ELKE WEEK NIEUWE VIDEO'S. WORD NU OOK KWO MEMBER

Coronakronieken – Terug naar ‘De Surf’ – Mark Hoedemakers

Favoriet Favoriet
Coronakronieken – Terug naar ‘De Surf’ – Mark Hoedemakers

In dit artikel genaamd ‘Coronakronieken’ vertelt Mark Hoedemakers hoe hij zijn visserij na de Belgische lockdown weer oppakt. Check hoe hij op de ‘De Surf’ van de nul afkomt en probeert om zijn dochter te besmetten met het karpervirus!


Markt vertelt: 6 mei, in Belgenland. Nog steeds verkeert het land in crisis, net als de rest van de wereld. Alleen daar waar er volslagen achterlijke leiders aan de macht zijn, ontkent men nog het licht van de zon. Daarmee pleit ik allesbehalve semi-achterlijke wereldleiders vrij. 

Uitgesteld seizoensbegin 

Sinds enkele dagen mogen we weer vissen. Dat scheelt alvast een slok op een borrel voor zij die hengels boven mes en vork prefereren. In de vijf weken voorafgaand aan de officieuze bevrijdingsdag in Belgistan was het één en al kommer en kwel. Vissen als dagelijks brood, dat ontbrak op het menu. Gevangene in als vanzelfsprekend geachte luxe. Het nieuwe normaal, bengelend als zwaard van Damocles boven het hoofd. De ontlading was groot, maandag klokslag middernacht. Een orgasme na intense weken vol wensbeelden en verlangens. Zij die kunnen plannen, zij die flexibel zijn in hun doen en laten en zij die simpelweg niets anders om handen hebben dan luilekker door de dag tjokken, waren als eerste present. Het is hen van harte gegund, ook al klinkt die laatste omschrijving wellicht sarcastisch. 

Terug naar ‘De Surf’…

Ik ben al lang blij dat ik de pen die in hetzelfde schuifje ligt als de mantel der liefde heb kunnen wisselen voor een exemplaar met een wat scherpere punt. Het pallet humor waarvan ik me steeds graag heb bediend heeft recentelijk ook de wat fellere tinten vrij gegeven. Sinds 2019 de boeken sloot ben ik geen VBK-voorzitter meer en word ik dus ook niet willens nillens als spreekbuis opgevoerd. ’t Zal nog wel bij heel wat voor- en tegenstanders moeten doordringen maar ‘trust me’: het komt en het went. 

Ik heb volop genoten van het hilarische commentaar op het hengelverbod.

In ieder geval, ik heb me van tijd tot tijd kostelijk geamuseerd met de vaak hilarische commentaren op de berichtgeving tijdens het afgelopen hengelverbod. Arm en rijk Vlaanderen liet zich ongeremd uit op de sociale media, waarbij arm en rijk in deze zinsbouw niet refereert aan de dikte van je beurs, maar aan de cognitieve en sociale vaardigheden van het allegaartje aan lieden in onze zo dierbare karperwereld. Werkelijk het hele allegaartje karaktertjes passeert de revue, maar ik heb toch sterk de indruk dat de verhoudingen wat zoek zijn.

Dit soort taferelen werden gemist tijdens de lockdown!

Het karpervirus

Mocht mijn dochter later haar vriend aan me voorstellen, die zich vervolgens van enkele oerkreten bedient: “Ha! Ik vis ook op karper, wat is jouw dikste?” dan zal ondergetekende hem nog grondiger taxeren dan in het geval ie geen affectie heeft met de meest tot de verbeelding sprekende bewoners van het zoete water. Stel je voor zeg, een toekomstig schoonzoon die, de ongeletterdheid indachtig, de sociale corridor van het internet bevuilt met ontboezemingen ‘dat ie zich nergens iets van aantrekt’ of ‘ik beken dat ik me nergens iets van aantrok, maar hoop met deze schuldbelijdenis en bijbehorende boetedoening middels ‘laajks’, op een moderne vorm van clementie mag rekenen’. Op het rooster zal ik ‘m leggen, en mijn dochter zal daarvan gruwen. Psychologische oorlogsvoering als eerste kennismaking, heerlijk!

“Dit jaar zal Amélie me vaak vergezellen naar de waterkant!”

Om Amélie alvast te indoctrineren voor wat mijn beleving en benadering van dat karpervissen betreft – als voorbereiding op de mogelijke horror uit de vorige alinea – wil ik haar vanaf dit seizoen vaker meenemen naar de waterkant. Goedgemutst stuur ik dan ook, in het bijzijn van dochterlief op deze heuglijke dag, de wagen richting de ‘vlotstek’. Halverwege de landtong die de grote van de kleine plas scheidt. Een goede stek, een van m’n favoriete zelfs. Alijn, die de flexibiliteit heeft om zijn werk te plannen en dat deels aan de waterkant kan doen, zit al sinds de eerste seconde van maandag op de ‘FC Boorsemstek’. Theo, jonggepensioneerd en dus beschikkend over een zee van tijd, rijgt al enkele nachtjes aan elkaar vanop ‘de kantinestek’ en ‘het Oostblok’. Jeffrey tenslotte, van aan de waterkant zijn leerlingen met préteaching lastig vallend, heeft post gevat aan ‘de slagboom’.  

Goedgemutst stuur ik, in het bijzijn van dochterlief op deze heuglijke dag, de wagen richting de ‘vlotstek’.

Het is met andere woorden best druk aan Heylakker, en er zijn ook al een aantal fraaie vissen op kant gekomen. In mei legt elke vogel een ei, en die zegswijze indachtig hoop ik op een vruchtbare maand. Te beginnen met deze eerste sessie sinds november vorig jaar. 

De ‘Vlotstek’.

Het schiereiland, de kom en die meneer met zijn dikke buik 

De bivvy opzetten is een feest. Amélie heeft, verspreid over enkele zomers en de voorbije Corona-lockdown al heel wat overnachtingen gedaan in papa’s groene paddenstoel, maar dit is anders. Dit is het echte werk. Het pure spul, zonder de suiker! Van bovenop de landtong heeft ze een quasi totaal overzicht over de kleine put, de baai aan de kantine en het stuk rechts van de takken richting de doorgang uitgezonderd. Amélie tuurt naar Jeffrey en Eddy, die op ‘de slagboomstek’ broederlijk naast elkaar vissen, de sociale afstand tussen hen beiden braaf in acht houdend. Ik maak de hengels gereed, bevestig verse, pas van boterzuur voorziene aasjes aan de vlijmscherpe haken.

Meurende aasjes onder vlijmscherpe haken!

Twee van de drie hengels vaar ik samen met dochterlief uit. Haar felroze reddingsvest doet de scholeksters op het broedeilandje vreemd opkijken. De derde hengel werp ik vanop de helling aan het begin van het schiereiland in, over de steiger heen. De rig ligt hoop en al een vijftal meter verder dan de steiger en langzaam laat ik de lijn afzinken. Op de rand van het stalen dok leg ik een platte steen op de slappe lijn, waarna ik de waker hang en de molenslip van m’n Magnesiums vrij losjes instel. ‘k Heb hier twee seizoenen geleden nog karper gevangen en hoop vanzelfsprekend op meer van dat!

De derde hengel wordt uitgeworpen…

Even verderop, aan het grasveld, slaat ‘Marc Surf’ me gade. Hij vind het maar een vreemde tactiek, maar kent niks van vissen, laat staan van het hengelen naar karper. Het is dan ook een surfer. Eentje die louter uit sympathie ook lid is van de hengelclub. Van dat lidmaatschap maakt ie sinds gisteren gebruik, het thuisfront moe na bijna twee maanden door de overheid opgelegde quarantaine. Voor z’n mobilhome prijkt een aftands hengeltje van naar schatting 70 jaar oud. Er hangt enkel een bonk lood aan het uiteinde van de lijn. ‘An excuse for being here’, wetende dat vissen een toegelaten fysieke activiteit is die je ook ’s nachts mag beoefenen én waarvoor je je mag verplaatsen!

Voor z’n mobilhome prijkt een aftands hengeltje van naar schatting 70 jaar oud

Slim gezien van ‘m. Hij heeft – de grenscontroles indachtig – zijn onderkomen gebarricadeerd met een lange tafel. Niemand mag passeren, de sociale afstand tot gevaarlijke, minimale proporties herleiden. Gelijk heeft ie! Marc hoort eigen al sinds jaar en dag bij de Heyvissers, en bezit wellicht – na Theo – de meeste bijnamen van de hele bende. ‘De kabouter’, ‘de trol’, ‘Marcske Surf’, … Amélie vult die reeks hier en nu aan. “Die meneer met zijn dikke buik in dat kamp” is wat mij betreft een blijver! 

Amélie met Mr. Aap. De knuffel die ze kreeg als baby’tje gaat nu ook mee vissen! 

Avondrood

Een staalblauwe hemel wordt langzaam witter en gaat over in avondrood. De kikkers kwaken hun cantate. Ze zijn ongetwijfeld met een paar honderd, maar klinken als was het een duizendtal. Voor een kleuter van 5,5 een nooit gehoord spektakel. Ze herinnert me er onbewust aan hoe gelukkig we ons mogen prijzen, hier aan het sop. We mogen het niet als vanzelfsprekend gaan zien, in al ons cynisme… 

Zouden de karpers actief zijn deze sessie?

Cynisme steekt jammer genoeg met regelmaat de kop op, als ik in gedachten verzink. Hier en nu. Precies hier. Voortaan wordt er, onder druk van de lokale politiek en door slim gelobby van zij-die-nooit-genoeg-hebben, in Maasmechelen een ‘eigen-volk-eerst principe’ gehanteerd voor wat de waters in eigendom van de gemeente betreft. Elk voordeel heeft z’n nadeel, sprak Cruijff, en het voordeel van ‘de vreemdelingen’ alhier is dat ze dan toch niet met hun klikken en klakken uit de club zijn gegooid. Wisselgeld voor de honderden werkuren in het gebied, om van de liefde voor de natuur die hier stap voor stap, jaar na jaar aan onze hand tot wasdom is kunnen komen nog maar te zwijgen. We zijn op het nippertje ontzien door het kapmes der populisme, en mogen blijven, samen met de inwoners van de prachtige Maasgemeente. Nadeel is dan weer dat we met z’n allen nog steeds naar het mes in onze rug zoeken – dat zit vrij diep namelijk – en dat de rest van de wereld buiten Mechelen aan de Maas weet dat het bevissen van Heylakker utopie zal zijn en blijven. Oh, en dat zij-die-nooit-genoeg-hebben met zo’n instelling wellicht ook niet de meest collegiale vissers zijn, is straks ook eentje die eerder in de categorie nadeel valt natuurlijk. 

Een staalblauwe hemel wordt langzaam witter en gaat over in avondrood!

Van Gogh

De nacht brengt een uit de kluiten gewassen zeelt. En daar blijft het bij. Beetje een tegenvaller want ik had er wel degelijk meer van verwacht, de atmosferische omstandigheden en de lange periode van visverbod indachtig. Amélie vindt het echter super! Ze geniet van het buiten zijn, het overnachten in de tent. En ook van die prachtige groene vis. De natuur hier lijkt wel door Van Gogh geschilderd op doek. Met dat verschil dat je de natuurpracht in het echt ook kan ruiken. Prikkeling voor elk zintuig. 

Meer dan een zeelt zat er niet in die nacht…

Eenmaal thuis gekomen vertelt ze honderduit over alle belevenissen, waarop Carmen me aanmaant om nog een paar sessies te vissen. Er is nu toch ruimte en tijd, en zo wordt ook voor Amélie de sleur van het maandenlang thuis blijven doorbroken. Ik stem meteen, zonder morren in. ‘k Wil nog wat rapen op het ondiepe tegen het verzonken bos. Of vlakbij de steiger, waar ik een derde hengel op een bescheiden voertapijtje van diverse maten boilies tussen 15 en 20 millimeter had gepositioneerd.

Na de lange lockdown is het buiten zijn een prikkeling voor elk zintuig!

Helaas was ook de volgende avond, nacht en ochtend een deceptie qua karpervangst. Naast de onvermijdelijke joekel van een zeelt – mei is niet voor niks zeeltmaand bij uitstek – hapt ook een snoek op de pop-up. Je leest het goed: gewoon op de stil liggende pop-up, ik was de montage niet aan het binnen draaien. Wellicht hapte de snoodaard naar een aasvis die in de buurt van mijn haakaas rond hing, schudde die laatste een schijnbeweging uit z’n vinnen waarna snoekmans op potsierlijke wijze zichzelf de chodhaak tussen de bek sukkelde. Ik onthaak het beest in het water, en voorspel een topsessie voor Jean, die net voordien zijn bootje te water liet om de rovers achterna te gaan zitten. Jean, een uitgekookt snoekvisser met heel wat jaren op de teller, doet inderdaad waar ie goed in is, en verschalkt de rest van de voormiddag een karrenvracht mooie vissen. Ze zijn wel degelijk ‘los’ vandaag.

Helaas was ook de volgende avond, nacht en ochtend een deceptie qua karpervangst. 

De graskarpers tekenen ook al dagen present, vooral in de buurt van Theo’s onderkomen in ‘het oostblok’. Zijne kaalheid vangt er eentje en stelt zijn persoonlijk record graskarper scherper!

‘His Royal Baldness’ stelt met deze vangst zijn persoonlijk record graskarper scherper!

Ik pak enkele spullen in en laat de grootste zwik van de uitrusting de rest van de dag staan, om straks met Amélie terug te keren. Namiddag brengen we thuis door, bij broertje Lenn.  

Van de nul af

De derde nacht op rij meldt zich in de verte. De eerste rig zinkt aan de takken de diepte in. Het jonge riet wiegt zachtjes, volgt het ritme van de deining die mijn bootje veroorzaakt. In de verte holt Amélie over het schiereiland, helemaal tot aan het uiteinde. Ze heeft daar zopas Emma leren kennen. Als ik tien minuten later ook de volgende stok in stelling breng, tegen hetzelfde verzonken bos, zie ik Amélie zich omkleden aan onze tent. Ze doet haar pyjama aan en zet het weer op een rennen, richting Emma. Wat is papa fier. En gelukkig. Ik hoop stiekem op een voorjaar en zomer die dochterlief zich haar hele leven zal herinneren…  

“Ik hoop stiekem op een voorjaar en zomer die dochterlief zich haar hele leven zal herinneren…” 

Deze ochtend brengt me wel de lang verhoopte karper. Ik tuur vanuit de warme slaapzak over het water, wanneer ik plots de top van m’n linkse TX-4 krom zie veren. Enkele seconden later ben ik reeds te water, om de strijd daar te beslechten. Van veel strijd kunnen we echter niet spreken. De terugtocht met het opgerolde net langs de boot duurt quasi zo lang als de dril zelf. Ik zak ‘m even, en verwittig Danny om vanop sociaal verantwoorde afstand een foto te komen schieten. 

Deze ochtend brengt Mark wel de lang verhoopte karper!

Ook Jeffrey houdt het voor bekeken en komt even poolshoogte nemen vanuit z’n oud vehikel. Een vaalrode bestelbus op leeftijd die me steeds opnieuw doet denken aan de hilarische Jiskefetsketch ‘Marokkaanse bus’, een filmpje dat vreemd genoeg niet meer te vinden is op Youtube. Zal wel iets met politieke correctheid te maken hebben… 😉  

“Jeffrey in z’n vaalrode bestelbus op leeftijd die me steeds opnieuw doet denken aan de hilarische Jiskefetsketch ‘Marokkaanse bus’ “.

Op naar het ruime sop 

De tweede week na de lockdown breekt aan. Nog steeds is tijd mijn bondgenoot. De scholen zijn dicht en mijn vak zal dit schooljaar zelfs niet meer opstarten. Op de gemeente gaan heel wat dingen hun gewone gangetje, maar anderzijds blijft de normaal uitpuilende agenda zo goed als leeg. In vergelijking met het vorige jaar is dit absurd. We prikken opnieuw een drienachter, waarbij we de dagen tussen 10.00 en 18.00 uur thuis zullen doorbrengen. Het waait al enkele dagen uit noord-, noordoostelijke richting. Recht de tegen ‘de beverburchtstek’, het eiland en richting ‘het oostblok’. Over het ruime sop rollen de golfjes slaafs mee met de richting die de wind hen wijst. Amélie houdt zich bezig met het zoeken naar stenen. Ik zoek op mijn beurt de hoofdlampjes en geniet van de geluiden van de natuur.  

Frisse en lentegroene natuurpracht!

Het wordt donker, en het wordt weer licht, nergens een teken van leven… De hele meute blankt en zal dat ook overdag blijven doen. Opnieuw pak ik een deel van de spullen in, laat de bivvy en de bedchairs staan en kar huiswaarts, om een zestal uurtjes later weer terug te keren. Fijn vissen in zo’n veilige omgeving. 

Het wordt donker, en het wordt weer licht, nergens een teken van leven…

Twee jongedames oefenen hun kunde op de surfplank. Erg goed gaat het niet, vooral door gebrek aan wind. Hun kans op slagen was al bij voorbaat nihil. Avondrood wordt gemengd met paars, lila, oker en geel, terwijl ik de hengels terug uitvaar. Met de meest rechtse zet ik koers naar het open water, voorbij ‘de verdwenen stek, die het nummer 13 droeg, richting de leemstek. De plek waar ik in het late najaar van 2013 en gedurende het daarop volgende jaar flink kon huishouden. Net op zo’n richel van toen, waar de bodem van zo’n 6,2 naar 5,8 meter gaat, met als topje een 5,5 meter water, drop ik het aas. Tenminste, op het randje van die glooiing. Het voer verspreid ik kwistig er boven op. De linkse montage komt in het gebied van de bever, kortbij het reservaat, en de middelste rig vis ik onder de eigen kant, onderkant talud.  

Wat zou deze nacht in petto hebben?

Carp strikes back

Iets na drie ’s nachts schiet ik wakker. Instinctief steek ik m’n hoofd door de bivvydeur, die wagenwijd open staat. “Huh?” Zie ik dat goed of ben ik nog in dromenland, of op z’n minst slaapdronken? De hengel richting omgevallen boom is weg! Weg! Ik grabbel de hoofdlamp en ga poolshoogte nemen. Deze visser staat seconden lang als een geslagen hond naast een lege Delkim. De waker hangt slap als een vod. Het elastiek dat het hengelhandvat stevig zekert in de klem is los. Ik moet dat niet goed genoeg hebben vastgeklemd, besef ik balend. Gevalletje the carp strikes back

Gelukkig gaat het meestal wel goed!

De eerste meters onder de eigen kant zie ik niks liggen. Een kort rondje met de boot levert ook geen aanknopingspunt op. Ik vloek binnensmonds. Een telefoontje naar Theo leert me dat de dreg in het berghok ligt. Mijn eigen dreg, die ik enkele jaren geleden van Henk kreeg, ligt thuis. Ik snel richting overkant van het water, gris de haak van het schap en rep me weer richting stek. Tot drie maal toe dreg ik het gebied in de eigen kant, steeds enkele meters verder. Elke poging blijft vruchteloos. Geen lijn, geen hengel. Ik vaar door richting het eiland, waarna ik bij de tweede poging wel beet heb en de hoofdlijn kan oppikken.

Bij het eiland weet Mark zijn lijn weer op te pikken!

Muurvast

Met de lijn glijdend over m’n hand vaar ik het traject terug, tot de hengel opdoemt uit de diepte. “Gotcha!” Opnieuw gaat het roer om. Eenmaal aan de bosrand, in het gebied van de bever, merk ik dat de lijn kriskras doorheen de takkenjungle onder water loopt. Al haspelend win ik meter na meter Power Pro, tot ik bij de voorslag en de montage kom. De karper is met de noorderzon verdwenen, heeft zich allicht al lang voor mijn komst ontdaan van de haak. Mocht de voorslag geknapt zijn, dan had ie zich daar probleemloos van kunnen ontdoen. Het systeem is veilig. Maar die veiligheid had niet getest hoeven worden. Een gezekerde hengel moet 100% te vertrouwen zijn. Muurvast is muurvast. Verdorie! Dat overkomt me geen tweede keer… 

Dat gaat Mark geen tweede keer overkomen!

Die ochtend druipen we af. Amélie uitgeslapen en ik met ingehouden norsheid. Met slechts één karper uit vijf sessietjes, en enkele zeelten, loopt het niet goed. Althans niet naar mijn normen. Dit water is me meestal in elk jaargetijde gunstig gezind. De gebeurtenissen van vannacht indachtig, besluit ik niet te verkassen en vol te houden. Hopelijk begint het voer op de richel en op de trekroute onder de eigen kant zijn vruchten af te werpen, en krijg ik een herkansing bij de boom aan het reservaat… 

TX4 in de 10 voet uitvoering, met Aero Technium Magnesiums.

Blade 

Die herkansing komt er! Welgeteld een etmaal na het debacle met de gezonken hengel – weeral iets na drie in de nacht – slaakt de piepdoos een geluid dat op gerommel met de rig kan wijzen. De kromme hengeltop bevestigt dat vermoeden vrijwel meteen. In het rubberen bootje slaag ik er snel in om tot bij de vis te geraken. De strijd wordt vanaf dan loodrecht gevoerd. Ik aan de bovenkant met de hengel op volle spanning, en de karper meters dieper, de haak netjes in de onderlip. De tikkende molenslip is zowel klok als scheidsrechter.

De tikkende molenslip is zowel klok als scheidsrechter.

Eenmaal de spiegel capituleert en het netkoord passeert, zie ik dat het een mid-dertiger moet zijn. Eentje die ik al eens ving in december ’16. Toen op 9,9 kilogram, wat opzienbarend was. ‘Blade’ werd immers uitgezet datzelfde jaar in februari en begon aan een opmerkelijke groei van 14 centimeter en 6,1 kilogram! De laatste jaren bezoekt ie nog maar zelden de oever – vorig jaar bleef hij zelfs helemaal weg – en groeit hij wat trager. Met 17,4 kilo op dit moment belooft het ook een absolute bak te worden. Dat is hij al, in feite… 

‘Blade’, een absolute bak in wording. Dat is hij al, in feite… 

Marcske Surf en Danny’s koningin 

In de volgende week strijk ik op woensdag neer voor een sessie in de kleine kom, waarbij ik ook opnieuw een hengel achter de steiger op de grote plas posteer. De hengel staat op de hoge kant, aan het begin van het schiereiland, en de lijn bengelt over Theo’s ontluikende lelies en de steiger, waarna ze de diepte in duikt richting het lood en de rig. Opnieuw zo’n slappe lijn dus, met bijbehorend steentje!  Net wanneer het begint te schemeren, piept de beetmelder als vanouds… Een run! Of toch niet? Ja, een run! Ik rep me richting de steiger, waar ik ‘Marcske Surf’ zijn boot zie stallen. Hij is, zich van geen kwaad bewust, door de lijn gestrompeld. Zelfs wanneer ik hem erop wijs, ziet ie geen lijn. “Oh, hier ligt ze,” valt Marc uit de lucht als hij opnieuw de braid in z’n schoenen heeft hangen.

Net wanneer het begint te schemeren, piept de beetmelder als vanouds…

We kunnen er beiden hartelijk om lachen, en schieten al helemaal in een kramp als Marc een opmerking maakt over Danny’s koningin, die in het donker veel weg heeft van een walviskop. Drie jaar geleden kocht Danny haar. Toen arriveerde er uit het hoge noorden van Nederland een pakketje aan de Heylakkeroevers. Onze vriend werd de trotse eigenaar van een werkelijk perfect ogende visserssloep. Alsof ie recht uit een artisanale Friese smederij kwam. Met liefde gelakt door vaklieden met borstel en verf. 

 Theo met ‘Noir Desire’ op 17,3 kilo

Make-over

Danny gaf ons – wederom – allemaal het nakijken, één voor één. Theo’s ‘botenpark’ ouwe roestbakken, Cois z’n krakkemikkig schip, Eddy’s platbodem die weliswaar in goede staat verkeert maar qua stijl en design in het niet viel naast Danny’s nieuwe zoetwaterreus, en mijn naar het Heybroek verbannen aftands stuk ijzer: way out of his league! Nu valt het wel mee qua heilige koeien aan ‘de Surf’, en van jaloezie hebben we al helemaal geen last, maar deze blitse ijzeren tanker: die sprong in het oog! Misschien was er wel een enkeling die er zelfs opgewonden van werd… Helaas duurde ook dit mooie liedje niet lang. De winter was onverbiddelijk en de zorg van Danny voor z’n sloep schoot schromelijk tekort. 

Danny’s koningin, ooit een fiere, ijzeren zoetwaterreus…

In het daarop volgende jaar moest de gevallen grootheid al naar het droogdok worden gebracht. Dit keer nam een vakman uit eigen land haar onder handen. Opnieuw werden kosten noch moeite gespaard. Een make-over van een babe, die nóg mooier uit haar retraite kwam! Voorzien van een prachtige luchtkamer dit keer. Drie witte sterren op elke flank van haar boeg moesten letterlijk in de verf zetten wie er koningin van het Heylakkersop was. Het lekkerste ding aan de steiger. 

De seizoenen hadden hun weerslag op Danny’s ‘koningin’…

Weer verstreek er een winter en weer kwam het verval. Wat ooit een decadente metalen reuzin was, is nu een gevallen grootheid. ’t Was slechts uiterlijk vertoon. Schone schijn. Morgen, in de namiddag wordt ze getakeld. Ik ben oprecht benieuwd hoe Danny het dit keer gaat aanpakken. Misschien toch maar gewoon tentoonstellen, met wat bloemen van Esther erin? Voor het vissen kan ie altijd beroep doen op zo’n ouwe roestbak uit Theo’s botenpark… Marc en ik blijven nog even van op een afstandje keuvelen, taxeren terloops de andere bootjes in ’t Heylakkerhaventje en zoeken dan elk onze eigen stek op.  

Chod’s still hot!

Alice 

Voor wat de nacht, de ochtend en de daaropvolgende sessie betreft kan ik kort zijn: een blank. De enige noemenswaardige gebeurtenis was de prachtige verschijning van een ‘wit wief’. Toen ik met m’n boot in de buurt van het eiland passeerde, op weg naar de ingang van het reservaat, draaide een langwerpige mistsliert op schouderhoogte door de lucht. De witte juffer had alles weg van een zich sierlijk voortbewegend spook, zwaaide af en toe met haar krijtwitte haren en rok. Magie zit ‘m vaak in de kleine dingen. Jammer dat Amélie niet bij me was, ze had dit natuurschoon vast weten te waarderen. Of van schrik het hoofd diep in haar slaapzak gestoken, dat kan natuurlijk ook. 

 Alice, een jonge vis van 13,3 kilo. De origine is ‘French Royal’!

Gelukkig knoop ik in de nacht van zaterdag op zondag wel weer aan met het visserssucces. Theo, keihard vissend sinds de lockdown vangt wel met regelmaat karper, waar hij ook neerstrijkt. Telkens op het juiste moment op het juiste plekje, de juiste beslissing nemend dus. “Good angling”, met als resultaat al acht vissen in het net! Zelf schrijf ik m’n derde van het seizoen in het logboek. ‘Alice’, een ‘French Royal’ die na haar uitzetting krap vijf jaar geleden nu al de status van dertiger ambieert. Een streven dat ze op een haar na mist.

‘Mary’, diegene met twee kleuren en een levensverhaal om u tegen te zeggen. De laatste van de ‘biguns’ die Mark ontbreekt… 

Dat komt vast later dit jaar goed. Het is ook nog eens een schub en dat is altijd lekker. Diegene waar ik al enkele jaren mijn zinnen op heb staan, is namelijk ook een schubkarper. Eentje met twee kleuren en een levensverhaal om u tegen te zeggen. Een verhaal waarvan ik ooit een voetnoot hoop te worden… 

Tot de volgende, stay tuned!

Mark Hoedemakers 

Eén van de meest gerespecteerde vissers van de Benelux is Mark Hoedemakers. Sinds een aantal jaar is hij VBK voorzitter en al jarenlang doet hij 100 % zijn eigen ding in zijn visserij. Op KWO gaat hij bloggen over zijn karper avonturen én over het VBK.