Rot@ry Letter
5.5 Reactie op RL 3.3, 4.1en 5.4
vorige
Inleiding
![]() |
Niks camou boy, gewoon in perfectie aangepast aan de omgeving! |
In de laatste Rotary Letter bijdrage van Mike van Zijl las ik de behoefte om meer op elkanders meningen in te gaan en elkaar meer feedback te geven. Ik zal om die reden trachten gehoor te geven aan deze oproep, al moet ik eerlijk toegeven dat dit de eerste maal is dat ik mijn woorden in "Rotary Style" op het beeldscherm vertrouw, en dus geen beloften doe. Nu ben ik het volkomen met Mike eens, en verklaar bij deze dit punt het eerste waarop ik andermans mening beoordeeld heb!
Om het niet bij een enkele schrijver te houden heb ik er voor mezelf een aantal onderwerpen uitgepikt waar ik wel wat over te zeggen heb. Ik wil echter meteen duidelijk maken dat ik, net als jullie allemaal ook maar een simpele visser ben, en derhalve mijn bescheiden mening in hapklare brokken tekst aan jullie voorschotel. Dit is geen cursus karpervissen met slechts exacte waarheden, maar mijn visie. Ventileer daaruit wat je wilt, en ik hoop dat jullie iets aan mijn bijdrage zullen hebben!
Voeren
![]() |
Welterusten Nederland! |
Tegenwoordig is het zogenaamde sectorvoeren zeer in trek. Dit voornamelijk door de openbaringen van Dhr. Luc de Beats. Wat ik echter wel zie gebeuren is dat mensen zich blind staren op deze tactiek en deze vervolgend toepassen op wateren die daar totaal niet geschikt voor zijn. Wat mij ook stoort is het feit dat deze tactiek nu dikwijls in zijn geheel toegeschreven wordt aan Luc. Enerzijds terecht omdat hij er naar voren mee trad en zijn aanpak haarfijn uitlegt. Maar anderzijds onterecht omdat deze tactiek (al dan niet bewust uit het oogpunt van aasgewenning) al veel eerder door meerdere vissers is toegepast, en dit nog steeds doen. Denk ook maar eens aan de beginperiode van de tijgernoot. Velen beweerden (en dat lijkt ook zo te zijn) dat deze nootjes totaal geen instant werking hebben, en daarom liep men vaak op allerlei plaatsen of stroken wat handjes tijgers erin te gooien om de vis te laten wennen. Hoe je dit ook wendt of keert, het uitgangspunt blijft hetzelfde. Ik vind voeren niet altijd een garantie tot succes. Ook ik heb al vele voercampagnes weten te mislukken. Of niet het resultaat kunnen zien wat ik verwachtte. Dat hier meerdere factoren debet aan waren is mij in inmiddels wel duidelijk. Vroeger liep ik namelijk te veel met het idee rond dat karper altijd makkelijk op een stek vast te houden was. Op afgesloten water is dit vaak ook het geval. Praten we echter over het grotere water, dan is mij, en ongetwijfeld vele anderen, opgevallen dat de treklust het wint van die aantrekkelijke berg voer en de vis verder trekt. Speelt hier dan toch het aspect dat karpers op dergelijk water meer aangesproken zijn, en zich aangetrokken voelen tot de natuurlijke voedselbronnen, of is het puur de treklust die de vis weg doet trekken? André vertelt in zijn bijdrage al een lange tijd het afroom principe te hanteren. Ik geef hem groot gelijk. Ik ben geen EA aanhanger, maar de bijbehorende voerstrategie is een kei van een manier. Het is al zo vaak gebleken dat er na een drietal voerdagen een big lag te wachten op het voer, en dat deze bovendien vrij snel aanbijt. Ook ik moet, net als André, aanknopingspunten hebben in mijn visserij. Bewust of onbewust "werk" ik doorgaans naar het weekeinde toe. Wat ook vaak zijn vruchten af bleek te werpen in het weekeinde. Ikzelf ben tot nu toe wel in de gelukkige positie geweest om doorgaans twee of meerdere nachten per week(end) te vissen. Dit resulteerde dan ook vaak in meerdere voorbereide stekken, waarbij ze, ongeacht het resultaat altijd beide bevist worden. Wel pas ik dit toe op een groot water waar zoals André reeds aangaf, deze tactiek meer op zijn plaats lijkt te zijn.
![]() |
Instant voedingsreactie op een aardappel, foto maakte ik zelf tijdens de dril |
Lang voeren is iets waar ik me niet (meer) aan waag. Ik vind kort voeren een ideale manier om in de buurt hangende vissen te attenderen op het aanwezige voer, en dan wil ik mijn slag slaan. Op een groot water liep ik eerst ook met de gedachte rond dat ik hier lang moest voeren. Meerdere sessies liepen in de soep, en toen werd ik me bewust van de treklust van de vissen op dit water. Ik loop hier dan ook niet met de gedachte rond dat ik de vis wel even vast zal houden, en voer hier sinds deze vaststelling alleen nog maar enkele dagen. Wat een stuk effectiever lijkt te zijn.
In de bijdrage van Roelof Schut lees ik dat Roelof ook het vissen op een voerstek van 2 a drie dagen onder het instant vissen rekent. Ik snap hier de gedachte wel achter, maar in mijn visserij is een drietal voerdagen toch al een hele stekvoorbereiding. Ik ga er hier vanuit dat Roelof doelt op het grotere water, maar juist hier lijkt mobiliteit me een must. Mobiliteit speelt in mijn visserij sowieso een grote rol. Ik wil altijd openstaan voor nieuwe plekken en verbeteringen, en wil niet vastroesten in een bepaalde stek, manier of patroon. Ik weet het. Het zijn keuzes die je maakt, en het valt niet zwart op wit te bepalen wie er nu beter vangt. De stekopbouwer, of de afromer. Zoals bij veel dingen is ook de waarheid binnen het karpervissen altijd subjectief en er bestaan geen concrete waarheden. Over Roelof zijn gesmaakte bijdrage over boillies kan ik erg kort zijn: ik ga hier tot in zoverre in mee dat ik niet alles ga herhalen wat hier al vermeld staat. Wat betreft het voeren wil ik het hier even bij laten. Ik kan namelijk uren door blijven schrijven zonder te komen waar ik wil.
Winter, en voeren in de winter
![]() |
Mooie vissen, die valkenswaarders |
Op een zeer diep put in mijn woonplaats is dit ook het geval geweest. Deze put van 3 hectare is zwaar bevoerd in het najaar en ik ben er zeker van dat dit een van de hoofdredenen was dat in tegenstelling tot vorige jaren, er niet 1 karper uitkwam in de maanden December, Januari en Februari. Dit ondanks dappere pogingen van mijzelf en een legioen collega's die net als mij het nakijken hadden. Een nabij gelegen dichter bezette put (gemakshalve noem ik hem de winterput) echter, produceerde in dezelfde maanden zelfs een vijftigtal vissen, wat gelijk staat aan de halve populatie. Ook hier ging regelmatig voer in. Maar het feit dat deze vissen niet in dezelfde mate bevoerd waren in het najaar, en de kost met vele andere gulzige karpers moesten delen was waarschijnlijk de oorzaak van de goede vangsten aldaar.
We zijn er inmiddels achter dat de vis omwille van het koudbloedige karakter zijn metabolisme automatisch aanpast aan de temperatuur en het voedselaanbod.
![]() |
Fraaie Januari twintiger op een geflavourde deegbal |
In de winter hebben we, zoals we reeds weten, vaak met zeer korte aasperioden te maken. Ik heb bij mijn weten nooit door voor te voeren deze periode weten te verschuiven noch weten te verlengen. Ik pas me gewoon aan, ik pas me aan op die aasperiode. Dat laatstgenoemde dichtbezette water (de winterput) gaf afgelopen winter een vrij duidelijk beeld te zien: op een dagje vissen kwam daar ineens die aasperiode en vrij vaak lag daar rond een uur of twee een aantal vissen bij iemand op de kant. Ik heb vaak het gevoel dat de vissen dan ergens op een waterlaag liggen en dan bewust dieper gaan om te azen. Vaak is het na een uurtje of twee dan gedaan met de aanbeten. Maar dan is de buit al binnen. In hoeverre het aantal aanwezige karpers op een dergelijk moment meespeelt in de duur van de aasperiode en het aantal aanbeten is mij niet duidelijk. Wat ik wel weet is dat dit factoren zijn die zonder meer meespelen. Ondanks alle wetenschappen waarover je beschikt voor wat betreft het wintervissen, lijkt het erop dat elke winter anders is, en je constant gedwongen wordt je aan te passen aan de heersende omstandigheden. Goede winterwateren kunnen maanden visloos blijven, en de meest vreemde stekken kunnen plotseling vis opleveren. Een karper kan makkelijk een hele winter zonder te eten. Deze wetenschap gooit uiteraard roet in het eten voor vissers die het hele jaar door willen blijven vangen. Ikzelf vind de winter een heerlijke periode om te vissen. Doorgaans zijn er minder collega's aan het water te vinden en de afwezigheid van muggen is ook zeer prettig te noemen. Ik raad het dan ook iedereen aan om het eens te proberen in dit fantastisch jaargetijde. De kick die er door je heen gaat bij het vasthouden van zo'n koude ijsklomp van een karper is onbeschrijfelijk! Wat mij verder is opgevallen is het feit dat de vangsten na een periode van ijs op het water nogal tegenvallen. Om over het pennen in een windwak nog maar niet te spreken. Vaak hoopte ik een vis in een windwak te haken, maar ondanks de duidelijke aanwezigheid van karper op een dergelijke stek is mij dit nooit gelukt. Bovendien lijkt het na een ijsperiode ook in het voorjaar wat langzamer op gang te komen.
Samenvattend zou ik voeren en vissen in de winter zeker als aanrader willen bestempelen. Al is het slechts een handje voer per dag; de vis wordt toch geattendeerd en zal meer aangespoord worden actief te blijven onder deze barre condities. Dit leidt weer tot vangen en dat willen we allemaal het liefst het hele jaar door of niet soms beste mensen?
Saoks, Dips en flavour
Soaks en dips. Een aantal jaren terug had ik me niet voor kunnen en durven stellen dat die middeltjes wat mijn aasbereiding betreft zo'n grote rol in mijn visserij zou gaan spelen. Ik leg hier de klemtoon op AASbereiding, en wel omdat:
· Ik niet geloof in een hogere vangkracht door enkele magische milliliters flavour door een voermix;
· Een groep geflavourde ballen niet het belangrijkste aasje laat opvallen;
· Flavours en diens etiket meer vissers dan karpers vangt;
· De kostprijs van flavours zo belachelijk duur is.
· Ik net zo goed, zo niet beter (dat is helaas niet te achterhalen), heb gevangen op een neutrale ongeflavourde mix.
Kijk beste mensen, ik besef als de beste dat een stuk bijgeloof en vertrouwen hier om de hoek komt kijken. Een maat van me kreeg onlangs de vraag in een viswinkel welke boillies en flavour momenteel het beste vangen. Hij is gillend de winkel uitgerend, wat ik hem niet kwalijk kan nemen. Sommige mensen zien flavour terecht als een herkenning voor de vis. Dit is ook zo. Maar is die herkenning nodig? Of komt het toevoegen van flavour aan een boilliemix voort uit onzekerheid? Omdat de massa dit doet? Omdat dit ook in koopboillies zit? Vangen koopboillies zoveel beter als een "home made bait" dan? Niet waar ik vandaan kom! Ik ben dan ook van de mening dat een boilliemix puur op basis van de melen die we gebruiken, al interessant genoeg is voor vriend karper. Vooral als daar ingrediënten op basis van gemalen vis (de vis eet nu feitelijk zichzelf, zijn hier geen morele bezwaren tegen?) of zeedieren in zitten.
Ik moet echter wel bekennen dat deze mening over flavours ten dele voortkomt uit onwetendheid. Bewuste onwetendheid welteverstaan. Ik weet niet veel over merken flavours en hun oplosbaarheid. Ik ben sowieso geen merken en materiaal profeet. Wel gebruik ik flavours om soakers te produceren. Ik ben namelijk gek op soakers. Dit klinkt als een contradictie uit de mond van iemand die het gebruik van flavours af loopt te kraken, maar daar kom ik graag later nog even op terug!
![]() |
Op dit putje was de soaker al na een half uurtje gevonden |
· Een soaker valt op tussen de standaard knikkers en wordt zoals reeds vaak bleek als (een van de) eerste vanuit de groep voerboillies gepakt.
· Door deze wetenschap blijft na de aas opname de voerplek intact zodat deze ook interessante blijft voor overige tafelaars.
· Het extreme smaakspoor wat aan een soaker hangt heeft al erg vaak een voedingsreactie uitgelokt bij vissen die dit niet van plan waren.
· In tijden van voedselnijd zal ook de soaker als eerste aan de beurt zijn.
· Op een modderbodem komt een soaker beter tot zijn recht.
· Ook op een zeer gespreid voergebied waarbij het vaak langer duurt dat het aas gevonden wordt, zal de soaker eerder gevonden worden. Denk maar aan wantrouwende vissen die rustig de boel inspecteren.
Laat mij dit van die voedingsreactie nog even uitleggen: vaak kreeg ik vlak na het inwerpen/uitvaren meteen een aanbeet op de soaker, waardoor ik niet twijfelde aan het gegeven dat deze als eerste aan de beurt was. Ook in de winter heb ik al eens bewust het aashumeur van de dag doorbroken door het gebruik van soakers. Ik viste namelijk op een groot voergebied met een reguliere boillie, en een soaker, warbij binnen enkele uurtjes tijd de soaker wel een vijftal keer de lul was. Dit beeld maakte ik vaker mee, en later ben ik in de winter bewust zware voertapijten gaan aanleggen. Te zwaar voor in de winter zelfs. Ik merkte vervolgens dat de vis wel aangetrokken werd door het voer, maar er erg matig tot niet op aasde. Hoogstwaarschijnlijk hing de vis er ergens boven of rondom. Het gebruik van een soaker heeft toen in die winter heel wat vissen overtuigd om toch die heerlijk geurende en smakende boillie op te nemen.
![]() |
Klein gebrek, geen bezwaar!" |
Ik hoop dat ik nu duidelijk heb gemaakt waarom ik wel flavour (in zware doseringen) in mijn aas prefereer, en niet in mijn gehele mix. Ik ben het namelijk zonder meer eens met Roelof dat het op zwaar beviste wateren je zeker weten een "edge" geeft. Zo ook het gebruik van zwaar geflavourde deegballen als aas, en licht of niet geflavoured deeg als voer.
Het eruit laten steken van het haakaas en de bijkomende voordelen heb ik uiteen proberen te zetten. Een relativerende kanttekening is hier wel op zijn plaats. Namelijk dat het succes van een soaker maar van korte duur is. Het werkt prima totdat ze het door hebben. Maar dat geld voor vele dingen in het karpervissen zo. Ook bij het gebruik van een pop up komt een soaker, zoals André reeds aangaf, zeer goed tot zijn recht. Op dit punt kan ik het daarom niet meer dan eens zijn met hem. Dan nog een vraag aan André: heb je bij het gebruik van "The Method" ook al eens een soaker toegepast, of heb je hier niet aan gedacht? Dit lijkt me namelijk een kei van en aaspresentatie op zo'n montage!
Dan nog in het kort over dips: ik gebruik geen dips, en wel om de doodsimpele reden dat ik een soaker beter vind. De geur zit er al beter in, en blijft daar ook. Ik heb zelfs na hele nachten vissen nog een goede geur geroken aan een soaker, wat bij een dip niet het geval was. De vraag die hier oprijst is echter wel wat een karper precies waarneemt van de geur die wij op dat moment ruiken.
Vechtersmentaliteit
![]() |
Het fantastische lot van onze projectspiegels |
In het water wat ik bevis zijn valkenswaarders uitgezet. Binnen deze kweekstam zit veel variatie. Tot mijn verbazing ook in lichaamsbouw. Dit verbaasde mij omdat in mijn ogen de Valkenswaard spiegel bekend staat als een vrij slanke en strak gebouwde vis. Ik zie binnen de uitzettingen op het betreffende water ook beslist hoogruggige en dikker gebouwde vissen terug. Iets wat mij wat betreft de potentie van de vissen gunstig gezind stemt. Het is sowieso een verbetering ten opzichte van de 25% wildbloed hybride, maar ook deze vis weet ik om andere redenen zoals de vechtlust weer zeer te waarderen. En ja, je verlangt altijd naar wat je niet hebt. Kort geleden werd er volop geklaagd over het gebrek aan spiegel, wat nu opgelost wordt. Maar het gras is altijd groener aan de andere zijde van de heuvel. En als ik dan nieuwsgierige franse karpervissers kwijlend in mijn foto album zie kijken naar de vele schubkarpers, kan ik een lachje in mondhoek niet onderdrukken. Ik moet dan toegeven dat ik hetzelfde doe bij hun spiegels, dus wanneer ben je eigenlijk wel tevreden? Tevreden ben ik wel, als ik aan de waterkant zit. En rustig op mijn stoel plaatsneem, genietend van de rust en de fantastische natuur. Als ik dan zie hoe de natuur in evenwicht is rondom het karperwater, en een fuut boven zie komen met een vis tussen zijn snavel. Een vis die hard vecht in zijn strijd. Zijn strijd tussen het verkrijgen van zijn vrijheid, of een vroegtijdige dood in het straffe maagzuur van de fuut. Deze laatste wint het, en is weer een maaltje rijker. Het zijn allemaal van die kleine dingen die het verblijf aan de waterkant keer op keer aangenaam maken. Een mooie karper erbij en ik vind alles allang best!
Tot slot
Het was mij, net als Mike, ook een waar plezier om eens mijn mening te kunnen geven in de Rotary letter. Als ik nu terugkijk hoe lang deze wel niet geworden is, dan schrik ik, en maak dan de vaststelling dat ik blijkbaar veel woorden nodig heb om mijn hersenspinsels te verwoorden. Maar goed, hebben jullie ook weer wat te lezen gehad, en hopelijk iets om over na te denken. Ik hoop dat mijn bijdrage als toegevoegde waarde bestempeld kan worden, en bij deze wens ik jullie in de toekomst zowel vele mooie momenten als vangsten toe!
Laurens Maasland










