Rot@ry Letter
Over conditionering, onderlijnen, inhakingen, pijnprikkels en bolten...
Laurens Maasland
vorige
Inleiding
Wordt het belang van rigs onder- of overschat? Hoe vaak krijgen wij aasopnames waar we niks van merken? Hoe zit het met het leegeten van voerstekken in relatie tot rigs en inhakingen? Wat heeft het niet (bewust) ervaren van pijn voor invloed op de inhaking en het schrik effect? Wat voor invloed heeft de lengte van de onderlijn in relatie tot het 'bolten' en de plaats van inhaking?
Uitgekauwd onderwerp hoor ik u zeggen?
![]() |
| Hier moet het allemaal gebeuren |
Ik heb dit onderwerp zeer bewust ingebracht in deze nieuwe ronde, omdat het naar mijn mening een echte doorbraak zou zijn wanneer een (veel) hoger percentages aasopnames tijdens het statisch vissen daadwerkelijk zou resulteren in een 'boltende' en dus gevangen karper. Dit wordt vrij pittige stof. Even doorbijten dus en hopen dat we met elkaar hier eens een stuk verder in gaan komen.
De meningen over leeggevreten voerstekken zijn enorm verdeeld. Terwijl ik er van overtuigd ben dat dit regelmatig gebeurt, zijn er anderen die hier absoluut niet in geloven. Even wakker worden, we leven in 2003, of hebben jullie nog nooit de visstek geïnspecteerd na een visnacht? Laten we voor zover mogelijk de opgeworpen vragen eens beantwoorden.
Wordt het belang van rigs onder- of overschat?
![]() |
| Schaap met smaak |
Hoe vaak krijgen wij aasopnames waar we niks van merken?
Als je het mij vraagt: veel vaker dan we zouden (willen) denken! En dan praat ik met name over wateren die al flink wat hengeldruk kennen en dat aantal is groeiende. Zo waren wij op een lokale put waar al jaren flink gevist wordt al volop vaak geconfronteerd met compleet leeggevreten voerstekken. Opmerkelijk detail hierbij was dat zowel het instant gepresenteerde aas als de voerstekken meteen dezelfde nacht leeggevreten werden. Hoe bedoel je karpers kunnen niet leren?
De Baets maakte bij de evaluatie van zijn aquariumproeven een interessant onderscheid op het gebied van leegeten van voerstekken en het negeren / uitspuwen van rigs. Namelijk dat ze eerst het haakaas negeerden en uitspuwden omdat er een oneetbaar 'touwtje' en haakje aan vast hing (door het voedsel-selecteringsmechanisme) en dat ze later pas bewust uit het oogpunt van gevaar het haakaas compleet negeerden of uitspuwden. Ik ben toch geneigd te zeggen dat het grotendeels om aangeleerd gedrag gaat, omdat het op maagdelijk water soms heel snel kan gaan en ik daar zelf nog nooit een leeggegeten voerstek heb kunnen waarnemen.
Buiten het feit dat we vaak helemaal niets merken van een aasopname, krijgen we op geconditioneerd water vaak tikken op de top en piepjes van karpers die de dans weer net ontspringen. Soms, of zelfs vaak, wordt hierbij het lood verplaatst. Ik ben er van overtuigd dat een karper bij het strakzwemmen in veel gevallen het aas klemt tussen die 'tandachtige maalplaat' aan de onderkant en het palataal orgaan (gehemelte). Het al dan niet (aangeleerd) klemmen van het aas zou een verklaring kunnen zijn voor de grote verschillen in vangbaarheid tussen karpers. Bij een karper die het aas stevig vastklemt, krijgt de haak immers absoluut geen kans om naar voren te schuiven of vlees te pakken (aardig foefje op gevonden, kom ik nog op terug). En de tijd dat een vis schrikt van de minste de geringste weerstand is volgens mij in gemiddelde Nederlandse situaties al heel snel voorbij (uitzonderingen daargelaten).
![]() |
| Een van de meest effectieve vissers.. |
Even twee uitersten schetsen:
Onervaren:
Ik moet zeggen dat de karpers uit de relatief weinig beviste sloot achter mijn huis vrijwel altijd de lul zijn op de (voer)stek. Nog nooit heb ik succesvolle inhakingen en dus aanbeten zo zien aankomen op een statische viswijze. De nietsvermoedende karpers zie je letterlijk aankomen en wellingen op de stek maken. Het instant (let wel op het onderscheid tussen voeren en instant vissen) azen op onnatuurlijke voedselbronnen gaat dan overigens vaak met zenuwachtig heen en weer zwemmen gepaard. Dan volgt plots de aasopname en de vis schrikt ofwel meteen, of na of tijdens het strakzwemmen van de onderlijn en een duidelijke aanbeet is het gevolg. Als het overal zo simpel en vlot ging als daar, dan had heel deze RL bijdrage nooit geschreven geweest!
Uiterst ervaren:
Ik heb dat vernuftige aangeleerde (!) spuwgedrag eens mogen meemaken vanaf een bruggetje in kraakhelder water: een andere visser had er zijn (standaard) montage laten zakken en er kwam een vis aan, die eerst fanatiek het losse voer wegkaapte (alle vissen kennen daar de klappen van de zweep). Toen volgde de aasopname en de spanning steeg (deze doelgerichte aasopname wordt wetenschappelijk door Sibbing particulate intake genoemd). De schub zwom zeer voorzichtig de zaak strak en bemerkte ongetwijfeld weerstand. Op dat moment bewoog hij zich weer zeer rustig naar voren (haalde de druk van de onderlijn af) en de kieuwdeksels maakten een aantal wilde bewegingen. De zaak was uitgespuwd en verder genegeerd, en dat terwijl er in dat zijslootje zelf nooit gevist wordt!
Voor mij was dit duidelijk een geval van een vis die prima wist wat te doen met een standaard situatie (60 gram peerlood, 25 cm onderlijn). Omdat de hoofdlijn slap lag, had de vis hier nog niet eens hulp van een veel voorkomend dijk van een herkenningspunt, namelijk een strakke lijn richting het lood. En dan nog te bedenken dat maar weinigen zo gevoelig vissen qua systeem, lijnspanning en afstelling en gewicht van de waker dat ze zulk aasgedrag überhaupt waarnemen! Bij de gemiddelde visser heeft de karper zich al flink wat verplaatst voordat de melding daadwerkelijk doorkomt bij de beetverklikker (staren naar de top is alweer een ander verhaal).
Kun je na zo'n verhaal bevatten waarom (behalve door het stevige voeren) de wintervangsten zo teruglopen? Het slome gedrag en het visuele aspect door het kraakheldere water helpen zeker niet mee aan de vangbaarheid van zo'n sluwe vis op zulke ijskoude momenten. Als ik gebeurtenissen als de hierboven geschetste zie, vraag ik me soms sowieso af hoe het mogelijk is dat we überhaupt onze vissen nog weten te vangen…
Hierbij wel de kanttekening dat het een solitaire vis betrof uit dit voorbeeld. Wanneer een groep karpers op de stek azen - op flink geconditioneerd water zeker heel belangrijk - dan wordt er in de regel veel fanatieker te werk gegaan en worden er door de vis fouten gemaakt, fouten die ze anders nooit zouden maken.
Er van uit gaande dat de soort aasopname (zoals beschreven door Sibbing) enigszins bepalend is voor de voorzichtigheid van de vis, dan valt er wat te zeggen voor het gebruik van particles. De vis zuigt immers met de opname die bekend staat als gulping heel veel deeltjes (inclusief het aas) naar binnen en zo creëer je een heel andere, wellicht verwarrende situatie, lijkt me. Een karper heeft minder energie nodig voor een 'slokopname' ofwel het 'gulpen', dus ook dit kan in je voordeel werken.
Hoe zit het met het leegeten van voerstekken in relatie tot rigs en inhakingen?
![]() |
| Winter 2002, de eerste experimenten met de lange hair |
Ik ben tegenwoordig aan het experimenteren met hele lange hairs en hiermee is de cirkel in feite weer rond. Die gehaaide vissen zijn zo geconditioneerd op montages waarbij het aas zich zo dicht bij de haak bevindt, dat ze totaal niet verwachten dat er 8 tot 10 centimeter tussen haak en aas zit. In veel gevallen wordt de karper dus al geprikt, terwijl het aas zich nog achterin de bek bevind! Het geheel zit nog steeds in de experimentele fase, maar geloof mij maar dat het een absolute aanrader is. De onderlijn (en vooral de dunne hair) kun je verder m.i. beter soepel houden en dit is dan ook meteen de enige rig-tip die ik jullie wil meegeven, omdat het werkelijk een ander idee is. Je zal zien dat de aanbeten door het onverwachte effect vaak lekker hard zijn en de vis mooi voor in de onderlip gehaakt is. Het gebruik van wat zwaarder lood, vanaf een gram of tachtig of meer, is hierbij sterk aan te raden.
De meningen waarom een vis vrijwel altijd voor in de bek gehaakt wordt, zijn eveneens verdeeld: ik hou het erop dat een gemiddelde karper door het bemerken van een naar voren schuivend aas in paniek raakt en de haak door de beweging van de vis voorin vlees pakt. Ook heb ik soms de indruk dat een vis na een aasopname niks door heeft en rustig doorzwemt/aast. Dat ze dan pas iets bemerken als de haakpunt inprikt! Er zijn een aantal gecompliceerde rigs waar ik nog geen ervaring mee heb, maar die zeker nuttig kunnen zijn. Het concept van die bananen-rig vind ik bijvoorbeeld een hele goede: dit is volgens mij de eerste rig ooit, die gebaseerd is op het principe dat het aas en de haak NIET helemaal naar binnen worden gezogen, maar zich meteen om de onderlip 'vouwen'. Ach, ik heb jullie in ieder geval die tip van die lange hair mee kunnen geven.
![]() |
| Mooi exemplaar op een hair van 12 centimeter |
Wat ik nog steeds niet bevatten kan, is dat veel mensen nog steeds geloven dat een karper bewust een boillie tussen zijn lippen zou klemmen om de prik te ontwijken. Na het lezen van het wetenschappelijk proefschrift van Sibbing lijkt mij het helemaal wel bewezen dat een vis dit niet doet en zijn denkvermogen dit niet toelaat. Tekenend voor dit menselijke verzinsel is dat er ook een menselijke oplossing en redenatie achter zit (allemaal verzonnen door en voor enkele karpervissers met rijke fantasie dus). Ik zou dan ook aan de mensen die stoppende runs of gemiste runs krijgen, willen vragen eens hun gebruikte vistechniek kritisch onder de loep te nemen.
Wat heeft het niet (bewust) ervaren van pijn voor invloed op de inhaking en het schrik effect?
![]() |
| Klemmen uit bewuste haakaasomzeiling? Ik geloof er geen barst van! |
Het zou een verklaring kunnen zijn waarom een vis soms nietsvermoedend dooraast of zwemt na het strakzwemmen van het hele spul.
Ik word dan weer volop in de war gebracht door vissen die tijdens het penvissen bij de geringste weerstand keihard wegknallen (met het aas in de bek). Wat is hier aan de hand en waarom schrikken ze zo? Het visuele aspect? In helder water zien ze stukken beter als menigeen denkt. Of gewoon de aanraking met de lijn? Dus toch het gevoel? Hier hebben ze namelijk een heilige schrik van, maar dat is alweer een ander, maar niet minder belangrijk onderwerp.
Als je kijkt hoe geconditioneerde vissen omgaan met een situatie waarin ze licht geprikt zijn, dan zou je inderdaad sterk kunnen vermoeden dat ze werkelijk die pijnprikkel niet als zodanig ervaren. Maar waar zijn we dan met onze mooie ideeën over scherpe haakpunten en schrikkende vissen?
Wat voor invloed heeft de lengte van de onderlijn in relatie tot het 'bolten' en de plaats van inhaking?
![]() |
| Mooie voorjaarsschub op de lange hair |
Qua onderlijnlengtes, materiaal etc. zijn er altijd cyclussen te herkennen op bepaalde wateren. Vissers kijken (net als vissen!) van elkaar af en gaan hetzelfde doen. Afwijken van de massa qua onderlijnlengtes kan dus weer zo'n eerder aangehaald procentje opleveren en dit is voor de perfectionist en met name de instant visser (die niks van tevoren kan beïnvloeden) toch zeker mooi meegenomen. Het enige wat je hoeft te doen is je ogen openhouden.
Ik ben niet meer zo'n fan van lange onderlijnen, ook niet op rustige wateren. Behalve dat je ze er eerder mee in de mondhoek haakt - en dus meer kans op losschieters hebt - heb ik het idee dat je ze sowieso meer speelruimte geeft.
Verder heb ik nog enkele vragen aan de rotaristen:
Tijgernoten
![]() |
| Tijgernoot etertje in de voorjaarsperiode |
Maar omdat ik liever praat over zaken waar ik wat verstand van heb, zou ik over dit onderwerp graag de andere rotaristen aan het woord laten.
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox










