Rot@ry Letter
6.5 Flavours en additieven, spiegelkarperprojecten, wier, commercie en toekomstvisie
Willem Verspoor
vorige
Afgelopen najaar werd ik gevraagd om plaats te nemen in het nieuwe rotary team.Lijkt me leuk, dacht ik. En reageerde positief op het verzoek. Toen ik er naderhand nog eens rustig over na dacht, vroeg ik me het volgende af "waarom zou ik deel moeten nemen aan een rotary". Ik ben niet iemand die overal een theoretische verklaring voor zoekt. Dat hoeft natuurlijk ook niet, een mening is genoeg…
Ik ben een "gevoelsvisser" . Dat betekent impliciet dat belangrijke keuzes binnen mijn visserij op gevoel worden genomen. Zo vind ik het bijvoorbeeld moeilijk om vanaf mijn slaapkamer een stek uit te kiezen voor de eerst volgende sessie. Ik moet altijd even vooraf een kijkje nemen aan het water dat ik wil gaan bevissen. "even proeven " En dan nog, wil ik op het laatste moment de plannen nog wel eens wijzigen. Natuurlijk wordt zo'n gevoel in de loop van de tijd gevormd door de ervaring die in de loop van de jaren is opgebouwd. Dat ik niet overal een theoretische verklaring voor zoek komt door de volgende opvatting. " In de complexiteit van het karpervissen is eigenlijk geen eenduidig antwoord te geven die voor alle situaties geldt."
![]() |
| Hun overlevingsdrang maakt onze hobby zo complex |
Ik ben een experimenteer freak. Je zou dan denken dat ik alles tot op de bodem uitzoekt maar het tegengestelde is waar. Het experimenteren heeft me heel veel vissen gekost, maar heeft mij ook vissen opgeleverd . En daar gaat het mij voornamelijk om. Als ik ergens goed op vangt dan heb ik meestal de neiging om het te gaan veranderen. Dat kost mij vaak vis, maar ben dan wel een ervaring rijker, en dat vind ik belangrijk. Als je altijd standaard vist, zelfde maat onderlijn , zelfde stekken , zelfde voersamenstelling enz. ben je wat mij betreft, erg bekrompen bezig. Maar ja, zekerheid is voor veel mensen belangrijk.
![]() |
| Even proeven van het water |
Ok, hoogste tijd om de rotary onderwerpen te gaan behandelen.
Flavours en additieven, hebben ze nou een meerwaarde of niet?
Ik denk (weet het dus niet zeker ) van wel. Waarom ? De kracht van een boilie of ander niet natuurlijk beschikbaar voedsel voor de karper, is dat het zich onderscheid van de "gebruikelijke"smaken die een karper detecteerd. Vanuit deze optiek kan men stellen dat een enkele boilie op de hair zonder bij te voeren(single hookbait) beter vangt dan een mossel die je presenteert op een water waar vele mosselbanken aanwezig zijn. Want zo single is het dan niet meer. Nieuwe smaak wekt interesse en zeker als er van die smaak nog een extra stimulerende prikkel uitgaat. Als er op een water intensief gevoerd wordt met boilies gaan die boilies ook fungeren als een soort natuurlijk voedsel. Het onderscheidend vermogen neemt dan weer snel af. Door gebruik van flavour en additieven kan men die prikkel tijdelijk terugkrijgen. Iedere karper is anders, en reageert ook verschillend op bepaalde situaties. Ben het dan ook met Roger eens dat een bepaalde stof soms werkt op slechts één vis of op één water. Om deze reden verdiep ik mij ook niet al te veel in deze materie. Ik hanteer een aantal hoofdlijnen en vanuit die hoofdlijnen gaat ik een nieuw water bewerken. Er is geen "standaard"definitie te vinden die op alle wateren geldt. Dus lijkt het mij zonde van de tijd om daar dan onevenredig veel aandacht aan te besteden. Als je weet welke stoffen stimulerende werkingen hebben dan kan je vanuit die wetenschap verder.
![]() |
| Grote vissen worden ten onrechte als bewijslast opgevoerd |
Commercie binnen de karpervisserij
Langzaam maar zeker begint de commercie grip te krijgen op de karpervisserij. Dit is ook onvermijdbaar. Of je het nu prettig vind of niet. Karpervissen is in de afgelopen jaren behoorlijk in populariteit toegenomen. Commercie kan aan de ene kant een belangrijke rol gaan spelen binnen de karpervisserij maar aan de andere kant kan de commercie ook een bedreiging vormen voor de karpervisserij. Laurens wilde in zijn bijdrage weinig kwijt over de vervelende kanten van commercie. Het is natuurlijk een gevoelig onderwerp. Maar ik geloof dat hij zich hier al eerder over heeft uitgesproken. Mijn mening is nog niet bekend. Laat ik het eens proberen, het is niet voor niets een rotaryonderwerp ! Ondanks de gevoeligheid ga ik toch met een maatje 42 door de porselein kast banjeren!
Wat voor belangrijke rol is er voor de commercie weg gelegd? Zoals we allemaal weten staat de sportvisserij onder behoorlijke druk. Vooral de dierenbescherming doet er alles aan om de sportvisserij aan banden te leggen. Om ons hier tegen te verdedigen zijn er behalve grote aantallen sportvissers vooral ook financiële middelen nodig. De commerciële bedrijven hebben er alle belang bij dat de sportvisserij in stand wordt gehouden. Het lijkt me dan ook logisch dat vooral de commerciële bedrijven ook met financiële middelen proberen hun (en dus ook onze) belangen te behartigen. De sportvissers zullen natuurlijk gezamenlijk één blok moeten vormen tegen de bedreiging van o.a. de dierenbescherming.
Wat hier voorgaande is beschreven is natuurlijk te simpel voorgesteld. In werkelijkheid ligt het wel wat gecompliceerder. Gelukkig hebben wij daar natuurlijk de commissie belangen behartiging voor, die de boel structureert. De sportvisserij werd nogal verrast door het verbod op levende aasvis, hopelijk kunnen zij zulke verrassingen in de toekomst voorkomen. Veel lof voor de mensen die zich hiervoor inzetten, Klasse!
De commercie brengt natuurlijk ook vervelende nevenverschijnselen met zich mee. Één van die vervelende nevenverschijnselen is natuurlijk het onstaan van betaalwateren. Er is al veel over gepubliceerd desondanks wil ik jullie mijn mening hierover niet onthouden.
Het is een kwestie van vraag en aanbod… als er ergens vraag naar is, dan volgt het aanbod vanzelf. Betaalwateren kunnen we natuurlijk indelen in twee groepen, namelijk,
Een nuttig betaalwater is een water waar een visvriendelijk beleid wordt gevoerd. Je kunt dan tegen een (veel te hoog) bedrag op een vooraf vastgestelde stek vissen.
Lac du Der is een goed voorbeeld van een "nuttig" betaalwater. De jarenlange toestroom van duizenden karpervissers naar één van de beroemdste "big fish" wateren van Frankrijk heeft het water geen goed gedaan. Het heeft niet veel gescheeld of er was een definitief einde gekomen aan het karperen op du der. De enorme toestroom van karpervissers zorgde voor allerlei excessen aan de waterkant. In een grote groep mensen zitten altijd wel een aantal rotte appelen. Het is altijd een minderheid maar over het algemeen zijn het er genoeg om het te verzieken voor de overige vissers.
![]() |
![]() |
| Je bent een rund… als je met je afval stunt ! |
In dit voorbeeld is de tweede optie natuurlijk een nuttig alternatief, al vind ik de prijs die er voor gevraagd wordt wel wat overdreven. Maar dat geldt natuurlijk voor praktisch alles binnen de (karper)visserij. Een leuk voorbeeld is ook een simpel pakje wartels. De kostprijs van een zakje wartels ligt onder de 30 cent. Toch liggen ze voor 9,95 in de winkels! Nu moet ik er wel gelijk bij vermelden dat het niet altijd de winkeliers zijn die hier verantwoordelijk voor zijn. Over het algemeen worden de prijzen bij vooral Engelse handelaren kunstmatig hoog gehouden.
Een minder nuttig betaalwater is een betaalwater waar men dus geen visvriendelijk beleid voert, hierbij moet men denken aan het overzetten van grote karper. Het gevaar voor overbevolking is natuurlijk groot. De vraag naar wateren waar je veel grote vis binnen redelijke korte termijn kunt vangen is groot. Deze wateren worden doorgaans bevist door vissers die geen weet hebben hoe zo'n water tot stand is gekomen. Maar er zijn ook vissers die wel degelijk op de hoogte zijn van het visonvriendelijk beleid die op sommige wateren wordt gevoerd. Deze "vissers" willen ten kosten van alles een grote vis in hun fotoalbum hebben. Het gevoel wordt ondergeschikt gemaakt aan de doelstellingen.
"Je kunt lekker zorgeloos vissen" is ook een veel opgevoerde reden om te boeken op een vis(on)vriendelijk betaalwater.
Het ligt er natuurlijk aan wat je onder zorgeloos vissen verstaat. Als je op bijvoorbeeld stek 13 hebt geboekt en de vis ligt in de desbetreffende periode opgestapeld op stek 25, dan lijkt het mij allerminst zorgeloos vissen! En wat dacht je als er zowel rechts als links een stuk of tien vissers zitten (maal 4 hengels). Lekker rustig genieten van je visvakantie. Het lijkt mij dan zinvoller om een staatslot aan te schaffen. Dit laatste geldt natuurlijk voor alle type betaalwateren en wateren waar sprake is van zogenaamde nachtviszones.
Ik realiseer mij heel goed dat iedereen een eigen doel nastreeft binnen zijn visserij. Die doelen respecteer ik ook, mits mensen niet ten kosten van alles hun doel willen bereiken. Een stukje ethiek vind ik wel op zijn plaats binnen onze hobby.
Zoals Roger al in zijn rotary aangaf lijkt PB een modewoord te worden. Op deze manier denkt men een verhoogde status te verkrijgen. Helaas voor hen, want tegenwoordig vangt praktisch iedereen zware vissen. Hierdoor valt het onderscheidende vermogen weg. De onderlinge strijd tussen vissers is niet zo vreemd, het zit immers in de mens.
Naast eten, drinken, seks en zekerheid staat status en erkenning hoog genoteerd op het lijstje van de eerste levensbehoefte van een mens. Iedereen heeft dus behoefte aan erkenning en waardering. Of je de erkenning nu in je werk of hobby vindt, het maakt niet zo veel uit. Iedereen vind het leuk als zijn ego wordt gestreeld, al is het maar een beetje! Momenteel is het onderscheidende vermogen door het vangen van grote vissen een beetje aan het verwateren. Het is dus logisch dat men op zoek gaat naar een alternatief om zich te kunnen onderscheiden van andere vissers. En jawel, men heeft het al gevonden… SPONSORING ! Sponsoring is mode aan het worden. Mensen vinden het prettig om tegen anderen te kunnen zeggen dat ze met boilies/visspullen "van de zaak " vissen. Kan daar op zich niet zo mee zitten, maar het is soms zo erg dat het zelfs als doel wordt gesteld. Dat gaat wat mij betreft wat te ver.
Dat het populair is zie je goed bij recentelijk opgerichte bedrijfjes. Veelal eenmansbedrijfjes, bedrijfseconomisch gezien begin je natuurlijk klein en krabbel je langzaam op. Het is toch frappant om te zien dat de nog relatief jonge firma's in veel gevallen 5 tot 10 fieldtesters hebben! 10 maal 250 kilo boilies op jaarbasis, drukt aardig op de begroting, dacht ik ! Maar ja, 10 maal 2 kilo op jaarbasis is natuurlijk ook sponsoring !
Bij de grotere firma's die ooit met sponsoring zijn begonnen werd je gevraagd om voor een bepaalde firma te vissen. Dit kwam hoofdzakelijk doordat de gevraagde vissers zich in de "picture" hadden gevist. Momenteel wordt er driftig gesolliciteerd bij firma's. Tja, als je niet gevraagd wordt dan moet je erom vragen natuurlijk! Het dringt langzaam tot mij door dat ik zojuist een gat in de markt heb ontdekt ! Ik denk dat ik maar eens een bemiddelingsbureau/uitzendbureau op ga starten. Maar goed, ik dwaal weer eens af.
De grote vissen zijn niet zo belangrijk meer zoals vroeger, althans, niet om in aanmerking te komen voor plaatsje binnen een commercieel team. Wat ik nu eigenlijk niet begrijp is de statusverhogende werking van het geheel, de selectie vindt veelal plaats onder vrienden en heeft in steeds mindere mate te maken met de kwaliteiten van een visser. Het is simpelweg de exclusiviteit die voor deze statusverhogende werking zorgt. Gezien de stijging van het aantal commerciele teams en het aantal leden dat hiervan deel uitmaakt, begint langzaam de statusverhogende werking hiervan ook weer te verwateren. Franklin had het in zijn bijdrage over sponsorgeil. Zo zou je het inderdaad kunnen omschrijven.
Het moge duidelijk zijn dat ik geen voorstander ben van visonvriendelijke betaalwateren. Een visvriendelijk betaalwater vind ik enigszins acceptabel al vind ik de prijs die er voor gevraagd wordt wel wat buiten proportioneel. Ik heb overigens niets tegen sponsoring ! Ik doet er per slot van rekening zelf net zo hard aan mee! Ik vind alleen de ontwikkeling in deze grappig om waar te nemen.
![]() |
| Ik doe er zelf net zo hard aan mee… |
Wier en karpers
Waar rook is, is vuur…
Waar wier is, is karper…
Meestal gaat dit op. Wier oefent een ongelofelijke aantrekkingskracht uit op karpers. Wier staat immers garant voor voedsel en beschutting!
![]() |
| Gevangen bij de ingang van een groot lelieveld |
Allereerst wil ik een onderscheid maken tussen wateren die helemaal dichtgegroeid zijn en wateren die alleen maar in bepaalde sectoren wier bevatten.
Wateren die geheel of grotendeels dichtgegroeid zijn.
Dit zijn over het algemeen wateren die helder en relatief ondiep zijn. Langs de oever bevinden zich meestal geen of weinig bomen en/of struiken. De zon heeft dus de gehele dag vrij spel. Overdag produceren de planten zuurstof terwijl ze 's nachts zuurstof verbruiken. Overdag hebben de karpers dus zuurstof in overvloed en 's nachten zouden zij een tekort hebben. Op basis van deze theorie kan men stellen dat de karpers overdag actief zijn en 's nachts juist passief. Dit is natuurlijk erg zwart/wit gesteld. Dat wil namelijk niet zeggen dat je in de nachtelijke uren geen karper kunt vangen.Of je op dit type wateren s'nachts of juist overdag moet gaan vissen hangt natuurlijk van meer factoren af. Denk bijvoorbeeld aan dressuur. Als er veel overdag gevist wordt kan het heel goed zijn dat je ze juist 's nachts beter (gaat ) vang(en)t. Dat maakt het vissen op dressuur water zo aantrekkelijk. De theorie kan je over het algemeen gewoon overboord gooien op dressuurwater. Het komt vaak aan op adequaat inspelen op de situatie, inzicht wordt in dit verhaal een stuk belangrijker dan de (basis)theorie. Vaste (natuurlijke)patronen zijn steeds minder waar te nemen. Ik begin af te dwalen… Oppassen dus met theorie.
Dat deze wateren geen optimaal biotoop voor onze vriend karper is, spreekt voor zich… (vanaf hier laat ik het over aan een bioloog )
Wateren die slechts gedeeltelijk zijn begroeit.
Meestal zijn dit wat diepere wateren al dan niet met ondiepe plateaus. Als een dergelijk water weinig beschut ligt dan zullen de ondiepe plaatsen vrijwel allemaal begroeid zijn. Maar over het algemeen is er altijd wel een ondiepe plaats wat wiervrij is. Dit komt veelal door begroeiing langs de oever ( riet, bomen, struiken, enz. ) Zij houden zonlicht tegen met als gevolg dat het wier langzamer groeit dan bijvoorbeeld aan de overkant van die stek. Een kale plek hoeft dus niet per definitie een aasplek te zijn. Ik heb dit al diverse keren op een pijnlijke manier ondervonden. Daar tegenover hoeft een zwaar begroeide stek ook niet te betekenen dat een vis daar niet zo vaak komt, het wier groeit in het hoogseizoen zo hard dat de karpers niet in staat zijn hun favoriete aasplek vrij te houden. Als je van een bepaalde stek weet dat ze daar graag komen azen kan het heel lucratief zijn om zelf m.b.v een hark de stek vrij te maken. Let wel op! De karpers moeten er wel bij kunnen komen. Als er zogenaamde wiergangen waarneembaar zijn is dit meestal het geval. Er vanuit gaande dat we niet praten over "zweefwierbedden" maar over vast wier.
Over zweefwierbedden gesproken. Als je zoiets ooit tegenkomt kan je wel eens voor verrassingen komen te staan wanneer je er min of meer onder kunt vissen. De wierzones concentreren zich vaak op de zonkant. Dit is meestal ook de beste kant voor het vangen van karper. Over het algemeen is deze kant van het water het warmste en bovendien staat hier veelal de wind op (z-zw.nw).
Het bevissen van wierplekken.
Voor de meeste mensen is wier een regelrechte ramp. De rig ligt niet goed, de lijn zit vast of de karpers zwemmen gelijk het wier in. Enz. Op al deze problemen is een oplossing. In de eerste plaats is een boot onmisbaar. En dan bedoel ik geen speelgoed bootje. Het drillen uit dit soort bootjes is sterk af te raden. Als je het slecht treft dan laat een vis jou het gehele water zien. Ten tweede kan je vanuit een rubberbootje niet goed zien waar je, de rig precies moet droppen. Door in de boot te gaan staan kan je door de lichtinval precies zien waar er geen wier ligt. Bij voorkeur dus een boot waar je in kunt staan. Ook is het mogelijk om m.b.v de boot kale plekken in het wier te creëren. Je moet dit wel op logische plekken doen. De karper komt niet overal. Zoals u eerder hebt kunnen lezen bevinden zich in de uitgestrekte wiervelden zogenaamde karpergangen. Niet zelden kan je door die gangen te volgen bepaalde kruispunten waarnemen. Direct op zo'n kruispunt is natuurlijk ideaal. In ieder geval "op de route ". Dat geldt ook vaak voor lelies, dat zal Laurens ook wel weten. Zo heb ik een keer een maand lang, op vaste tijden, verschrikkelijk goed gevangen omdat ik precies bij de ingang van zo'n Lelieveld zat te vissen. 's Morgens gingen de vissen op die plek de lelievelden in en kwamen er vervolgens tegen de avond weer uit. Hier gold wel heel sterk dat je in de nacht vrijwel nooit een aanbeet kon verwachten, maar dit veranderdt zodra je op een water komt waar een lelie meer regel is dan uitzondering. Ok, tot zover mijn uitstap naar lelies.
![]() |
Je kunt op drie manieren het wier bevissen.
Voor het wier
Op wateren waar wier een ware plaag is heb je geluk als het water diepe gedeeltes kent. Op een gegeven ogenblik wordt het te diep voor de planten, ze komen dan licht tekort. Op "mijn "water was dit vaak pas bij een diepte van 3.5 tot 4 meter. Pal tegen zo'n wiermuur aan is ook heel erg goed, ook het minst risicovol. Door recht tegenover de plek te gaan zitten kan je door de vis te "blokken" verhinderen dat deze zich in de muur van wier boord en zich vervolgens muurvast zwemt. Je moet dan wel oppassen. Zo'n muur houdt vaak op bij een steil talud. Behalve dat het lood van het talud afrolt kan zich ook een ander probleem voordoen, namelijk als je strak vist(en dat is een must bij obstakels) zal je lijn rechtstreeks van het lood van de bodem omhoog lopen. Hiermee creëer je een karperverschrikker. De kans dat de karper de lijn detecteer is niet ondenkbaar met alle gevolgen van dien! Dit voorkom je natuurlijk door gebruik te maken van een toploodje, die je ongeveer 10 meter achter je rig laat zakken. Dit gaat natuurlijk ten koste van de beetregistratie, het moet maar. Het leven bestaat uit het maken van keuzes, nietwaar?
Over het wier heen vissen
Je kunt er ook overheen vissen, let er dan wel op dat je hoofdlijn precies bij de wiermuur omhoog laat lopen, ook hier is een extra toploodje op zijn plaats. Een heel groot nadeel is dat je een terugzakker vrijwel nooit registreert! Daarom vis ik alleen in het uiterste geval over het wier heen.
Midden in het wier
Het liefst vis ik middenin het wier. Dit geeft per saldo de minste problemen. Na een beet stap ik zo snel mogelijk in de boot en probeer met zo min mogelijk druk naar de stek te varen, de karper heeft zich dan al lang in het wier geboord. Over het algemeen zwemmen de vissen zich vast en blijven rustig liggen. Ze zullen zeker proberen om de rig kwijt te raken dus je moet er wel snel bijzijn. Als je ter plaatse bent voer je de druk op en probeer je met de hand door het wier heen te komen beetje voor beetje haal je het wier van de lijn af. Als je eenmaal bij de karper bent zal deze weer gaan zwemmen, als je geluk hebt het open water op maar meestal (en zeker bij kleintjes) zwemmen ze weer linea recta het wier in. Het is kwestie van geduld en hopen dat de haak goed vast zit. Je kunt ook proberen om de vis met wier en al te scheppen. Als de vis in het net zit knip je de lijn door.
![]() |
| Gevangen midden in het wier |
Als je graag een hobby binnen een hobby wilt hebben ga je natuurlijk onderzoeken of een karper wier eet en vooral hoeveel, wanneer en hoe! Dit is voor mijn visserij irrelevant. Ik weet dat een karper graag het wier opzoekt om te komen azen en om een stukje beschutting te vinden. Deze wetenschap is voor mijn visserij belang. Want met wier vis ik toch niet, dus hoef ik ook niet te weten hoeveel wier hij gemiddeld op een dag verorberd. Trouwens, het lijkt mij niet logisch dat je met iets gaat vissen wat in overvloede aanwezig is in het water. Op een mosselbank ga je immers ook niet met een mossel zitten vissen. Alhoewel er zijn vissers die met één boilie op een boiliebed van een slordige 5000 boilies gaan zitten vissen. Natuurlijk kan dit een succesvolle tactiek zijn maar over het algemeen is dit niet gebruikelijk als je één nachtje gaat vissen.
Spiegelprojecten
Nuttige projecten. Dit is een stukje investeren in de toekomst. Ik ben zelf ook actief binnen een hengelsportvereniging. Samen met Jan Pouwe zijn wij verantwoordelijk voor het uitzetten, monitoren en op peil houden van de karperstand in ons verenigingswater. Het project loopt al vanaf 1997. Wij hebben gekozen voor Duitse uitzetspiegels. Op het water zit nog een oud bestand van Duitse spiegels en zijn inmiddels uitgegroeid tot indrukwekkende spiegels.
![]() |
| Uitgegroeit tot indrukwekkende vissen |
![]() |
| Ook Duitse spiegels kunnen soms schitterend beschubt zijn |
Bij een aantal karpers zijn schubben getrokken. Deze zijn onderzocht in het laboratorium van de OVB. Hierbij werd ondermeer gekeken naar de groei en de conditie van de karpers. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de karpers in de waal slecht groeien. Bij de onderzochte karpers werd een groei achterstand geconstateerd.
De OVB bracht een rapport uit. Daarin kwam onder meer naar voren dat:
Advies van de OVB:
Uitzetten van spiegelkarper en zorgen voor meer beschutting voor de vissen. 5 jaar lang spiegelkarper uitzetten en wel 200 kilo per jaar!
Aangezien we de laatste jaren een wierexplosie op het water hebben, is het voedselaanbod uitstekend te noemen. Toch hebben wij als vereniging gekozen voor een wat voorzichtiger aanpak. 1000 kg karper vonden wij wat overdreven. Wij hebben besloten om slechts 200 kg uit zetten in 6 jaar tijd.
Wij besloten het als volgt te werk te gaan:
1997 75 kilo uitgezet
1998 75 kilo uitgezet
1999 geen uitzetting ( om zo de uitgezette spiegels door te laten groeien)
2000 een bescheiden uitzetting van 25 kilo
2001 geen uitzetting
2002 het restant van 25 kilo
![]() |
| In 3.5 jaar tijd 15 pond gegroeid |
Uit onze vangstgegevens blijkt dat de spiegels het uitzonderlijk goed doen. Ze groeien verbluffend snel. Hoe lang deze trend voorduurt is natuurlijk weer afhankelijk van het beschikbare voedsel en ras wat is uitgezet. Hier hebben wij dus geen grip op.
Dit is een uiterst beknopte beschrijving van ons spiegelproject.
Toekomst karpervisserij
In tegenstelling tot laurens zie ik het somber in voor de karpervisserij. Ik ben eigenlijk ook optimistisch ingesteld maar je moet wel realistisch blijven.
Karpervissen is in de afgelopen jaren erg in populariteit toegenomen. Vooral in Nederland. Dit komt omdat Nederland zo ontzettend veel water heeft. Het is redelijk eenvoudig om karper te vangen. Er is keuze genoeg. Dat is natuurlijk leuk voor de beginnende karpervisser. Maar omdat het relatief eenvoudig is om karper te vangen wordt er bijna niet meer "geselecteerd" iedereen kan karper vangen dus er blijven veel vissers over. In de ons omringende landen is het wateraanbod beperkter. Daar is meer concurrentie en is het dus moeilijker om je te handhaven als karpervisser. Het grote voordeel is dat de echte fanatieke vissers overblijven. Ik vind ook dat het gemiddeld niveau van de karpervissers in Belgie en Engeland beduidend hoger is dan die van de gemiddelde Nederlandse karpervisser(oei, hier maak ik geen vrienden mee ! ) Dit komt omdat er beter geselecteerd wordt. Kwalitatief gezien loopt Nederland dus achter. Omdat in belgie en Engeland de fanatieke en serieuze karpervissers overblijven is er volgens mij veel minder overlast dan bij ons ! Het zijn vooral de beginnende "vissers" die voor de overlast zorgen. Niet alle beginnende vissers natuurlijk. Ik bedoel meer de vissers die het verblijven in een tent met een biertje in de hand aantrekkelijker vinden dan het vissen zelf. Bij ons in de buurt kan je dat in de zomer goed waarnemen. Al die jonge "apen" die met z'n allen bij elkaar zitten. Vriendjes rijden af en aan met die tering scooters (excuses voor mij taalgebruik ) diezelfde vriendjes noemen zich het jaar erop ook karpervisser. Lekker in een tentje zitten, biertje erbij en vooral lol trappen met z'n allen. Het liefst binnen de bebouwde kom zodat veel omwonende mee kunnen genieten van de fuif. Dit is een serieuze bedreiging voor onze visserij. Ik heb in die 17 jaar als karpervisser al heel veel van deze "vissers" zien komen en gaan. Het grootste gedeelte van deze groep haakt vanzelf na verloop van tijd af maar hebben het ondertussen wel verziekt voor de overgebleven "tobbers" die midden in de winter, half dood op een stretcher wachten op een spaarzame aanbeet. Dezelfde groep fanatieke vissers moet nu onder een pluutje vissen omdat die sukkels de boel in de zomer hebben verziekt.
![]() |
| De hoogste tijd om te gaan vissen |
Mijn toetsenbord begint te roken…hoogste tijd om te gaan vissen, dacht ik…
Willem Verspoor
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox















