Home  |  Contact  
 

Rot@ry Letter


8.3 Conditioneringsvormen en praktische oplossingen, Tijgernoten


Bart van den Hurk

vorige

Conditioneringsvormen en praktische oplossingen


Inleiding
De meeste wateren in ons kikkerlandje worden tegenwoordig bevist en dit brengt op elk water een bepaalde mate van conditionering met zich mee. Dit feit zal ook niemand onderkennen. Nu kan je het houden in deze Rot@ry bij enkel het aankaarten dat er conditionering is en dat de vis niet meer zo gemakkelijk te vangen is als vroeger. Wat ik veel belangrijker vind is hoe je de manier van vissen aan kan/moet passen om ervoor te zorgen dat je zo effectief mogelijk aan het vissen bent. Vandaar dat in deze Rot@ry ook voor mij de oplossing voor een probleem centraal staat. Ik probeer vanuit mijn ervaringen en die van anderen een soort handleiding te geven waarmee elke karpervisser vooruit kan. Voor de een is dit (gedeeltelijk) nieuwe stof, voor de ander zie ik het als een opfriscursus. Ik hoop in ieder geval dat degene die de moeite neemt om het te lezen er ook wat aan heeft.
Succes in Frankrijk, de gekozen tactiek deed zijn werk.
Succes in Frankrijk, de gekozen tactiek deed zijn werk.
Belang
Wat van belang is in de karpervisserij is je aanpassen aan de omstandigheden. Hieronder versta ik zowel het gedrag van de karper, wat per water sterk kan verschillen, als ook de omstandigheden onder water. Op elk water moet je op zoek naar de beste plaatsen, eventuele trekroutes, voer en aasaanbiedingsmethodes en onderlijnen. Het onderwerp wat mij erg boeit binnen het karpervissen is de zoektocht naar de ideale "laatste meter", waar ik veel liever naar kijk dan enkel de rig.

Dit wordt naar mijn inziens veel vaker onderschat dan overschat. Dit gedeelte wordt namelijk gezien en gevoeld door onze vriend en dit moet natuurlijk tot een acceptabel minimum beperkt worden om zo veel mogelijk vertrouwen te creëren in het haakaas. Natuurlijk kan er door stekkeuze, voerstrategie en aaskeuze er zoveel vertrouwen gecreëerd worden bij de vis dat ze zonder remming gehaakt worden en dat het ze niet interesseert of er nu een hypermoderne camou rig ligt of een haak met een stuk vliegertouw. Maar wat als er niet 100% vertrouwen is in het haakaas, dan komt die "laatste meter"toch weer om de hoek kijken. En dit is naar mijn mening toch in de meerderheid van de sessies het geval. Want eenmaal voor de eerste keer gehaakt, geland, bewaard, geportretteerd, enz. is er toch altijd een klein stemmetje dat zegt om op de tellen te passen. En inderdaad, een karper kan niet denken of redeneren, maar zeker wel vergelijken. Gelukkig is de mens nog steeds slimmer, anders zouden de spullen allang in de wilgen gehangen hebben.

Vaak treden conditionerings- of dressuurvormen in de volgende volgorde op: stekdressuur, (bij)voermethodes, aasdressuur en vaak als laatste ontstaat er rigdressuur. Door je aan te passen aan de situatie kan je in de meeste situaties deze dressuurvormen wegnemen bij de karper. Ook zijn er externe factoren die ze even laten vergeten dat er kans is dat ze gehaakt worden. Meerdere vissen op de stek zorgt vaak voor een concurrentie en bevorderd de kans op een te maken fout. Zelfs op het zwaarste dressuur water zijn er altijd dagen dat de vis gewoon los is, dan kan zelfs de meest knullige visser een vis vangen. Jammer genoeg zijn deze dagen spaarzaam en ken ik vissers die echt vastgeroest zijn in hun vismethodes en daardoor veel minder effectief aan het water zitten. Als ik iets een visser niet toewens is het dat wel, zou ik zelf ooit zo worden (wat ik betwijfel) breng me dan alsjeblieft naar de lokale kegelclub. Kan ik daar verder hersenloos zitten zijn!

Voordat ik echt begin wil ik nog even kwijt dat er geen volgorde hoeft te zijn van het optreden van verschillende conditioneringsvormen en het allemaal afzonderlijk herkenningspunten zijn voor de vis. Het beste is dan ook om zoveel mogelijk van de aanwezige herkenningspunten weg te nemen om de vis een zo groot mogelijk vertrouwen te geven tijdens het azen. Laat het dus niet na om voor een water alle dressuurvormen onder de loep te nemen en probeer zo je ideale tactiek te bepalen voor dat water.

Stekdressuur


Een van de eerste vormen van dressuur die er optreed op een water is stekdressuur. De vissen zijn gewoon voorzichtiger op de plaatsen waar veel gevist wordt omdat ze hier vaker gehaakt zijn. Hierdoor kan het zelfs zijn dat ze op deze plaatsen minder of zelfs niet meer eten. Eten ze hier wel dan zal het met een veel grotere voorzichtigheid zijn. Hoe kleiner het water, hoe eerder dat er kans is op stekdressuur aangezien de vissen veel eerder met een beviste plaats geconfronteerd worden. De grootte van het water en de mate van hengeldruk zorgen er vaak voor dat een steeds preciezere visserij nodig is om de vissen te kunnen vangen, de zogenaamde vierkante meter visserij. Zo als bijvoorbeeld in het begin niet uitmaken waar je ligt op het plateau, de vissen azen overal. Als er veel op zo'n plaats gevist is het vaak dat vissen de bovenkant mijden (de meesten vissen op het plateau), of daar in ieder geval veel voorzichtiger azen. Ga je daar nu aan de onderkant van het talud vissen of zelfs net buiten dit plateau, dan vis je ineens op een plaats waar wel gevoerd wordt (de meeste vissers zijn niet zo'n precieze voerders) maar niet gevist. Ineens is er weer meer vertrouwen omdat ze hier normaal niet gehaakt worden en dit vertrouwen is het allerbelangrijkste om ervoor te zorgen dat de vissen het haakaas opnemen.

Vaak heb je op een water bepaalde routes van de vissen, deze zijn te ondekken door naar de springende vissen te kijken en ook als ze aan de oppervlakte zwemmen kan je achter deze trekroutes komen. Want vissen komen vaak echt niet overal op een water, maar gebruiken deze routes om van plaats naar plaats te trekken. Dan moet je door bevissing er nog achter zien te komen waar de plaatsen zijn waar de vissen eten, want dit is ook lang niet overal op het water. Vis je op de route op een plaats die minder bevist wordt, maar waar de vissen wel eten dan is dit de manier om de stekdressuur natuurlijk weg te nemen en kan je vaak op een vrij simpele manier je vissen vangen.

(Bij)voermethodes


Door middel van de gebruikelijke voermethode te veranderen kan je vaak stekdressuur op een bepaalde plaats wegnemen. Over het algemeen voeren de meeste mensen een paar handjes, al dan niet verspreid rondom het haakaas bij als ze gaan vissen. Het is algemeen bekend dat door voor te gaan voeren je de argwaan bij de vissen weg kan nemen bij de vissen, dit doordat ze al enkele dagen vooraf op dezelfde plaats zonder gehaakt te worden hebben kunnen eten. Voor de meeste wateren is dit al vaak voldoende om op de plaats waar ze eerst argwaan hadden, ze nu toch met enig vertrouwen eten. En eten zullen ze moeten om ze te kunnen vangen.
Tactiek en bananenrig, een gevaarlijke combinatie!
Tactiek en bananenrig, een gevaarlijke combinatie!
Als een water in het volgende stadium van dressuur komt, namelijk dat met of zonder voorvoeren de vissen toch wantrouwend blijven azen op de stek, dan kan je met aanpassingen in voerhoeveelheden en bijvoerhoeveelheden dit vertrouwen toch weer opkrikken. Wat het grootste herkenningspunt is op een voerplaats dat deze bevist wordt voor de karper (buiten lijn en zichtbaarheid van de montage) is wel die enkele handjes boilies. Als je elke dag op die plaats een kilo voert, dan neem ik aan dat je verwacht dat die kilo ook op is de volgende dag. Waarom dan ook niet die kilo bijvoeren als je aan het vissen bent! Op het moment dat je tijdens het vissen de voersituatie nabootst dan zullen de vissen met veel meer vertrouwen azen op de stek. Enkele van voor mij geldende stelregels op zwaarder bevist water zijn dan ook:

  •   Voert iedereen compact, voer verspreid en omgekeerd.
  •   Vissen de meerderheid midden op het voer, vis aan de buitenkant.
  •   Voeren de meerderheid met kleine hoeveelheden, ga dan eens met grotere aan de gang.
  •   Pas het aantal voerdagen aan, hoe langer voeren des te meer vertrouwen.
  •   Vis met dezelfde hoeveelheid zoals je normaal voert.
  •   Blijf niet vasthouden aan die ene werkende methode, vissen leren snel, wissel dus dan ook regelmatig van je voermethodes.
  •   Nieuw hoef niet! Methodes uit het verleden kunnen nu ook weer effectief zijn.

    Laat zeker ook niet na om op een voerplaats eens gewoon single te vissen. En dan niet zo'n radioactieve Frankie's fluo bal, maar gewoon je eigen gevoerde boilie. Voor veel vissen zal het toch overkomen als een "vergeten boilie", die ze nog even moeten opruimen. Als je voor voert is de vis echt wel in de buurt en ben maar niet bang dat ze die ene boilie niet zullen vinden. Voor elk water moet je weer op zoek naar de, voor op dat moment, beste methode. Helaas kan dit ook niet eeuwig blijven duren natuurlijk, op een gegeven moment wordt de boilie (even van uitgaand) een herkenningspunt en geassocieerd met potentieel gevaar. Wat je ook doet met je voermethode, dat argeloos buffelen is gewoon afgelopen en de vissen zijn altijd op hun hoede. Zo hebben we dan ook te maken met aasdressuur.

    Aasdressuur


    Boilies

    Aan die balletjes zitten tal van herkenningspunten voor de karper en door er een of enkele weg te nemen/te veranderen kan je het vertrouwen van de vis ook weer omhoog krikken. Enkele van de meeste herkenbare punten aan een boilie zijn:

  •  Smaak
  •  Vorm & Grootte
  •  (Soortelijk) Gewicht
  •  Hardheid, mate van vochtopname

    Per herkenningspunt zal ik enkele oplossingen proberen aan te dragen en daarbij enkele praktijkvoorbeelden schetsen. Verwacht niet te veel nieuwe dingen, het meeste is al opgeschreven over dit onderwerp door o.a. Monsieur de Baets, maar om het verhaal compleet te maken wel de moeite waard om te vermelden.

    Smaak
    Een herkenningspunt voor de karper waar je zo goed als eindeloos in kan variëren. Je moet je altijd wel een ding in het achterhoofd houden en dat is dat je gekozen smaak van de boilie binnen het smaakspectrum van de vis(sen) valt die je wilt vangen. Als je dit niet van anderen hoort of niet probeert, weet je het natuurlijk niet. Zeker voor de karpervissers die hun hobby hebben toegespitst op het targetvissen, zoals ikzelf, informatie van onschatbare waarde. Per water moet je gewoon kijken wat naar jouw idee een goede mix is tussen de bestanddelen en smaakmakers. Over mogelijke combinaties zal ik verder niet uitweiden, hier is al veel over geschreven en laat gewoon je fantasie eens werken.

    Vorm & Grootte
    Misschien een nog wel groter herkenningspunt voor de boilie is de vorm & grootte. Want waar staat dat het altijd die kogelronde balletjes van een millimeter of 20 moeten zijn. Een ronde vorm (bol) is het gemakkelijkste aan te zuigen door een karper en zal een bolvorm kunnen rollen in de bek en daardoor een haak zo min mogelijk beperken in zijn inhakings-capaciteiten. Maar deze factoren moet je ook niet overschatten. Het positieve effect van een worststukje, kubusje, rechthoekje, driehoekje en van mijn part maak je kleine visvormpjes is vaak veel groter.

    Ook alleen al met een diameter aan de slag gaan waar een stuk minder of niet mee gevist wordt is vaak al voldoende. Zo gebruik ik voor mijn visserij voornamelijk 25mm boilies, hiermee wordt een stuk minder gevist en ze zijn ook nog eens niet brasemgevoelig (die platen van 5 kg mag een witvisser van mij blij mee zijn). Het afgelopen jaar ben ik ook aan de slag gegaan met 15mm dumbells (worststukjes) en mits er niet te veel witvis zit werkt dit ook super.

    Zo viste ik deze zomer op een watertje in Frankrijk waar enkele Duitsers vissen en ik goed gevangen heb in vergelijking met de normale gang van zaken op dat water. De hoofdrede hiervoor was achteraf dat ik viste met een 20 mm boilie. De Duitsers voerde namelijk altijd met 18 of 20 mm boilies, maar viste met 1 of 2 24mm boilies op de hair. Volgens hun had je daar veel last van witvis, vandaar het grotere haakaas. Het herkenningspunt voor de vissen van het vrij kunnen eten van kleine boilies en gehaakt worden op grotere is natuurlijk zeer groot. Ik moet zeggen dat ik daar ook veel last heb gehad van witvis, maar dan wel de soort waar het mij om draait.

    (Soortelijk) Gewicht
    Een herkenningspunt dat ook heel goed op te merken is door onze vriend de karper. Door hiermee te spelen is dit herkenningspunt ook weg te nemen. De gebruikte bestanddelen beïnvloeden het soortelijk gewicht van een boilie. Gebruik je bijvoorbeeld veel griesproducten dan zal de boilie zwaarder worden en voeg je garnalenmeel toe dan wordt het soortelijke gewicht kleiner. Het soortelijk gewicht bepaald het gedrag onder water van de boilie. Een licht boilie zal bij geringe waterverplaatsing (voorbij zwemmen van een vis bijvoorbeeld) al opdansen, terwijl een zwaardere boilie gewoon blijft liggen. Dit andere gedrag dan normaal maakt de vis geïnteresseerd en zal argwaan wegnemen.

    Ook verschillende gewichten door elkaar voeren is een hele goede methode om het herkenningspunt van gevaar minder te maken. Door enkele verschillende diameters te voeren of zoals Frank Warwick al schreef in de Karper ze verschillende tijden te magnetronnen zal het herkenningspunt gewicht weg zijn. De vis zal in ieder geval het haakaas veel moeilijker uit de voerboilies kunnen selecteren.

    Zelf werk ik ontzettend veel met het haakaas waar ik mee vis, zo zal ik als de gebruikte rig het toelaat mijn haakboilie uitbalanceren zo dat het gewicht van de haak opgeheven wordt. Een klein kurken balletje of een stukje uitboren en vullen met een kurken plugje doet hier zijn werk. Het gewicht van de haakboilie zal zo gelijk of lichter zijn de die van de voerboilies wat het voor een karper een stuk lastiger maakt om de haakboilie als gevaarlijk te onderscheiden. Want in 95% van de eerdere gevallen van gevangen worden was het altijd die zwaardere boilie met die voor die ongewenste situatie zorgden. De vis zal misschien niet het gevangen worden linken aan het gewicht van de boilie, dit komt namelijk weer akelig dicht in de buurt van redeneren. Maar al die boilies eromheen gedragen zich anders en in vergelijking (dit kunnen ze gelukkig wel) springt die ene boilie er dus uit.

    Dit is ook de rede waarom ik maar heel weinig met pop ups zal vissen, deze valt namelijk op door zijn andere gedrag tussen de rest, nu door het veel lichter zijn dan de rest van de gevoerde boilies. Dan zweeft die ook nog eens, terwijl de gevoerde boilies mooi op de bodem liggen. In sommige situaties levert een pop up alleen meer vissen op zoals een zeer zachte bodem, wiergroei op de bodem of juist weer die opvallendheid om de vissen te interesseren (singlevisserij). Pas op dat moment zal ik ze dan ook inzetten.

    Hardheid, mate van vochtopname
    Een onderwerp waar ik me voor het lezen van de dunne lijn niet mee bezig hield, maar ook hier zit duidelijk een herkenningspunt voor de karper. Het veilig zijn van de oudere boilies, die zompige meelballen, is ook aangeleerd. Gewoon de herkenning dat ze die dingen normaal zonder gevaar kunnen eten. Nu kan je de boilies voorweken om zo het effect te krijgen, maar je kan ook het tegenovergestelde doen. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de boilie waar ik mee vis blijft deze veel langer "vers" door het gebruik van eipoeder en albumine. Want de mate van vochtopname door eieren (deze is behoorlijk groot) en het ontstaan van een waas rondom de boilie zijn ook herkenningspunten. Natuurlijk moet je ook weer niet te hoog gaan met het percentage albumine dat je gebruikt, dit zorgt namelijk voor een boilie die helemaal geen vocht meer opneemt en daardoor de smaakstoffen ook niet uit de boilie kunnen lekken. Het vinden van zo'n boilie is volgens mij ook veel moeilijker voor de karper. Het zoeken naar een gulden middenweg is dan ook de oplossing.

    Vorig jaar heb ik ook goed gevangen om een boilie waar ik een laagje van hetzelfde boiliedeeg omheen kneedde, dit zorgt ervoor dat de boilie van buiten zachter is en lijkt op een boilie die al langer in het water ligt. Nog een voordeel van dat deeg is dat er veel meer smaakstoffen uitlekken en dat beetje deeg rond de boilie heeft misschien wel hetzelfde lokkende effect voor de karper als die 50 bijgevoerde boilies bij elkaar. Een kleinigheidje wat ooit net voor het verschil kan zorgen.

    Andere Aassoorten

    Een boilie, hoe je hem ook maakt, blijft een gekookte deegbal. Door andere aassoorten te gebruiken neem je een heel groot herkenningspunt weg voor de karper. Nadeel hiervan is wel dat de meeste andere aassoorten (op de tijgernoot na, die ik straks behandel) veel meer witvis gevoelig zijn. Ze zullen dus voor meer bijvangsten zorgen en ook het voorvoeren is lang niet zo effectief als normaal omdat alle vissen onder water een "graantje" mee kunnen pikken. Let ook op, we komen weer bij voedselpreferentie, dat sommige vissen gewoon geen of minder andere aassoorten eten. Ze kunnen het wel leren eten, maar bij sommige vissen valt het andere aas gewoon niet in het smaakspectrum wat ze hebben. Een bekend voorbeeld hiervan is de boilievis Skup die door Alijn met een tijgernoot belaagd werd.

    Aasaanbieding

    De vorige behandelde onderdelen zijn randvoorwaarden die je kan veranderen, onder de aasaanbieding versta ik het gedeelte vanaf de haakboilie zelf en tot de hengeltop. Dit alles is een groot onnatuurlijk herkenningspunt voor de karper, het stemmetje in de karperkop. Al heb je de hele tactiek voor de benadering van een water in orde, als je dit onderdeel niet in orde hebt zal de vis toch weer met veel meer argwaan azen. Ik zal het geheel in volgorde van lijn, loodmontage en onderlijn behandelen. Het is zeg maar mijn "vakgebied" binnen het karpervissen, het onderdeel waar ik me extra voor interesseer. Belangrijk is wel dat je het blijft zien als een onderdeel van het totaalplaatje.

    Lijndressuur
    Ik denk dat dit een van de grootste, zo niet de grootste visverschikker is onder water. Als een laserstraal van een beveiligingssysteem, waarbij een alarm begint te loeien als ertegen loopt. Waarbij het voelen van de lijn funest is voor het vertrouwen dat de vis heeft op de stek. Ik zorg er dan ook altijd voor dat de kans dat de vis de lijn opmerkt voordat hij gehaakt is nihil is. Het meest ideale is dat de vissen aan de buitenkant van een richel langs trekken en je het haakaas tegen die richel neerlegt, met de lijn strakgetrokken tegen deze richel.

    Maar helaas doen deze situaties lang niet altijd voor. Vandaar dat ik boven het lood ook altijd een lang stuk tube (ESP anchor, super) of leadcore gebruik. Dit ligt strak op de bodem en mocht de vis het aanraken tijdens het zwemmen in de buurt van het haakaas dan is het veel dikker dan een normale lijn. Juist die dikte zorgt er volgens mij voor dat het niet al snijdend herkend wordt en eerder als een streng wier of een dun takje (of wat dan ook), waar de vissen al meer ervaring mee hebben. Is het water helder, probeer dan de kleur aan te passen aan de bodem om zichtbaarheid te voorkomen en dit geen herkenningspunt te laten zijn. Een ander groot voordeel van een lang stuk tube of leadcore achter het lood is dat vissen niet beschadigen tijdens de dril. Want je zal de eerste niet zijn die door het gebruik van geen tube/een te korte tube zorgt voor ingesneden vinnen, beschadigde flanken en afgereten schubben. Tijdens de dril is de lijn net een mes en zorg ervoor dat dit de vis dus niet kan raken.

    Achter die tube gebruik ik een slider (schuifloodje van Fox), dat tijdens de worp naar achteren schuift en de eerste meters lijn ook strak over de bodem laat lopen. Vis ik op korte afstanden of met een rechte kant onder de hengeltop (bijvoorbeeld op het kanaal) dan zal ik een toploodje gebruiken om te zorgen dat de lijn zo min mogelijk door het water loopt, maar veel meer over de bodem. Karpers zwemmen nu eenmaal vaker op half water of een stukje boven de bodem als strak tegen de bodem. En ze zullen wel op in de buurt van de haakboilie moeten kunnen komen zonder de lijn op te merken.

    Op heldere wateren heb ik het gevoel dat ook de zichtbaarheid van de hoofdlijn/voorslag een punt is wat de vissen op kan vallen. Vandaar dat ik nu al enige tijd hiervoor Fluor Carbon gebruik. Baat het niet, dan schaad het zeker niet en kwalitatief is het spul (tenminste de vanish van Berkley/Subterfuge van Gardner) net zo goed of beter dan nylon. Vis je toch met nylon, neem dan de doorzichtige soorten. Degene waar je doorheen kan kijken als het ware. Deze vallen veel minder op dan de door en door gekleurde lijnen. Vis je op troebel water dan is het punt zichtbaarheid van veel minder belang. Maar aangezien de waterkwaliteit blijft verbeteren en het water steeds helderder wordt, wordt dit wel een steeds belangrijker aandachtspunt.

    Looddressuur

    Ooit looddressuur meegemaakt? Ik dit jaar wel! Het is van de gekken af, maar de runs namen toe op het moment dat er bollood gebruikt werd, de plons van dit lood is minder in het water en het verjaagd dus minder de vis. Op een gegeven moment was ook dit lood een visverschikker geworden en op het moment vissen we daar met zipp lood om zo min mogelijk geluid en trilling te maken op het moment dat het lood het water raakt. Ook na het uittesten tussen de zonnende vissen zette dit meer kracht bij, een boilie en een klein steentje (ongeveer zo groot als een 5oz bollood) tussen de vissen kon ze niet verstoren tijdens het zonnebankritueel, maar een steen ter groote van het 5oz flatliner lood wat ik normaal gebruik viel niet in goede aard toen dat op een meter of 15 afstand van de vissen geworpen werd. Er was paniek in de tent en ze schoten met z'n allen weg. Dit was voor mij voldoende rede om de loodkeuze aan te passen.
    Flatliner, Bollood (zelf Gecoat) & Zipp lood
    Flatliner, Bollood (zelf Gecoat) & Zipp lood
    Normaal is de belangrijkste eis die ik heb voor mijn loodmontage dat er zo veel mogelijk gewicht van het lood doorgegeven wordt op de haakpunt en dat de vis geen speling op het lood heeft. Ik ben dus ook nooit een fan van wartellood geweest, dit omdat de vissen de bewegingsruimte hebben om het lood om te trekken. Dit voordat de volle weerstand op de haakpunt gegeven wordt. Vandaar dat ik in eigenlijk alle gevallen inline lood gebruikte, maar na de bovenstaande bevindingen kwam ik toch tot inkeer. En ik moet zeggen dat het in combinatie met de bananenrig ook verdomd weinig uitmaakt welk lood je gebruikt, omdat de onderlijn zelf toch ook al zijn werkt doet. Oh ja, het kan niet vaak genoeg gezegd worden: GEBRUIK ALTIJD VISVRIENDELIJKE SYSTEMEN!

    Rigdressuur


    Het punt waar de vorige rotaristen voornamelijk op zijn ingegaan is deze vorm van dressuur. Om rigdressuur goed te kunnen begrijpen, zal je eerst moeten weten hoe een aasopname in zijn werk gaat, voordat je voor een goede oplossing voor het probleem kan zorgen. Vandaar dat ik ook begin met de aasopname, waarna ik mijn trukendoos opendoe en vervolgens dit ga combineren tot goed aangepaste onderlijnen die het de vis een stuk lastiger zal maken niet gevangen te worden.

    Aasopname en Gedrag

    Om een duidelijk beeld te krijgen van het moment dat een onderlijn werkt zal je eerst moeten kijken naar hoe de aasopname te werk gaat. Dit zal op bijna elk water gelijk zijn. Een vis zuigt namelijk het aas, al dan niet van enige afstand, naar de grond gericht op. Het aas zal door het midden van de bek naar binnen gaan, omdat dit nu eenmaal de kortste weg is naar binnen en de kracht van de zuiging het grootst is via de kortste weg. De bek van de vis wordt gesloten en hij komt omhoog terug naar een rechtstandige positie (op sommige "dressuur"wateren is het laatste de vraag, ik zelf heb sterk het vermoeden dat er ook vissen/wateren zijn die in een zo ver gevorderd stadium zijn dat zelfs deze beweging gemeden wordt) om het opgenomen voedsel te filteren en vervolgens verder te gaan op zoek naar meer eetbaars. Wordt tijdens dit proces iets onnatuurlijks/niet eetbaars opgemerkt aan het haakaas dan zal de handel naar buiten gewerkt worden via de bek.

    Het filteren van het aas gebeurd door middel van een uitgaande waterstroom via de kieuwen. Het is dan ook niet meer dan logisch dat het opgenomen voedsel zich tussen de lippen en kieuwen bevindt.

    Wat ook opvalt in het aquarium is dat veel vissen voedsel opnemen en weer verschillende keren uitspuwen. Het meerdere keren oppakken van aas zit volgens mij dan ook gewoon in het natuurlijke gedrag van een karper(achtige). Of dit te maken heeft met proeven? Of gewoon omdat er te veel niet eetbaar materiaal mee kwam (steentjes, zand, groenafval), dat de hele handel weer naar buiten moest is voor mij een vraag. Ook zie je het meerdere keren opnemen van voedsel terug bij het drijvend vissen. Waarom zou een karper een korst verschillende keren opnemen en weer uitspuwen, zou dit gedrag dan toch met proeven te maken hebben?

    Over het klemmen van aas in de bek hou ik er trouwens een iets andere mening op na dan Laurens. Er zijn zeker vissen die het aas klemmen in de bek, maar dit is volgens mij geen natuurlijk gedrag op alle wateren. Waarom zou een vis het aas moeten klemmen. De bek is gesloten en het aas kan in principe nergens heen. Tijdens het filterproces verdwijnt het water via de kieuwen en daarbij wordt het voedsel naar achteren getransporteerd richting de keeltanden. Zouden zo goed als alle vissen het aas klemmen, dan kan ik heel vissend Nederland Sven's wonderlijn aanbevelen. Maar helaas, deze onderlijn werkt op lang niet alle wateren, zelfs meer dan waar die wel werkt. Onder de wateren waar deze onderlijn wel zijn diensten heeft bewezen, zijn veel stromende wateren zoals de kanalen en rivieren. Of het op dit soort wateren wel natuurlijk gedrag is om het aas te klemmen tijdens het verplaatsen of dat het toch een aangeleerde vorm van conditionering is durf ik niet te zeggen. Jammer genoeg kunnen we niet in de bek van een karper kijken op het moment dat hij het aas in de bek heeft. Het wordt tijd dat het OVB eens transparante karpers aan het kweken gaat (al kweekt het OVB niet veel meer, na het afstoten van haar kwekerijen), zodat we nu eens echt duidelijkheid hebben over de aasopname en zo hier ook een goede oplossing voor kunnen zoeken!

    Het bepalen van het al dan niet eetbaar zijn van het aas is ook een punt op bij stil te staan. Wat alarmeert de vis dat er iets niet in de "haak"is. Het is bekend dat karpers dingen kunnen waarnemen in de bek die een diameter van rond de 25/00 of meer hebben en dat ze ook nog eens goed zijn in het bepalen van het gewicht van het opgenomen aas. Het gewicht van de haak kan dus waargenomen worden als ook de onderlijn die zich tussen de lippen bevindt. In veel gevallen zal een karper de onderlijn in de bek dus wel opmerken, maar zal het niet genoeg rede geven om het aas weer uit te spuwen. Is dit wel het geval dan zal je daar je onderlijn op aan moeten passen.

    Vaak krijg je bij het merendeel van de definitieve weigeringen van het haakaas enige indicatie op de top of een/enkele piepen uit de optonic. Hiervoor dient de vis het lood verplaatst te hebben en de onderlijn is dus strak gezwommen. Voordat het lood verplaatst, is de haak met een strakke onderlijn al gehaakt in de dichte bek. Bij het zwemmen trekt de onderlijn namelijk strak, waarna de haak naar voren beweegt. In de buurt van de lip zal de haak prikken en om dat moment kan het lood verplaatst worden. Toch beginnen de sirenes pas te loeien als het lood verplaatst wordt. Het grootste herkenningspunt voor de karper is naar mijn mening dan ook de verankering van het haakaas door middel van het lood. Hierbij komt dan ook nog eens de haakpunt die door de weerstand van het lood net wat dieper inhaakt en deze nu in een gevoeligere vleeslaag komt. Ik neem namelijk aan dat het vleesoppervlak vlak vooraan in de bek en op de lippen wat harder/taaier is dan het vlees wat daar 1 a 2 mm onder zit. Noem het maar een soort "eeltlaagje". Hoe meer een vis aast op harder/scherper voedsel en op hardere ondergrond, des te taaier en dikker is dit "eeltlaagje". Of een vis een inhaking ervaart als pijn, dat zal je de vis toch echt zelf moeten vragen. Maar ik ben er wel van overtuigt dat een vis de punt in het vlees voelt en beoordeeld als iets wat niet klopt. Toch blijft de ondervonden weerstand een veel grotere "trigger" voor de vis.

    Hopelijk raakt de vis van die weerstand in paniek en is een mens/vis gevecht het gevolg. Toch werkt het op de meeste wateren waar ik vis helaas niet zo. De vis zwemt weer richting het lood en haalt zo de weerstand/spanning van de haak. Met enig zuig en blaas werk beland de hele handel weer op de bodem en is het 1-0 voor onze tegenstander.

    Nog even iets over het verlaten van het haakaas uit de bek. De naar buiten gericht kracht is ook door het midden het grootst. De boilie + haak verlaten dus ook door het midden de bek. Inhaking bij het uitspuwen is (zeker met een soepele hair) dus ook het grootste fabeltje dat bestaat!

    Ook de bobbel wat verder in de bek is volgens mij alleen zo markant aanwezig wanner de vis de bek open heeft. De onderlip van de vis wijst omlaag en als kanteleffect komt het weefsel achter het scharnierpunt in de bek wat omhoog. Wanner de bek gesloten wordt zal het weefsel weer wat meer in rustpositie komen en zal daarom een haak op dit punt minder grip kunnen krijgen. Ik verwacht trouwens ook dat het aas tot net op of achter deze bobbel opgezogen wordt. Het is in mijn ogen namelijk de plaats, net voor de kieuwen, waar zich het opgezogen materiaal/voedsel zich neerlegt om daarna met een gesloten bek weer in een rechtstandige positie te komen. Dit zal dus ook de plaats zijn waar het aas eventueel geklemd kan worden, voor de klemmers onder de vissen. Het is eigenlijk de enige plaats in de bek waar het aas voor goedkeuring en transport naar de keeltanden geklemd kan worden. Want al zal de bobbel minder worden er blijft daar waarschijnlijk toch een verhoging in de bek.

    Kijkend naar het voorgaande is het dus van belang om zorgvuldig aandacht te besteden aan elke centimeter van de onderlijn en je vooral af te vragen waarom je iets toepast. Waarom juist die hair, die haak, deze haak montage en dat onderlijnmateriaal.

    De trukendoos


    Presentatie
    Vaak hoor ik nog een verkeerde benadering van de ligging van de onderlijn op de bodem. Er zijn nog altijd mensen die denken dat een soepele onderlijn niet op een hoop valt naast het lood wat deze dus echt wel doet. Bij opzuigen zal dus ook de haak met dezelfde snelheid meekomen in de bek en zal in de bek dus ook bij de boilie belanden. De stelregel blijft dat de boilie altijd zo dicht mogelijk bij het lood wil vallen, waarbij de neerwaartse kracht van een grotere boilie groter is dan een lichtere (logisch). Vandaar dat je dus ook een stiff rig of combi rig stijver moet maken op het moment dat je met een grotere boilie gaat vissen om het wegduwende effect wat deze onderlijnen hebben te kunnen blijven garanderen. Vaak balanceer ik dus ook bij het gebruik van een grote boilie (va 25mm) een uitgebalanceerde boilie om deze onderlijnen optimaal te kunnen laten werken.

    Om een optimale presentatie te garanderen ben ik de laatste jaren een schuimgrootverbruiker geworden, gelukkig gebruiken veel bedrijven deze schuimpjes in hun dozen dus is er vaak een overvloed als ik in de winkel weer voldoende bestellingen binnen krijg. Schuim zorgt voor het vertraagd neervallen van de onderlijn, wat een stijve onderlijn of combirig het aas beter weg laat duwen van het lood, houd de onderlijn uit de rotzooi, je kan de onderlijn enkele seconden verplaatsen zonder dat je met een gestrekte onderlijn aan het vissen bent (daardoor creëer je namelijk een dooie hoek waar het aas niet opgezogen kan worden, daarom gebruik ik ook zo min mogelijk een stiff rig) wat je net genoeg tijd geeft om hem tegen bijvoorbeeld een talud aan te trekken, de haakpunt kan eigenlijk niet beschadigen tijdens de inworp en je gooit de hele handel nooit in de knoop. Ontelbaar veel voordelen dus die mij voor de volle 100% vertrouwen geven dat de onderlijn op de bodem beland zoals ik hem daar ook wil hebben. Want wat is er nu frustrerender als de vissen op je stek zien springen en bij het opruimen erachter komen dat je de hele tijd met een onderlijn hebt zitten vissen die je in de war hebt gegooid. Wat dat betreft ben ik nog een bedankje verschuldigd aan Solar voor het op de markt brengen van dit spul en die twee Engelsen die me vertelde dat het niets meer is dan verpakkingsmateriaal.

    Waarneembaarheid minimaliseren
    Net voor en tijdens het opzuigen van de boilie, als ook het moment dat de boilie zich bevindt net achter de bobbel in de bek en tijdens het straktrekken van de onderlijn dien je de waarneembaarheid van de onderlijn zo min mogelijk te maken. Zowel het voelen van de onderlijn als het gewicht van het geheel worden waargenomen, verder speelt de zichtbaarheid op helder water ook nog eens mee. Want voor het geval dat de vis voor het prikken bepaald dat het geheel niet eetbaar is, ben je met bijna iedere onderlijn kansloos. Dit moet je dan ook zoveel mogelijk zien te voorkomen. Hierbij speelt de hele onderlijn een belangrijke rol. Elk onderdeel van de onderlijn wordt hieronder behandeld.
    Ligging stijve en soepele hair + haak in de bek.
    Ligging stijve en soepele hair + haak in de bek.
    De hair bevind zich altijd in de bek op het moment dat de boilie opgezogen wordt, vandaar dat ik vind het dan ook heel belangrijk dat de soepele hair zo dun mogelijk is om zo te voorkomen dat de karper hem kan waarnemen. Vaak gebruik ik hiervoor dun soepel gevlochten materiaal zoals bijvoorbeeld de binnenlijn van de Green Hornet of een dunne nylon van rond de 20/00. Dit om ervoor te zorgen dat de karper de hair in de bek eigenlijk niet kan waarnemen. Een semi-stijve (coating lijnen en relatief dunnere nylons) of stijve (dikkere nylons) hair zal zo goed als gestrekt op de bodem liggen en dus ook in de bek van de karper. Doordat de boilie op zijn zijkant ligt in de bek zal de eerste paar centimeter van een stijve hair de bek niet raken. Of de karper de hair dus waar kan nemen is afhankelijk van de lengte van de hair, stijfheid van het materiaal + onderlijn en de grootte van de boilie. Zie foto voor een extra verduidelijking.

    De haak over het algemeen geheel plat in de bek liggen wanneer er een soepele hair gebruikt wordt. De vis zal de haak dus waarnemen in de bek door het gewicht van de haak en de diameter. Het gewicht is door ons wel te beïnvloeden, de diameter blijven we altijd aan gebonden. Door met een zo klein mogelijke haak te vissen zal dit gewicht tot een minimum beperkt worden en is de kans dat het geheel als oneetbaar betiteld wordt kleiner. De haak zal bij gebruik van een stijve hair gedeeltelijk of geheel de bek niet raken en is deze dus dan ook moeilijker waar te nemen voor de karper. Door de gestrekte ligging zal de haak namelijk vaak alleen het vlees raken als de punt richting de onderkant van de bek staat, maar wanneer de punt naar boven wijst of richting de zijkanten van de bek zal de haak naar alle waarschijnlijkheid het vlees niet beroeren. Het niet beroeren van de bek door de haak is nog te bevorderen door de bocht van de haak kleiner te nemen dan de straal van de boilie. Ook hier gelden natuurlijk weer de zelfde voorwaarden als bij een stijve hair.

    Het onderlijnmateriaal bevindt zich na het opzuigen tussen de lippen en zal in veel gevallen waargenomen worden omdat het hierbij moeilijk is om concessies te doen. Zowel stijf als soepel materiaal heeft vaak niet voldoende schuurvastheid op een diameter van 25/00 of minder. Dunne gevlochten lijnen, multistrand of een onderlijn gemaakt van 4 of 5 draden dunne nylon zullen moeilijker waargenomen worden. Deze onderlijnmaterialen hebben vaak wel benodigde trekkracht, maar helaas niet de schuurvastheid. Op opstakelvrij water zijn deze soorten dan ook toe te passen. Het gemak waar deze materialen mee in de war gegooid kunnen worden is een ander groot probleem.

    Vis je op een water waar je toch veel obstakels hebt waar de onderlijn op kapot kan schuren, maar je wilt toch gebruik maken van een minder waarneembare lijn, dan is de combi rig een van de weinige onderlijnen waarmee je dit kan bereiken. De kans dat de eerste 5 a 10 cm van de onderlijn een obstakel raakt is vrij klein, want dit gedeelte van de onderlijn bevindt zich nog in de waterkolom waar de vis zich ook in bevindt. Hierdoor is de kans dat de onderlijn doorschuurt dermate kleiner dat het een acceptabel risico is, ook is een combi rig veel moeilijker in de war te gooien en dat is een ander groot voordeel. Dit soepele gedeelte van 5 a 10 cm zal voor veel vissen voldoende zijn om alleen het soepele gedeelte in de bek te laten gaan. Vaak kan het stijve gedeelte niet eens in de bek, afhankelijk van de aanzuighoek, maar dit behandel ik uitgebreider in het gedeelte spelingruimtes aanpassen.

    Het voelen van de onderlijn tussen de lippen is ook iets dat niet te veel overdreven zal moeten worden. Bij vissen met een wat dikker ontwikkeld "eeltlaagje" verwacht ik namelijk dat het gevoel op en dus ook tussen de lippen minder is. Hierdoor is het dus ook moeilijker om de onderlijn op te merken tussen de lippen. Meestal probeer ik op een water uit wat meer runs oplevert of dat het niets uitmaakt. Is er geen verschil in het aantal aanbeten dan speel ik liever op zeker door het materiaal wat dikker te nemen.

    Uitspuwen bemoeilijken
    Wanneer je de onderlijn maakt van Semi Stijf materiaal en de hair laat doorlopen dan zal dit het spuwen van de onderlijn bemoeilijken. Het materiaal is namelijk in zijn rusttoestand zo goed als recht en er is kracht voor nodig om het spul te laten buigen.
    Semi Stijf
    Semi Stijf
    De neerwaartse kracht van de boilie zal ervoor zorgen dat de onderlijn meer gebogen op de bodem ligt dan dat de normale rustpositie is. De vis zal de boilie dan ook zo goed als helemaal tot achter de bobbel kunnen opzuigen. Op het moment dat de vis merkt dat de boilie niet eetbaar is en hij het aas uit wil spuwen bevind de boilie zich achter in de bek op de rustplaats. Wanneer de boilie naar buiten geblazen wordt ontstaat er een buigpunt in de onderlijn op de buitenkant van de lip, wat een opwaartse druk geeft aan de boilie. Deze opwaartse druk zal ervoor zorgen dat de boilie tegen de bovenkant van de bek wordt gedrukt en de onderlijn daardoor moeilijker uit te spuwen is. De vis zal dus meer moeite hebben om de boilie kwijt te raken en daardoor kan hij in paniek raken. Een nadeel van dit spul is wel dat op het moment dat de onderlijn prikt en de vis gaat schudden met de kop, dat de boilie door de semi stijve hair voor de haak zal blijven in de bek. Hierdoor is de haak gemakkelijker los te schudden en zal de vis de haak alsnog kunnen verwijderen. Toch is voor veel vissen de paniekreactie die ontstaat op het moment dat de boilie moeilijker uit te spuwen is vaak al voldoende om hem te vangen.

    Spelingruimtes aanpassen
    Wanneer willen wij de vis haken is een van de vragen die gesteld dient te worden. De meeste onderlijnen werken pas wanner de vis aan het zwemmen gaat, nl. de zogenaamde "confidence rigs". En inderdaad, op de meeste wateren gaan de vissen zwemmen, na het opnemen van het aas. Voor mij zijn dit onderlijnen waar de vis een spelingruimte van 15 cm of meer heeft, dus dat hij meer dan 15 cm dient te bewegen voordat de haak prikt in de lip. Bij dit soort onderlijnen zie je dan ook veel vaker inhakingen in de zijkant van de mondhoeken, omdat de kans dat tijdens het wegzwemmen de onderlijn in de mondhoek ligt veel groter is. Bij dit soort onderlijnen is het voor de vis wel gemakkelijk om de spanning eraf te zwemmen, door richting de weerstandsbron te zwemmen. Het is vaak dan ook niet moeilijk voor de vis om een wat langere onderlijn uit te spuwen, enkele uitzonderingen daargelaten.

    Je kan de vis voor proberen te zijn door ze te haken in de opgaande beweging (rechtstandig komen na het opzuigen van het aas), door te vissen met een korte soepele onderlijn (zelf vis ik deze onderlijn tussen de 8 en 11 centimeter). Hiermee kan je ook inhaking in de onderlip forceren, de aasopname gebeurt namelijk zo goed als recht boven het lood. De meeste vissen "verwachten" op dit moment nog geen inhaking, hoewel verwachten misschien niet de juiste woordkeuze is. Maar er wordt maar heel weinig met zulke onderlijntjes gevist. Ook om de spanning van zo'n korte onderlijn te halen dient de vis weer naar beneden te bewegen en dat zit volgens mij niet in het gedrag van de gemiddelde karper. Het is wel van belang dat de vissen op dat water het aas niet van enige afstand opzuigen, al verwacht ik dat de meeste karpers het aas (vaak boilies) niet van verder opzuigen dan 5 a 10 cm. Vaak is dit nog veel dichter bij, dus 1 a enkele centimeters. Dus wat dat betreft kan je met zo'n kort onderlijntje op de meeste wateren uit de voeten. Wat wel heel belangrijk is als je met een kort onderlijntje vist is dat je op harde ondergrond ligt, zakt het hele zaakje in de blubber dan is het natuurlijk compleet waardeloos.
    Verticale actieradius van een Stiff rig
    Verticale actieradius van een Stiff rig
    Ook de groep van combi en trigger rigs hebben vaak maar die korte spelingsruimte en zullen dan ook over het algemeen in de onderlip haken tijdens de opgaande beweging. De boilie zal altijd zo dicht mogelijk bij het lood willen vallen en daardoor is de ruimte die de vis heeft maximaal 2x het terugvallende gedeelte zijn, maar dan moet hij wel met zijn lippen tegen de boilie aanzitten. Hoe groter de afstand tussen de bek en de boilie tijdens het aanzuigen des te minder onderlijn er in de bek komt. Doordat ik tenminste meestal het soepele gedeelte of schanierpunt laat beginnen tussen de 3 en 5 cm van de haak zal de onderlijn dus maximaal tussen de 6 en 10 cm naar binnen kunnen plus de lengte van de hair. Ook tijdens het opkomen strekt de onderlijn zich dus helemaal en zal de vis gehaakt worden in de lip. Hoe korter deze onderlijnen des te rechter de vis boven het lood is en des te meer inhakingen midden in de onderlip. Zijn deze onderlijnen lang genoeg (de vis is na het inhaken niet recht boven het lood in rechtstandige positie) dan is het wel weer niet zo moeilijk voor de vis om de spanning van de onderlijn te zwemmen en het hele zaakje uit te spuwen.
    Horizontale actieradius van een Stiff rig
    Horizontale actieradius van een Stiff rig
    Stiff rigs zijn een apart verhaal, hierbij heeft de vis namelijk maar heel weinig spelingruimte omdat de onderlijn geheel gestrekt ligt op de bodem. In het begin heb ik hier regelmatig mijn hoofd over gebroken waarom deze onderlijnen toch vis vingen. Al is de vis tijdens het zuigen namelijk helemaal tegen de boilie aan met zijn lippen, dan nog geeft de onderlijn niks mee en zal de haak niet naar binnen kunnen. Gelukkig holpen de vissen in het aquarium mij weer doordat me opviel dat tijdens het zuigen de lippen wat naar voren gaan, dit zal dus net genoeg zijn om de haak te laten prikken als hij van de voorkant aangezogen wordt. Wordt de boilie van achter aangezogen dan zal ook het gedeeltelijk meebuigen van de onderlijn wat extra speling geven. Als de afstand waarvan het voedsel opgezogen wordt groter is dan die enkele centimeters die de bek uitschuift dan creëer je een dooie hoek van 180 graden aan de voorkant van de boilie. Vandaar dat ikzelf ook niet veel met een stiff rig vis. Vis ik er wel mee dan zal ik dit altijd doen met een soepele hair of met een D-rig, omdat de boilie hierbij op de haak ligt en ook nog niet eens de lengte van de stijve hair naar binnen dient gezogen te worden voordat de haak in de bek is. Dit is wat abstracte praat, maar ik hoop dat de tekening meer nog meer duidelijkheid kan geven.

    Wanneer je wenst dat de haak voor in de bek blijft terwijl de boilie naar achteren in de bek gezogen wordt is de lange stijve hair een optie, de hair zal altijd gestekt zijn op de bodem en de haak zal de boilie tijdens het opzuigen dus ook op de hairafstand volgen. Dit geeft de karper minder bewegingsruimte omdat de haak zich eerder bij de onderlip zal zetten. Alleen is vaak die afstand juist het probleem van deze hair, want de afstand tussen de rustplaats van het aas na opzuigen en de onderlip is bij de meeste vissen verschillend, afhankelijk van grootte en bouw van de karper. Zo zal een stijve hair van bijvoorbeeld 8 cm bij de ene vis de haak op of net buiten de bek laten en bij de andere misschien wil 5 cm in de bek bevinden. Een ander probleem is net als bij de doorlopende stijve hair dat het schudden van de kop de haak uit het vlees kan werken, andersom zal bij deze hair het effect van het schudden minder zijn op de haakpunt omdat de afstand tussen de haakpunt en de boilie groter is. Zo kan de boilie dus tegen de zijkanten van de bek slaan terwijl de haakpunt nauwelijks zal bewegen, maar dit is ook weer afhankelijk van de lengte van deze hair en de grootte van de vis.

    Inhakingsmoment
    Zoals Kiron al aangaf zit het draaipunt van een haak bij of in de buurt van het oog. De haak heeft simpelweg een hoek nodig om de punt richting het vlees te laten draaien. Deze hoek ontstaat bij de onderlip. Door de keuze van een bepaald haaktype en de bevestiging hiervan kan er gespeeld worden met de plaats van inhaking van de haak. Zo wil ik persoonlijk een haak zo snel mogelijk vlees laten pakken. Dit effect is te bereiken met een langstelige haak in combinatie met een line aligner. Is dit niet mogelijk door te zacht vlees in de mondhoeken of achter de onderlip dan gebruik ik weer liever een kortstelige haak met eventueel een kleine haaksteelverlenging door een stukje silicone slang. Deze kan wat later haken en daardoor is de kans op het uitscheuren van de haak een stuk kleiner. De meeste papegaai vissen worden veroorzaakt door mensen die hierover niet nadenken. Men laat de haak te snel draaien bij vissen met een zachte mondhoek. Tijdens de dril snijdt de onderlijn door de mondhoek en daar is weer een vis met "de papegaai" als bijnaam geboren, gedoemd om misvormt verder te leven. Sorry dat ik de serieuze vissers hiermee lastig val, maar ik kan me hier mateloos aan ergeren.

    Mijn favoriete haaktypes met van links naar rechts:  887 nieuw, 887 oud, Incizor en Owner Bledf
    Mijn favoriete haaktypes met van links naar rechts:
    887 nieuw, 887 oud, Incizor en Owner Bled
    Ook de draaddikte van de haak werkt al dan niet mee aan uitscheuren, ik vis zo dun als de situatie het toelaat. Te dunne draad zorgt voor het snijden van de haak in de bek en bij grote krachten op de haak voor uitbuigers. Te dikke draad, betekent een te zware haak en beïnvloed de natuurlijk beweging van het haakaas. Bij mij zijn er de laatste jaren drie haaktypes boven komen drijven die ik nu alleen nog maar gebruik, nl. de Gardner Incizor mt 6 (PB intruder mt 4), de Ashima 887 mt 8 en 10 en de owner bledhaak mt 9. Waarbij ik de eerste haak enkel bij echt harde bekken gebruik. De punt van de haak hou ik altijd zo scherp mogelijk. Het zorgt er namelijk voor dat de haak veel beter doordringt in het vlees en er dus minder kracht nodig is om de haak tot over de weerhaak te laten haken. En zou er enige prikkel naar de vis uitgaan door het inhaken, dan wil ik dat deze zo groot mogelijk is. Ik gebruik liever 300 haken per jaar, dan 1 vis verspelen door een botte haak en daardoor een te oppervlakkige inhaking.

    Een andere manier om inhaking in de onderlip te forceren is door de haaksteel te verlengen en de punt af te schermen. Zo kan de haak pas vlees pakken als een gedeelte van de haaksteelverlenging al buiten de lip is. Dit is dus ook een manier om te voorkomen dat de haak te vroeg vlees pakt en daardoor er meer kans is op een losschieter op het moment dat de vis te zacht vlees heeft.

    Afgeschermde punt
    Afgeschermde punt
    Een lange soepele hair zorgt er ook voor dat de haak goed zijn werk kan doen en hierdoor ook niet te oppervlakkig zal haken. Ik wil niet weten hoeveel vissen er verspeeld worden door fouten die er gemaakt worden met de hair waardoor de haak onvoldoende kan inhaken.

    Haakverwijdering
    Op het moment dat de haak prikt en de onderlijn strakloopt zal de vis proberen om de onderlijn kwijt te raken. Dit kan de vis op een 2 tal manieren, namelijk het zuigen en blazen aan de boilie en door te schudden met de kop. Voor beide manieren zijn enkele oplossingen die hieronder worden uitgewerkt.

    Blazen
    Ik verwacht dat het eerst volgende dat een vis doet na het opzuigen van het aas en het bemerken van de weerstand, zich bewegen naar de spanningsbron en dan door middel van de kiewen te openen water in de bek te brengen. Door nu de bek te openen en gelijktijdig de kieuwen te sluiten zal er een uitgaande waterstroom volgen waardoor de boilie naar buiten geblazen wordt. Op het moment dat je hair niet goed bevestigd is, zal de naar buiten vliegende boilie de haak uit het vlees trekken en zo de vis weer een moment op de kant besparen. De bevestiging van de hair is dan ook heel belangrijk op het moment dat je dit wil voorkomen. Zelf probeer ik het altijd door de haakpunt licht in de hand in te prikken en de hair naar achteren toe in het verlengde van de onderlijn weg te trekken. Kan ik op deze manier de haak niet uit het vlees trekken dan verwacht ik dat de vis dit ook niet kan op het moment dat hij aan het blazen gaat. Bij de meeste haakmodellen betekend dit dat het loskomen van de hair op de steel ook zeker niet verder dan de punt mag zijn.
    Blow Back & D rig
    Blow Back & D rig
    Ook de Blow back en de D-rig kunnen na het prikken wat extra geven om het moeilijker te maken de haakpunt uit het vlees te verwijderen. Nadat de haakpunt in het vlees zit en de karper via blaaswerk de boilie probeert te verwijderen zal de boilie naar achter schuiven met de blaasbeweging mee. Hierdoor komt de druk die gecreëerd wordt door het spuwen van de boilie voorbij de haakpunt te staan in de buurt van het haakoog. Dit zorgt ervoor dat het blaaswerk geen effect heeft op de inhaking en zelfs ervoor zorgt dat de punt zich nog wat beter zet in het vlees.

    Schudden
    Vis je een blow back rig (in princiepe elke onderlijn) ook nog eens met een hair die lang genoeg is om ervoor te zorgen dat bij het blazen de boilie buiten de bek beland dan zal het gewicht van de boilie ook nog eens de haakpunt in het vlees houden doordat deze een extra kracht naar onderen geeft. Hetzelfde effect wat bijvoorbeeld bereikt wordt wanneer een bananen rig of pop-up montage wordt overgelood. Zolang er gewicht onder de haakpunt is, verbonden aan de haakpunt, dan zal dit de punt tot op zekere hoogte in het vlees houden bij schudden van de kop. Dit is natuurlijk bij de D-rig niet het geval omdat de boilie nog voor in de bek blijft en er dus geen kracht naar onderen is. Ook een lange leadcore combi rig zoals ook aangehaald door Willem Peeters in Karperwereld nummer 32 werkt volgens mij volgens ongeveer hetzelfde principe dressuur doorbrekend. De leadcore zal namelijk bij het schudden van de kop meer spanning op de punt houden dan een normale onderlijn, ervoor zorgend dat de punt langer in het vlees blijft. Als dan de boilie aan de blow back rig ook nog eens buiten de bek beland door spuwen is de haak nog maar moeilijk uit het vlees te werken en zullen de meeste vissen in paniek raken.

    Dit najaar heb ik goede successen gehad op toch naar mijn mening een van de moeilijkste wateren van Nederland. Afgelopen voorjaar kreeg iedereen daar constant losse piepen en maakte de vissen eigenlijk geen fouten meer. Alleen op het moment dat er echt meerdere vissen op de stek aanwezig waren en er een grote concurrentie was op de stek dan begingen ze nog wel eens een fout. Door ontzettend veel van onderlijn te wisselen kwamen er elke keer weer een of twee runs en daarna was het weer afgelopen en kregen ze keer op keer de onderlijn gewoon weer naar buiten gewerkt. De oorzaak hiervan was natuurlijk dan ook wel de extreem hoge hengeldruk, hierdoor werd er zowat constant op alle stekken van het water gevist en het wegnemen van aasdressuur door de krachten te bundelen met een aassoort. Aasdressuur was dus niet aan de orde en de vissen zijn overal op de hoede, rig dressuur hiervan dus een logisch gevolg. Begin juli had Rogier ineens toch opmerkelijke resultaten door in een week vier vissen te vangen en daarna bleef vangen. Door de goede contacten onderling zei hij me snel dat het de bananenrig was die de vissen op de kant bracht en hierdoor heb ik dit najaar ook veel effectiever kunnen vissen, waarvoor bedankt Rogier. De losse piepen bleven uit en een behoorlijk aantal topvissen belande bij mij in of tot net voor het net (ik verspeelde er helaas verschillende voor de kant door verkeerd buigen van de banaan, waar ik later op terug kom). De buiging in de krimpkous zorgt ervoor dat de boilie niet op plaats van bestemming kan komen en de vis dan ook niet in staat om zijn gebruikelijke ritueel, van ik verwacht toch klemmen, te volgen. De vis zal stoppen met zuigen en op dat moment vouwt de banaan zich dicht om de onderlip, met de haakpunt in de buurt van de onderlip. In combinatie met overloden en een lange soepele hair heeft al het schud en blaaswerk geen effect en zorgt dit dus voor de gewenste paniek reactie.
    Banaan dicht goed Banaan goed
    Banaan dicht goed Banaan goed
    Banaan dicht fout Banaan fout
    Banaan dicht fout Banaan fout
    Terugkomend op de buiging van de banaan. In het begin boog ik de banaan niet strak genoeg af, waardoor de bocht in de banaan te flauw was. Hierdoor gaf de krimpkous minder weerstand tijdens het opzuigen en belande de hele banaan in de bek. Hierdoor werden de vissen te diep gehaakt en had ik drie lossers in een korte periode en als je dan weet dat het ook nog eens drie grote vissen waren (heb ze gezien) dan kan je voorstellen dat ik daar behoorlijk van baal. Ook moet je de opening tussen de haakpunt en het einde van de banaan weer niet te klein maken, anders bestaat de kans dat vooral bij grotere vissen de banaan plus lood naar binnen gezogen wordt en het dus ook niet effectief is. Dit komt dan doordat de onderkant van de banaan niet onder de onderlip kan komen en de krimpkous dus geen weerstand kan opbouwen. Maar al doende leert men, al is het wel behoorlijk duur leergeld voor de LOI cursus banaan buigen in de praktijk! Maak dus niet dezelfde fout als je met deze onderlijn wilt gaan vissen!

    Klemmen


    Recoil en Rekker Rig:
    Een andere onderlijn die op veel minder wateren effectief is dan de bananenrig, maar wel een remedie is tegen het klemmen van de boilie is de rekker rig. Deze onderlijn blijkt op lang niet zoveel water extra vis op te leveren, maar het is voornamelijk wel stromend water waar deze onderlijn effectief is gebleken. Of vissen op stromend water van nature dan meer de neiging hebben om het aas te klemmen na het opzuigen, natuurlijk gedrag dus, of dat dit gegeven domweg een toevallige constatering is durf ik niet te zeggen. De werking van deze onderlijn is volgens mij als volgt:
    Recoil en Rekker rig
    Recoil en Rekker rig
    De karper zuigt de boilie op naar de plaats van bestemming en klemt het aas daar. Tijdens het strak zwemmen van de onderlijn bouwt het rekkende gedeelte spanning op. Als de spanning (trekkracht van de elastiek) groter wordt dan de klemmende kracht dan zal de boilie naar voren schieten en door de gemaakte hoek en gesloten bek onder in de bek vlees pakken. Is de klemkracht groter dan de kracht opgebouwd door de elastiek dan zal de vis het lood verplaatsen, de verankering bemerken en de boilie willen spuwen. Ook nu zal de haak naar voren schieten omdat wil een vis het uit kunnen spuwen hij op zal moeten houden met klemmen. In beide gevallen is het wel van belang dat de elastiek voldoende uitrekt op het loodgewicht. Is het lood namelijk te licht dan zal het als een katapult naar voren schieten en de spanning van de elastiek halen. Daarom is de recoil rig ook alleen toepasbaar met hele soepele silicone (Nash blow back silicone is het soepelste wat ik hiervoor heb kunnen vinden) of met ontzettend zwaar lood om de stuggere silicone (zoals die van Gardner bijvoorbeeld) voldoende te laten oprekken. Die stuggere silicone heb ik zelf toch al geen vertrouwen in omdat ik niet verwacht dat de klemmende kracht van de karper rond die 200 gram ligt om die silicone een tiental centimeter te laten oprekken. Veel meer vertrouwen heb ik dan toch bij bijvoorbeeld een wedstrijdelastiek nummer 2 die al bij 90 tot 120 gram onder water een tien centimeter oprekt. Ook het effect dat er nog wat spanning op de onderlijn blijft staan door de elastiek na het prikken en schudden van de kop dus geen enkel effect heeft om de haakpunt uit het vlees te verwijderen. De vis zal dus echt een stuk naar het lood toe moeten zwemmen om de spanning van de onderlijn te kunnen halen en dan kan deze rig pas uitgespuwd worden. Voor veel vissen is dit echter al te veel en het zal dus resulteren in een run.

    Ook zal het klemmen van de boilie voorkomen kunnen worden door de spelingruimtes aan te passen, zoals eerder ook al aangehaald. Op het moment dat het soepele gedeelte of het schanierpunt in de combi/trigger rig rond de 3 cm is en als je met een stiff rig vist zal de vis de boilie niet ver genoeg kunnen opzuigen om het aas te kunnen klemmen. Op deze simpele manier kan klemmen dus ook voorkomen worden.

    Nu de praktijk, zinvolle combinaties voor een optimaal resultaat

    De volgende onderlijnen zijn degene waar ik de laatste jaren mee aan het vissen ben en die dus verantwoordelijk zijn geweest voor de vangsten van de afgelopen jaren.

    De overgelode bananenrig i.c.m. een blow back lange hair
    Ik vis deze onderlijn over het algemeen met een combi rig, waarbij er zeker een centimeter of 4 a 5 soepele gevlochten lijn komt na de banaan om hem optimaal het werk te kunnen laten doen. Het stijve gedeelte is bij mij de Green Hornet (de lichter groene eerste versie, die is nog gladder) van PB (zo kan ik de onderlijn doorknopen) of een stukje leadcore. Beide liggen mooi op de bodem en zorgen ervoor dat het geheel toch iets verder van het lood wegvalt.
    Bananenrig
    Bananenrig
    De boilie wordt wel niet zo mooi weggeduwd, maar dit komt dan ook door het 5 a 6 gram gewicht wat ik gebruik om deze onderlijn te overloden. Verder vis ik minimaal 2 a 3 cm tussen de bovenkant van de boilie en het ringetje van de blow back hair. Ervoor zorgend dat als de vis de boilie eenmaal uitspuwd deze buiten de lip beland en nog voor extra gewicht zorgt wat onder de haakpunt hangt. Als haakaas gebruik ik voornamelijk een 25mm boilie uitgebalanceerd door er een 12mm kurken balletje in te draaien. Een viertal schuimpjes zorgen ervoor dat de onderlijn niet in de war gegooid wordt en deze vertraagd de bodem bereikt. Naar mijn mening het crème de la crème onder de onderlijnen op het moment en een van de moeilijkste om kwijt te raken voor de vissen. Na het opzuigen van de boilie zorgt het terugbuigen van de krimpkous en de 5 gram ervoor dat de punt meteen bij de onderlip prikt (heel licht) en doordat er constant spanning op deze punt is, heeft schudden weinig tot geen zin. Een keer blazen en de boilie ligt buiten en wat dan? Vroeg of laat moet er wel paniek komen en zal het resulteren in een run. Dat het dressuur doorbrekende effect niet eeuwig zal zijn ben ik van overtuigd, maar het is wel een hele goede voor de komende jaren.

    Combi Rig
    De combi rig is een onderlijn waar ik op bijna alle wateren standaard mee begin en daarna het geheel verder uit ga werken tot eventueel aanpassingen of andere onderlijnen. Lengtes varieer ik maar het soepele gedeelte hou ik over het algemeen tussen de 3 en 5 centimeter. Dit is dan ook de lengte die de haak terug valt richting het lood gekeken vanaf het uiteinde van het stijvere gedeelte. Uit gemak gebruik ik over het algemeen de coatinglijnen zoals de Mantis, Snake Bite en Green Hornet om deze onderlijnen te maken. Waarbij het wegduweffect bij de laatste het grootst is en bij de eerste het laagst. Ook knoop ik ze wel eens van een fluorcarbon of Nash Leadcore in combinatie met een stukje Merlin, Quicksilver of de gevlochten lijn in de Green Hornet (Ben ooit meters aan het strippen puur voor de lijn die erin zit. Piet breng dat spul ook zo op de markt, bevalt mij namelijk super) als ik het geheel zo min mogelijk op de bodem wil laten opvallen. De ESP Bristle filament zou hier ook schitterend spul voor zijn, ware het niet dat dit zo stijf is dat er eigenlijk geen sterke kleine knoop mee te leggen is. Dit spul blijft dan ook in de tacklebox en komt er alleen uit met een stiff of trigger rig.
    Verschillende combirigs
    Verschillende combirigs
    De hair is soepel en monteer ik in combinatie met een ringetje of een klein stukje schuivende krimpkous zodat de haak snel haakt, maar het geheel wel moeilijker te spuwen is. Afhankelijk van het haakmodel kies ik een haaksteelverlenging voor het optimaal draaien van de haak te garanderen. De bevestiging aan de wartel is natuurlijk met een 3 kamer of 8 knoop.

    Korte soepele onderlijn
    Deze onderlijn is alleen op een harde ondergrond te vissen, wil je hem effectief late werken (Dit geld trouwens voor alle korte onderlijntjes). De onderlijn zoals ook beschreven in de rotary 7 in combinatie met leadcore en 120 gram lood leverde mij zo goed als al mijn vissen in 2002 op en hier heb ik dan ook ontzettend veel vertrouwen in. Deze onderlijn is zo goed als identiek aan de onderlijn die Laurens aandraagt en de rede dat de onderlijn van Laurens werkt is dan ook de volgende:

    De rede dat de lange hair van Laurens werkt is dat de boilie zich veel natuurlijker gedraagd. Hierbij komt nog eens dat bij het spuwen de boilie naar buiten wordt geblazen en door de gemaakte hoek over de onderlip de haak zich alleen nog maar iets dieper zet in het vlees en het gewicht van de boilie de haakpunt bij schudden in de bek houd. Want al zou de vis de boilie klemmen, dan is de afstand tussen het klempunt en de lip bij elke vis verschillend, afhankelijk van de grootte van de vis. De boilie ligt bij deze lange soepele hair bij de haak en als het zaakje opgezogen wordt dan krijgt de haak dezelfde snelheid als de boilie omdat de zuigkracht nagenoeg gelijk is op beide objecten. Beide zullen dus ook op dezelfde plaats in de bek belanden en pas bij het strak staan van de onderlijn zal de haak naar voren gaan bewegen. De mooie inhakingen in de onderlip worden puur geforceerd door de korte onderlijn, deze haakt de vis namelijk in de opgaande beweging. Al deze punten gecombineerd met zwaar lood zorgen voor een aardig dressuurdoorbrekend effect (alleen om een andere rede).
    Succes in het najaar op de bananenrig
    Succes in het najaar op de bananenrig
    Semistijve onderlijn met doorlopende hair
    Een onderlijn waar ik nog maar weinig mee gevist heb, maar die wel verantwoordelijk was voor behoorlijk wat vissen in augustus voor een con-collega op hetzelfde water is de geheel semi stijve onderlijn. De lengte maakt niet zoveel uit, tussen de haak en boilie zou ik in iedergeval een centimeter of twee houden om de haak goed te laten werken. Als je deze onderlijn trouwens knooploos knoopt, laat de lijn dan een keer aan de achterkant eruit komen (Tip Rogier), dit maakt het inhaken van de haak veel feller, nadeel hiervan wel is dat het kan voorkomen dat je de vis dieper haakt en zo minder houvast hebt omdat je in zachter vlees zit.

    Duyvis, als er een fuif is!


    De tijgernoot heeft zich ontwikkeld als de tweede aassoort om onze grote vriend mee te belagen en dat is niet verwonderlijk. Er zijn al genoeg vissen gevangen op deze gekke nootjes dat niemand meer overtuigd dient te worden van de vangkracht. Vaak leveren ze meer vis op dan de boilie, nadeel daarvan is wel dat het voornamelijk de kleinere vissen zijn. Op wateren zitten namelijk altijd vissen die weinig of geen boilies eten, maar waar de tijgers wel bij in de smaak vallen. Helaas zijn die niet boilie eters vaak oude verwilderde schubs, wat niks afdoet aan de sport die je hebt om ze te vangen.

    Eigenschappen


    Tijgernoten hebben enkele specifieke eigenschappen, bijvoorbeeld dat ze een van de weinige particles zijn die niet gevoelig zijn voor gespuis als brasem, meerval en kreeft. Ook verschillen de nootjes allemaal in grootte wat het voor de vis veel moeilijker maakt om het haakaas uit de nootjes te selecteren omdat ze veel andere gewichten hebben. Daarentegen bevat zo'n noot wel ontzettend veel water waardoor ze zo goed als dezelfde dichtheid hebben als water. Dit zorgt ervoor dat ze heel makkelijk opdwarrelen en als het haakaas beperkt wordt door onderlijn of iets anders dan zal het haakaas er nog uitspringen. Maar hier ga ik verder op in bij het kopje onderlijnen. Enkele andere eigenschappen die niet in een regen kunnen worden vermeld heb ik hieronder uitgewerkt:
    Ti, Ta, Tijgernoot!
    Ti, Ta, Tijgernoot!
    Smaak
    Na het koken hebben de nootjes een specifieke zoete smaak die erg gewaardeerd wordt door de karper. Op het moment dat je ze langer laat staan dan vormt er door het uitlekken van suikers en zetmelen een stroperige massa, wat eerst het kookwater wat. Hoe dikker de stroop des te beter de nootjes blijken te vangen. Op dit moment smaken de nootjes weer meer meel achtig tot zelfs wat zuursig, maar niet dat de karper ze daar minder om lust. Ook valt op dat vooral de kleinere nootjes zoeter zijn dan zijn grotere broer die na het koken weer meer naar zetmeel smaakt. Zitten de nootjes in de tussenliggende periode dus niet echt zoet, maar ook geen slijm erop dan wordt hij over het algemeen ook minder door de karper gewaardeerd. Het is maar dat je erop let.

    Voedingswaardes
    Misschien niet helemaal het goede kopje over wat ik over nu over de nootjes te zeggen heb, maar wat mij opvalt is dat de tijgernoot echt een periode aas is. Het ene moment loopt het goed, maar hebben ze er teveel van gehad dan kan het ook zijn dat ze weken niet gegeten worden. Wat dat betreft is het leuk dat ik die noten op een ondiepe plaats voer waar je met een waadpak heen kan lopen. Hierdoor kan je controleren of de noten gegeten worden. We hebben het op het water meegemaakt dat er op een gegeven moment rond de 45 kg noten op de vis lag te wachten op verschillende stekken. Ik was dan ook stom verbaasd dat de hele handel de volgende dag ineens was opgeruimd! Ze hadden dus in 24 uur even 45 kg weggewerkt. Ik vol vertrouwen de volgende dag met een noot vissen, maar helaas ze hadden er alweer genoeg van en bot was wat ik wist te vangen.

    Ook viel ons op dat op het moment dat er genoeg boilies werden gevoerd dat de karper de noten links lieten liggen en de boilies er gewoon uitgepikt werden. Ik verwacht dan ook dat een tijgernoot weinig voedingsstoffen bevat en dat de karper daardoor zichzelf na het eten van te veel noten minder gaat voelen. Meestal worden ze ook weer als stukjes uitgescheten, wat er ook op kan wijzen dat ze niet voldoende verteerd kunnen worden. De enige manier om een noot te laten doorlopen op een stek is gebleken dat je wat kleinere hoeveelheden dient te voeren, zodat ze de noten en de boilies (voerde ik door elkaar) gecombineerd opruimden en daardoor wist ik ervoor te zorgen dat ze weken de noten bleven eten en ze elke keer na het voeren weg waren. Je bent natuurlijk ook afhankelijk van anderen op het water en als je weet wat iedereen voert werkt dat zeker in je voordeel.

    Preferentie
    Wat ik ook al in de inleiding aanhaalde valt op de meeste wateren heel erg op. Vaak heb je een groep boilievissen die er eigenlijk alleen op boilies uitkomt, een groep vissen die alleen op de noten gevangen wordt en een groep die beide aassoorten eet. Ook ben ik ervan overtuigd dat vissen de noten kunnen leren eten, vaak worden de boilievissen erop attend gemaakt door de kleinere vissen dat de noten ook goed te eten zijn. Toch blijven er altijd vissen die je op de noot niet gevangen kan krijgen. De voedselpreferentie van vissen is dus heel belangrijk als je op een water aan de gang gaat. Na een lange periode van voorvoeren kan je zelfs op de wateren die bekend staan als enkel boiliewateren (zoals de kanalen bij ons in de omgeving) toch serieus brokken maken met de noten. Zo heeft een jongen bij ons in de buurt de moeite genomen om stug vol te houden met de tijgers en de topvissen die er jaren niet meer uitgekomen waren bleken toch ineens niet zo moeilijk meer te zijn.

    Productieve periodes
    Wat mij dit voorjaar is opgevallen is dat de vissen wat later beginnen met eten van de noten, vanaf half mei (toen het water warm genoeg was) aten ze en dit ging door tot net na de paai. Het eten gaat met momenten, het ene moment doen ze alles voor een noot en ploegen ze er de hele bodem voor om terwijl ze het andere moment niets van die dingen moesten hebben. Na de paai na viel het ook weer een hele periode stil op de tijgers. Zelf heb ik in het najaar nog niet veel vissen op tijgernoten kunnen vangen, maar er zijn toch genoeg voorbeelden te noemen van mensen die dat wel deden. Volgens mij ben je na de paai gewoon afhankelijk van het al dan niet aangeboden zijn van de nootjes in de voorgaande weken. Is er op het water al een tijdje geen noot meer ingegaan dan kan je een korte periode enkele vissen vangen. Vaak meer dan op boilies. Daarna is het gewoon weer wachten op de volgende goede periode. Dat ze in de winter vis opleveren is mij ook niet echt verwonderlijk, ze bevatten namelijk bijna geen vetten en eiwitten en daardoor zijn de vissen lang niet zo snel verzadigd in de winter. Ik moet hier wel bij vermelden dat ik in de winter er nog geen ervaringen mee heb (althans geen vis op gevangen), maar dat deze verklaring voor mij voldoende is dat ze toch zeker vis kunnen vangen. Toch komt daar dan wel weer het verhaal van het voorjaar bij kijken en dat ze bij het warmere water pas gegeten werden.

    Voermethodes en hoeveelheden


    Afhankelijk van de manier van aasopname die je wenst dien je ook je voeren aan te passen. Door de nootjes verspreid te voeren dient de vis toch te moeten zwemmen naar elke noot en kan het zogenaamde gulping tegen gegaan worden. Een voordeel van het bevinden van meerdere voedseldeeltjes in de bek is dat het haakaas veel moeilijker tot niet te identificeren is voor de karper. Het nadeel ervan is dat je door verspreid te voeren je de vis aan kan wennen om ze te laten zwemmen na het opnemen van het aas en hierdoor een aanbeet dus ook eerder geforceerd kan worden. Zelf voer ik in ieder geval de noten verspreid over een groot oppervlak, wat ook nog eens voordelig is omdat meer vissen langer bezig zijn met dezelfde hoeveelheid voer.

    De hoeveelheden die ik voerde was ook weer afhankelijk van of de noten gegeten werden, meestal gingen er op het betreffende water 3 a 5 kg noten per dag te water tot dat bleek dat na een dag of drie ze niet gegeten werden en dan werd er niet meer gevoerd. Ook zijn er momenten geweest dat ik veel vissen op de stek verwachte en daarom in een keer een hoeveelheid van 15 of 20 kg voerde, waarna de stek meerdere dagen met rust gelaten werd. Op andere wateren bleek weer dat gewoon een kilootje per dat voldoende was om de vissen vast te houden en ze niet te laten verzadigen. Maar je moet wat als op je water de vissen gaan liggen op de grootste berg voer!

    Zoals ik al eerder aangaf voer ik zowel boilies als tijgers door elkaar, wat ervoor zorgt dat beide groepen vissen kunnen eten op de voerplaats en ik niet het risico loop dat een vis de voerplaats niet zal opmerken omdat deze een van de twee aassoorten prefereert.

    Onderlijnen


    Zoals Kiron al aangaf is het verstandig om de onderlijn aan te passen op het aasgedrag wat je op de stek verwacht. Zuigen de vissen enkele tijgers op dan is een kortere onderlijn aan te raden zodat ze bij het rechtstandig komen gehaakt worden. Zwemmen ze naar de volgende tijger(s) dan kan een wat langere onderlijn volstaan.
    'Favoriete 'tijgerlijnen'
    'Favoriete 'tijgerlijnen'
    Zelf vis ik mijn onderlijnen helemaal soepel of combi gemaakt van super mantis. Beide materialen beïnvloeden zo min mogelijk het natuurlijke gedrag wat veel meer beïnvloed wordt naarmate het aas kleiner wordt. Ook de haak vis ik over het algemeen nr. 10, wat zo licht mogelijk is. Verder wil ik ook bij de tijgers nog wel eens hem gedeeltelijk uithollen en vullen met kurk zodat het gewicht van de haak opgeheven wordt. De vissen eten tijgernoten meestal met veel minder argwaan en daardoor hoef je over het algemeen ook niet zo moeilijk te doen met onderlijnen. Het effect van schudden en blazen zal bij dat kleine nootje trouwens ook minder zijn, door het mindere gewicht van het nootje.

    Tight Lines!

    Bart van den Hurk

    De stille jongen

    Ik praat alleen over dingen,
    waar ik verstand van heb.
    De maatschappij heeft
    weinig verstand van vissen,
    Ik zeg dus niet veel.

    Ik moet er even bij vermelden dat ik in het verleden ook al artikelen over onderlijnen heb geschreven en het kan zijn dat ik me hier en daar tegenspreek of een andere verklaring heb voor de werking van een onderlijn. De laatste twee jaar heb ik op dit gebied gewoon weer ontzettend veel geleerd en ben ik ook anders over dingen gaan denken. Wat ik op het moment hier schrijf is dan ook waar ik op het moment voor de volle 100% achter sta, totdat ervaringen mij op m'n fouten wijzen en ik denkwijzen dien aan te passen.

    volgende



    Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


    Gerelateerde Artikelen:


    Onderwerp Auteur Datum
    18.3 Targetvissen Gerben Lievers 14-09-07
    18.2 Targetvissen Kees Vaags 11-09-07
    18.1 Targetvissen Tom Langens 07-09-07
    18.0 Inleiding targetvissen Roy Alofs 05-09-07
    17.3 Visserijwetgeving in Nederland Bart van den Hurk 15-03-07
    17.2 Visserijwetgeving in Nederland Robert de Wilt 12-03-07
    17.1 Visserijwetgeving in Nederland Aart Lokhorst 11-03-07
    17.0 Visserijwetgeving in Nederland Roy Alofs 04-03-07
    16.3 Penvissen in de wintermaanden Rick van Derks 04-12-06
    16.2 Wintervissen Marijn Ham 03-12-06
    16.1 Wintervissen Kees Vaags 02-12-06
    16.0 Inleiding wintervissen Roy Alofs 19-11-06
    15.4 Groot water in Frankrijk Daniel van Dijk 25-09-06
    15.3 Groot water in Frankrijk Roy Alofs 22-09-06
    15.2 Groot water in Frankrijk Martin Taal 20-09-06
    15.1 Groot water in Frankrijk Arjen Uitbeijerse 19-09-06
    15.0 Inleiding Groot water in Frankrijk Roy Alofs 18-09-06
    14.4 Oppervlaktevissen Jurgen Munten 06-08-06
    14.3 Oppervlaktevissen Hans Brinkel 11-07-06
    14.2 Oppervlaktevissen Martijn Julien 02-07-06
    14.1 Oppervlaktevissen Jeroen Houdijk 24-06-06
    14.0 Inleiding Oppervlaktevissen Bart van den Hurk 24-06-06
    13.4 Kanaalvissen Bart van den Hurk 24-06-06
    13.3 Kanaalvissen Lukas Linde 30-04-06
    13.2 Kanaalvissen Marijn Ham 30-04-06
    13.1 Kanaalvissen Brecht Gielen 24-04-06
    13.0 Inleiding Kanaalvissen Bart van den Hurk 24-04-06
    12.4 Stekkeuze en aanpak Stefan Slechten 19-03-06
    12.3 Stekkeuze en aanpak Peter Otte 18-03-06
    12.2 Stekkeuze en aanpak Arjen Uitbeijerse 16-03-06
    12.1 Stekkeuze en aanpak Jeroen Houdijk 14-03-06
    12.0 Inleiding stekkeuze en aanpak Bart van den Hurk 14-03-06
    11.4 Obstakelvissen Mark Hofman 06-03-06
    11.3 Obstakel- en wiervissen Arjen Uitbeijerse 17-02-06
    11.2 Obstakelvissen Kees Vaags 16-02-06
    11.1 Obstakelvissen Marijn Ham 15-02-06
    10.4 Riviervissen Wil Jeurninck 30-01-06
    10.3 Riviervissen Michel Hollaar 26-01-06
    10.2 Riviervissen Chris Noorlander 18-01-06
    10.1 Riviervissen Boudewijn Stolk 09-01-06
    10.0 Inleiding Riviervissen Bart van den Hurk 09-01-06
    9.5 Betaalwater een aanwinst? Stefan Gooijert 30-12-05
    9.4 Betaalwater nee Martin Post 26-12-05
    9.3 Betaalwater een aanwinst? Lukas Linde 14-12-05
    9.2 Betaalwater een aanwinst? Kees Vaags 11-12-05
    9.1 Betaalwater een aanwinst? Peter Otte 04-12-05
    9.0 Intro RL december 2005 Bart van den Hurk 04-12-05
    8.4 Conditionering en rigs Chris Noorlander 16-10-04
    8.3 Conditionering en tijgernoten Bart van den Hurk 12-11-03
    8.2 Conditionering, onderlijnen, inhakingen, pijnprikkels Kiron Zaal 14-07-03
    8.1 Conditionering, onderlijnen, inhakingen, pijnprikkels Laurens Maasland 20-05-03
    8.0 Inleiding deel 8 Mark van Balveren 12-04-03
    7.4 Wintervissen Kees Ouwenhand 25-01-03
    7.3 Wintervissen Mike van Zijl 28-12-02
    7.2 Wintervissen Kiron Zaal 18-12-02
    7.1 Wintervissen Bart van den Hurk 18-11-02
    6.7 Flavors, Wier, Spiegelkarperprojecten, enz. Bart van den Hurk 28-08-02
    6.6 Flavours, spiegelkarperprojecten, enz. Mike van Zijl 28-05-02
    6.5 Flavours, spiegelkarperprojecten, enz. Willem Verspoor 04-05-02
    6.4 Flavours, spiegelkarperprojecten, enz. Franklin Broeckx 29-03-02
    6.3 Gastbijdrage op de RL nr's 6.1 en 6.2 Roelof Schut 13-02-02
    6.2 Flavours, aaspreferentie, wier, commercie, toekomst Roger Feijen 28-01-02
    6.1 Flavours, vechtersment., wier, commercie, toekomstvisie Laurens Maasland 10-01-02
    6.0 Inleiding deel 6 Mark van Balveren 04-01-02
    5.9 Lood, lijnen, logboek, aas, feedback enz. Pieter de Jongh 21-12-01
    5.8 Observeren, wier, targetten, projectspiegels, enz. Roy Alofs 06-12-01
    5.7 Loodmontages en gewichten, zichtbaarheid van lijnen Frank Siemerink 14-11-01
    5.6 Gastreactie op diverse Rotary Letters Marcel Bos 25-10-01
    5.5 Gastreactie op diverse Rotary Letters Laurens Maasland 30-07-01
    5.4 Gastreactie op diverse Rotary Letters Mike van Zijl 12-07-01
    5.3 Lood, rigs, legaliseren nachtvissen, enz. Daniël van Dijk 05-07-01
    5.2 Inleiding Rotary Letter deze zomer Mark van Balveren 05-07-01
    5.1 Loodmontages en gewichten, popups, boilies Mark van Balveren 29-03-01
    5.0 Inleiding deel 5 Mark van Balveren 21-03-01
    4.5 Reactie op Rotary Letter 4 Wilco van Leest 20-04-01
    4.4 Selectief aasgedrag, popups, enz. Frank Siemerink 11-03-01
    4.3 Rigs, popups, voeren en verkassen, dips Bart Bouwens 20-02-01
    4.2 Rigs, popups, voeren en verkassen, pezen Raymond v. Keerberghen 31-01-01
    4.1 Boilies, soaks, rigs, voeren, enz. Roelof Schut 12-01-01
    4.0 Inleiding deel 4 Mark van Balveren 12-01-01
    3.3 Popups, voeren, verkassen en dips Andre Akkermans 22-12-00
    3.2 Popups, voeren, verkassen en dips Mark van Balveren 22-12-00
    3.1 Rigs en voeren Frank Siemerink 29-11-00
    3.0 Inleiding deel 3 Mark van Balveren 10-11-00
    2.6 Gastreactie op de 2e Rotary Letter Klaas van de Herik 26-10-00
    2.5 Gastreactie op de 2e Rotary Letter Aart Lokhorst 07-10-00
    2.4 Nederlandse klassebakken. Fotomanupulatie Chris Gabriële 18-09-00
    2.3 Nederlandse klassebakken. Fotomanupulatie Mark van Balveren 18-09-00
    2.2 Nederlandse klassebakken. Fotomanupulatie Bart Bouwens 02-09-00
    2.1 Nederlandse klassebakken. Fotomanupulatie Frank Siemerink 02-09-00
    2.0 Inleiding deel 2 Mark van Balveren 05-08-00
    1.8 Reactie op de 1e ronde: Karpervissen en aas Hans Wols 18-05-02
    1.7 Reactie op de 1e ronde Roger Feijen 02-01-02
    1.6 Verantwoord conserveren utopie of misstand Willem Peters 02-09-00
    1.5 Reactiebox Chris Gabriële 05-07-00
    1.4 Waarom boilies ? Nederlandse recordvissen Bart Bouwens 20-06-00
    1.3 Waarom boilies ? Nederlandse recordvissen Ton van de Bruggen 20-06-00
    1.2 Waarom boilies ? Nederlandse recordvissen Mark van Balveren 07-06-00
    1.1 Waarom boilies ? Nederlandse recordvissen Frank Siemerink 07-06-00
    1.0 Inleiding deel 1 Mark van Balveren 17-05-00 

  •  
    Naar top van pagina
    © 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer