die eigen ervaring met kleurstoffen stamt uit mijn begintijd met eigen boilies maken, omdat ik toen wilde kunnen constateren of het mijn boilie-ontlasting was die ik voorzichtig uit de anus kneep. Al snel had ik het gebruik van kleurstof niet meer nodig, omdat ik ook aan de eigen kleur van de mix en het grote verschil tussen boilie-ontlasting of natuurlijk voedsel-ontlasting (zelfs een combinatie daarvan) al kon zien dat het mijn boilie betrof. Behalve dat het een natuurwet is dat alle kleuren in het spectrum door (ook heel helder) water worden weggefilterd met als laatst overblijvende kleur "blauw", vissen de meeste karpervissers ook nog eens 's nachts dus dan praten we al helemaal niet meer over zichtbaarheid. Verder denk ik dat Hollandse karpers veel meer aangewezen zijn op reuk en tastorganen voor het vinden van hun voedsel dan op zicht. Wil je toch om wat voor reden dan ook een boilie laten opvallen met kleurstof, gebruik dan maar blauw.
![]() |
Hebben jullie soms ergens een boilie gezien? |
Roelof schrijft in zijn bijdrage over ready-mades dat hij "smaak" het belangrijkste vindt en dat hij ready-mades eerst proeft om te voorkomen dat ze smerig (bitter) smaken. Gelijk heeft ie. Je kan als consument niet alert genoeg zijn op (etens)waren waar geen enkele informatie op terug te vinden is over de samenstelling.
Wat ik daar als bijna geheel onthouder van ready-mades grappig aan vind, is dat je dan wel eerst een zak gekocht moet hebben. Smaken ze smerig, dan moet ik de eerste leverancier nog tegenkomen waarbij je zo'n opengemaakte zak terug kan brengen.
Smaak speelt in mijn eigen boilies wel een rol, maar is niet mijn uitgangspunt. Bijna alle op vismeel gebaseerde boilies die ik maak smaken uiteindelijk allemaal een beetje naar gedroogde hondenbrokken (at ik vroeger wel eens wat van om een beetje stoer te doen). Dat is ook logisch, want daar zitten dikwijls vis of vleesmelen in verwerkt en de nodige granen. Dus qua samenstelling wijken die niet veel af van mijn vismeelboilies. Zelf vind ik (na zeer overtuigende betogen van mijn vriend, vismaat en tevens fantastisch kok) dat geur en de wateroplosbaarheid van ingrediënten een veel belangrijkere rol spelen dan smaak. Over geur heb ik nog altijd mijn twijfels omdat we schijnbaar steeds vergeten dat wij mensen geur waarnemen via het medium "lucht" in combinatie met "water/slijm" in onze mond en neus en een karper de door ons waargenomen geuren toch echt totaal anders (misschien wel helemaal niet) moet waarnemen/detecteren namelijk via water. Denk maar eens aan de dagen dat je met een hele goede verkoudheid rondloopt. Ze kunnen je bijna van alles voorschotelen, maar het smaakt naar niks of het smaakt allemaal hetzelfde. Het ruikt in ieder geval helemaal naar niks.
Soaks & Dips
Het zal duidelijk zijn dat ik over het onderwerp "soaks", "dips" en allerhande andere "tover-elixers" heel kort kan zijn. Aan mijn boilies géén polonaise. En dan ben ik echt (wijselijk) heel kort.
Rigs
Ik wil over rigs net zo weinig of veel kwijt als Roelof en André omdat daar A: al zo ontzettend veel over geschreven is en B: ik maar heel weinig soorten gebruik.
Ik heb wel (vele) soorten uitgeprobeerd en daar ook goedgehaakte vissen op gevangen, maar val toch altijd weer terug op mijn oude vertrouwde knotless-knot montages die ik overigens wel in series van 10-15 ook met millimeterprecisie net als André maak. Indien de bodem (van rig-dressuur heb ik gelukkig veel minder last) het vraagt, varieer ik wel in lengte. Ook gebruik ik altijd een line-aligner en op echte baggerbodems gebruik ik een z.g.n. silt-rig of gewoon een lange onderlijn.
Pop-up's gebruik ik niet, dus daar hoef ik ook geen speciale rikkies voor te knopen.
Wel vis ik de laatste maanden met langere hairs op advies en verhelderend inzicht van ons aller Luc. Laat die haak maar draaien, hoe sneller hoe beter.
Ook een paar kleine loodjes op de onderlijn vind ik prettig voor het anti-tangling en het mooi liggen op de bodem.
Eén nadeel heb ik ook zelf ondervonden met langere hairs en dat is dat er kans bestaat dat de boilie om de haak kan slaan bij het inwerpen. Dit heb ik opgelost door gebruik te maken van PVA-tape om de keel van de haak dicht te tapen. Wel even klooien, maar het werkt perfect.
Daar komt ook nog bij dat ik mijn vismaat gerust mag bestempelen als de meest precieze en doordachte "rikkenbouwer" die ik ken. Die maakt ze bij wijze van spreken nog met een microscoop en altijd heel erg goed doordacht. Zelfs het punt waar de onderlijn de van "shrink-tube" gemaakte line-aligner verlaat, is tot op de tiende millimeter nauwkeurig.
Geen rig gaat er bij hem te water als deze niet helemaal perfect aan het beoogde doel voldoet.
Een beetje zoals die oude Duyvis reclame……Okay.
![]() |
Vismaat junior (Luke oftewel Loek) met een samen gevangen spiegel. Zien jullie die grijns (nee, niet de mijne) dat wordt een echte karpervisser geloof me. |
Aan Raymond wil ik nog vragen of hij kan uitleggen waarom hij in veel gevallen op harde bodems een (korte) combi-rig gebruikt. Mij lijkt het dat je op een harde bodem juist weer voor simpele knot-less knot onderlijnen kan kiezen. Een simpele(re) rig dus. Ook het nut van een D-rig in combinatie met bodem aas kan ik niet helemaal vatten. Dat je met een D-rig een pop-up beter (mooi) kan presenteren is me duidelijk, maar of de inhaking met bodem aas geheel naar wens verloopt ten opzichte van een gewone rig ben ik ook wel nieuwsgierig naar. Het lijkt me dat de haak bij een D-rig met bodem aas toch wat andere bewegingsmogelijkheden krijgt als met een gewone rig (met lange hair).
Bij een D-rig met pop-up is het idee erachter dat de pop-up vrijelijk over de steel kan schuiven en door het drijfvermogen van de pop-up de haakpunt in de bekholte naar beneden wijst. Bij bodem (zinkend) aas ligt er dus een boilie met kort daarop een haak plus ringetje of loep plat op de bodem van de bek. Mijn idee is dat dan de haakpunt niet naar beneden wil kantelen. Maar goed ik gebruik ze niet die pop-ups of D-rigs, dus wacht het antwoord van Raymond rustig af.
Voeren/verkassen
![]() |
'Watersense'
|
![]() |
De kapitein wilde niet voorvoeren helaas
|
Ook wij delen (groot) nieuw water eerst op en vissen vervolgens apart tot een van ons (of beide) vis gevonden hebben. Soms verdelen we wel eens sessies als een van ons slechts 's avonds en 's nachts kan vissen en de ander juist alleen weer overdag. Zo benutten we weer de mogelijkheid om d.m.v. 24-uurs sessies een (tijdelijke) indruk van de aastijden te krijgen. Vis je al een tijdje op een water, dan kan je overwegen om alleen nog op de te verwachten aastijden te gaan zitten. Op die manier hebben we wel eens een echte topsessie gehad op twee verschillende wateren die heel dicht bij elkaar lagen. Op het ene water vingen we altijd in de vroege avonduren en op het andere water juist weer laat in de avond en de rest van de nacht. Zo hebben we in 6 uur tijd ruim 150 pond karper gevangen waaronder één dertiger en één 27-ponder.
Voeren in de winter
Voor mij wel dus.
Ik verwijs hierbij naar mijn artikel "Koude Karper" op de website van CarpWeb.
Ik hoop dat jullie daar ook eens op willen reageren, want ik lees diverse invalshoeken over wintervissen en ben benieuwd wat jullie van mijn (onze) inzichten en ervaringen vinden.
Bart schrijft dat de karpers in de winter in de buurt van diepere of bredere delen van het water te vinden zijn en in de buurt van hun voedselbronnen.
Ik denk niet dat ze 's winters in de buurt van voedselbronnen hoeven te zitten, want ze kunnen heel makkelijk een winter door zonder voedsel en zijn amper bereid er veel moeite voor te gaan doen. Ik maak dus mee dat ze in de buurt van gewone niet-winterstekken gaan liggen en van tijd tot tijd naar de (onze) voerplekken zwemmen als ze weer eens trek krijgen in een paar van onze boilies. Dit weet ik omdat een aantal van die stekken dicht in de buurt zitten van diepere delen en daar vang je ze niet buiten de winter.
Ook maakte ik mee dat ik een gastvisser had uitgenodigd die op een van onze (winter)stekken mocht plaatsnemen. Er was plaats voor 2 hengels op die bewuste stek. De ene hengel lag op een diepte van 1.80 meter de andere iets meer het wijd op, op 3.50 meter.
Omdat hij toch graag met 3 hengels wilde vissen besloot hij zijn derde hengel nog verder het wijd op te zwiepen en deze belande op een diepte van zeker 15 meter.
Die derde hengel lag wel in het verlengde van onze (langdurig opgebouwde) voerstek en daar ving hij binnen een half uur de eerste prachtige spiegel op. Deze vis had bij inspectie ons aas van de vorige dag in de ontlasting. Mijn conclusie was dat deze vis gewoon op die diepte bleef liggen (overwinteren) en dus in de buurt van onze winterstek bleef. Kreeg die vis trek, dan zwom die even omhoog, at weer wat boilies en ging weer rustig op het diepe liggen verteren.
Ook vingen we vissen dubbel, waardoor het vermoeden werd bevestigd dat de vis dus echt in de buurt van de voerplekken zijn gebleven de rest van de winter.
Lijkt een beetje op "lokaliseren in omgekeerde richting", maar dat wist ik toen nog niet.
Opzoeken van vis midden in de winter zou goed kunnen, maar dan moet je wel verdomd goed weten waar ze zitten. Op héél groot water of kanalen lijkt me dat erg moeilijk (niet onmogelijk).
Stekken pezen
Ai, wat een ellende toch. Toch wil ik deze kop wat nuanceren, want je hebt echt stekkenpezen waarbij anderen loeren op je voerplek en er bewust op gaan zitten vissen. Dat is dus stekkenpezen van het ergste soort, of je hebt de "afruimers" die pas op jou stek gaan zitten als jij er al (goed) gevangen hebt. Ook lastig hoewel minder, want meestal hebben wij de beoogde buit dan al binnen. Waar ik zelf meer last van heb (helaas steeds meer), is dat je aankomt op een stek die je aan het opbouwen bent en dat er dan iemand op jou "oeverstek" zit. Daar baal ik dus heel erg van. Ik kan dan gewoon niet meer doorvoeren en zo'n stek is voor mij dan ook helemaal verknald. Zonde van mijn boilies die ik er al in had gegooid. Ook zie ik dan wel vaak dat ze weliswaar op jou geplande oeverstek zitten, maar de montages op totaal andere plekken hebben liggen. Soms kom ik op de visdag aan op een stek en als er dan iemand zit is het echt treurnis alom. Daar kan de persoon in kwestie niet altijd wat aan doen, want er staat geen bordje in het gras met mijn naam er op. Soms regel ik dan wat en leg het e.e.a. uit. Soms stelt zo iemand voor dat hij ergens anders gaat zitten (zitten meestal dan instant te vissen). Ook hebben we iemand wel eens een zak eigen boilies gegeven en gezegd één hengel daar, één hengel daar en nog één daar. Dan wisten we dat hij maar een nachtje of een paar uurtjes bleef en dan hebben we nog veel liever dat het aas wat bij zijn sessie te water zou gaan ons aas is dan die…. ready-mades.
Ik probeer er natuurlijk altijd alles aan te doen om bovenstaande risico's te vermijden, maar soms kom je er op bepaalde wateren niet onderuit en is het een ingecalculeerd risico.
Iedereen roept of denkt dan weer "gespreid voeren", maar dat kan en wil ik niet altijd en bovendien gaat heel Nederland zo langzamerhand gespreid zitten voeren, waardoor zéér compacte ouderwetse boilieterpen het weer reuze goed gaan doen.
Op sommige wateren, waar ik ook andere vissers ken, maken we onderling afspraken voor bepaalde periodes. Dit werkt echt heel prettig voor ons locals. Vreemden weten hier niets van, maar dat komt dan meestal wel weer goed. Ik kom ook wel eens vreemden tegen aan het water die net op zoek zijn naar een stek. Die komen dikwijls even naar je toe, maken een praatje en vragen je gewoon of er ergens nog (goede) stekken zijn. Als ik dan weet wie er op dat moment waar zit te vissen, leg ik ze dat uit en wijs ze rustig een paar andere vrije plekken aan. Zo kan het dus ook.
Ook jongens die ik ken en die ook op wateren vissen waar wij graag komen bellen we wel eens op om te vragen of zij toevallig van plan waren op water X te gaan vissen of er al zitten.
Zo regelen we dat onder elkaar.
Wetenswaardigheden
André heeft hier niets over geschreven en in Roelof's bijdrage gaat het over (exotische) toevoegingen waar ik me hierboven al over heb uitgelaten.
Of het zinvol is als gastschrijver ook nog een nieuw onderwerp op tafel te gooien weet ik niet, maar ik geef toch maar een "brutaal" voorzetje.
Laat ik het maar "vechtersmentaliteit" noemen.
Daarmee bedoel ik natuurlijk niet het steeds toenemende geweld onder een bepaald slag zichzelf karpervissers noemende "peppies" om ook maar eens een beladen term te gebruiken, maar de vechtersmentaliteit tussen karpersoorten.
Vechtersmentaliteit (nieuw onderwerp)
![]() |
'Mean Machine' |
Wat me ook opviel is dat deze vis steeds weer de diepte in dook en eigenlijk geen gevarenzones opzocht zoals langs de eigen oever scheren of een in de buurt aanwezige dukdalf of rietkraag opzocht. Nee, blijven trekken, blijven duiken en blijven buitelen. Nu moet iedere dril natuurlijk in het licht gezien worden van het materiaal en zeker de slipinstelling. Met een (te) slappe slipinstelling duurt elke dril wel veel langer dan noodzakelijk, maar laat ik hier geen lesje slipinstelling geven. Mijn materiaal staat in ieder geval nooit kinderachtig afgesteld en ik vis met twee en een half ponds grafiet stokken van Schreiner. Buigen tot in het handvat en altijd voorzien van de juiste lijndikte (27-32 honderdste). Uiteindelijk begon de vis wat moe te worden en kreeg ik hem/haar steeds vaker met de kop door de oppervlakte waardoor zuurstoftekort ook een duit in het zakje ging doen.
Het was nacht, dus mijn eerste blik op deze "mean machine" was in het licht van mijn hoofdlampje toen ik hem/haar eindelijk in het net had. Ook in het net was het een staartzwiepen en klapperen van jewelste en het duurde dan nog even voor ik de vis in een juiste en veilige ophijspositie had.
Het was een spiegel. Dat is mooi want dat komt (kwam) niet veel voor op dit water. Op de onthaakmat kon ik de vis beter bekijken en herkende deze als een prachtig beschubde hooggebouwde fonkelnieuwe project-spiegelkarper van Oostduitse makelij. Op de kletsnatte onthaakmat maakte de vis voortdurend van die vreemde krampachtige schokken. Kromtrekken deed hij/zij ook. Wat me verder op viel is dat de vis voortdurend geluiden maakte. Een soort van kwaken, brommen, knorren en borrelen. Pas toen ik twee vingerkoten in de bek had gestopt werd hij/zij rustig en kon ik zowaar even snel een foto maken voor het archief. De spiegel was heel mooi witgeel van kleur met prachtige zilvergouden schubben waaraan mooie zwarte randen zitten. Hij/zij was gelukkig puntgaaf op een paar paaiplekken na en vertoonde geen eerder opgelopen haak-littekens. De spiegel was 65 cm lang en woog 9 pond. 9 pond en dan al zo'n kracht. Dat belooft wat voor de toekomst denk ik. Die nacht ving ik ook nog 3 andere projectspiegels die allemaal dezelfde vechtlust ten toon spreidde en ook veel geluid produceerde waardoor het totaal aan projectspiegels in die eerste sessie op 4 kwam. De zwaarste was 10 pond.
Mijn indruk is dus dat deze soort zich heel anders gedraagt dan andere karpers. Een tweede sessie met weer 2 projectspiegels erbij gaven dezelfde uitslag.
Ik kreeg ook sterk de indruk dat deze vissen echt nog maagdelijk zijn, want ik maak ook vaak genoeg mee dat eerder gevangen vis bij een dril zoiets heeft van Oh, oh, het is weer zo ver. Nou vooruit dan maar weer, net in, op het matje, effe meten, wegen, fotootje. Zo, mag ik nu weer zwemmen ja? Dankjewel....eikel.
Ik weet dan ook zeker dat in ieder geval Roelof, die zelf een spiegelproject heeft opgezet ook ervaring heeft met de vechtkarakteristieken van (deze) projectspiegels, maar wellicht ook vechtverschillen ontdekt heeft tussen andere soorten karpers.
Tot besluit
![]() |
...en vergeet de komende winter niet... |
Mike van Zijl









