Rot@ry Letter
6.3 Gastbijdrage naar aanleiding van de Rotaryletters 6.1 en 6.2
Roelof Schut
vorige
Inleiding
![]() |
| Aalscholvers |
Welnu, ik ben uiteindelijk weer in de digitale pen gekropen en hoop de lezers te vermaken met deze bijdrage. Een groot gedeelte van mijn bijdrage zal theoretisch van aard zijn met een flink aantal referenties aan de praktijk. Dat theoretische gedeelte is voor mijn persoontje onvermijdelijk als ik op een aantal onderwerpen dieper moet ingaan. Voor de een dus theoretisch geneuzel, voor de ander hopelijk een helder verhaal. Ach, als er uiteindelijk slechts één karpervisser is die wat kan met mijn bijdrage dan ben ik al weer tevreden. Mijn bijdrage aan deze rotary zal overigens slechts een gastbijdrage zijn en ik beperk me puur en alleen tot het onderwerp aangaande het gebruik van toevoegingen (flavours c.a.). Af en toe zal ik een noodzakelijk zijstraatje inslaan. De overige onderwerpen heb ik al genoeg behandeld in mijn bijdragen voor de KSN Rotary en ben ik derhalve als rotaryonderwerp een beetje beu. Het zou voor mij een herhaling van zetten worden. Rest nog het onderwerp spiegelkarperprojecten. Als drijvende kracht achter de projecten in de provincies Drenthe en Groningen heb ik daar genoeg over te vertellen. Maar over dit onderwerp ben ik, samen met de Hengelsportfederatie Groningen-Drenthe, een artikel aan het voorbereiden voor een hengelsportblad. Daarnaast ben ik van mening dat mijn bijdrage over toevoegingen lang genoeg is.
Ook geen grote vissen parade deze keer. Dit zal ongetwijfeld bij enkele lezers tot teleurstelling leiden. Het zei zo maar ik kan er niet mee zitten. Ik heb bewust gekozen voor een mix van fotomateriaal. Karpervissen is voor mij nou eenmaal meer dan het vangen van grote karpers alleen.
Gebruik van toevoegingen op maagdelijk water
![]() |
| Deze fuut zat verstrikt in achtergelaten vissnoer. Neem dit dodelijk nylon aub mee naar huis! |
Maar dat de toevoeging van suiker, of welk additief dan ook, mijn vangsten op maagdelijk water heeft doen verbeteren heb ik nooit gemerkt. De eerlijkheid gebiedt mij te zeggen dat ik er ook nooit minder door ving. En zetmeel is overigens wel een betere attractor dan suiker.
De hamvraag in dit verband is voor mij dus uit welke basisingrediënten je boilie bestaat. Vis je met genoeg koolhydraten in je boilie dan mag je wat mij betreft die toevoegingen dus weglaten. Ik heb het wel gezien na jaren ploeteren op maagdelijk water. De koolhydraten alleen werken voortreffelijk.
Indien er met mooie rondgedraaide boilies gevist wordt is er echter wel een klein probleempje dat opgelost dient te worden in het kader van de instantgedachte. En dat is de uitwaseming van het zetmeel. Door het koken ontstaat er een aan de buitenkant van de boilie een soort 'dichte' mantel. De dichtheid en doorlatendheid van deze mantel is afhankelijk van de gebruikte ingrediënten en de kooktijd. En niet in de laatste plaats afhankelijk van de watertemperatuur kan de uitwaseming van het zetmeel vele uren op zich laten wachten. Door de boilies door midden te breken of door afgebroken boilieworstjes te voeren wordt dit euvel verholpen en wasemt het zetmeel nagenoeg vanaf het begin uit.
![]() |
| Ik begin weer aardig naar het voorjaar te verlangen |
En zoals ik hiervoor al meldde is maïs enorm instant en in aangehaald Frans voorbeeld zelfs de grootste vislokker. Weer dat zetmeel! En dan nog even een zijsprong naar het onderwerp voedselpreferentie. Het is bekend dat het vaak gebeurt dat de karper totaal gepreoccupeerd raakt op de maïs en de boilies laat voor wat ze zijn of ze pas opvreet als het maïs op is. Je verzoekt de goden zelfs om preoccupatie op de maïs als je de boilies pas in tweede instantie bijvoert. De betreffende auteur was echter zo slim om zijn boilies 'af te stemmen' op de maïs om het risico van preoccupatie te minimaliseren. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het succes aan die Franse rivier in grote mate te danken heeft aan de maïs, de boilie was - met name als attractor - veel minder relevant. En wat was er gebeurd als er in gelijke hoeveelheden en formaten was gevoerd met een boilie zonder additieven maar met genoeg zetmeel (wel door midden breken alstublieft, vooral als de watertemperatuur laag is)? Ik durf wel een voorspelling te doen.
Let wel, ik beweer niet dat de betreffende door de auteur gebruikte boilies niet instant zouden zijn. Maar dat de vangsten (in dit geval!) goed waren zegt niets over de instantwerking van de gebruikte boilie. Het zegt des te meer over de maïs en over de gebruikte tactiek.
Om misverstanden te voorkomen wil ik nogmaals vermelden dat ook een boilie waarin vismeel verwerkt is toch veel koolhydraten/zetmeel kan bevatten. Een knikker met 20% vismeel en voor de rest bulkingrediënten zoals tarwebloem, maïsmeel en polenta bevat nog snel minimaal 60% koolhydraten. Het gebruik van vismeel hoeft dus absoluut geen afbreuk te doen aan de instantwerking van de boilie. Ook hier heb ik genoeg praktijkvoorbeelden van. Sterker nog, in mijn omgeving heb ik hoogstpersoonlijk de boilies geïntroduceerd op alle wateren. Er waren toen alleen maar maagdelijke wateren! En ik was absoluut de eerste karpervisser die hier met vismeelboilies uitpakte (ik was namelijk de enige karpervisser). Weliswaar was het percentage vismeel nooit hoger dan een procent of vijftien, maar toch. Deze boilies werkten ook instant en nooit met een slechter resultaat dan zonder het gebruik van vismeel. Wel kan ik mij voorstellen dat het minder wordt als je de hoeveelheid vismeel opvoert naar 50% of meer. Logisch vind ik, want de hoeveelheid koolhydraten die zo belangrijk zijn voor de instantwerking neemt dan namelijk ook evenredig af en zo ook de uitwaseming van deze koolhydraten.
Nog even ter aanvulling op het vorenstaande. In mijn relaas over het gebruik van toevoegingen op maagdelijk water ben ik uitgegaan van de intrinsieke aantrekkingskracht van de neutrale boilie. Voorwaarde is wel dat de zetmeel de mogelijkheid krijgt om uit te wasemen. Deze basisaantrekkingskracht is volgens mijn bescheiden mening meer dan genoeg op maagdelijk water. Jaren vissen en experimenteren op maagdelijk water hebben mij niet anders kunnen doen concluderen. Ik zeg echter niet dat maagdelijke karpers niet positief zouden kunnen reageren op bepaalde toevoegingen zoals bijvoorbeeld suiker of aminozuren. Integendeel. Ik heb alleen nooit de indruk gehad dat het op maagdelijk water beter liep bij het gebruik van toevoegingen. Vandaar de opmerking in mijn vorige gastbijdrage dat ik nooit de indruk heb gehad dat ik een natuurlijke aasrespons bij de karpers teweeg heb kunnen brengen als gevolg van het gebruik van additieven. Dus in combinatie met de natuurlijke aantrekkingskracht van het zetmeel in de boilie vind ik additieven op maagdelijk water overbodig. Nogmaals, nooit heb ik de indruk gehad dat ik er beter door ving. Trouwens, het overgrote deel van de mensen die zelf boilies draaien gebruiken veel zetmeelrijke producten zoals maïsmeel, polenta, etc. Bijzonder is dat men nog steeds op zoek is naar een vislokker terwijl de grootste attractor reeds verwerkt zit in hun boilie. Zonder dat ze het zelf beseffen…
![]() |
| Oud spiegeltje van een kanaal waar ik vele mooie herinneringen aan heb |
Gebruik van toevoegingen op dressuurwater
Even een stapje terug om het mogelijke effect van toevoegingen iets inzichtelijker te maken. Als een karper vaak genoeg een bepaalde - voor hem onbekende - toevoeging proeft dan wordt er na verloop van tijd een associatie gelegd tussen die bepaalde toevoeging en voedsel. Net zoals wij ooit eens geleerd hebben wat de geur van een oliebollenkraam inhoudt. De karper leert als het ware dat een bepaalde geur (smaak) betekent dat er iets te vreten valt. Hier ligt ook de oorsprong van de stelling dat de meest gebruikte flavour de beste flavour is. Deze flavour kent de karper het beste. Simple as that. En zo is de karper in staat om meerdere biotoopvreemde stoffen te associëren met voedsel. Dat lukt in principe ook met een 'houtgeur' of een 'plasticgeur', laten we ons hier niet in vergissen. Misschien iets voor de dressuurdoorbrekend bezig zijnde flavourfabrikant?
Deze herkenning van geur/smaak gaat alleen maar op als de karper er vaak genoeg mee geconfronteerd is geweest of wordt in combinatie met voedsel. We mogen binnen dit kader echter ook weer niet vergeten dat sommige flavours en additieven sneller (of minder snel zoals je wilt) geassocieerd zullen worden met voedsel. Het verschil tussen biotoopeigen en biotoopvreemde stoffen speelt hier ook een niet te onderschatten rol in. Bepaalde toevoegingen hebben een natuurlijke aantrekkingskracht op de karper en hier geldt voor dat er niet aangeleerd hoeft worden dat de betreffende stof betekent dat er voedsel is te vinden. In een dergelijk geval zit dit vermogen opgesloten in de genen van de karper. Denk aan de natuurlijke aantrekkingskracht van koolhydraten, betaïne en aminozuren. Dit wil echter niet zeggen je door het gebruik van dergelijke natuurlijke attractors tot in lengte van dagen de dressuur omzeilt. Was het maar waar. Als je een vis bijvoorbeeld meerdere malen vangt aan een boilie met betaïne dan zal de vis vanzelf een relatie leggen tussen de boilie met betaïne en gevaar. Negatieve conditionering dus, ondanks het gebruik van een natuurlijke attractor. Dit betekent echter niet dat alleen de betaïne verantwoordelijk is voor de negatieve conditionering. Het is de combinatie van die betaïne en die gekookte deegbal van een bepaalde grootte van enig gewicht met een zekere smaak op een bepaalde plaats. Die betaïne is slechts één variabele in het woud van velen en beslist niet zaligmakend. Want als natuurlijke attractors per definitie dressuurdoorbrekend zouden zijn dan was dit rotaryonderwerp nimmer geboren. Want dan had het zetmeel (daar is ie weer) uit onze boilie al vanaf den beginne zorg gedragen voor spetterende, niet teruglopende vangsten. Ik haalde de intrinsieke aantrekkingskracht van de boilie reeds aan. Helaas is het anders gelopen… Proef ik hier misschien een klein beetje heimwee naar een jaartje of vijftien geleden? Vaak is het wel zo dat je vangsten een enorme boost kunnen krijgen door de juiste toepassing van een - niet eerder gebruikte - natuurlijke attractor. Totdat de dressuur zijn werk weer doet.
![]() |
| Een beetje bijgelovig moet je af en toe zijn |
Maar is lang voeren (noem het maar totaalvoeren) met een niet eerder gebruikte toevoeging per definitie een garantie voor spetterende vangsten op een dressuurwater? En dan bedoel ik vangsten die significant beter zijn dan de rest van de aanwezige vissers. Zoals bijvoorbeeld het resultaat van De Baets op KK 7-8. Een volmondig nee is daarop mijn antwoord. Natuurlijk zal het je vangsten positief beïnvloeden maar hetzelfde resultaat is vaak ook op een veel simpeler, en in ieder geval veel snellere manier, te behalen. Er wordt door lang te voeren dus wel een beter resultaat gehaald maar Jantje, Pietje en Klaasje vangen opeens ook de sterren van de hemel. Hun resultaten zijn op zijn minst ook opzienbarend te noemen. Sterker nog, ze begrijpen zelf ook niet hoe dat kan (al willen ze vaak anders doen geloven). Hoe is dit nu te verklaren?
![]() |
| Ooit door mij uitgezet als klein visje, nu 10 pond. De staart is gemerkt door een onverlaat. Asociaal! |
Dus als Jantje aan het water komt (zonder voor te voeren!) en zijn standaard aardbei-boilies bijvoert dan mag de geur, kleur en smaak weliswaar verschillen van jouw shellfish-boilie. Maar geldt dit ook voor het soortelijk gewicht, de grootte, de vorm (vind ik trouwens minder belangrijk dan het soortelijk gewicht) en de hardheid? En hoe sterk verschillen de boilies na een verblijftijd van 24 uur in het water? En in hoeverre onderscheidt de karper het verschil tussen bijvoorbeeld Strawberry en Cranberry? Je voelt hem dus al aankomen. Onze Jan profiteert van de voercampagne van een ander ondanks dat hij een andere boilie gebruikt. Vervolgens is Jan wel de gevierde man aan de waterkant. Oei, dat doet pijn! Eigen schuld mensen, dan moet je de karpers maar niet leren dat een boilie weer een veilig voedsel is. Of zoals je wilt, afleren dat een boilie gevaarlijk kan zijn. Laten we maar eerlijk zijn waarde karpervissers, wij voeren voor ons zelf en niet voor een ander. En natuurlijk gunnen wij een ander een dikke karper maar niet als die gevangen wordt als gevolg van onze voercampagne. Mogen we een beetje egoïstisch zijn?
![]() |
| Soms is een voerbootje een handig hulpmiddel. Het is altijd leuk speelgoed |
De meeste wateren staan nog niet onder genoeg druk om een dergelijke aanpak succesvol in de meeste optimale zin van het woord te laten zijn. Je zou ook kunnen zeggen dat de karper nog niet genoeg (af)geleerd heeft, zeg maar nog 'dom' genoeg is. Pas op het moment dat het hele scala aan smaken, rigs, tactieken, etc. meerdere malen aan hem voorbij is gekomen dan is het mogelijk om je met een dergelijke aanpak te verzekeren dat uitsluitend jij degene bent die profijt heeft van deze aanpak. Maar ook hier heb je af en toe te maken met de uitzondering op de regel. Ik hoop dat jullie het een keer mogen meemaken. Probeer wel een aas met toevoegingen uit te kiezen waarvan je zeker weet dat een ander het niet gebruikt.
![]() |
| Terugvangst van een projectspiegel. Van dit slag verwacht ik veel in de toekomst |
Het smaakvermogen van de karper
Roger stelt dat in water oplosbare flavour een smaakspoor legt en dat een niet wateroplosbare flavour zorgt voor een betere smaak van de boilie. Op zich klopt dit als een bus. Ware het niet dat een wateroplosbare flavour natuurlijk ook voor een andere smaak zorgt in de boilie en dat een niet wateroplosbare flavour natuurlijk ook een smaakspoor legt. Roger gaat dus iets te kort door de bocht. Ik zou het willen aanvullen met het volgende. Een wateroplosbare flavour verblijft in principe korter in de boilie. Maar dit heeft wel te maken met de hoeveelheid gebruikte flavour, het type oplosmiddel, de kooktijd, de structuur van de boilie en vooral ook met de watertemperatuur. Des te hoger de watertemperatuur, des te sneller lost de flavour op in het water. Denk in dit verband aan het verschil in oplossnelheid van suiker in respectievelijk koude en warme thee. Dat een wateroplosbare flavour ook een sterke rol kan vervullen bij de smaak van de boilie is dus evident.
En een niet wateroplosbare flavour legt net zo goed een smaakspoor. Denk in dit verband maar aan het gebruik van olie in je boilie. Olie lost niet op in het water maar treedt wel terdege uit de boilie en legt een spoor. Ook hier spelen dezelfde variabelen als bij wateroplosbare flavours een niet te onderschatte rol in dit proces. Een groot bijkomend voordeel van een niet in water oplosbare flavour is dat het kan dienen als 'drager' voor andere gebruikte lokstoffen.
![]() |
| Jeugdbegeleiding is belangrijk! Het zijn de vaandeldragers van morgen |
Oktober 1994. Tijdens een dagsessie op een kanaal krijg ik op een bepaald moment een aanbeet. De zeer log aanvoelende vis is absoluut niet uit balans te brengen en schiet na een tiental seconden los. Aan de haak zit nog slechts een schub. Een vals gehaakte vis dus. Op betreffend kanaal is een aanbeet een niet alledaags voorkomend gebeuren dus je begrijpt dat ik wel door de grond kon zakken. Maar goed, niets aan te doen en toch maar verder vissen. Ruim een uur later krijg ik toch nog een herkansing en hang ik wederom in de hengel. Mijn revanche mag er zijn want na een spetterende dril ligt er een schub van 35 pond op de mat. Een beetje geluk moet je hebben nietwaar? Maar wat schetst mijn verbazing als ik de vis van dichtbij bekijk? Op zijn borst, vlak achter de kop, heeft de karper een vers, nog bloedend wondje en er mist een schub! Ja ja, het was dus dezelfde vis die mij eerder was losgeschoten. Zoals ik net al zei, een beetje geluk moet je hebben. Dat deze vis zich aan mijn haak geprikt heeft toen het aas werd onderzocht met de smaakpapillen op de buik is op zijn minst een plausibele verklaring. Deze kans was trouwens ook aanzienlijk want ik viste met een haak nr. 1. In de bek was ook geen andere haakwond te ontdekken dan die veroorzaakt door de vangst.
![]() |
| Na weken geduld hebben, aten de karpers uiteindelijk uit mijn hand |
Dat verhaaltje over het niet kunnen detecteren van overgeflavoured aas heb ik ook al vaker gelezen. Maar wat is overgeflavoured eigenlijk? Is dat twee maal de voorgeschreven hoeveelheid? Of drie maal? Of tien maal? Het zal allemaal best hoor maar ik heb flavours in hoeveelheden gebruikt die ik niet eens in het openbaar durf te noemen. De karpers hadden totaal geen probleem met het vinden van het aas. Integendeel. En wat te denken aan het gebruik van de wateroplosbare capsules die met pure flavour worden ingespoten of het gebruik van flavour opnemende sponsjes die in het werplood gedrukt worden. Deze methodes hebben in ieder geval genoeg vis opgeleverd om te kunnen stellen dat een karper wel terdege in staat is om een vast voedseldeeltje te vinden in een wolk flavour.
Direct naar het rijk der fabelen afvoeren dat verhaal over overgeflavoured aas in relatie het niet kunnen vinden van dit aas. Ik heb bij wijze van experiment ook eens een boiliestek aangelegd met boilies die geflavoured waren met 5 ml Scopex per ei. No problemo! Ik heb nou eenmaal de onhebbelijke eigenschap om dergelijke theorieën te willen in weerleggen in de praktijk. Vreemd genoeg lukt dat vaak.
Ik wil trouwens benadrukken dat het me op lange termijn niet gezond lijkt voor de karpers om dergelijke hoeveelheden flavours te gaan gebruiken bij het aanleggen van een voerstek en ik raad dit iedereen dan ook ten zeerste af. Mijn experimenten zijn dan ook arbitrair te noemen en zijn slechts uitgevoerd om iets te bewijzen voor mezelf. Excuses aan de karpers ben ik dan ook wel verschuldigd. Bij deze.
![]() |
| Oktober 1994. Deze vis werd vals gehaakt in de borst, schoot los en werd vervolgens toch nog gevangen... |
Overigens is de concentratie uitgetreden flavour op de voerstek niet alleen afhankelijk van de stroming in het water maar ook van de hoeveelheid gebruikte flavour, het type oplosmiddel, eventuele naflavouring, de kooktijd, de structuur van de boilie, de watertemperatuur, het soortelijk gewicht van de flavour, het 'draag'vermogen van niet wateroplosbare flavours, etc.
Ook ingrediënten in vaste vorm!
Tot slot wou ik opmerken dat ik in het relaas over toevoegingen hoofdzakelijk gesproken heb over vloeibare toevoegingen. Dezelfde basisprincipes gelden in beginsel ook - zij het in een iets andere context - voor vaste ingrediënten die toegevoegd worden aan de basismix en voor de basismix zelf. Ik refereerde hier al aan in de alinea's over het gebruik van additieven op maagdelijke wateren. Denk maar eens aan het gebruik van Robin Red, speculaaskruiden, zetmeelrijke (koolhydraatrijke) melen, birdfood, etc. De 'droge' ingrediënten kunnen dus minstens zo belangrijk zijn als vloeibare toevoegingen. Elke ingrediënt kan zijn eigen stempel drukken op de boilie of dit nou vloeibaar is of niet en kan - soms instant en absoluut na een gedegen introductie - het verschil maken tussen vangen en blanken. Met name op dressuurwateren!
![]() |
| Vreten als God en met Andre in Frankrijk |
And remember. Carpfishing is a journey and not a destination!
Happy hunting.
Roelof Schut
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox














