Home  |  Contact  
 

Het Seizoen Van...


Seizoen 2008 deel I


Pim Vermerris

`Zou dat groene spul glad zijn Frank?` hoor ik mezelf nog vragen terwijl ik mijn laars al weg voel glijden. Het is januari, de dieptemeter geeft een watertemperatuur van 4,2 graden aan, en met een Oostenwind 4 is het geen pretje om tot je ballen in het water te glijden. De eerste poging om in onze nieuwe aanwinst te stappen is jammerlijk mislukt. Frank reageert erg verbaasd dat ik heel droog constateer dat het wat frisjes is, in plaats van een scheldkanonnade op te starten waar de honden geen brood van lusten. Je wordt ouder hè…

Zelfverzekerd als ik was, had ik natuurlijk geen droge kleding bij, en mag gelukkig Frank’s visbolide gebruiken om droge kleren te gaan halen. Zijn huis is op zo’n 15 km afstand het dichtst bij, en met een gemiddelde snelheidsovertreding van 30km/u ga ik even bij hem wat droge kleren scoren.
Wanneer niet Frank, maar ik vanachter het stuur gestrompeld kom, licht verkleumd en één been geheel groen van de algen wordt er wat verbaasd gekeken. Zo vaak was ik nog niet bij Frank thuis geweest, en als je dan in de garage uit staat te lekken in je boxertje..., ik heb me wel eens gemakkelijker gevoeld. Zijn moeder doet gelukkig wat elke moeder zou doen, en ik krijg snel een stapeltje droge kleren. Met wat passen en meten wurm ik me in een spijkerbroek (hij is íets dunner dan ik). Terug bij het water heeft Frank inmiddels sleuteltjes bij een benzinepomp gehaald om de sensor van de dieptemeter vast te draaien, die we handig als we waren, ook vergeten zijn.
Werkoverleg…
Werkoverleg…

Dit maal gaat alles goed, en al snel zitten we aan boord van Jeannette, onze rode Queen Mary 2. De elektromotor op standje 5 en vol vertrouwen koersen we de luwte van de baai uit, waar ons een onaangename verrassing te wachten staat. Het deel van het water waar we op aan de slag willen gaan is met enkele 100den hectares niet bepaald een vijver, en zo’n 200 meter uit de kant staan er serieuze golven. Windkracht 4 valt rond huis mee, maar op open water staat er dan een serieuze bries zo blijkt. Het wordt wat stiller aan boord…
Na een klein anderhalf uur varen zijn we lichtelijk versteven en besluiten we weer terug naar onze “thuishaven” te varen. Alleen we moeten nog een kleine 2 kilometer recht tegen de wind in varen. De golven slaan ongenadig in de boot en al snel staat er zo’n 5 cm water in de boot (datzelfde water van 4,2 graden) We moedigen de motor flink aan die onverstoord het bootje door de golven ploetert en na een taai half uurtje komen we zeiknat en ijskoud weer aan. Toch gek dat je daar verkouden van wordt.

Bovenstaand verhaal is onze eerste serieuze dieptekaart sessie. Achteraf (en vooraf eigenlijk ook) gezien niet echt verstandig, maar we hadden net ons bootje en zo blij als een kind willen we die natuurlijk uitproberen. Onze nieuwe aanwinst betreft een knalrode Bombard van 2.10 meter, de nieuwste vangst van Marktplaats. Onze allereerste test was ergens in december in een klein wak van hetzelfde, compleet dichtgevroren, water. Onder het motto, als ie dit kan, kan ie de rest ook, stappen we vol vertrouwen de vrieskou in om een rondje te peddelen, en al snel hebben we besloten dat de boot briljant is en gaan weer terug naar een centrale verwarming en een Wiener melange.

Het plan voor een bootje broeide al een tijdje, omdat de wateren waar we dit jaar ons geluk gaan beproeven zo dusdanig groot zijn, dat een bootje met dieptemeter onmisbaar is. Na flink wat gespeur op internet en wat heen en weer gebel, vind ik een leuk bedrijfje in Amersfoort waar we voor een leuke setprijs een dieptemeter, elektromotor en accu kunnen kopen, inclusief breng en haal service naar het station!

Nadat we afscheid van onze nieuwste vriend, een grote rottweiler die iedereen aardig vindt, terwijl hij waakhond hoort te zijn, stappen we met een idioot grote doos van de motor en een loodzware accu de trein in. Gelukkig net in de vrijdagmiddag spits. Er wordt om ons heen flink wat over de inhoud van die dozen gespeculeerd en we horen prachtige theorieën langskomen. De keuze voor een klein bootje is bewust, omdat het vooral een peil/voer bootje is en niet om met alle spullen naar een stek te varen, en dan verdient een klein, wendbaar bootje onze voorkeur. Bovendien, een grotere boot en motor liet het budget voor onze kwaliteitseisen (‘als je het doet moet je het goed doen’) simpelweg niet toe. Nadeel van zo’n klein bootje hebben we reeds geconstateerd, met windkracht 5 of meer is het gekkenwerk om nog het water op te gaan.

In februari is er een weekend heerlijk weer, lekker zonnig en nagenoeg windstil en aan de oever van het bewuste water kijken wandelaars naar een Guus Meeuwis look-a-like die met goed bedoeld geweld op een voetpomp staat de stampen, terwijl een Jochem Uiterhaage look-a-like zich een hernia tilt aan een grote accu. Ditmaal verwijder ik eerst met een peddel de groene drab van de stenen, en stap dit keer wel met een zwierig gebaar in ons notendopje. Deze dag kunnen we heerlijk op standje 3 rond toeren, van het weer genieten en krijgen we een goed beeld van het diepteverloop van een deel van het water.
De eerste…
De eerste…

Tijdens een volgende zoektocht naar mooie stukjes water stuiten we op een prachtig stuk ondiep water, ver weg van wat voor drukte dan ook. Stilletjes dobberen we verder tot ik ineens wat vinnetjes boven water heen en weer zie cruisen. Na nog wat verder te zijn gevaren dobberen we midden tussen een aantal gigantische brasems die op hun dooie akkertje om ons heen zwemmen. Zou er ook karper zwemmen, is onze volgende vraag. Een grote plons achter ons bevestigt ons vermoeden en terwijl onze onderkaken tot op de bodem van de boot zakken zien we in minder dan een minuut tijd twee prachtige bronskleurige vissen van zo´n 12 kg op enige meters van de boot geheel uit het water springen, op kniediep water! Zo blijven we een poosje tussen de vissen dobberen, die pas op het laatste moment voor de boot wegschieten. Prachtig om zulke mooie vissen heerlijk onbekommerd rond te zien zwemmen, al kookten we natuurlijk van binnen om eens nader kennis te maken. Het plan is gemaakt, we zullen hier binnenkort terugkomen, gewapend met de penhengel en wat maïs.

Die dag is enige weken later, ergens begin april. Het is weer lekker zonnig, dus de vissen liggen vast en zeker te genieten van het zonnetje in het ondiepe water. Helaas is het niet zo’n feest als we aankomen, het lijkt wel uitgestorven. Hmm... We leggen de boot vast in het riet, hijsen onszelf in het waadpak, monteren een pennetje en we gaan eens kijken.
Gelukkig springt er nog geen minuut later een vis zo’n 25 meter van me vandaan, en behoedzaam sluip ik er naartoe. Plop, pennetje met wat maïskorreltjes voor z’n neus en wachten maar. Na een poosje zie ik dan eindelijk het pennetje langzaam tussen de golven verdwijnen en zet de haak. Na een moment het gevoel te hebben dat ik aan de bodem vast zit wordt de bodem wakker en schiet er een dikke V het diepere deel in. Zoals ik in een voorgaand deel heb verteld, vis ik met een licht spinhengeltje dus deze kromt tot het handvat en trekt de vis onhoudbaar zeker 70 meter lijn van de spoel. Na een poosje weet ik de vis uit het diepe terug in het ondiepe stuk te krijgen en er speelt zich een prachtig gevecht tussen ons af, waarbij de rugvin van de vis bijna de gehele tijd fier uit het water blijft steken.
Weeggerief en ander niet noodzakelijk spul hebben we thuis gelaten, dus we weten helaas niet exact hoe groot hij/zij was, maar het gaat in ieder geval om een prachtig gebouwde goudkleurige schub van tegen de 10kg die bijna zeker nog nooit een haak heeft gezien. Wat maakt het ook eigenlijk uit, een prachtige dril op een schitterend stukje water en dan zo’n mooie vis als eindresultaat. Waar we ons tijdens de dril iets minder mee bezig hielden was de aangewakkerde wind en de pikzwarte lucht die vlak achter ons hing. En inderdaad, na nog geen minuut breekt de pleuris uit en komt de hagel en regen met bakken uit de lucht. Bij de hoognodige spullen hoorde ook geen paraplu of regenpak, dus er wordt snel naar een onderdak gezocht. Alleen is er op het naast gelegen eilandje geen boom te bekennen. De oplossing wordt gevonden in iets roods wat in het water dobbert. We slepen Jeannette snel de kant op, halen alle zooi eruit en af, en met de peddels als steunpilaren weten we snel een schuilplaats te creëren, waar de rest van ons lichaam dat niet in het waadpak zit, droog onder blijft. Waar zo’n bootje al niet handig voor is!
Altijd handig..
Altijd handig..

Waarschijnlijk zijn er nu al lezers die denken: Zit ik hier nu een visverhaal te lezen of een variant op de gebroeders van de Kameleon? Wel nu, bovenstaande inleiding heeft alles te maken met onze voorbereiding op het aankomende seizoen. Frank en ik hebben beide de voorliefde voor de grotere wateren ontwikkeld; de rust en het onbekende. We hebben twee wateren in het vizier die aan deze eisen voldoen. Een afgesloten plas van een kleine 200ha en het grote water waar we vorig jaar op zijn gestart. Het plan is om op beide wateren een voerplek te maken en deze om de dag te onderhouden. Frank zal de voerbeurten door de week voor zijn rekening nemen en ik de voerbeurten in het weekend. Om een geschikte locatie daarvoor te vinden en een idee te kunnen vormen hoe de vissen trekken, is een goede bekendheid van de bodem natuurlijk erg belangrijk, vandaar de aanschaf van ons bootje en de vele dieptekaart sessies.

Onze voersessie willen we halverwege april op gaan starten, wanneer de temperaturen wat gaan stijgen. Het plan om op beide wateren een voerplek te onderhouden laten we toch varen, omdat het rekensommetje ons vertelt dat we daar wel erg veel tijd, benzine en boilies aan kwijt zijn. We richten onze pijlen qua voerplek daarom volledig op het grote water.

De voor ons al redelijk bekende baai hebben we van onder tot boven uitgekamd en twee geschikte plekken gevonden voor een voerstek. Deze baai heeft een groot ondiep gedeelte en dat lijkt ons een geschikte locatie om een hinderlaag voor de karpers die op zoek zijn naar paaiplekken en het zonnetje. Aangezien we particles en boilies willen testen leggen we een kantstek aan waar we om de dag zo’n 10kg duivenvoer gaan strooien en een verre stek langs een ondiepe richel 3 kg boilies gaan storten. Zo kunnen we kijken wat de vis wil pakken en of er verschil in vangsten zit (dat is er, kunnen we nu constateren).
Vanwege ons schrale studentenbudget en de onbekendheid van boilies bij deze vissen kiezen we voor een simpele, goedkope zoete boilie, met als smaakmakers koekjesmeel en bruine suiker. Dit drukt de kosten zodat we het voeren wat langer vol kunnen houden. Bovendien, zoals vele aasgoeroe’s al hebben geschreven: zoet werkt altijd.

Franks vader is een ontzettende kluskoning en samen hebben ze een boiliespuit gefabriceerd die we op de compressor aan kunnen sluiten. Dit verhoogt de boiliedraai-capaciteit behoorlijk. Bovendien heeft Frank ook nog een vriend die voor ons via zijn werk een drukcilinder heeft geregeld en na enig geklus is de boilieblaster geboren. Langs deze weg nog een keer: Raf en Leo, bedankt!

Begin april worden de vriezers leeggemaakt, de mix besteld, alle kippen in Nederland aangespoord om extra mooie eieren uit te poepen en kan het boilies rollen beginnen. Geheel volgens ons plan wordt het halverwege april eindelijk eens wat lekkerder weer en gaan we met kleinere hoeveelheden de voerplek eens voorzichtig opstarten. Het water is nog niet echt ver boven de 10 graden gestegen, en het zou zonde zijn als al dat voer maar gaat liggen rotten op de bodem. Na twee weken gaan we de voerhoeveelheid wat opschroeven en we zien al enige vissen draaien op de stek.
Een hele geruststelling, want het is toch altijd maar de vraag of de vis überhaupt wel in de buurt is. Begin mei wordt het heerlijk weer en we hebben het gevoel dat na 3 á 4 weken de voerplek wel moet lopen. Om de voerplek een goede kans te geven trekken we 3 dagen en 2 nachten uit, om te zien wat hij gaat opleveren. Wat ook nieuw voor ons dit jaar is, we gaan, om de kansen eerlijk te houden, run om run vissen. Wel zo eerlijk, wat ons betreft, aangezien we er beiden evenveel tijd en geld insteken en we samen een visplan hebben opgesteld. Iedere run is er dus eigenlijk één voor beiden.
De dagen ervoor zijn we toch wat gespannen, en wanneer Frank de laatste keer van te voren gevoerd heeft smeken we alle religieuze oppermachten ongeveer om vis. Het kan natuurlijk altijd gebeuren, maar laten we wel wezen; het zou aardig k*t zijn als al het werk van je voerplek voor niks is.

Eenmaal aangekomen sjouwen we eerst al ons materiaal een ruime kilometer naar de stek ( wat ben ik blij dat ik een trolley heb gekocht.!) knallen er wat voer in en vissen maar. De hengels staan zo’n 5 meter uit de kant op banksticks, omdat we anders de kantstek niet goed kunnen bereiken. Deze hebben we bewust vanwege de rust van de stek, zo’n 70 meter verder gelegd dan de tenten staan.
Tijdens een prachtige zonsondergang staan we dan naast onze hengels. We peppen elkaar op door te zeggen dat we goed hebben voorbereid en dat de stek best gaat lopen, terwijl we beiden in ons achterhoofd toch wel wat gespannen zijn. Is het niet te koud, zou de vis al gaan trekken, vinden ze het aas lekker, enz.

Piep, piep…go*&%#$@me, rits, tent open, waadpak aantrekken en de zoveelste brasem binnendraaien. De eerste hengel lag nog maar net op de steunen wanneer de eerste winde zich al meldt en sindsdien was het iedere keer, bijna onmiddellijk na ingooien prijs. De witvis is aanwezig, en niet zo’n beetje ook! Frank is ook al licht paars aangelopen van ergernis en klust snel twee megabol-rigs in elkaar in de hoop dat hij daarmee dat witvis-gepeupel af kan schudden. Ik verander ook het één en ander en onze tactiek blijkt te werken. De witvis is stil, maar de karper ook…

Tijdens het bakken van een paar lekkere spiegeleitjes wordt de tactiek voor deze dag besproken. We gaan de lijnen gewoon uitvaren! (we hadden de avond ervoor geen tijd meer om de boot op te blazen voor het donker) We gaan een hengel iets buiten de voerstek leggen, op een klein compact voerplekje.
De particle-stek krijgt nog een dagje, die had zo’n 10 brasems opgeleverd de eerste nacht en dat waren we niet van plan om nog een keer te hebben. Tijdens die ochtend wordt duidelijk dat we hier niet mee doorgaan. Ik krijg niet eens tijd om me om te draaien bij de hengels. De swinger hangt nog maar net (of nog niet eens!) of er hangt al weer een brasem aan we zijn een twee uurtjes verder wanneer we de brasemteller op 25 kunnen zetten. Mocht er karper op deze stek zitten krijgt hij gewoonweg niet de tijd om het aas te pakken, dat moet dus anders.
(Tussendoor heb ik al van alles geprobeerd, waaronder een emmer duivenvoer zo’n 15 meter verderop leeg te kieperen en met een singlehook aasje te vissen. Dat hielp, want de beet kwam toen pas 5 minuten later…)

Opvallend is overigens dat we op de boilies alleen windes vangen en op de particles alleen brasems. Dus mocht er nog iemand voorkeur voor een bepaalde witvis hebben, doe daar je voordeel mee!
Kommaan visjes!
Kommaan visjes!

We besluiten om ook deze twee hengels met boilies te gaan vissen en daarmee ook te gaan voeren. Zo gaan we op 4 compacte voerplekjes in de voersector vissen, en omdat we nu uit kunnen varen, kunnen we een veel groter deel van ‘onze’ sector bevissen. Zo gezegd zo gedaan en halverwege de ochtend ligt alles weer naar wens.

“Zo mannen, al wat gevangeuu?” is het geluid wat een man van middelbare leeftijd (ja ik ben nu nog netjes) naast onze tenten produceert. Een blik opzij vermoedt het ergste. Man in een afgeknipte spijkerbroek, stokoude hengels aan de stang van zijn fiets geknoopt afgetopt met een viskoffer en een klapstoel onder de snelbinders. “Ja, ik vis hier altijd, heb hier vorige week nog een aantal prachtige vissen gevangen…en ik voer niet eens!” Frank en ik wisselen een blik en ik mompel zoiets als “Nee dat hebben wij ook wel voor je gedaan...”
Deze man is echt van het typ ‘ik vis hier altijd (lees:eens per maand als de zon schijnt het windstil is) dus nu ook.’ “Maareuu, ik wil gewoon hier vissen, kan ik er niet tussen?” (2 hengels ongeveer parallel aan de oever, eentje rechtdoor en een schuin naar rechts).

Ik denk dat er nu al mensen zijn die denken: wat een asociaal ventje, en dat kan ik me volledig voorstellen als het hier om een druk bevist circuitwatertje zou gaan. Maar neen, vorig jaar zijn we hier tijdens voeren en vissen slechts eenmaal iemand tegengekomen en dit jaar helemaal niemand. Er is beschikking over zeker 2 kilometer bevisbare oever die ook nog eens veel makkelijker bereikbaar is, dus wij zagen absoluut geen noodzaak in het verplaatsen van hengels op de stek die wij al een klein maandje aan het bevoeren zijn. Zeker niet, nu we nog geen karper hebben gevangen.
Come to daddy!
Come to daddy!

Ik probeer de man dus ook duidelijk te maken dat het ten eerste niet kan omdat hij dan over onze lijnen moet vissen en ten tweede dat we hier al enige tijd aan het voeren zijn, waar we veel tijd en geld in hebben gestoken, dus daar ook liever zelf eerst eens wat vissen kunnen vangen. Sjors vindt het maar raar en rijdt mompelend weg om een ander stekje te zoeken.

En jawel, een blik naar rechts fronst onze wenkbrauwen weer. We zien namelijk vlak langs onze rechtse stek een voerbootje heen en weer sjezen. Na de 4e keer in een half uur dat k*tbootje langs te zien komen besluit ik maar eens polshoogte te nemen (normaal kan dat geen kwaad, los van het feit dat ook hij wel erg dichtbij vist, maar op minder dan een meter water kan ik me indenken dat de vis er van schrikt) Het blijkt een wat oudere man te zijn, die gezellig met zijn vrouw een dagje gaat vissen. Dat verandert de situatie natuurlijk, het is niet zo’n eigenwijze heikneuter, maar gewoon een aardige vent. En hij zit zo met me te kletsen, dat hij tijdens het uitvaren helemaal niet op zit te letten. “Uhm meneer, het maakt mij niet uit, maar je spoel is zo goed als leeg” Hij vaart zover uit de kant, dat er nog maar enkele wikkelingen op zijn spoel staan. Gezien de runs die sommige vissen hier trekken, lijkt me dat geen strak plan.

Na mijn goede daad voor de mensheid te hebben volbracht ga ik weer terug naar Frank om verslag uit te brengen. Frank schudt zijn hoofd maar eens en vanwege het feit dat hij op 30cm water aan het vissen is, verwachten we niet veel problemen van die kant.

Paniek, stress, hoge hartslagen! Eindelijk is er een Delkim tot leven gekomen, en Frank staat met een ernstige gekromde hengel met een gierende slip in het water. Het is eindelijk raak, de eerste beet heeft zich op de verste hengel gemeld. Het is een beste, want de meters lijn vliegen van de slip af of het niks is. Uit het waadpak naast me klinken wat zenuwachtige geluiden dat hij de lijn voelt schuren, en na enkele stille seconden hoor ik gelukkig: “hij is los”. De vis besluit even kennis te komen maken, want hij zet koers naar de kant, om zo’n 10 meter voor ons in het heldere water 8-jes te gaan zwemmen. En het is zeker een beste, zo zien we! Een prachtige brede schub van tegen de 15 kilo besluit dat het weer genoeg is en ramt weer dik 20 meter lijn van de molen. Ditmaal begint hij moe te worden en na nog wat kleinere uitvallen kan ik het net onder de eerste vis van de voerstek steken. De prachtige schub tikt de 14 kilo net aan. Je kan slechter beginnen!
De eerste van de voerstek.
De eerste van de voerstek.

Tijdens de fotoshoot komt onze voerboot-buurman kijken en schrikt zich de bibbers van de vis die Frank vast heeft. Terwijl hij even staat te kijken, klinkt er vanaf zijn stek ineens gekrijs door merg en been. Een KLM-vogeltje heeft zijn aas zien liggen en heeft zich enigszins verwacht in de uitwerking van het oppakken ervan. Zijn vrouw staat in alle macht aan die hengel te trekken terwijl de zwaan dit ook doet. We ronden de fotoshoot af en aangezien ik m’n waadpak nog aan heb, word ik tot vrijwilliger gebombardeerd om de zwaan even te bevrijden. Welja…

Midden in de nacht gaat er dan tussen de vele losse piepen (het brasem en winde vangen ging gewoon door) een pieper iets overtuigender piepen. Het is mijn beurt en slaapdronken hijs ik me in het waadpak, en fladder het water in. Het blijkt weer een hengel rechtdoor te zijn. Na een iets minder spannend gevecht kan ik een two-tone schub van 8kg landen, wat toch enigszins tegenvalt na zo’n beer van die middag. Zo goed als zo kwaad als het gaat probeer ik in het donker naar de stek te varen en weet daar nog succesvol de rig te droppen ook. (zo ervaren zijn we nog niet met uitvaren en dat heeft afgelopen sessies al voor komische taferelen gezorgd).

In de ochtendschemering blijkt er een groepje vissen op links te komen, aangezien er vlak achter elkaar 3 runs op de linker hengels komen. Helaas mist Frank twee van deze runs, maar bij de derde is het gelukkig wel raak, en wordt er een prachtige lange schub in het net verwelkomd. De weger zal de 20 pond net kietelen. En wederom een prachtige vis, met een gigantische staart. Na deze tweede, vermoeiende (witvis!) nacht, weten we eindelijk wat uurtjes te slapen, en wanneer we rond 10 uur weer enigszins levend uit onze tentjes gekropen komen zien we Sjors wederom, en ditmaal zit hij wel doodleuk 20 meter naast ons over de lijnen heen te vissen. We besluiten het maar geen aandacht meer te schenken, allemaal frustraties die deze sessie alleen maar minder mooi maken.

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer