Home  |  Contact  
 

Rot@ry Letter


5.6 Reactie op RL 4.2 4.3 5.1 5.3


Marcel Bos

vorige

Inleiding


Het leuk mij leuk eens een reactie te schrijven op deze hoogwaardige Rotary Letter. Hieronder volgt mijn mening/ervaring over een aantal punten die ik uit de volgende RL heb gehaald: 4.2, 4.3, 5.1, 5.3 . Veel leesplezier en ik hoop dat u er wat aan heeft.

Rigs


Dit blijft voor veel mensen een punt van discusie die laatste paar centimeter tot aan de haak. Met de regelmaat van de klok spreek je vissers die na enkele blanks eens een andere onderlijn hebben aangeknoopt en opeens wel vis vangen.Voor hun is dit dan vaak de reden om in deze nieuwe onderlijn te geloven, maar wat was er gebeurd als zij met hun "oude" onderlijn hadden doorgevist. Want misschien was de vis gedurende de vorige sessies wel niet aktief of lagen de aastijden net buiten de vistijden.

Zelf probeer de laatste tijd mijn rigs zo simpel mogelijk te houden dat houdt in dat ik meestal een soepele onderlijn van 10 tot 30 cm gebruik aldan niet met een linealigner of in sommige gevallen knoop ik er ook wel eens een stiff rig aan. Al moet ik wel toegeven dat de inhaking van deze laatste onderlijn mij niet helemaal bevalt ,hier bedoel ik mee dat de vissen soms in de bovenlip of in sommige gevallen net vooraan in de onderlip. Terwijl dit met een soepele onderlijn veel minder voorkomt dan zit de haak meestal keurig achter de onderlip. Over de lengte van de onderlijnen wil ik wel iets kwijt ,vorig jaar hebt ik een water zeer intensief bevist en bevoerd, de lengte van de onderlijnen was steevast tussen 10 en 15 cm.Dit jaar werdt het zelfde water 5 keer bevist en tot mijn verbazing kwamen er aanbeten op onderlijn van ± 25 cm. En kreeg ik er naar verhouding meer vis op de kant als het jaar ervoor.

Loodmontages


 
Dit onderwerp werd door Mark ook al eens aangehaald in een van de vorige RL. Zelf gebruikte ik meestal inline lood tot ik op een gegeven moment aan een ondiep stuk van het Twentekanaal tegen de overkant zat te vissen en mij tijdens het opnieuw beazen van de hengels opviel dat het oog van de wartel was verbogen, het lood slaat op ondiep water hard tegen de bodem met alle gevolgen van dien. Daarom ben ik op dit soort stekken overgeschakeld op het traditionele wartellood met een tube. Bij ondiep water waar ook nog eens een stuk geworpen dient te worden is een stiffrig en een inline lood voor mij helemaal uit den boze want het lood staat rechtop in de bodem en dit komt de scharnier werking van de rig natuurlijk niet ten goede. Tevens is bij het wartellood in combinatie met een stiffrig de aasaanbieding iets beter. Dit kan je eenvoudig testen door bij helder en ondiep water je systeem parallel lang de oever in het water te werpen en vervolgens gaan kijken hoe het hele zaakje in het water ligt. Over loodgewichten kan ik vrij kort zijn , dit is afhankelijk van de bodemgesteldheid maar normaal liggen mijn loodgewichten tussen 75 en 130 gram.

Wakers


Bij hangers staat er altijd dezelfde druk op de lijn
Bij hangers staat er altijd dezelfde druk op de lijn
Dit is een onderwerp waar je niet zoveel over hoort of leest. De komst van de swingers heeft een positieve invloed gehad op de beet indicatie. Met name het te verschuiven gewicht aan de swingerarm. Zo was er voor elke afstand een hoeveelheid druk op de lijn in te stellen. Swingers hebben in mijn ogen het nadeel dat een deel van het gewicht wordt geabsorbeerd door de swingerarm omdat deze altijd iets schuin hangt. Hoe lager de swinger hangt hoe minder de druk op de lijn. Een paar weken terug zat ik met mijn vismaat wat over wakers te praten en kwamen we er op dat er soms wel vis op de stek aanwezig is en je soms een of meerdere piepjes krijgt maar meer ook niet. Hij had het probleem deels opgelost door springers te gebruiken. Hierdoor blijft de lijn onder spanning tijdens het oppakken van het lood door de vis. Door dit gesprek kwam het idee om zelf eens wat te knutselen met mijn Nash hangers. Er werd een nieuwe body gemaakt en tevens maakte ik er een los gewicht bij van ± 80 gram dit geheel werdt gemonteerd aan het kettingje van de oude hangers. De eerlijk gebied te zeggen dat het er wel een beetje lomp uit ziet maar wat maakt het uit. Het grootste voordeel van hangers ten opzichte van swingers is er altijd de zelfde druk op de lijn staat.

Tijdens de twee eerste sessies waar ik deze wakers gebruikte ded zich het volgende voor: bij alle beten die ik kreeg zakte de hangers eerst een aantal piepen omvervolgens een run te worden. Dit houdt voor mij het volgende in. De vis pakt het aas op en tilt vervolgens het lood van de bodem en dan wordt er door het gewicht van de waker ± 80 gram aan de lijn getrokken waardoor de vis waarschijnlijk een verkeerde beslissing neemt en gaat bolten. Een ander punt dat me opviel tijdens het testen van deze wakers is dat bij zakkers de vissen zich hooguit 2 a 3 meter van de stek bevonden waar de rig werd ingeworpen. Bij mijn swingers was dit lang niet altijd het geval dan waren de vissen soms al wel 10 a 15 meter van de stek vandaan. Een ander voordeel van deze wakers is dat deze bij het gebruik van een toplood zelfs zakkers registreren. Dit is toch maar mooi meegenomen. Er werd tijdens de 2 "testsessies" over een afstand tot maximaal 50 meter gevist.

Voeren


...door deze tactiek toe te passen werd er aktie geforceerd
...door deze tactiek toe te passen werd er aktie geforceerd
Tot een jaar of 3 terug voerde ik bijna nooit van te voren, maar daar is de laatste paar jaar door met name de resultaten van anderen verandering in gekomen. Nu wordt er bijna altijd van tevoren gevoerd en dan het liefst zo verspreid mogelijk en op meerdere stekken. Zodat mochten er andere vissers aanwezig zijn er altijd wel een andere optie overblijft om te gaan vissen. De hoeveelheid voer hangt af van de tijd van het jaar maar in de periode van Mei t/m Oktober gaat er 2 tot 5 kilo per voerbeurt te water. Deze hoeveelheid lijkt veel, dat valt reuze mee omdat 1 van mijn viswateren een riviertje is en er over een lengte van 1500 meter wordt gevoerd. Ook tijdens de meeste vissessies voer ik meer dan de andere karpervissers dit houd in dat bij aanvang van de sessie per hengel 50 tot 100 knikkers te water gaan meestal in 2 maten te weten 16 en 22 mm. Door meer te voeren krijg je toch een beetje een afwijkend gedrag want de meesten voeren maximaal 20 knikkers per hengel of zelfs nog minder. Mark gaf dit ook als eens aan in van de RL door gewoon 3 kg boilies op een hoop te gooien en vervolgens meer dan gemiddeld beet te krijgen. Wat in mijn ogen werkt bij instant vissen is over een lengte van ± 500 meter 200 knikkers uit strooien in groepjes van maximaal 5 boilies en dan vervolgens je rig er ergens tussen te gooien dit werkt echter zeer verassend. Het is meermaals overkomen dat door deze tactiek toe te passen er aktie werd geforceerd op een tot dan dood water.

Dips en soaks


Deze gebruik ik bijna nooit, maar je vangt er ongetwijfelt vis mee. Het enigste wat ik wel eens gebruik is melasse opgelost in een alcoholoplosmiddel , deze wordt normaal voor flavour gebruikt. Wat ook wel goed werkt is om je haakboilie te dippen in de flavour waar je mee vist. Om de bittere nasmaak van de flavour weg te werken kan je bij een visflavour wat Maggi ,Vleeskruiden of Rundvlees bouillion toevoegen en bij een zoete flavour voeg je wat sweetner of Natrena toe. Tevens kan je ook aardbeien of anijs olie gebruiken om te dippen of te soaken dit heeft ook nog eens het voordeel dat je boilie's er naar gaan smaken. Maar er zijn natuurlijk nog veel meer dingen mogelijk.

volgende




Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer