Rot@ry Letter
8.4 Conditionering, onderlijnen, inhakingen, pijnprikkels en bolten
Chris Noorlander
vorige
Onderwerpen die door Mark van Balveren eventjes makkelijk zijn ingebracht, maar waarover door de verschillende rotaristen ongetwijfeld een compleet boek over zou kunnen komen. Als het om dressuur gaat, dan vindt ik rigaanpassingen het laatste wat je doet, tenzij alle andere opties wegvallen natuurlijk. Goed voeren, op goede stekken, goed de dressuursituatie op je water inschatten, en iedere mogelijkheid analyseren zijn de beste wapens tegen dressuur. Daarna komen rigaanpassingen, of -in sommige gevallen- deze komen als extraatje. Theoretisch zouden rigaanpassingen 100 % verschil kunnen zijn tussen vangen en niet vangen, en in sommige praktijkgevallen is dit ook zo. Immers: Als wij een rig zouden kunnen maken welke simpelweg niet uit te spugen valt, dan hebben we voor 90 % het dressuurprobleem opgelost. Dressuur bestaat in de meeste gevallen niet uit het mijden van een bepaald aastype, een bepaald voerpatroon, of een bepaalde stek, maar juist in het "scherp staan" in deze gevallen. Er wordt gewoon gevroten op een "onbetrouwbare" voerplek/situatie, maar de karpers staan zo scherp in dit geval, dat ze iedere "oneffenheid" (een rig aan het aas dus) meteen bemerken, en zodoende hierop gaan anticiperen.Disclaimer #1
Mijn" rigs-voor-dressuur-ervaring" is slechts van de laatste drie a vier jaren. Verwacht van mij ook geen eureka's, wat je leest is een combinatie van gedachtengangen, praktijkervaring en logica…hopelijk heeft de lezer er iets aan, en hopelijk is er stof voor discussie.
Disclaimer #2
Dit keer heb ik ervoor gekozen om eens wat meer foto's met karpers in het artikel te plaatsen. De auteur is in geen geval aansprakelijk te stellen voor eventuele schrikreacties met ernstige gevolgen. Het hoofd welk je ziet is nu eenmaal in de loop der jaren zo gevormd, en de auteur kan er ook allemaal niets aan doen.
Wordt het belang van rigs onder of bovenschat?
Om met Laurens's onderwerp te beginnen, Er bestaat veel onbegrip over het begrip "conditionering'. Dat moge duidelijk zijn. Enerzijds is er een hele grote groep karpervissers die het enorm overschatten of beter gezegd, niet geheel in de gaten hebben wat conditionering bij karpers nu inhoud. En anderzijds wordt het door een groep karpervissers onderschat, er zijn zelfs mensen die er absoluut niet in geloven. Conditionering wordt vaak in die zin overschat dat men karpers een soort van 'redenerend vermogen' toekennen. Het verschil tussen conditionering en redatie is echter enorm. Een voorbeeld: Een dierenverzorgster in dierentuin Blijdorp heeft mij eens verteld dat de leeuwen aldaar LICHAMELIJK in staat zijn om over de betonnen rand heen te springen, om vervolgens vrolijk door de lijnbaan in Rotterdam te gaan slenteren. Echter, de leeuwen weten niet HOE ze dat moeten doen. Zolang ze geen voorbeeld krijgen, of het op een andere manier aanleren (bijvoorbeeld paniek) , zullen ze ook niet over de rand heen komen. Het ontbreekt aan redenerend vermogen bij die beesten. Eén keer is voldoende. Dan weten ze het, en dan zouden de betonnen randen aangepast moeten worden. Een karper is wat dat betreft maar een simpel dier. Een dier welk absoluut niet in staat zijn te redeneren. Waar komen die verhalen van ongewoon slimme karpers die met geen enkele benadering te vangen zijn dan vandaan? Ten eerste uit het land der fabels, en ten tweede, het belangrijkst: een karper kan geconditioneerd worden. Soms in zulks een mate dat het dier een intelligentie en redeneringsvermogen toegewezen krijgt waar u U tegen zegt. Ze hebben door vele ervaringen geleerd dat ze bepaalde situaties moeten mijden. Hoe herkenbaarder de situatie, hoe eerder en ook hoe hardnekkiger deze vermeden zal worden. Rigdressuur bijvoorbeeld, is ook uit niets anders opgebouwd dan 'het herkennen van aanknopingspunten' ... en er vervolgens NIET hetzelfde mee doen als de andere keren wanneer ie deze punten herkende, want daar kwam een nare ervaring van. Bij een karper is dat natuurlijk meestal gewoon spugen, want is het enige en simpelste wat het dier voorhanden heeft. Er zijn ALTIJD herkenbare situaties nodig vooraleer een karper te conditioneren valt. Zelfs de meest "slimme" karpers van een maagdelijk water zijn op voorhand niet in staat om bijvoorbeeld een strakke lijn (of stek, of aastype) als rechtstreeks gevaar te klassificeren. Kort samengevat: conditionering valt te omschrijven als een levenswijze van een dier, welk is ontstaan door ervaringen, en welk zich openbaart wanneer er aanknopingspunten zijn.
Nog één kort voorbeeld: Wanneer een kat nog nooit van zijn leven eten uit de koelkast heeft gekregen, dan zal het dier ook niet reageren wanneer de koelkast open gaat. De link koelkast = eten kan het beest niet leggen, door een gebrek aan redeneringsvermogen, én een gebrek aan eerdere ervaringen waarop het beest zijn ""conclusie"" kan baseren. Een kat echter, die al maanden eten krijgt nadat de koelkast open is gegaan, zal steeds reageren op een opengaande koelkast. Dat is conditionering.
Nu weer terug van de leeuwen en katten naar karpers. Kiron geeft al aan dat er veel "karper-acties" onder water zijn gebaseerd op geredeneerd denken. Achteruit zwemmen om zo de haak-boilie combinatie kwijt te raken is er één van. Zo heb ik er de voorbije jaren ook heel wat mogen aanhoren: Het aas tussen de lippen opnemen om zo de haak buitenboord te houden, tegen een boilie aan blazen om te controlleren of hij ergens aan vast hangt, en zelfs, lach niet: Een karper die zich bewust laat haken en vangen met de wetenschap dat de twee andere haken die nog in zijn bek zitten op de kant ook verwijderd worden. Om terug naar het onderwerp te gaan, het belang van rigs wordt eigenlijk niet zozeer overschat door sommigen, maar het denkvermogen van karper wordt vaak overschat. Het belang van rigs is slechts belangrijk wanneer men het verschil weet tussen conditionering en redenatie, en wanneer men weet hoe een voedselopname in zijn werk gaat. Een rig die gebaseerd is op redenerend vermogen der karpers enerzijds, of die er zomaar klakkeloos aangehangen wordt anderzijds, omdat het nu eenmaal een dressuurwater betreft, is zinloos. Conditionering begrijpen, een 'dressuur-situatie' op jouw water doorgronden, en er vervolgens aanpassingen (in dit artikel rig-aanpassingen) op maken, is de bedoeling.
Ik heb veel karpervissers gezien die het belang van rigs dusdanig belangrijk vinden dat de nieuwste snuffen uit Engeland en van PB eraan worden gehangen, terwijl ze het belang ervan eigenlijk onderschatten. Ik bedoel: De nieuwste mega-stiff-rig op een loei-zachte prutbodem is verspilling van vistijd. Het belang van een FUNCTIONERENDE rig wordt hierbij enorm onderschat. Men verwacht van de nieuwste rigs dat deze het "dressuuroplossende" werk wel eventjes zal doen, echter...zonder dieper na te denken over dressuur, zonder de situatie in zoveel mogelijk opzichten onder water te kennen, en zonder de werking van de rig te begrijpen, is de rig zo goed als waardeloos. Wat naar mijn idee enorm wordt onderschat is het nadenken over de dressuur onder water, en het nadenken over de werking van rigs. Een dressuur-doorbrekende rig klakkeloos uit een boek, zonder de werking ervan te kennen is waardeloos. Wanneer men daadwerkelijk iets met rigs wil gaan doen, dan moet men ten eerste nauwkeurig weten hoe een karper aast (zie Nand Sibbing) ten tweede exact weten wat conditionering is, en de gevolgen ervan kennen (zie verder) en bovendien weten, of in het slechtste geval (maar in de praktijk wel meest voorkomende) vermoeden hoe de "dressuur" zich op jouw water heeft ontwikkeld, en hoe de gang van zaken nu is. Ik probeer eea even uit te werken tot een voorbeeld, en om bij het onderwerp te blijven neem ik de lange-hair-rig, waar Laurens het over heeft. Dit...is dus iets totaal anders dan "Die lange hair-rig waarover wordt gesproken in die KWO-rotary er effe aanhangen, en kijken wat ie doet".
![]() |
| Rigaanpassing niet nodig, een goede voerstek doorbrak de dressuurbarriere |
Bij een conventionele rig (lood, draad, haak, hair) indien genoeg gevist op een water, krijgt een karper op een gegeven moment enkele 'aanknopingspunten'. Tekenen voor gevaar. De conventionele rig functioneert immers steeds zo'n beetje altijd hetzelfde. De handeling welk een karper maakt om het aas op te nemen is, als we Nand Sibbing mogen geloven als volgt:
1-opzuigen
2-aasdeeltje klemmen tussen palataan orgaan
3-"bepalen of het eetbaar is"
4-spugen of 'goedkeuren'
Indien er een conventionele rig aan hangt, gebeurt er na 4 het volgende:
1-Na het strakzwemmen komt het aas + haak van achter (palataan orgaan) naar voren.
2-de haak kantelt als deze voorin is gekomen.
3-de haak prikt
4-de karper schrikt.
Voor een karper zijn er na verloop van tijd voldoende "aanknopingspunten" om "vast te stellen" dat er iets niet in de haak is. (woordspeling) Namelijk:
1-Als het aas geklemt zit tussen palataan orgaan, dan zal er na het strak zwemmen een zekere druk op het aas moeten komen te staan, en het aas zal eruit getrokken "'willen" worden.
2-Het naar voren rollen van het aas.
3-Het "wriemelen" van de onderlijn als deze "loopt" over de lip.
4-De prik...ook dit kan een aanknopingspunt zijn..karpers zijn in staat NA de prik te spugen.
Nu zijn we ergens. We hebben 4 signalen waaruit een karper kan "opmaken" dat er gevaar is. Die 4 aanknopingspunten moeten we nu alleen nog eventjes weg te werken. Dat valt helaas niet mee, maar ik typ er op los. Dit zijn mijn gedachtengangen een beetje geweest, uren, avonden, nachten lang in bed, met als resultaat iets wat op de lange hair-rig lijkt. Ik heb er inmiddels mee gevist, en waarempel, je kan er nog karpers mee vangen ook! Voldoende om te kunnen zeggen dat het ding een verschil maakt? Dat blijft altijd de vraag. Ik denk het wel.
Punt 1 "1-Als het aas geklemt zit tussen palataan orgaan, dan zal er na het strak zwemmen een zekere druk op het aas moeten komen te staan." In het boek "De Dunne lijn" van Luc de Baets staat hiervoor een oplossing. De "sliding hair rig". De hair is op de onderlijn geknoopt, en kan over de onderlijn schuiven. Als een karper wegzwemt en de onderlijn loopt strak op het lood, dan zal het knoopje richting haak gaan, de hair zich verlengen, en dan zal het aas op de plek blijven waar het zit, tussen het palataan orgaan. De haak 'sluipt' richting lippen. Echter, het grootste probleem van deze rig stond er al bij vermeld: Een brasem kan de boel in de war schoppen en de hair verlengen, zonder dat jij dat merkt.
Een betere oplossing zou een extreem lange hair kunnen zijn dus. De hair is zo lang dat wanneer de boilie achterin zit, de haak al bijna op "prik-positie" ligt, voorin de bek. Hier zitten enkele haken en ogen aan (?): De lengte van de hair is een compromis. De afstand tussen lippen en palataan orgaan verschilt tussen karpers onderling vanzelfsprekend nogal. In het ergste geval zit de boilie geklemt tussen het palataan orgaan, terwijl de haak al "buiten" bungelt. Bij een grote afstand tussen lippen en palataan orgaan, is het mogelijk bij een te korte hair voor die bek, dat de druk op het aas alsnog gevoelt wordt. Slechts het rollen naar voren van het aas is vanzelfsprekend verminderd. Een compromis dus weer...en we hebben er al zoveel in het karpervissen. Oplossing: Maak de afstand tussen haak en boilie zo kort als een redelijk korte afstand tussen palataan orgaan en lippen. De haak zal nu bij de kleinste karpers niet meer buitenboord hangen. Het belangrijkste: Maak een DEEL van de hair van zeer soepel elastiek (uit sokken!) zodat de hair in uitgerekte toestand ongeveer de lengte heeft van de grootste mogelijke afstand tussen lippen en palataan orgaan. Wanneer de rig nu wordt strakgezwommen door een karper dan komt de haak onopgemerkt naar voren, en wanneer de hair is uitgestrekt, maar de haak zich nog niet op "prikpositie" bevind, gaat het elastiek het ritje van de haak -zonder aas- afmaken. Hoe soepeler dit elastiek is, hoe minder 'druk' een karper zal voelen op het palataan orgaan. De haak kantelt, prikt, en de karper krijgt een prik op een onverwacht moment. (Het aas is nog achterin) Aanknopingspunten 1 en 2 zijn nu weggewerkt. Aanknopingspunt 3 voor een groot deel. (wanneer het elastiek moet gaan werken, zal de onderlijn in strakke toestand weer over de lip gaan lopen. Dit is naar mijn mening het maximale wat we met punt drie kunnen. Een ander nadeel van een behoorlijk lange hair: Wanneer de boilie niet naast het lood ligt en de onderlijn dus redelijk gestrekt over de bodem ligt, en een karper komt vanaf een verkeerde hoek aanzwemmen, dan is de kans groot dat de haak "buitenboord" blijft! Ik hoor Bart trouwens meteen al zeggen: "(…)Er zijn nog altijd mensen die denken dat een soepele onderlijn niet op een hoop valt naast het lood wat deze dus echt wel doet. Bij opzuigen zal dus ook de haak met dezelfde snelheid meekomen in de bek en zal in de bek dus ook bij de boilie belanden.(…)" Natuurlijk valt het aas pal naast het lood, waarheid als een pelikaan. Maar hier heb je echter helemaal niets aan. In naar mijn schatting 90 % van de gevallen, is de boilie/lood-situatie na een half uur compleet veranderd door bijvoorbeeld witvis, overzwemmende karpers, stroming, en noem maar op. De kans dat je na een tijdje vissen met een gestrekte onderlijn bezig bent, is net zo groot als de kans dat je met je aas pal naast je lood vist.
4-De prik...ook dit kan een aanknopingspunt zijn..karpers zijn in staat NA de prik te spugen. Of, uitblazen zoals Kiron aangeeft, is beter op zijn plaats bij karpers. Kiron gelooft niet dat er spierconcentraties zijn, die de geprikte haak eruit kunnen werken. In Nand Sibbing echter staat die die er wel degelijk zijn. Ook heb ik enkele praktijkgevallen van 'spugen' na de prik. Het zijslootje, waar Laurens het over heeft in zijn rotary, is ook de plek waar ik een aantal keer heb gezien wat er daadwerkelijk gebeurt onder water. Zo heb ik daar een keer een rig te water gelaten, met wat voer eromheen. Een karper kwam aanzetten, vrat een deel van het voer op, en verhing zich aan mijn rig. Het lood verplaatste zich een klein stukje, de karper bleef stil liggen, en werkte de zaak weer vrij vlot uit. Duidelijk was, dat de karper al geprikt was. Wat doen we hier in godsnaam mee? Zwaar lood gebruiken, zodat de haak zich al dieper in de bek zet, en kleine scherpe haakjes gebruiken. Er zijn diverse rigs ontwikkeld om het spugen na de prik te doen voorkomen. (De rekker-rig voor een deel, stiff-rigs voor een deel) maar ik geloof niet zo in deze halve oplossingen. De karper moet na de prik vluchten, en niet stil blijven liggen "klooien". De prik zou dus onverwacht moeten komen.
Zo kom je uiteindelijk op een rig, door redenatie bedacht...en niet uit een boekje. Dit is slechts een voorbeeld uit mijn praktijk. Als je gaat nadenken over dressuur, aasgedrag, en functioneren van rigs, dan kun je zelf tientallen rigvarianten bedenken. En deze zijn juist zoveel beter dan wanneer je ze uit een boekje haalt, omdat ze zijn bedacht, aangepast, en berekend op de (vermoedelijke) situatie op jouw water. Echter, net als bij alles in het karpervissen....het blijft niet voor altijd duren. Bij iedere variant of aanpassing zullen er voor een karper weer nieuwe "aanknopingspunten" opdoemen.
Tijdens de KSN landelijke meeting kwam er in een gesprek tussen Limburger en mede-rotarist Roger en ik de vraag: Is het eigenlijk wel zo dat ieder aasdeeltje meteen naar achteren gaat? Roger twijfelde hierover. Tijdens observaties aan het oppervlak leek het erop dat een karper eerst een "bek vol happen" neemt, alvorens het te verwerken. Toch ben ik ervan overtuigd dat ieder aasje dat opgepikt wordt, meteen "behandeld" wordt. Ik weet zelfs zeker dat wanneer een karper het volgende aasdeeltje pakt, het vorige al of verwerkt is, of uitgespuugt. (geblazen). In het aquarium heb ik gezien dat karpers van pakweg 10 centimeter een halve minuut ondersteboven hingen om hennep te vreten. Een halve minuut zonder pauze. Tijdens 1 zo'n vreet-sessie moeten er zeer zeker meer dan 15 hennepkorrels naar binnen zijn gegaan, en deze passen simpelweg niet allemaal in de bek. Klaarblijkelijk heeft een karper dus ook niet al te veel tijd nodig om een aasje te testen op vreetbaarheid. Een belangrijk gegeven wanneer we iets met rigs willen gaan doen!
Tot slot wil ik nog één voorbeeld geven van een situatie waarin ik ooit ben beland, en waarin een hele simpele aanpassing aan de onderlijn een verschilletje maakte.
Nog niet zo heel lang geleden viste ik op een ondiep watercomplex, vol met kleine schubjes. Gelooft iemand mij als zeg dat ik met nylon onderlijnmateriaal merkbaar meer runs kreeg dan met gevlochten materiaal??? Het is zo, en het is zeker niet te danken aan de anti-eject kwaliteiten van het nylon, want ik gebruikte het spul daar zo dun, dat het net zo soepel was als het gevlochten spul. Nylon heeft niet eens anti-eject kwaliteiten trouwens. Het water bevatte een extreme prut-bodem, nagenoeg overal. Dit betekende dat naar mijn vermoeden de vissers hier de onderlijnen op "aanpassen": Lange gevlochten onderlijnen, en geen stiff-rigs bijvoorbeeld. Anno 2003 wordt er trouwens verhoudingsgewijs sowieso al veel meer met gevlochten spul gevist als met nylon. Zoals eerder vermeld: Een gevlochten onderlijn geeft een aanknopingspunt voor een karper, wanneer hij deze strakzwemt, namelijk: Het "wriemelen" van het materiaal over de lip. Vanzelfsprekend is dit "wriemel-effect" een stuk minder wanneer je met nylon vist! De enige verklaring waar ik op heb kunnen komen. Zou dat niet de oorzaak kunnen zijn van het (incidentele!) succes van stiff-rigs???
![]() |
| Na het nodige 'geklooi' met onderlijnen (nylon/gevlochten) en een partij kleine schubkarpers, mocht ik deze schitterende spiegelkarper in het holst van de nacht begroeten. |
Hoe vaak krijgen wij aasopnames waar we niks van merken?
Zoals Laurens al treffend heeft getypt: veel vaker dan we zouden (willen) denken! In de praktijk heb ik het al enkele malen gezien dat verschillende karpers een boilie met aanhangsel oppikten, en vervolgens simpelweg weer uitbraken. Ik vermoedt dat ik weet welke plek Laurens bedoelt met de "uiterst ervaren" situatie. Zelf heb ik er ook al meer dan eens met de kop over het bruggetje staan gapen naar geconditioneerde karpers. Let op, op de plek waar dit gebeurd wordt doorgaans niet gevist, en er is eigenlijk ook maar zeer zelden een karper gehaakt!
Als wij weten hoe vaak we een opname hebben gehad, vooraleer we uiteindelijk een karper haken, dan zouden we even niet goed worden denk ik. Ook aasopnames die verder gaan dan 'opnemen en uitspugen', zoals: 'opnemen, prik, uitspugen' gebeuren te vaak. Ook hier neem ik hetzelfde bruggetje weer als voorbeeld. Een enkele piep hoeft dus absoluut niet perse witvis of een lijnzwemmer te zijn. Ik wil nog wel even inspringen op iets wat Bart heeft getypt. Ten eerste, een aasdeeltje welk is opgenomen moet in principe altijd geklemd worden tussen het palataan orgaan, simpelweg om te "testen" of het vreten is ja of nee. Een loodverschuiving met een piep als gevolg hoeft dus niet altijd afkomstig te zijn van een karper waarbij de haak al heeft geprikt, maar kan ook afkomstig zijn van een zwemmende karper met een aasje geklemd tussen het palataan orgaan. Verder geen op en aanmerkingen op je waardevolle bijdrage, Bart!
De laatste tijd is me iets eigenaardigs opgevallen in deze context. Ik vis op een water waar ik in het verleden redelijk ver van mijn hengeltoppen viste. Dat wil zeggen, het is een langgerekt kanaal, van pakweg 20 meter breed, waar ik meestal met 1 hengel tegen de overkant aan viste, en 1 hengel onder de eigen kant, maar dan wel een eindje van mijn "zitplek" af, om zodoende de karpers in geen geval te storen. In bijna alle gevallen kreeg ik ofwel oplopers door de slip, of gewoon runs. Dit jaar was ik min of meer verplicht om met het aas niet verder dan vier meter uit mijn hengeltoppen te vissen, met als reden een flink dik plompenveld waar de karpers zo'n beetje tussen lagen. Alle beten die ik heb gekregen op één na (run) was niets meer dan wat nerveus en rap heen en weer gehuppel van de swinger, waar ik dan ook op aansloeg. De swinger ging in alle gevallen niet verder van pakweg 5 tot 8 centimeter naar boven of naar beneden. Ik vermoedt dat dit beten zijn veroorzaakt door het "losschudden" van de loodmontage na een prik, beten die ik op een afstand van laten we zeggen 20 meter uit de kant, nooit zou bemerken. Natuurlijk wordt mijn vermoeden enigszins bevestigd door het simpele feit dat ik zo kort onder de kant in korte tijd redelijk wat karpers heb gevangen, wat voor mijn doen best wel ongehoord is op dat water. Zelfs dit zou kunnen duiden op aasopnames, en zelfs prik + reactie waar wij in andere gevallen weinig van merken! Graag zou ik van de rotaristen willen vernemen wat ze hiervan vinden.
Hoe zit het met het leegeten van voerstekken in relatie tot rigs en inhakingen?
Helaas ben ik in het verleden té weinig na een sessie de boot ingestapt om te gaan kijken hoeveel aas er nog op de voerstekken is overgebleven. Iets wat ik wel zeer zeker vaker ga doen de komende tijd. Natuurlijk zijn er legio verhalen van andere karpervissers en een enkele keer dat ik het zelf heb gezien, waardoor ik zeker weet dat het met grote regelmaat gebeurd. Deze ervaringen bewijzen voor de volle 100 % dat het allemaal te maken heeft met het feit dat het met de rig, het lood en/of de lijn te maken heeft.. Dat wil niet zeggen dat het met alleen rigaanpassingen op te lossen is! Een karper met meer vertrouwen maakt sneller een foutje op rig-gebied, en zal het "aanhangsel" ook veel eerder voor lief nemen. In de DVD van korda is duidelijk te zien dat het weigeren of op zijn minst met meer argwaan benaderen van het haakaas in enkele gevallen al kan gebeuren voordat de boilie in de bek wordt genomen. Een groot vraagstuk voor mij, want ook ik schat het zicht van een karper niet al te hoog in. De situatie op de DVD was dan wel perfect te noemen: Een halve meter behoorlijk helder water. Ook heb ik gezien, zowel in de praktijk als op de dvd, dat een karper al heel snel na het oppikken van het aas in smiezen kan hebben dat er iets niet klopt. Het wordt opgezogen, en als het ware METEEN weer uitgebraakt. Ik zou bijna durven te zeggen, zelfs zonder dat het aas is getest op vreetbaarheid, en zeer zeker zonder een prik van een haak. Het "allerleuktste" is het volgende: De enkele karpers die in dit stadium het aas toch accepteren, krijgen hierna ook nog voldoende aanknopingspunten, en de mogelijkheid om het alsnog te weigeren. (Zie: "Wordt het belang van rigs onder of overschat?") Een voorbeeld van een enkele aanpassing is daar ook te vinden. Maar wat te doen met karpers die het al in de eerste seconde weigeren? Ten eerste toch het visuele. Misschien een oud verhaal, maar ik zie het nog vaak om me heen gebeuren: Vermijdt contrasterende lijnen, onderlijnen en misschien zelfs ook lood. Baadt het niet, dan schaad het zeer zeker ook niet. Over de hoofdlijn met name kan ik vertellen dat het wel degelijk baadt. Ik denk dat er weinig te doen is aan karpers die het zaakje METEEN na het opzuigen al weigeren. Enkele zaken die wél helpen zijn: Het formaat van de haak, en het materiaal en dikte van de onderlijn. Als deze beide zo goed mogelijk "weggemoffeld" zijn door kleine haakjes te gebruiken, en een soepele onopvallende onderlijn, dan wordt er beslist minder geweigerd direct na opname. En dan heb je het wel zo'n beetje gehad denk ik. In deze context wil ik het nog even over de bananenrig hebben. Deze is gemaakt om te voorkomen dat een karper meteen na opname kan weigeren. Ik heb hem nog niet gevist, maar ik kan er heel goed inkomen dat deze rig daadwerkelijk iets bijdraagt hieraan. Dit samen met zeer goede ervaringen van betrouwbare mensen zegt mij dat hij het proberen zeker waard is. Helaas heb ik hem niet gezien in de DVD van korda.
Probeer ook altijd op zijn minst de laatste meters lijn die over je voerstek komen op de bodem te laten liggen. In het verleden deed ik dat door niet al te snaarstrakke lijnen te gebruiken, en de hengeltoppen onder water te steken, de laatste tijd heb ik ontdekt dat ook backleads en flying backleads behoorlijk helpen. Ik had eerst een nogal hekel aan backleads, om de slechtere beetregistratie en het gevaar dat je lijn al te gemakkelijk ergens achter blijft hangen, maar achteraf valt dit behoorlijk mee. Ik denk dat er maar weinig zaken zijn die zo nauw verbonden zijn met leeggebunkerde voerstekken als strakke lijnen over die voerstek. Van een boilievoerstek an sich gaat een karper behoorlijk "scherp" azen in sommige gevallen (zie verder) maar door een strakke lijn zal een karper helemaal voorzichtig te werk gaan, of in het ergste geval de complete voerstek laten voor wat ie is.
Erg belangrijk om te weten is dat de boilie-voerstek niet hetgeen is wat geweigerd wordt, maar dat de boilie-voerstek ervoor zorgt dat een karper op "scherp" komt te staan, waardoor de kans veel groter wordt dat het beest snel iets in de smiezen heeft. Wat ik namelijk wél heb gezien is dat de omliggende vrije boilies echt niet stuk voor stuk vakkundig getest worden, en enkele keren opgenomen en uigespuugt worden, maar dat deze met behoorlijk vertrouwen gewoon geaccepteerd worden. De azende karpers staan alleen wél "scherp", en zodra een boilie ergens aan vast hangt, is het mis. Als het trouwens daadwerkelijk zo zou zijn dat een karper op een boilievoerstek heel voorzichtig iedere boilie gaat testen, dan hadden ze inmiddels wel simpelweg boilievoerstekken links laten liggen. Een karper wil zich namelijk zo makkelijk, snel en efficient mogelijk voeden. En dat doen ze ook nog steeds op boilievoerstekken.
Wanneer het op een water zover is dat het erg vaak gebeurd dat een voerstek wordt leeggevroten, dan zijn we denk ik in een situatie belandt waarin je met louter rig-aanpassingen lang niet meer het maximale kan bereiken op dressuurgebied.(!) In deze gevallen zal strategisch denkwerk over het (dressuur)karpervissen in zijn algemeenheid op dat water veel meer te pas komen dan slechts (een) rig-aanpassing(en).
![]() |
| Alweer: Geen rig-aanpassing nodig gehad. Ditmaal door de zeer geringe hengeldruk de afgelopen jaren op dit stuk water. |
Enkele rigs - Algemeen (afsluitend praatje)
Er zijn inmiddels enorm veel verschillende rigs, waarvan een deel bedoeld zijn voor "dressuurgevallen". Alleen uit deze rigs wil ik een aantal voorbeelden toelichten, want het onderwerp gaat niet over extreme afstanden smijten, of blubberbodems. Belangrijk om te melden is het volgende: Er zijn drie manieren om rigs te maken, en deze vervolgens te beoordelen:
1-Door praktijkervaring met de rig.
2-Door logica!
3-Theoretische fantasie.
Het mag duidelijk zijn dat veel rigs volgens 3 zijn gemaakt. Over punt twee wil ik het volgende zeggen: Er zijn bepaalde onderdelen welke je niet in de praktijk gezien hoeft te hebben, om het onderdeel goed te kunnen beoordelen. Om een voorbeeld te geven: We weten allemaal dat we met een HAIRlengte van laten we zeggen 30 centimeter vrij kansloos liggen te vissen. Dit heeft niets met praktijkervaring te maken, IK heb het nog nooit geprobeerd, en jullie ook niet. Dit is pure logica dus. Laat deze logica werken bij het bedenken van aanpassingen, en zorg ervoor dat deze logica niet omslaat in theoretische fantasie.
Als eerste is het belangrijk om te weten hoe een karper eigenlijk vreet. Een -laten we zeggen- boilie, wordt opgenomen, en meteen naar achteren getransporteert. Ten eerste om hier het aasje te "testen" op eetbaarheid, en ten tweede om het aasje te "klemmen", want dat zou ie toch moeten doen als hij naar het volgende aasje wil zwemmen. Wat er normaal gesproken hierna gebeurd is voor ons -in rigopzicht- niet zo belangrijk meer. (verder verwerken van het aas, richting "achter-uitgang") Indien het de haakboilie betreft zal als eerste de onderlijn strak gaan lopen tijdens het zwemmen. Hierna zouden de boilie en de haak vanuit de "klempositie" getrokken worden, om vervolgens weer terug naar voren te komen. Dan volgt hopelijk de prik, als de karper het aasje al niet eerder heeft uitgebraakt door die hele zee van aanknopingspunten welke het dier al heeft gehad tijdens het strakzwemmen.
Conventionele Rig
Dus: Vastlood/onderlijn/haak + normale hair. En dan hou ik het even op een normaal liggende boilie. Dit is de vastloodmontage zoals deze oorspronkelijk is gebruikt. Helemaal in de beginfase werdt er soepel hairmateriaal gebruikt (mensenharen!) maar ik denk dat dit weinig verschil maakt. De bedoeling is: Karper zuigt het aas op, de boel wordt strakgetrokken, de haak kantelt voorin bij de lip…en prikt. De reeks aanknopingspunten welke op water "onder druk" -zouden kunnen- ontstaan heb ik in het begin al genoemd. Toch is deze vorm voor vele karpervissers -waaronder ikzelf- de meest betrouwbare, en best functionerende rig. Dat geldt zeer zeker in een situatie waarin je zeker bent dat je geen rigaanpassingen hoeft te gebruiken. Zelf vis ik het ding nagenoeg altijd met een Line-Aligner. En hier komt meteen een misverstand om de hoek kijken: Men denkt dat een conventionele rig mét Line-Aligner weer een compleet andere rig is dan de conventionele rig zonder line-aligner. Er zijn al veel rig-producenten die zowel mét als zonder verkopen. Als zijnde twee verschillende soorten rigs. Dit is volslagen onzin. De line-aligner is een klein hulpmiddel om de haak beter te doen laten kantelen. Heeft verder totaal niets met dressuurwater / rigaanpassingen te maken. In principe zouden de rigs zonder Line-Aligner allemaal van de markt kunnen, omdat alle zelfde rigs mét line-aligner exact dezelfde functie hebben. Met het kleine verschil echter dat deze rigs simpelweg beter hun werk doen, door het betere kantel-effect van de haak.
Stiff-rigs
Eigenlijk idem als de conventionele rig, met het verschil dat het onderlijnmateriaal van stijf spul is gemaakt. Wanneer het zaakje eenmaal ergens in de bek zit, dan zou de stijfheid van het materiaal ervoor moeten zorgen dat het voor een karper lastiger is de boel uit te spugen. Ten eerste wil ik zeggen dat een karper ALLES wat hij ook heeft kunnen opnemen ook weer kan uitspugen. De haak zal beslist binnenin de bek "willen blijven", maar de kracht welke ontstaat tijdens het spugen is groot genoeg om te kunnen vaststellen dat de boilie -onderweg naar buiten- de haak gewoon meeneemt op sleeptouw. Mijn probleem is ook dat het voor een karper ook een stuk lastiger is om de boel op te nemen. Tenminste, theoretisch is dat ook zo. Nog nooit heb in mijn nabijheid meegemaakt dat iemand meer karpers ving, en dat deze meervangsten ook daadwerkelijk toe te schrijven waren aan de stiff-rig. ALS er in sommige gevallen al meer mee gevangen wordt, dan heeft dat wat mij betreft meer te maken met het "wegnemen" of beter gezegd: "Wijzigen" van een belangrijk aanknopingspunt, namelijk: Het wriemelen van een gevlochten onderlijn over de lip, wanneer het spul wordt strakgezommen, zoals al ergens eerder vermeld. Bij D-rigs echter, heb je het stijve spul als onderlijnmateriaal wél nodig. (Zie verder)
Combi-links
Bij stiff-rigs heb ik mijn twijfels, maar combi-links zijn voor mij helemaal onbegrijpelijk. Iemand zou mij toch eens moeten uitleggen wat het nut is van de "reversed-combi-link". (wartel/soepel/stijf/haak), of van de rigs welke voor een deel van leadcore zijn gemaakt. Met een conventionele combi-link (wartel/stijf/soepel/haak) wordt het de karper eigenlijk gemakkelijker gemaakt het aas op te zuigen. Bedenk hierbij wél dat de twee eigenschappen van de rig: "makkelijk opzuigen / moeilijk uitspugen" omgekeerd evenredig met elkaar lopen. Hoe gemakkelijker je het een karper maakt iets op te zuigen, hoe makkelijker hij het ook weer kan uitspugen. (en dat was al zo'n "makkie" met stiff-rigs) en andersom: Hoe moeilijker je het een karper maakt iets uit te spugen…..enfin, je begrijpt waar ik heen wil. Een ideale oplossing voor het hele stiff-rig / combi-rig-gebeuren zou zijn: van wartel tot haak onbeweeglijk materiaal gebruiken, zonder lusjes of ringetjes bij de wartel uiteraard, maar wél net zo gemakkelijk op te zuigen als een gevlochten onderlijn. Wie het weet krijgt van mij 500 kratten bier.
Recoil-Rig of Rekker-Rig
Veel mensen hoor ik al zeggen: Hallo! Dat zijn twee verschillende rigs die je door elkaar haalt! Inderdaad. Ze zien er anders uit. De rig-leveranciers willen ons ook graag doen geloven dat de recoil-rig een hele andere rig is dan de rekker-rig. De werking van beide varianten echter, is exact hetzelfde. Dat wil zeggen: De rekker-rig doet zijn werk een stuk beter, terwijl men beweerd dat de recoil-rig een verbetering is van de rekker-rig. Ter verduidelijking, een rekker-rig is een conventionele rig, met parallel aan de het onderlijn-materiaal een stuk elastiek geknoopt. De bedoeling is driedelig, maar ik geloof in slechts 1 deel ervan:
-Een karper zuigt het aasje op, zwemt het elastiek strak, merkt onraad, en laat het zaakje los om te kunnen uitspugen. Tijdens het loslaten van het aasje moet dit door het elastiek naar voren knallen, inclusief de haak…om te prikken. Onverwachte prik, en een run tot gevolg.
-Een andere -wat mij betreft iets discutabelere werking is volgende: Wanneer de rig haar werk eenmaal heeft gedaan als conventionele rig (opzuigen, terug naar voren komen van de haak, prikken) moet het elastiek al redelijk op spanning staan. Dit zou voor een klein deel moeten voorkomen dat een karper de rig in slappe toestand krijgt om de haak eruit te kunnen werken. Je zou dan het geluk moeten hebben dat je een karper treft die daadwerkelijk bijna of helemaal stil blijft liggen NA een prik. Vijf centimeter kan alweer voldoende zijn om de onderlijn slap te laten hangen, en de haak eruit te werken.
-De derde werking wordt ons vaak door rig-verkopers aangepraat, met name wanneer het om de recoil-rig gaat: Tijdens het drillen blijft er altijd spanning op de onderlijn, en zal deze nooit slap gaan hangen. Ideaal dus voor het vissen met weerhaakloze haken! Natuurlijk door de elastische werking van het elastiek. Als je niet even vier seconden de tijd neemt om hierover na te denken, dan neem je dit verhaal uiteraard als zoete koek, en schaf je je meteen een aantal van die recoils aan. Ga je echter wél vier seconden nadenken, dan kom je erachter hoe absurd deze gedachtengang is: (onderstaande alinea gekopieerd van een eigen post op het discussieboard)
"ALS de rig is uitgevonden om spanning op je onderlijn te houden tijdens drillen met weerhaak-loze haken (hetgeen niet het geval is), dan heeft de bedenker van de rig bijzonder weinig verstand van zaken; Het maakt namelijk geen hol uit, of je nu met een VOLLEDIG UITGEREKTE (vanzelfsprekend) tube staat te drillen, of met een conventionele onderlijn."
De recoil-rig zou ter verbetering van de rekker-rig op de markt zijn gekomen. In plaats van het parallel lopende stukje elastiek heeft men een stuk flexibele tube gebruikt, en de onderlijn hier in verwerkt. Het allergrootste probleem is echter, dat er amper tube bestaat met dezelfde rekkende werking als topelastiek. Dat betekend dat je voor de recoil-rig een ongelofelijk zwaar lood nodig hebt om hem zijn werk te laten doen. Dan nog, het rekkende effect van een stuk tube gaat dusdanig zwaar dat een beetje karper al in de beginfase van het straklopen iets in de smiezen moet hebben. Persoonlijk zie ik de rekker-rig dus absoluut niet als een verbetering, maar meer als waardeloze imitator.
D-rig
De D-rig kan een tweeledige werking hebben:
-Wanneer een karper het aasje uit wil spugen ALVORENS er een prik heeft plaatsgevonden, zou er een mogelijkheid kunnen bestaan dat de boilie de haak in "prikpositie" meeneemt naar de lip, waar de haak vervolgens vlees pakt. Persoonlijk vindt ik dit discutabel.
-De tweede, -een stuk aannemelijker- wordt uitgebreid door Bart beschreven: NA een prik, zal de boilie de haak niet zo gemakkelijk uit het vlees trekken door het uitspugen. Sterker nog, de mogelijkheid bestaat dat de haak dieper in de lip gaat zitten, door de kracht welke de boilie op de haak uitoefent.
Bij beide werkingen is het noodzakelijk dat de lus van de D op het juiste punt geknoopt wordt. Vaak zie je bij de rig-afdelingen van fabrikanten dat het begin van het lusje ergens op de haaksteel vertrekt, en ook op de haaksteel eindigd. De werking kan zo nimmer 100 % zijn, omdat de haak zich niet in ideale positie bevindt tijdens het uitspugen van de boilie of omdat de kracht die op de haak komt te staan tijdens spugen NA de prik, niet op de juiste plaats is. Pas wanneer het lusje zo geknoopt is dat deze bij het HAAKOOG begint, garandeer je dat de rig haar werk naar behoren doet. Wanneer het onderlijnmateriaal van stijf spul is gemaakt, zoals amnesia, zal de boilie welke wordt uitgespuugt nog een stuk minder snel de haak meenemen. De boilie is door het ringetje vrij, de haak echter wordt nog beter op haar plaats gehouden door het amnesia.
Hetzelfde effect bereik je eigenlijk door een conventionele rig te knopen, maar dan één waarbij de hair al vanuit het oog van de haak vertrekt. Helaas hebben deze variaties niet zulke geweldige inhakingsvermogens bij een normale aasopname + gevolg.
Korte en lange rigs
We blijven bij het onderwerp dressuur. Het is namelijk zo, dat de meeste rigaanpassingen in mijn visserij zijn voortgevloeid uit praktische en technische "probleempjes" zoals het vissen op modderbodems, extreem smijtwerk, enzovoort. Hoe kunnen we een rig anders laten functioneren, met daarbij in het achterhoofd dat het niet louter te doen is om het "anders dan anderen", maar met daadwerkelijk een redenatie aan de aanpassing? Natuurlijk moeten we weten waarop een karper geconditioneerd kan raken, met name bij de meest geviste conventionele rig.
Er zijn twee hoofddoelen:
-De karper moet -wanneer men met vastlood vist- aan het schrikken raken en "bolten"
-Het moet de karper moeilijker gemaakt worden de boel weer kwijt te raken, na een eventueel aanknopingspunt.
Het allerbelangrijkste om te weten is dat een karper schrikt, en dus gaat bolten wanneer een prik op een onverwacht moment komt. Onverwacht in de ruimste zin van het woord: Op een voerstek waar het dier met vertrouwen aan het azen is, op een stek waar de karper geen argwaan heeft, of -om het bij rigs te houden- op een ander moment dan de gebruikelijke 20 centimeter. Met bijvoorbeeld een extreem kort onderlijntje zorg je ervoor dat de karper zich al prikt in de eerste seconde van de aasopname. Het aas krijgt niet eens de kans om achterin te komen, en iedere kleine beweging na het opzuigen van het aas (oprichten van de kop) zorgt ervoor dat de haak prikt. Onverwacht moment! In extreem lange onderlijnen (80 tot 100 cm) geloof ik minder. Ik heb er voldoende mee gevist, en weinig verschil kunnen merken. In theorie krijgt een karper de hele reeks van aanknopingspunten weer voor de kiezen, alleen een stuk later na de aasopname. De prik komt inderdaad op een onverwacht moment, maar de ruimte waarin de mogelijkheid zit de boel te wantrouwen is groter geworden.
Tot zover mijn bijdrage
Chris Noorlander
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox





