Word KWO member

Karpergedrag onderzocht: Wat zijn ‘pilotvissen’ en wat doen ze?

Favoriet Favoriet
KWO Redactie

Na de eerdere leerzame artikelen van Boudewijn Margadant over het BoVer systeem en het gedrag van karpers in het vroege voorjaar duikt Boudewijn nu in de wondere wereld van de pilotvis. “Wat de f*ck is een pilotvis?” vraag je jezelf wellicht af, maar daar komt na het lezen van dit artikel beslist verandering in!


Boudewijn aan het woord: Het is voor ons karpervissers wel duidelijk dat sommige vissen vaker worden gevangen dan andere. Zijn die vissen dan echt zo dom, of gewoon hardleers? Of zijn ze simpelweg nieuwsgieriger of gulziger? Of speelt er meer?

Welke rol spelen de verschillende vissen in een school?

Omdat ik vanaf het begin van mijn karpervisserij, nu 38 jaar geleden, altijd een observerende, ‘jagende’ instelling heb gehad, is het voor mij al heel lang duidelijk dat karpers verschillende karakters hebben en in bepaalde omstandigheden elkaars gedrag overnemen. Dat overnemen van gedrag zie je vooral op de wat dichter bezette wateren, of dit nu bij de systeemvisserij of oppervlaktevisserij is. Omdat negatieve conditionering het voor ons lastiger maakt om vis op de mat te krijgen, concentreren wij als vissers ons voornamelijk op het zoeken naar mogelijkheden om die te doorbreken of te omzeilen. De (waarschijnlijk) meest toegepaste methode is het voorvoeren, waarmee we het vertrouwen van de vissen proberen te winnen of de vissen een (tijdelijke) vaste voedselbron voorschotelen.

Op drukbeviste wateren zetten horizontaal lopende strakke lijnen de vissen meteen op scherp.

Hoe hoog de hengeldruk ook is op een water, karpers moeten en willen eten. Zeker ook de door ons voorgeschotelde, makkelijke hap. Ze weten echter dat dit een risico met zich meebrengt, dus benaderen ze intussen op veel wateren ons aas anders en hebben ze door ervaring geleerd haakaas te ontwijken en haken te lossen. De verschillende karakters van de vissen spelen hier naar mijn idee een belangrijke rol in.

Hoe hoog de hengeldruk ook is op een water, karpers moeten en willen eten.

Eerste anekdote

Zo’n zeven jaar geleden volgden Piet (Vogel) en ik een school karpers die zich tijdelijk in een bepaald gebied van het water ophield. Na een aantal dagen konden we hun gedrag al helemaal voorspellen! Eén vis uit de betreffende school viel erg op door zijn gedrag. Deze schub, een begin-dertiger, zwom altijd met een iets kleinere spiegel in de voorhoede. Telkens weer begonnen zij als eerste uit de school van ons voer te eten en samen waren ze bepalend voor het gedrag van de rest van de vissen. De eerste keer dat we visten kwam ‘Olifantje’, zoals we de schub vanwege zijn relatief lange, uitstulpende bek voor het gemak even hadden genoemd, er als eerste uit. Dat kwam na wat we gezien hadden natuurlijk niet als verrassing. Na een tweede vis gevangen te hebben was het afgelopen met de pret voor die dag.

Deze vis, genaamd ‘Olifantje’, kwam er als eerste uit!

Dankzij onze observaties konden we ook de daaropvolgende keren rekening houden met hun aanzwemroutes en zodoende al veel van hun argwaan wegnemen. De iets kleinere spiegel kwam er de tweede sessie uit. Ook dat was te verwachten. Olifantje bleef een stoorzender, omdat deze elke keer weer gretig als één van de eersten op het voer neerstreek. Natuurlijk viel het andere vissers op dat we wel erg vaak in een bepaald gebied enthousiast stonden te praten, wijzen en kijken en al gauw stonden de tenten langs het water. Dat stelde ons in de gelegenheid om te zien of en hoe het gedrag van de karpers werd beïnvloed door al die lijnen in het water. De verandering was niet te missen en wederom werd er een hoop bevestigd! Daarover in een volgend artikel meer. Tijdens gesprekken met de vissers bleek Olifantje als eerste op de mat te liggen. Een andere visser ving twee dagen na hen Olifantje een paar uur nadat hij eerst de kleinere spiegel had genet. Je zou denken dat dit duo zijn lesje wel had geleerd!

Wederom kwam deze spiegel er als één van de eerste vissen uit.

Inspelen op de situatie

Gingen Piet en ik vissen, dan gooiden we eerst steentjes naar Olifantje nadat deze even had gegeten. Zo hadden de andere vissen hem veilig zien eten en creëerden we voor onszelf een mogelijkheid om andere vissen uit de school te vangen.

Opvallend was dat er altijd wel een paar vissen niet meededen aan het ‘grote vreten’.

Opvallend hierbij was dat er altijd wel een paar vissen, bestaande uit wisselende samenstelling, in de buurt van de anderen bleven rondhangen en niet meededen aan het ‘grote vreten’. Zij pakten hier en daar wat op, maar altijd op meters afstand van hun soortgenoten. Pas als de school doorzwom zochten zijn nog even snel naar de ‘leftovers’. Is het leervermogen van Olifantje en de kleinere spiegel minder dan hun soortgenoten? Zijn er slimme en domme vissen? Of wint gulzigheid het van hun angst?

Boudewijn en Piet konden precies zien wat er zich onderwater afspeelde!

Tweede anekdote

In het heldere water heb ik een school karpers gevonden die zich in een grote kom van het water ophoudt. Vanzelfsprekend wil ik deze kans niet laten liggen, maar om het maximale uit de situatie te halen weet ik dat ik me beter nog even gedeisd kan houden. De vissen staan namelijk onder hoge hengeldruk en de ervaring heeft me geleerd dat geduld opbrengen leidt tot meer vis in het netje. Eén of twee vissen vangen zou zeker mogelijk zijn nu, maar dan zijn ze daarna zo goed als zeker vertrokken. Ze zwemmen telkens min of meer dezelfde route in de kom en op die route voer ik op meerdere plekken kleine beetjes voer.

De lichtgekleurde vis drukt de grotere schub naast hem weg. Bijzonder om zo waar te nemen!

Al vrij snel is me duidelijk dat er vissen in de school zijn die door hun gedrag de rest van de school beïnvloeden. Ze drukken of jagen vissen weg en lijken met hun lichaamshouding iets aan te geven; ze stoppen plots, gaan scheef hangen, vinnen worden opgezet of lijf wordt aangespannen. Tijdens korte momenten ontstaat er echt voedselnijd en laten de grotere vissen zich duidelijk gelden door anderen weg te drukken tot ze zelf genoeg in hun bek hebben opgenomen en boven het voer op half water gaan liggen ‘kauwen’. Dit zijn slechts een paar voorbeelden met vele varianten erop. Dezelfde vissen geven ook steevast het sein tot azen nadat eerst de zogenaamde ‘Pilotvissen’ gegeten hebben.

Het lijkt erop dat de zogenaamde ‘Pilotvissen’ de voerstek eerste even voorproeven!

Tester

Na twee dagen van observeren lijkt het er op dat de Pilotvissen de niet zo dankbare rol van ‘tester’ hebben binnen de school. Nu ik weet welke plekken hun voorkeur hebben om te azen en wat hun aanzwemroutes hier naartoe zijn, kies ik vier plekken uit om te bevissen en bepaal ik voor elke stek de methode en de aanvisrichting. Zo worden de karpers tijdens het aanzwemmen in ieder geval niet of nauwelijks met mijn lijn geconfronteerd. Elke plek voorzie ik van een half kilootje pellets. Mijn haakaas zal ik aan de buitenkant van de voerplek plaatsen en ik vis slechts met één hengel.

De schub die je hier op de flank ziet leek de slimste en drukte de andere vissen in de school keer op keer weg.

De omstandigheden werken mee; een kabbel op het water maakt mij iets minder goed zichtbaar voor de vissen en het nu openbrekende wolkendek geeft, in combinatie met mijn polaroidglazen, beter zicht in het water. Zoals altijd duiken de vissen niet meteen op het voer, maar zwemmen ze er eerst een aantal keer overheen. Als vanzelf tel ik ze als ze over mijn voer zwemmen. 1, 2, 3… 12. Om gek van te worden! Je zou bijna aan je aas en jezelf gaan twijfelen! Hoezo vertrouwen winnen door middel van voorvoeren?!

Je zou bijna aan je aas en jezelf gaan twijfelen!

De voorhoede

Ze komen er weer aan. Drie vissen verschijnen in mijn gezichtsveld; de voorhoede. Een grote, dikke spiegel en twee schubs komen van rechts en zwemmen langzaam over het voer. Ik herken de spiegel en een andere Pilotvis, een lange schub met een kras op zijn kop van rond de dertig pond, en weet dat de rest van de school snel zal volgen. De wind luwt iets als ze op twee meter voor mijn voeten langs zwemmen. 4, 5, 6…11. Dan keert het drietal om en volgt de rest van de school iets verderop ook. De schub met de kras op zijn kop duikt naar beneden en neemt drie happen van het voer, de spiegel één. De rest hangt er maar een beetje bij. Zenuwslopend en verwonderlijk om te zien. Langzaam komt de school weer in beweging en vervolgt hun weg.

Eerst een paar keer over het voer zwemmen voor er twee begonnen te eten. De middelste vis begon als laatste.

Zo’n 15 à 20 minuten later zijn ze terug. De schub met het litteken in de voorhoede, nu duidelijk vergezeld door de spiegel en het kleine schubje die de afgelopen dagen tot de initiatiefnemers behoorden. Gedrieën duiken ze op het voer. Snel twee, drie happen per vis en dan zwemmen ze verder. Nu beginnen ook wat andere vissen uit de school te eten. Ik tril, merk ik, en pak mijn hengel wat steviger vast. Een schub uit de school nadert mijn haakaas en pakt een pellet. Daar gaat ie! De vis begint met zijn kop te slaan en zwemt vervolgens rustig weg. Contact en een beuk op de hengel. De rest van de school schiet weg. Boeggolven verplaatsen zich voornamelijk naar de andere kant van de kom. Een paar minuten later ligt er een imposante vis op de kant. Mooie, oude schub, net geen dertig.

Boudewijn krijgt deze imposante oude schub op de mat!

Inspectie

Ander deel van de kom. Het is me ondertussen duidelijk geworden dat als er een vis uit de school gehaakt wordt, de rest een heel eind weg vlucht en de stek al gauw minimaal een uur of twee ontwijkt. Wel tref ik telkens minstens één van de andere, aangevoerde stekken deels of compleet leeggegeten aan. Ondanks het haken van een vis uit de school is de rest dus wel bereid te azen op de andere stekken die ze al hebben kunnen inspecteren. De tactiek die ik vanaf dat moment hanteer is daarom als volgt: ik voer de vier stekken aan, bevis er eentje en als ik er een vis heb gehaakt verkas ik naar één van de andere stekken. Heb ik er daar eentje gehaakt, dan verkas ik naar één van de overgebleven twee stekken. Zo rouleer ik en kunnen ze in de tussentijd de andere stekken inspecteren en daar eten zonder gehaakt te worden.

Door te verkassen van voerplek naar voerplek weet Boudewijn veel succes te behalen.

De aanpak werkt tot andere vissers mij een vis zien vangen en zelf de vissen zien zwemmen. Diezelfde avond nog worden de eerste tenten en rodpods opgezet… De volgende ochtend vroeg wil ik toch een kijkje in de kom nemen. De tenten zijn dichtgeritst, zes lijnen lopen strak alle kanten uit. Ik weet eigenlijk al genoeg, maar loop toch nog even mijn plekken af. Ik vind twee kleine schubs, maar verder lijkt de kom verlaten. Een gesprek met een van de vissers leert me dat ze één vis hebben weten te strikken. Hij toont me de foto’s en het is, niet verrassend, de schub met het litteken op zijn kop, één van de Pilotvissen.

Deze kenmerkende schub komt er al jarenlang meestal als eerste uit!

De rol van ‘Pilotvissen’

Duidelijk is wel dat karpers zich laten leiden door acties van andere karpers. Begint er eentje te eten, dan zullen er meer volgen. Twijfelt er eentje of reageert er eentje argwanend, dan zal de rest zich ook veel terughoudender gaan gedragen. Nu meer en meer wateren helder worden, is de communicatie tussen vissen vaker en makkelijker waar te nemen. Dat maakt de rol van zogenaamde ‘Pilotvissen’ des te belangrijker. Zij vormen in veel gevallen op druk beviste wateren je sleutel tot succes, gebruik ze!

Succes!

Boudewijn Margadant

Wil je deze update bekijken?

Word dan ook KWO Member voor slechts €6,95 per maand of €59,- per jaar.

Word dan ook KWO Member voor slechts €6,95 per maand of €59,- per jaar.

Krijg direct toegang tot de beste karper video’s, films, artikelen & kortingen.7.000 andere karpervissers gingen je al voor!

Lees hier alles over het KWO Membership of meld je hieronder direct aan.

of

Trending

Bekijk ook