Home  |  Contact  
   

Het Seizoen Van...


Seizoen 2003 januari t/m juni


Raymond Hakkert

Dit jaar staat het voorjaar in het teken van onze bruiloft. ik geef het vissen bij voorbaat al op, denk absoluut geen tijd te hebben voor mijn geliefde hobby. Druk met de zaak en dan ook nog de voorbereidingen voor twee mei. Wel eens voor zes man gekookt, ik wel en toen kreeg ik het al benauwd, laat staan voor 70, ‘verslik’ proest... Niet dat we voor 70 man gaan koken maar we hebben bijna alles zelf geregeld en daar gaat gewoon veel tijd inzitten. Door de enorme drukte krijg je juist zin om te vissen (bekend?), en het bloed kruipt waar het niet gaan kan...

Niks anders dan kou laat me zoeken naar alternatieve stekken, ik denk er zelfs serieus over na om het voorlopig maar bij snoeken te houden. Ik ga er toch regelmatig op uit met ’t pennetje in januari en februari met weinig resultaat, brasems ja. Ik voer hier en daar en stuit zelfs op koel water... koel modder ja, wat een bende, en stinken, ‘Hell on earth’ noem ik de stek er zwemmen honderden duivelse krengen die van stront leven...

Het ijs wordt alsmaar dikker dus bijt me er maar even in vast, niet in het ijs maar in de koelwater stek. Ik geef het op na blank numero vijf.

Hell on earth!
Hell on earth!

Het eerste weekend van maart maak ik een heerlijk voertje en voer op verschillende plekken op verschillende watertjes en vis het af met een pennetje, dat weekend vang ik 14 ‘bollen’ de naam ‘knol’ nog niet eens waardig maar het gaat om de fun, niet waar? Het zijn allemaal kleine vissen en vast en zeker afkomstig van een succesvolle paai van een paar seizoenen terug.

Op goud zitten

Ik heb in februari op een moment dat er even geen ijs lag, verschillende keren op een putje gezeten waarvan ik weet dat er twee heel mooie goudklompen rond zwemmen, tevergeefs.

Nu, 27 maart, is het is een heerlijke zonnige dag. Ik neem een uurtje pauze en scheur met mijn fietsje richting golden put. Na even met polaroid (niet eens nodig met die koi’s) een beetje zoeken zie ik al vrij vlot de twee beauties zwemmen. Voordat ik het echt allemaal besef ligt er na een kwartier pauze en vijf minuten drillen een van de mooiste karpers ooit gezien in mijn schepnet, ongelooflijk! Een volschub-rijen goudkarper, ja een hele mond vol en ze bestaan echt. Joepiedepoepie! Mijn wangen kleuren net zo ‘rood’ als het beest!

Meeting

De volgende dag heb ik een afspraak staan met een van de eigenaren van ‘Carp Choice’. We hebben al verschillende keren contact gehad over de telefoon maar nu moest het er maar eens van komen, we zouden een nachtje gaan draaien (ps; geen boilies die hebben ze al genoeg) en ik zou kennis gaan maken met een ‘prachtbal’, niet de eigenaar maar het visvoer natuurlijk!

Met de boot varen we een rot end richting horizon daar op een megaplas, wat een water! We verwachten echt helemaal niks en we zitten lekker koffie en daarna bier te drinken in de kajuit als verdorie toch echt een beetverklikker afloopt, zo uit het niets in maart instant op een water waar je de zon kunt zien zakken, m.a.w. ruim sop.

Ron drilt de vis in het donker langzaam naar de kant, een beste da’s duidelijk en na tien minuten schep ik de vis en ligt er een hele lange twintiger op de kant. Voor de dertig had ie iets meer rug moeten hebben maar dat het niet lang meer duurt is duidelijk. Niet veel later krijgt Ron er nog een op en land een forse graskarper.

 

We zitten tot diep in de nacht te kletsen in de boot op het schitterende water. Ron vangt plots weer een mooie twintiger en ik wil een foto nemen. Schfloep! Ik verdwijn bijna in de veengrond, kooouuud! Ik vergeet op de houten platen te blijven staan als ik achteruit loop met camera voor mijn snufferd om een mooie foto te nemen. Getverdemme dat stinkt zeg en wat is het koud daar beneden, freezerballs i.p.v. freezerbaits... Die Ron ligt in het riet te rollen van het lachen en de karper rolt er achteraan, plons! We komen niet meer bij maar wat heb ik het koud zeg! Gelukkig heb ik op het allerlaatste moment nog snel een warmtepak in de boot gegooid, ik ga er in den blote kont zo in! Vlot daarna heb ik het alweer warm. We vangen die nacht nog een paar fotogenieke vissen van in de twintig pond en ik verbaas me over het gemak waarmee het zo vroeg in het jaar gaat, het water is nog geen tien graden Celsius maar krap zeven. We vissen allebei met de Carp Choice super-fish-mix op puur maagdelijke vissen, ik verwachte die nacht niet veel en zou eerder op van die maagdelijke karpers zo vroeg in het voorjaar een zoete knikker pakken (ik weet het: die zoete kronkel blijft me achtervolgen) maar het loopt boven verwachting goed. De volgende dag leer ik de rest kennen van ‘de man’n uut ’t noord’n’ en ben blij dat ik wat kleren kan lenen van een van hen, want ik zweet me een ongeluk in dat braadpak, ik loop daarnaast ook nog eens de halve dag op lieslaarzen door dat dorp aangezien ik een van mijn schoenen nooit meer heb terug gezien na dat veen-avontuur. Het wordt na een gezellige nacht ook een gezellige dag en Ron moet zo af en toe nog even aan het veen-avontuur denken zo te zien want hij heeft regelmatig binnenpretjes, je hoeft maar naar mij te kijken en je raad al wat voor lucht er om mij heen hangt, lekkere kennismaking. De Grunningers zullen wel denken; 'wat halen wij in huis'.

Aan het eind van de dag rij ik naar huis. ‘t Rijdt wel vreemd hoor met lieslaarzen aan twee uur sturen. Zeker ook vreemd als je even wilt ‘brullen’ en ‘kleien’ bij een pomp, precies op het moment dat er een flinke club in leder gestoken Harley rijders (de helse Angela’s) een beetje te veel geïnteresseerd staan te kijken naar mijn ‘leder-hosen’.

Tussen de drukte door

Ik wil perse voordat we op huwelijksvakantie gaan al het werk de deur uit hebben, ik wil niets weten van uitbesteding, je weet immers nooit wat het gaat worden en buiten dat, je loopt omzet mis. Ik werk me in de ronte, toch neem ik de tijd om even snel te voeren zo nu en dan, ik heb ‘ze’ namelijk toch nog gevonden. Na een dag te hebben gevist met Arnold vanuit de ‘puddingboten’ met pennetjes hebben we een berg vis gevonden die van de eerste warmte genieten op een zandplaat. Arnold weet een heel mooie vis op blikmais te vangen en die nam hem op sleeptouw. Ik weet dus ook mijn schooltje te ontdekken en tel er zo tien, allen vanaf 22 pond schat ik, dikke schubs en wat spiegels, ik besluit te gaan voeren. Ik denk: “Da’s denk ik geen slecht bedenksel’’ denk ik.” Wat denk jij?

Ik voer om de dag twee kilo 15mm super-fish-mix bij negen graden Celsius water. Vele zullen zeggen je bent niet goed wijs maar als je nu eens gaat rekenen wat tien van die beste vissen weg vreten is het nog geen 200 gr per vis om de dag. Ik was er trouwens van overtuigd dat er absoluut niemand op dat grote uitgestrekte water iets soortgelijks op poten aan het zetten was en zag de vissen duidelijk buitelen tijdens iedere voerbeurt en dat verraadde mij dat er nog genoeg vis rond bleef hangen daar.

Het bewijs werd na vijf voerbeurten geleverd, ik had eindelijk tijd om een nachtje te vissen en ook al was er eigenlijk geen tijd om een complete nacht te draaien deed ik het toch, dan maar de volgende dag weer tot laat door met werk, gaan met die banaan!

Ik krijg de eerste run wanneer Steven Blom een bakkie komt drinken (“”Breaky-Break-‘Brain’’ en z’n ‘’bakkie’’ drinkt zijn koffie coooollll, die lijp rijd wat af voor z’n koffie), van dat bakkie is nooit wat gekomen... Wat een avond met daaropvolgend de vroege ochtend want de nacht zelf leverde niet veel op, kon ik mooi wat slaaptekort in halen dacht ik, maar door de adrenaline van de drils slaap ik dus maar heel kort en staar maar wat naar de sterren.

Dat wordt niets dit voorjaar
Dat wordt niets dit voorjaar

Lasogen van de flitser

Steven Blom komt toch nog de volgende ochtend vroeg snel plaatjes schieten, hij moet naar zijn werk en heeft een flink end omgereden voor me en verwacht dan nu z’n bakkie zeker te krijgen, thanks mate maar voor koffie weer geen tijd er is werk aan de winkel! Hij kijkt zijn ogen uit naar de aangevoerde dikke voorjaar vissen! Ik weet van voren niet meer dat ik vanachter besta zo gaar ben ik. Ik hou mezelf overeind door het heerlijke gevoel dat je altijd hebt als je hebt gevangen. Mijn voorjaar kan nu al niet meer stuk als je weet dat ik verwachte mijn eerste vissen pas in juni te gaan vangen door amper aan vissen toe te komen, maar het lijkt wel dat je in een drukke tijd een veel betere planning/aanpak maakt en die stapsgewijs afloopt, het loopt heerlijk allemaal, zowel vissen als werk. Ik draai toch meer uren dan ik dacht en vang in de goede periodes soms verbazingwekkend snel meerdere dikke vissen achter elkaar, het wordt me verdorie zo nog een heel best voorjaar zeg!

Zelfs met de pen en een boilie eronder weet ik nog een heel mooie vis te landen op mijn voerplek. “Even een paar uurtjes pleite”, hoor ik me nog zeggen tegen Ingrid na het eten. Een paar uur later sta ik weer naar vis stinkend op de stoep en wordt naar de badcel gestuurd, ik kan je vertellen dat je dan weer lekker aan de slag gaat daarna tot diep in de nacht, werken welteverstaan niet vissen.

Ik lees nu in mijn logboekje:
18 april 2003: Nog een keer van mijn voerplek de voorlopig laatste vruchten plukken, met wat vastlood stokken. Ik vis tot 01.00 uur en ben dan ongeveer 01.45 thuis na de rit en moet de volgende ochtend vroeg ‘’niet stinkend’’ op een afspraak zijn. Aangezien ik noodgedwongen de stokken na deze avondsessie echt voorlopig in een hoek moet gooien ga ik er even lekker voor zitten. Ik krijg 4 runs, ik verspeel er een.
Vangst: Schub: 20pond / 80cm, spiegel: 26pond / 87cm, schub: 22pond / 77cm, eentje verspeeld +-/- 20 pond.
Steven Blom met een flink sterke en
lang gebouwde vis, een vis die Het zo op het eerste gezicht niet lijkt te
hebben qua bouw, maar ik vermoed dat de Recordvis ook ooit zo van bouw was toen
ie jong was.
Steven Blom met een flink sterke en lang gebouwde vis,
een vis die Het zo op het eerste gezicht niet lijkt te hebben qua bouw, maar ik
vermoed dat de Recordvis ook ooit zo van bouw was toen ie jong was.

De vissen blijven komen op het voer, ik voer al zeker twee weken om de dag twee kilo 15mm en 20mm bollekes. De brei die ze uitpoepen is stevig te noemen en dat vind ik goed aangezien ze dan niet aan de racekak zijn, dat zie je namelijk wel vaker bij goedkope gummie boilies, of het spuit er uit of de bollen rollen bij wijze zo aan de andere kant weer op de mat, onverteerd. Reken maar dat die vis zich niet zo denderend voelt en vraag me af of dat wel goed is voor ze. Je ziet bij de duurdere (freezer) boilies en/of goed samengestelde eigendraaiers van tegenwoordig dat de drollen als het ware mooi zijn. Klinkt een beetje gek maar het is belangrijker dan de meeste karperkerels denken, ze kijken en ruiken liever aan een zakkie in de winkel dan dat ze kijken wat er aan de onderkant uitkomt bij ons zogenoemde grote vrind!

Net vlak voor de grote dag ontsnap ik en sjees richting hoofdstad met heel toevallig een brood een schepnet een camera een mat en ook nog een hengel en geen mobieleke! “Waar zit die gozer toch?” hoor ik ze zeggen, hihi!

Ik zit langer in de auto als dat ik vis blijkt al snel, tien minuten na aankomst loop ik tegen een indrukwekkende kuitert aan. Ze plukt ‘hongegierig’ mijn korstje naar binnen.Ik dril stevig bij de opkomende plompen en sta kort daarop met een big-smile op de gevoelige plaat samen met een vetklep schub, eindelijk na lange tijd weer een dikke schub.

Het kan niet op en sjees de drukte weer tegemoet en trouw een paar dagen later. Wel eens een zooitje dronken karpermannen in plaats van een warmtepak, in een driedelig pak gezien? Moet je eens gaan trouwen, je weet niet wat je ziet, geweldig! Ach dat is een ander verhaal.

He he een dikke schub...
He he een dikke schub...

Stil in 'mei'

Na een heerlijke mei maand en lange reis, nu eens zonder vis pak ik het visdraad weer op... uh wat zeg ik ‘zonder vis’, wel potvissen gezien maar ja da’s een zoogdier dus het klopt wat ik zeg.

De oppervlaktevisserij breekt nu aan voor mij en dat vind ik altijd een geweldige tijd. Op een ochtend doordeweeks net na de vakantie lig ik om 03.30 uur wakker en denk 'het wordt zo licht wat lig ik hier'. Een half uur later zit ik in de auto, en drie kwartier later ben ik op bestemming in onze hoofdstad. Ik loop tegen een paar breedruggen op van jewelste die duidelijk iets anders in de kop hebben dan eten namelijk paaien. Ik dacht dat ze al gepaaid hadden maar ze zijn nog erg dik en hebben veel interesse in elkaar, ik baal want wil maar al te graag een stukje staal in het waffeltje proppen maar gaat mooi niet door, de koppen zitten vol van schunnigheden.

De volgende dag doe ik hetzelfde ik sjees in alle vroegte weer naar dezelfde plek, spring op mijn fiets die ik dit keer meenam en verbaas me als ik zwetend op de stek aankom: Knollen! Raaar! Ja raar ja, je verwacht iets anders, de dag daarvoor leek het een heel ander water! Ik dacht een herkansing te krijgen en hoopte erop dat de biggen een ietsje meer interesse zouden tonen in mijn brokken die ik flink had gestrooid net voordat ik naar huis reed de avond ervoor. Trek ik een berg puber-spiegels aan. Joor bedankt! Geintje... Ik vang de grootste van het stel die de dag daarvoor ook al als een gek zat te happen naar de Variantjes, toen was het de kleinste. Toch is het een mooie vis, een oudje zo te zien en net geen echte leder, hij trekt het span van happende kamikaze en onstuimige puber-spiegels zo te zien want ze volgen hem constant zelfs tijdens de dril. “he waar gaat opaatje nu weer heen?” Tegen de avond vang ik er nog een, zelfde slag.

Bijna ledertje
Opaatje bijna ledertje

Bijna ledertje
Een volgzaam type

Het jaar van de volschubs.

'Ik trouw een volschub maar ze blijven me achtervolgen...'

Wat mij de laatste jaren opvalt is dat ik met een regelrechte inhaal race spiegels aan het vangen ben. Overal waar ik kom vang ik spiegels in het land, ik was altijd degene die liep te klagen over het feit dat ik nooit spiegels ving. Ik vang de laatste jaren bijna meer spiegel dan schub, wat een wending, die uitzettingen van de vele spiegels doen het goed, nu maar over op edelschub projecten kan geen spiegel meer zien, het is ook nooit goed he!

Ik ontdek een paar heel interessante oude wateren waar ik de komende jaren lekker kan struinen, mijn favoriete manier van vissen, en pak de uitdaging met beide handen aan. Ik vang op 25 juni een lange volschubspiegel op kattenbrokken en een andere oude spiegel. De tweede volschubspiegel dit jaar, dat gaat lekker.

De week na de vangst van de tweede volschub van dit jaar, vang ik een heel bijzondere vis waar ik pas een maand later achterkom dat ie zo bijzonder is. Een volledig beschubde volschubspiegel van over de 40 jaar oud rolt na een single hooKorst te hebben gepakt en een rustige dril over de koorden van mijn landingsnet. Het is mijn meest bijzondere en memorabele vangst in 16 jaar karpervissen. Hierbij bedank ik diegene die me ervan overtuigd hebben (en dat waren er vele) dat het echt om een volschub ging en niet om een warrelschub (zelfs de ovb kwam er aan te pas), maar dat is een verhaal voor een andere keer.

N.b; vlak na de vangst van de 40 jaar oude volschubspiegel verspeel ik nog maar eens... een volschub spiegel! Gelukkig geen grote maar bij een volschub is gewicht en lengte bijzaak dus baal enorm. Zo vang je ze nooit en zo regent het Volschubs.

'Toeval bestaat niet, het valt je toe', zeggen de chinezen.

Zou het komen doordat ik pas getrouwd ben dat de ‘Volschubs’ uit pure jaloezie (een echt 'Volschub'-trekje) zich zo veelvuldig en pardoes aanbieden? Jullie lezen het in het volgende deel.

Raymond Hakkert

Voor reacties, aanvullingen of vragen kunt u een bericht plaatsen in de reactiebox


 
Naar top van pagina
© 1999-2007 Karperwereld Online. Alle rechten voorbehouden.      Disclaimer