Het Seizoen Van...
Vervolg 2001
Menno Blok
Het seizoen 2001 was er voor mij een van ups en downs. Bij vlagen ving ik erg goed maar er waren ook momenten waarbij ik letterlijk en figuurlijk "uitgeteld boven mijn meelemmers hing"(zie De Karperwereld nr18, Joris Weitjens). Hieronder volgt een samenvatting van wat hoogte- en dieptepunten van mijn visaktiviteiten in de periode half juni tot half november 2001.
De zomer
 |
Voordat Natuurmomumenten deze doorgang dicht timmerde met palen was dit een superstek |
We schrijven inmiddels eind juni en een taaie periode is aangebroken. Ik draai 4 blanks op rij, niemand vangt meer wat en het water lijkt wel dood. Verlangend naar karpervlees besluit ik een paar keer te voeren op een vertouwde(inmiddels door natuurmonumenten om zeep geholpen) stek aan de nieuwkoopse plassen en er vervolgens een avond te gaan vissen. Deze avond werd top, 1 kleintje, een 23-, 25- en 27 ponder lagen binnen 4 uur vissen op de kant. De 27 ponder herkende ik gelijk als een vis die ik 3 jaar terug 2x ving in 2 weken tijd, een paar stekken verderop.
Een dag later sta ik bij een bekende uit Woerden te kijken op "mijn water". We praten wat over de slechte resultaten van de laatste tijd als plotseling vlak voor mijn neus een grote vis springt op een ondiep stuk water achter een grote rietkraag. Voor het eerst sinds weken kreeg ik weer een teken van leven en de motivatie is gelijk terug. 24 uur later arriveer ik aan het water. Er zit nog meer volk en ik had nogal de praat waardoor ik uiteindelijk pas in de avondschemer mijn steunen in de grond druk. Ik ken de stek goed, in het voorjaar had ik er uitentreure gepeild. De linkerhengel gooi ik op de stek waar de vis de vorige dag had gesprongen. De rechterstok gooi ik aan de onderkant van het talud waar de linkerhengel op ligt.
 |
| 'Skinny' |
Vrij veel vertrouwen in de situatie had ik niet, ik had al een paar weken niet meer gevoerd en zomaar op de bonnefooi, ongevoerd op een moelijk water als dit neerploffen lijkt niet bepaald de weg naar succes. Mijn ongeloof was dan ook groot toen ik binnen het half uur een keiharde fluiter op de linkerstok kreeg, precies op de stek waar die vis sprong dus! Alsof ie was blijven liggen om op mijn boilies te blijven wachten. Ik haakte een bijzonder sterke vis die mij alle hoeken van de stek liet zien. Tijdens de dril dacht ik het eigenlijk al en tijdens het scheppen zak ik het gelijk al aan de grote eeltplek. Het was wederom "Skinny", op topgewicht dit keer. Het geluk was blijkbaar met de domme deze dag...
Ik was mij er echter dondersgoed van bewust dat dit slechts een toevalstreffer was en draaide weer enkele blanks achter elkaar op verschillende stekken. In de zomer is het vertoeven langs de waterkant hier zowieso al niet bijster vermakelijk daar het een bekende ontmoetingsplek is voor de regionale homo-scene, de oevers liggen er helemaal vol mee bij mooi weer. Het vissen kwam tijdens deze periode dan ook op een laag pitje te staan en ik liet het water even voor wat het was.
Ondertussen viste ik enkele korte avonsessies in de singels in Woerden. Hier deed zich een interessant fenomeen voor. De stek die ik gekozen had was een grote ondiepe hoek met enkele zeer grote plompenvelden erin. Ik viste en voerde strak tegen deze plompenvelden aan. Het patroon was telkens hetzelfde, als ik aankwam sprongen er her en der vissen in of vlak voor de plompen, ze waren zeer aktief en ik had telkens al snel enkele runs te pakken. Echter naarmate het later werd nam de aktiviteit af en tegen een uur of 21 was het water helemaal dood! De grote hoeveelheid waterplanten en de hoge temperaturen zorgden er waarschijnlijk voor dat er in de donkere uren nauwelijks zuurstof aanwezig was in deze hoek van het water, de vis trok weg zodra de zon verdwenen was. Een van de vissen die ik hier ving was een spiegel van 16 pond. Omdat wij in Woerden een beetje proberen te inventariseren wat er zowel aan de spiegels zwemt in de singels en grachten en de oude rijn(staat ermee in verbinding) voor ons spiegelkarperproject maakte ik er een paar foto's van.
 |
| De bewuste 16 ponder |
Enkele maanden geleden had ik een tijdje het fotoboek van het project thuis. Naast foto's van onlangs uitgezette spiegels stonden hierin ook een stuk of 10 foto's van spiegels die in de singels gevangen zijn maar niet echt te traceren zijn. Waarschijnlijk van uitzettingen in 93 of 94, toen zijn er namelijk k2 en k3 spiegels uitgezet op deze wateren. Groot was mijn verbazing toen ik 1 van deze 10 vissen identificeerde als zijnde die bewuste spiegel van 16 pond! In de zomer van '99 was ie ook al eens gevangen op een toemalig gewicht van 8 pond. Deze vis was dus in 2 jaar van 8 naar 16 pond gegroeid en was waarschijnlijk uitgezet in '93 of '94. Later herkende ik ook nog een spiegelkarper uit een uit het stof opgediept stapeltje foto's van wat vangsten van mij in de Oude Rijn in 1994 terug in het boek. Ik ving daar toen een spiegelkarper van 21 pond, mijn allereerste 20 ponder. Deze vis stond ook in het boek, maarliefst 2x, en op stekken die heel ver uit elkaar liggen! Dit moet dus een vis zijn van het originele bestand, een vis die in '93 is uitgezet weegt immers niet in '94 al 21 pond. Van die 10 vissen in dat boek kende ik er dus 3! En dat terwijl ik maar een handvol foto's van mijzelf heb van spiegels op dit toch behoorlijk uitgestrekte water. Erg leuk zulke dingen.
Het einde van de zomer naderde inmiddels, het werd weer wat koeler en de oevers werden weer rustiger. Wel lag er een stinkende laag blauwalg aan de oppervlakte. Aan de windkant was het wateroppervlak de eerste paar meter groen/blauw gekleurd en er hing een enorme stank. Er zaten al een paar dagen een paar jongens te vissen die hun lijnen naar alle kanten over de hele put uit roeiden(voor de gemiddelde lezer een bekend fenomeen waarschijnlijk). Onder andere een hengel over een afstand van zo'n 100 meter over een heel ondiep met mosselen en puin bezaaid plateau en dan aan de andere kant van dat plateau strak tegen een rietkraag aan. Gelukkig kregen ze geen runs anders had het nog wel eens slecht af kunnen lopen met de betreffende vis.
 |
| Een mooie zomerochtend |
Ik was al enkele dagen aan het voeren op een stek waar zij ongetwijfeld ook een hengel uit hadden liggen(waar niet?), zeker nadat ze mij er hadden zien voeren. Een paar dagen later was ik terplaatste, het was windstil en vrij warm, niet echt ideale omstandigheden. Laat in de avond krijg ik een vreemde aanbeet. Ik sla aan en ik voel nauwelijks weerstand, ik kan gewoon lijn binnendraaien maar ik voel wel een licht soort weerstand. Dan wordt de weerstand ineens heel groot en verlies ik contact. Heel vreemd, het syteem hangt er ook nog perfect bij, niks aan de hand. Dan zie ik plots aan de overkant bij de schippers een lamp aangaan en ik weet gelijk hoe laat het is. Ze hadden natuurlijk zoals verwacht een hengel op mijn stek gelegd en bij het binnendraaien mijn lijn opgepikt... Aan het lawaai van de beetmelders aan de overkant(een kilometer verderop te horen, lekker handig als je illegaal zit te nachtvissen) kon ik horen dat de hengel weer ergens anders was ingegooid. Mooi, nu had ik de stek dus echt voor mezelf. Halverwege de nacht arriveren er 2 vissers die vlak naast mij plaatsnemen, ze hadden mij blijkbaar niet gezien. Ik loop naar ze toe voor een praatje en het blijken gelukkig bekenden te zijn en ze zullen de andere kant op vissen, geen probleem dus.
Al snel vangt een van die net gearriveerde jongens "Het Potlood" op net 30 pond. De vis ziet er oud en versleten uit en is duidelijk op z'n retour. In de vroege ochtend krijg ik ook mijn run en vang wederom "Skinny", op krap 35 pond dit keer. Deze vis maakt het wel heel bont, dit is al de 3e keer dit jaar dat ik hem vang. Ik denk dat deze vis nogal dol is op een bepaalde, nogal nadrukkelijk aanwezige smaakstof in mijn boilies. Anders kan ik het ook niet verklaren, het is namelijk niet zo dat die vis er continu uitkomt, behoudens die 3 keer van mij wordt hij maar 1 keer gevangen dat jaar.
 |
| 'De Kabeljauw' op 32 pond en 4 ons |
Zodra het licht wordt zetten we de vissen op de foto. Terwijl de anderen inpakken worden er al onmiddelijk weer lijnen op hun stek uitgeroeid(vanaf de overkant van het water dus), echt ongelooflijk. Enkele weken later beleef ik een topsessie. In 8 uur vissen vang ik 2 dertigers waaronder "De Kabeljauw" op ruim 32 pond, een erg moelijk vangbare vis waarmee ik zeer blij ben. De vissen sprongen die sessie dat het een lieve lust was. De ene na de andere kwam eruit, echt niet normaal. Al snel had ik de eerste run te pakken, ik zat net Bertil via de telefoon te vertellen over de dolfijnenshow toen ik een trage run kreeg. De telefoon vloog het gras in en de vis hing eraan. Hij zwom gelijk als een idioot naar de kant en om een flinke pluk riet heen die 20 meter verderop een meter uit de schoeing stond. Ik gaf hem weinig ruimte en zag naast de pluk riet een grote vis aan de oppervalkte liggen. Shit, hoe moest ik dit nu weer oplossen, mijn net lag hier en ik heb 2 handen nodig om de hengel vast te houden en lijn op te draaien als ik erheen loop. De oplossing was gelukkig snel bedacht, ik pakte het schepnet op en hing het net over mijn hoofd heen(ja lach maar) zodat ik beide handen vrij hield. Met een over het gras slepende schepnetstok achter mij aan liep ik richting vis, hij was inmiddels al een paar keer om het rieteiland heen gezwommen. Na enig gemanoevreer met de hengel kreeg ik de lijn echter los en kon ik hem scheppen. Toen ik hem op de mat tilde kon ik de vis in eerste instantie niet thuisbrengen maar toen ik de rugvin optilde zag ik gelijk de kabeljauw-achtige rugvin en wist ik genoeg.
Later bedacht ik nog een interessant patroon in de vangstgeschiedenis van deze vis. Het jaar hiervoor had ik John van Doorn dezelfde vis zien vangen op een avond dat de vissen ook sprongen als dollen. Dat was ook de enige keer dat jaar dat die vis eruit kwam. "De Kabeljauw" is dus blijkbaar alleen maar te vangen als de vissen helemaal los zijn. Doordat er door de andere vissen dan zo fanatiek ge-aast wordt verliest hij z'n wantrouwen en duikt ook op de boilies.
Ik had hem wel op een heel aparte en experimentele onderlijn. Wat nu echt de doorslag gegeven heeft is echter altijd moeilijk te achterhalen.
Het najaar
 |
| Een trieste najaarsochtend, blanken! |
Het najaar was inmiddels aangebroken, de beste tijd van het jaar. Nu moest het dus gebeuren! Mijn boiliedraai- en voer aktiviteiten werden flink opgevoerd en het vertrouwen was torenhoog. Ik was van stek veranderd en viste er mijn eerste sessie begin september. Vroeg in de ochtend zou ik beginnen en ik wilde pas laat in de avond opruimen. De nacht ervoor kon ik niet in slaap komen en dus besloot ik halverwege de nacht maar gewoon te gaan en mijn stretcher en slaapzak dan maar mee te nemen. Het weer was verschrikkelijk slecht, continue, keiharde regen en stormachtige wind op de kant. Wel goede omstandigheden qua vangen zou je zeggen. Door de keiharde storm deed ik geen oog dicht en mijn plu begon ook nog eens te lekken. In het begin alleen langs de de ballijnen maar later ook dwars door het doek heen! Dit kon zo niet langer, ik werd zeiknat. Ik besloot het lekkende gedeelte af te dekken met mijn onthaakmat welke nu dus bovenop de plu lag. De plu stond tegen de wind in en ik had de mat er zo opgelegt dat ie door de wind tegen de plu aangedrukt werd en dus niet zo snel weg zou waaien. Dit leek prima te werken, totdat ik in de loop van de ochtend wakker werd van het vele water dat op mijn hoofd druppelde. Er lag een enorme plas water op mijn slaapzak en de onthaakmat lokaliseerde ik een metertje 20 verderop in de struiken.... wat een klotezooi zeg. Vismaat Marck zat in Frankrijk ook al 2 dagen met continue regen aan een hard stromende rivier. De ellende droop van zijn sms berichten af. De afgelopen nacht was bij hun ook niks geweest. Wat een ellende zeg, ik had er flink de balen van, het bleef maar regenen, alles was zeiknat en ik ving niks. Dat er halverwege de middag nog een grote vis in de buurt van mijn rechterhengel sprong voorkwam nog net dat ik deze poging vroegtijdig staakte. Het zou echter niks worden die dag.
De weken hierna gaven hetzelfde beeld, niks werd er gevangen, ook niet door mij dus. Hoe kon dit nu, het weer leek ideaal, het was september, de maand bij uitstek, en de vis veroerde geen vin. Ik snapte er helemaal niks van.
Dit kon toch niet het hele najaar zo doorgaan?
 |
| 'De Grote Schub', wat een slagschip! |
Zo erg was het gelukkig niet. Op de stek waar ik zo was weggeregend ving ik eind september "De Grote Schub", een vis die ik in april ook al gevangen had. Tijdens het fotograferen was de vis erg wild, hij glipte uit mijn handen en beschadigde zijn borstvin. Ik baalde hier onwijs van, die vis is een monument en zwemt waarschijnlijk al zo'n 30-35 jaar z'n rondjes op dit water. Als je zo'n oude vis op je onthaakmat hebt ben je daar zeer zuinig op, het hele voorval lag me dus niet lekker op de maag. Wat mij ook niet erg beviel was dat ik telkens dezelfde vissen ving en anderen mij ontglipten. De oorzaak was misschien dat mijn boilies met een nogal nadrukkelijk aanwezige smaakstof erin maar bij een bepaald groepje vissen aansloeg. Ik viste zowieso al met erg grote boilies waardoor de kleinere vissen waarschijnlijk ook al niet binnen mijn bereik vielen. Ik besloot de proef op de som te nemen en het eens over een totaal andere boeg te gooien. Andere boilies en een veel kleiner formaat.
Groot was mijn verbazing toen ik enkele weken later op deze boilies weer diezelfde vis ving. Ik was erg opgelucht toen ik zag dat de bewuste vin er alweer een stuk beter uitzag. Als afsluiter ving ik ook nog een schubkarper met de naam "De Sterke"(gedroeg zich als een dweil tijdens de dril) op een gewicht van 25 pond en 4 ons.
Dit waren mijn belevenissen langs de oevers in 2001. Ik wens iedereen een goede vangst en dit jaar en misschien tot ziens aan de waterkant!
Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de
reactiebox